40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Regeling beoordeling centraal examen | BWBR0024713 | zbo | geldend | 2006-12-14 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0024713 | Regeling beoordeling centraal examen |
Regeling beoordeling centraal examen
Artikel 1
1. In deze regeling gelden de begripsbepalingen die zijn gegeven in artikel 1 van het Eindexamenbesluit v.w.o.- h.a.v.o.-m.a.v.o.-v.b.o.
2.
Voorts wordt in deze regeling verstaan onder:
• • ’Algemeen bestuur’: het Algemeen Bestuur van de CEVO • • ’Dagelijks Bestuur’: het Dagelijks Bestuur van de CEVO • • ’voorzitter’: de voorzitter van het Algemeen Bestuur van de CEVO • • ’vaksectie’: een vaksectie van de CEVO • • ’opdracht’: een vraag of opdracht in een toets; • • ’uitvoering van een opdracht’: de wijze waarop een kandidaat een opdracht heeft uitgevoerd en het eindresultaat van die uitvoering; • • ’antwoord’: de uitvoering van een opdracht • • ’opgave’: enige bij elkaar behorende opdrachten in een toets die als zodanig zijn aangemerkt • • ’praktische toets’ : het in artikel 41 a van het Eindexamenbesluit genoemd praktische gedeelte van het centraal examen, onderscheiden in een centraal praktisch examen en een centrale integratieve eindtoets, zoals genoemd in paragraaf 2.2. van het Examenprogramma; • • ’’tweede examinator’: de door de directeur aangewezen medebeoordelaar van een examentoets; • • ’Examenbesluit’ : het Eindexamenbesluit v.w.o.- ha.v.o.-m.a.v.o.-v.b.o, dan wel het Staatsexamenbesluit v.w.o.-h.a.v.o.-m.a.v.o. 2000
Artikel 2
1.
De beoordelingsnormen voor de centrale examens worden weergegeven in een correctievoorschrift bij iedere toets. Dit bestaat uit:
a. a. regels voor de beoordeling, op grond van het Examenbesluit; b. b. algemene regels, op grond van deze regeling c. c. vakspecifieke regels, op grond van een besluit van het Dagelijks Bestuur op grond van artikel 10 van deze regeling d. d. een beoordelingsmodel bij iedere toets
2. De directeur stelt na de afname van een toets het correctievoorschrift aan de examinator ter beschikking.
3. In uitzonderingsgevallen kan het Algemeen Bestuur beslissen, dat bij een toets geen beoordelingsmodel wordt gevoegd.
Artikel 3
1. Voor de uitvoering van een opdracht worden door de examinator en door de gecommitteerde, dan wel de tweede examinator, scorepunten toegekend, in overeenstemming met het bij de toets behorende beoordelingsmodel. Scorepunten zijn de gehele getallen 0, 1, 2, .., n, waarbij n het maximaal te behalen aantal punten voor een opdracht is.
2.
Scorepunten worden toegekend met inachtneming van de volgende regels.
a. a. Indien een opdracht volledig juist is uitgevoerd, wordt het maximaal te behalen aantal scorepunten toegekend. b. b. Indien een opdracht gedeeltelijk juist is uitgevoerd, wordt een deel van de te behalen scorepunten toegekend in overeenstemming met het beoordelingsmodel. c. c. Indien een opdracht is uitgevoerd op een wijze die niet in het beoordelingsmodel voorkomt en deze uitvoering op grond van aantoonbare, vakinhoudelijke argumenten als juist of gedeeltelijk juist aangemerkt kan worden, worden scorepunten toegekend naar analogie of in de geest van het beoordelingsmodel. d. d. Indien in het beoordelingsmodel verschillende mogelijkheden zijn opgenomen, gescheiden door het teken / gelden deze mogelijkheden als verschillende formuleringen van hetzelfde (gedeelte van het) antwoord. e. e. Indien in het beoordelingsmodel een gedeelte van het antwoord tussen haakjes staat, behoeft dit gedeelte niet in het antwoord van een kandidaat voor te komen. f. f. Indien in een opdracht een fout is gemaakt die de verdere uitwerking van de opdracht beïnvloedt, mag alleen die fout en niet de invloed van die fout op de verdere uitwerking worden aangerekend, tenzij daardoor de opdracht aanzienlijk vereenvoudigd wordt of tenzij in het beoordelingsmodel anders is vermeld. g. g. Een zelfde fout in de uitvoering van verschillende opdrachten moet steeds opnieuw worden aangerekend, tenzij in het beoordelingsmodel anders is vermeld
Artikel 4
1. Indien een voorbeeld, reden, uitwerking, citaat of andersoortig antwoord gevraagd wordt, wordt uitsluitend het eerst gegeven antwoord beoordeeld.
2. Indien meer dan een voorbeeld, reden, uitwerking, citaat of andersoortig antwoord gevraagd wordt, worden uitsluitend de eerst gegeven antwoorden beoordeeld, tot maximaal het gevraagde aantal.
3. Indien in een antwoord een gevraagde verklaring of uitleg of afleiding of berekening ontbreekt dan wel foutief is, worden 0 scorepunten toegekend tenzij in het beoordelingsmodel anders is aangegeven.
4. Het juiste antwoord op een meerkeuze vraag is de hoofdletter waarmee de juiste keuzemogelijkheid bij de vraag is aangeduid. Voor het juiste antwoord wordt 1 scorepunt toegekend, tenzij in het beoordelingsmodel een ander aantal punten is aangegeven, voor ieder ander antwoord 0 scorepunten.
Artikel 5
1. Mocht tijdens het examen een hulpmiddel niet werken en dit is niet te wijten aan het verkeerd gebruik door de kandidaat dan mag dat geen invloed hebben op de beoordeling van de kandidaat. De kandidaat mag daar in tijd en scorepunten niet door benadeeld worden.
2. Indien een kandidaat binnen de gestelde tijd een (deel)opdracht opnieuw wil uitvoeren om de prestatie te verbeteren, wordt de kandidaat daartoe in de gelegenheid gesteld. Voor zover van toepassing stelt de examinator de daarvoor benodigde materialen ter beschikking.
Artikel 6
1. Indien de examinator of de gecommitteerde meent dat in een toets of in het beoordelingsmodel bij die toets een fout of onvolkomenheid zit, beoordeelt hij het werk van de kandidaten alsof toets en beoordelingsmodel juist zijn.
2. Degene die in de toets of het beoordelingsmodel een fout of onvolkomenheid meent te hebben geconstateerd kan deze fout aan de CEVO meedelen.
3. Deze mededeling wordt voorgelegd aan de desbetreffende vaksectie, en indien deze de mededeling als juist aanmerkt, kan de vaksectie de voorzitter adviseren een beslissing op grond van artikel 9 te nemen.
4. Het is niet toegestaan zelfstandig af te wijken van het beoordelingsschema. Met een eventuele fout wordt bij de bepaling van het cijfer voor het centraal examen zoals bedoeld in artikel 12.
Artikel 7
1. De examinator vermeldt op een lijst de namen of nummers van de kandidaten, het aan iedere kandidaat voor iedere opdracht toegekende aantal scorepunten en het totaal aantal scorepunten van iedere kandidaat.
2. De directeur zendt van iedere toets de scores van een aantal kandidaten voor een door de CEVO te bepalen datum aan een door de CEVO te bepalen adres, op een daartoe aan hem gezonden formulier.
3. De CEVO geeft aan van welke kandidaten de scores aan dat adres worden gezonden.
Artikel 8
1. Voor een toets kan maximaal het aantal scorepunten worden behaald dat de som is van de maximale scores van de vragen waaruit de toets bestaat; de maximumscore van de toets wordt in het correctievoorschrift en voorop de toets vermeld.
2. Scorepunten worden met inachtneming van het beoordelingsmodel toegekend op grond van de uitvoering door de kandidaat van iedere opdracht. Er worden geen scorepunten vooraf gegeven.
3. De score voor de schriftelijke toets wordt als volgt verkregen. De examinator en de gecommitteerde stellen de score voor iedere kandidaat vast. Deze score wordt meegedeeld aan de directeur.
4. De score voor de praktische toets wordt als volgt verkregen : De examinator en de tweede examinator stellen de score voor iedere kandidaat vast. Deze score wordt meegedeeld aan de directeur.
Artikel 9
Het dagelijks bestuur, of bij ontstentenis van het dagelijks bestuur de voorzitter, kan, de voorzitter van de betreffende vaksectie gehoord, beslissen dat voor een of meer opdrachten aan alle kandidaten het maximale aantal scorepunten of ten minste een aantal kleiner dan het maximum aantal scorepunten wordt toegekend.
Artikel 9a
Indien een kandidaat op grond van een algemeen geldende woordbetekenis, zoals bij voorbeeld vermeld in een woordenboek, een antwoord geeft dat vakinhoudelijk onjuist is, worden aan dat antwoord geen scorepunten toegekend, of tenminste niet de scorepunten die met de vakinhoudelijke onjuistheid gemoeid zijn.
Artikel 10
Het Dagelijks Bestuur kan op voorstel van een vaksectie beslissen, dat in het correctievoorschrift bij een toets aanvullende regels worden opgenomen, waaronder regels voor aftrek van scorepunten. Deze zijn evenzeer verbindend als hetgeen in deze regeling is voorgeschreven.
Artikel 11
1. Het cijfer van het centraal examen wordt verkregen volgens de rekenregels zoals beschreven in bijlage 1 bij deze regeling.
2. Voor vakken met meer dan een toets wordt het cijfer voor iedere toets overeenkomstig het eerste lid bepaald. Het cijfer voor het centraal examen is het rekenkundig gemiddelde van de cijfers van de toetsen, dan wel een ander gemiddelde, zoals aangegeven in het examenprogramma.
3. Het bevoegd gezag kan besluiten voor de toetsen in de beroepsgerichte programma’s in de basisberoepsgerichte, de kaderberoepsgerichte en de gemengde leerweg en voor de algemene vakken in de basisberoepsgerichte leerweg in het examenjaar 2003 af te wijken van het eerste lid.
4. Indien het derde lid van toepassing is, bepaalt het bevoegd gezag in het examenreglement op welke wijze scores in cijfers worden omgezet.
Artikel 12
Deze regeling zal met de toelichting in Uitleg OCenWRegelingen worden geplaatst. Van deze plaatsing zal mededeling worden gedaan in de Staatscourant.
Artikel 13
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 oktober 2002.
Artikel 14
De Regeling beoordeling centraal examen, CEVO 94 427 van 20 september 1994, Uitleg OCenW-Regelingen nr 22a van 28 september 1994, wordt ingetrokken op 30 september 2002, behoudens artikel 11 van die regeling dat wordt ingetrokken op 30 april 2000.
Artikel 15
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling beoordeling centraal examen.
Bijlage 1. Het normeringsvoorschrift
Het normeringsvoorschrift bestaat uit twee onderdelen:
- Dehoofdrelatie luidt aldus:
C = 9,0 * (S/L) + N ...............................(1)
waarin:
- De grensrelaties gelden bij N ≠ 1,0 en zeer hoge of lage scores. Hiervoor geldt:
Bij voorbaat zullen dus alle score / cijfer combinaties liggen binnen het gebied van toegestane waarden dat wordt begrensd door deze vier ongelijkheden.
Dreigt bij toepassing van hoofdrelatie (1) een cijfer buiten deze grenzen te vallen, dan moet dat cijfer vervangen worden door het cijfer te berekenen met de corresponderende grensrelatie.
Bijlage 2. Inrichting correctievoorschrift centraal (schriftelijk) examen
Bij elke toets hoort een correctievoorschrift, waarin de relevante bepalingen van het Eindexamenbesluit vwo-havo- mavo-vbo en de onderhavige regeling beoordeling centraal examen zijn opgenomen.
Het correctievoorschrift bestaat uit de onderdelen
Bijlage 3. Inrichting correctievoorschrift centrale integratieve eindtoets en centraal praktisch examen vmbo
Het correctievoorschrift bestaat uit: