rijk/verdrag/overeenkomst-tussen-de-regering-van-het-koninkrijk-der-nederlanden-en-de-regerin/BWBV0003533
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van het Koninkrijk België betrekking hebbende op brug E-39 over de Maas en het Julianakanaal BWBV0003533 verdrag geldend 1982-10-20 https://wetten.overheid.nl/BWBV0003533 Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van het Koninkrijk België betrekking hebbende op brug E-39 over de Maas en het Julianakanaal

Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van het Koninkrijk België betrekking hebbende op brug E-39 over de Maas en het Julianakanaal

Artikel 1

Met het oog op de uitoefening van de nationale jurisdictie op en het beheer van de brug wordt de grenslijn tussen Nederland en België op de brug geacht te lopen volgens de loodlijn, opgericht op de lengteas van de brug in het snijpunt van deze as met de dalweg van de Maas volgens de gemeenschappelijke meting van Partijen van 19 augustus 1970, zoals op de bij deze Overeenkomst behorende kaart is aangegeven, alsmede in onderlinge overeenstemming tussen Partijen op de brug zelf zal worden gemarkeerd.

Artikel 2

De nationale jurisdictie van ieder der Partijen strekt zich op de brug uit tot de in Artikel 1 vastgestelde grenslijn.

Artikel 3

Beide Partijen dragen zorg voor het beheer van de brug ieder op het in Artikel 1 vastgestelde deel daarvan.

Artikel 4

1. De Nederlandse Regering neemt het onderhoud van de brug, met uitzondering van de verlichting daarvan, op zich.

2. De Belgische Regering neemt de exploitatie en het onderhoud van de verlichting van de brug op zich.

Artikel 5

De kosten verbonden aan het onderhoud van de brug, daarbij inbegrepen de kosten van de verlichting, komen voor 76,37% ten laste van Nederland en voor 23,63% ten laste van België.

Artikel 6

De in Artikel 5 bedoelde kosten van onderhoud van de brug en van de verlichting daarvan worden respectievelijk door Nederland en door België voorgeschoten en voor zoveel nodig door hen rechtstreeks aan derden voldaan.

Artikel 7

Beide Partijen doen elkaar jaarlijks een declaratie toekomen voor het in Artikel 5 bedoelde aandeel van de andere Partij in de in dat jaar gemaakte kosten voor het onderhoud van de brug en van de verlichting daarvan.

Artikel 8

Beide Partijen verplichten zich tot betaling binnen twee maanden na indiening door de andere Partij van de in Artikel 7 bedoelde declaratie.

Artikel 9

1. Indien een der Partijen bezwaar maakt tegen in een declaratie voorkomende bedragen, stelt zij de andere Partij hiervan vóór het verstrijken van de in Artikel 8 genoemde termijn in kennis. In dat geval zal terzake zo spoedig mogelijk overleg worden gepleegd.

2. Partijen zijn gehouden de in dit overleg vastgestelde bedragen te betalen zo spoedig mogelijk na het bereiken van overeenstemming daarover.

3. Ten aanzien van de bedragen waartegen niet tijdig bezwaren zijn kenbaar gemaakt, is het bepaalde in Artikel 8 onverminderd van toepassing.

Artikel 10

1. Wanneer een der Partijen de in Artikel 8 bedoelde termijn overschrijdt, is zij voor de duur van de overschrijding een enkelvoudige rentevergoeding verschuldigd, berekend tegen 8% per jaar.

2. Ten aanzien van de bedragen waartegen overeenkomstig Artikel 9, eerste lid, bezwaar is gemaakt, wordt deze rentevergoeding over de in het daarbedoelde overleg vastgestelde bedragen eveneens voor de duur van de overschrijding van de in Artikel 8 bedoelde termijn na indiening van de oorspronkelijke declaratie berekend.

Artikel 11

Deze Overeenkomst treedt in werking een maand na de datum waarop de Partijen elkaar schriftelijk hebben medegedeeld dat aan de in hun landen geldende grondwettelijke voorschriften terzake is voldaan.