rijk/beleidsregel/beleidsregel-artikel-6/BWBR0049323
..
README.md

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Beleidsregel Artikel 6 BWBR0049323 beleidsregel geldend 2024-02-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0049323 Beleidsregel Artikel 6

Beleidsregel Artikel 6

Artikel 1

1.

In deze beleidsregel wordt onderscheid gemaakt tussen drie typen overtredingen:

a) een zware overtreding, oftewel een overtreding die in tabel 1 of 2 van bijlage 1 als ZO is aangemerkt en waarvoor direct een bestuurlijke boete wordt gegeven onder meer als de overtreding is opgenomen in tabel 3 of 4 van bijlage 1; b) een overtreding met directe boete, oftewel een overtreding die in tabel 1 of 2 van bijlage 1 als ODB is aangemerkt en waarvoor direct een bestuurlijke boete wordt gegeven onder meer als de overtreding is opgenomen in tabel 5 of 6 van bijlage 1; en c) een overige overtreding, oftewel een overtreding die in tabel 1 of 2 van bijlage 1 als OO is aangemerkt en waarvoor eerst een waarschuwing of een kennisgeving van een eis tot naleving wordt gegeven, of een eis tot naleving wordt gesteld, en waarop tot boeteoplegging wordt overgegaan indien:

1°. na ommekomst van de gegeven hersteltermijn de overtreding niet ongedaan is gemaakt; of 2°. nadat een overtreding van dezelfde of soortgelijke verplichting of verbod opnieuw wordt geconstateerd al dan niet tijdens de hersteltermijn van de eerdere overtreding.

2. Daarbij geldt voor deze beleidsregel dat in geval van een zwaar ongeval er direct een boete opgelegd kan worden. Dit vanwege het causale verband dat er in geval van een zwaar ongeval is met het overtreden van een artikel of artikellid of onderdeel waarvoor een bestuurlijke boete kan worden opgelegd op grond van artikel 13.27 eerste lid, van het Omgevingsbesluit of artikel 9.9d van het Arbeidsomstandighedenbesluit en artikel 8.29a van de Arbeidsomstandighedenregeling.

Artikel 2

1. In tabel 1 van bijlage 1 is voor elk artikel of artikellid of onderdeel waarvoor een bestuurlijke boete kan worden opgelegd op grond van artikel 13.27 eerste lid, van het Omgevingsbesluit, aangegeven welk type overtreding het betreft.

2. In tabel 2 van bijlage 1 is voor elk artikel of artikellid of onderdeel waarvoor een bestuurlijke boete kan worden opgelegd op grond van artikel 9.9d van het Arbeidsomstandighedenbesluit en artikel 8.29a van de Arbeidsomstandighedenregeling, aangegeven welk type overtreding het betreft.

3. Met uitzondering van de in de artikelen 4.9, eerste lid en 4.11, eerste en derde lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving en de artikelen 2.5, derde lid, 2.5a, eerste lid van het Arbeidsomstandighedenbesluit en artikel 2.0a en 2.0c van de Arbeidsomstandighedenregeling vervatte verplichtingen worden de in de tabel 1 of 2 van bijlage 1 opgenomen boetenormbedragen als uitgangspunt gehanteerd voor de verdere boeteberekening.

4. Voor de in de artikelen 4.9, eerste lid en 4.11, eerste en derde lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving en de artikelen 2.5, derde lid, 2.5a, eerste lid van het Arbeidsomstandighedenbesluit en artikel 2.0a en 2.0c van de Arbeidsomstandighedenregeling vervatte verplichtingen zijn de boetenormbedragen opgenomen die aangepast zijn als gevolg van de beoordelingssystematiek zoals opgenomen in bijlage 2. De boetenormbedragen in tabel 2 van bijlage 2 worden als uitgangspunt voor de verdere boeteberekening gehanteerd.

Artikel 3

De totale bij een boetebeschikking op te leggen bestuurlijke boete bestaat, in geval er sprake is van meer dan één overtreding, uit de som van de per overtreding berekende boetebedragen. Meerdere overtredingen van hetzelfde artikel, artikellid of onderdeel, zijn aparte beboetbare feiten.

Artikel 4

1. De boetenormbedragen, als bedoeld in artikel 2, zijn uitgangspunt voor de berekening van de op te leggen bestuurlijke boetes voor werkgevers met 150 of meer werknemers.

2.

In de overige gevallen geldt het volgende:

a. voor zelfstandigen wordt het boetenormbedrag 10 procent; b. bij werkgevers die de arbeid zelf verrichten of werkgevers met minder dan 10 werknemers wordt het boetenormbedrag 25 procent; c. bij werkgevers met 10 of meer maar minder dan 40 werknemers wordt het boetenormbedrag 40 procent. d. bij werkgevers met 40 of meer maar minder dan 70 werknemers wordt het boetenormbedrag 55 procent. e. bij werkgevers met 70 of meer maar minder dan 100 werknemers wordt het boetenormbedrag 70 procent. f. bij werkgevers met 100 of meer maar minder dan 150 werknemers wordt het boetenormbedrag 85 procent.

3. Het boetenormbedrag, al dan niet overeenkomstig het tweede lid op werkgeversgrootte gecorrigeerd, wordt gebruikt voor eventuele verdere boeteberekening.

4. Overtredingen kunnen naast de werkgever worden begaan door de opdrachtgever, de ontwerpende partij en de uitvoerende partij, als bedoeld in artikel 1.1, tweede lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit. Alle vier de partijen worden niet gecorrigeerd naar het aantal werknemers als de overtreding naast door de werkgever ook door een van de andere partij is begaan.

5. Voor de boeteberekening van overtredingen geconstateerd op locaties, vestigingen of in filialen, wordt als werknemersgrootte het aantal werknemers van de gehele juridische eenheid gehanteerd die in Nederland werkzaam zijn.

Artikel 5

Bij de berekening van de op te leggen bestuurlijke boete kunnen één of meer van de volgende factoren aan de orde zijn en leiden tot verhoging van het al dan niet op werkgeversgrootte gecorrigeerde boetenormbedrag:

a. bij een arbeidsongeval dat leidt tot de dood wordt het boetenormbedrag van de daaraan ten grondslag liggende overtredingen per omgekomen persoon vermenigvuldigd met vijf; b. bij een arbeidsongeval dat leidt tot al dan niet blijvend letsel of een ziekenhuisopname als bedoeld in artikel 9, eerste lid van de Arbeidsomstandighedenwet worden de boetenormbedragen van de daaraan ten grondslag liggende overtredingen per gewonde persoon vermenigvuldigd met vier; c. in het geval van een zwaar ongeval, wordt het boetenormbedrag van de daaraan ten grondslag liggende overtredingen vermenigvuldigd met drie. d. in het geval van een zware overtreding (ZO), wordt het boetenormbedrag van de daaraan ten grondslag liggende overtredingen vermenigvuldigd met twee.

Artikel 6

1. Er is sprake van recidive, als overtredingen van dezelfde of soortgelijke verplichtingen en verboden, als bepaald in hetzelfde artikel, artikellid of onderdeel van een artikel of artikellid als bedoeld in artikel 13.27, derde lid, van het Omgevingsbesluit, of van artikel 9.9d van het Arbeidsomstandighedenbesluit en artikel 8.29a van de Arbeidsomstandighedenregeling, aan de orde is.

2.

In afwijking van het eerste lid, is bij overtreding van de in artikelen 4.9, eerste lid en 4.11, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, de in artikelen 2.5, derde lid, en 2.5a, eerste lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit en de artikelen 2.0a en 2.0c van de Arbeidsomstandighedenregeling vervatte verplichtingen sprake van recidive in het volgende geval.

Als het boetenormbedrag, als opgenomen in tabel 1 of 2 van bijlage 1, van de volgende overtreding binnen dezelfde boetecategorie valt als het boetnormbedrag, als opgenomen in tabel 1 of 2 van bijlage 1, van de eerste overtreding. De boetecategorieën voor het bepalen van recidive van deze overtredingen zijn:

a. < € 100.000; b. € 100.000 € 199.000; c. € 200.000 € 399.999; d. € 400.000 € 599.999; e. > € 600.000

3. Bij de vaststelling of sprake is van recidive van overtredingen van dezelfde of soortgelijke verplichtingen en verboden wordt bij zelfstandig opererende nevenvestigingen van rechtspersonen gehandeld alsof deze afzonderlijke ondernemingen zijn.

4. Het derde lid is niet van toepassing op ernstige overtredingen als bedoeld in artikel 13.27, tweede lid, van het Omgevingsbesluit en artikel 9.10b van het Arbeidsomstandighedenbesluit.

5. Een overtreding bij een bedrijf of inrichting, die zowel onder de Seveso-paragraven van het Besluit activiteiten leefomgeving valt als onder het Arbeidsomstandighedenbesluit, betreft ook recidive al is de overtreding de eerste keer via het Omgevingsbesluit en de volgende keer via het Arbeidsomstandighedenbesluit of andersom gehandhaafd.

Artikel 7

Bedrijven of inrichtingen, die zowel vallen onder de Seveso-paragraven van het Omgevingsbesluit als het Arbeidsomstandighedenbesluit en de Arbeidsomstandighedenregeling, worden als het een overtreding van zowel het Omgevingsbesluit als het Arbeidsomstandighedenbesluit of de Arbeidsomstandighedenregeling betreft, gehandhaafd en beboet via artikelen 13.25, 13.26 en 13.27, van het Omgevingsbesluit.

Artikel 8

De Minister maakt het handhavingsbeleid Seveso en Arie-regeling bekend. Dit handhavingsbeleid is uniform en gelijk voor alle bedrijven die vallen onder genoemde bepalingen. Ook zorgt de Minister dat de Seveso-handhavingsstrategie van de Seveso-toezichthouders op het handhavingsbeleid aansluit.

Artikel 9

Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 10

Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel Artikel 6.

Bijlage 1. Boete- en tarieflijst, behorende bij

In tabel 1 of 2 staan de artikelen, die volgens artikel 13.27, eerste lid, van het Omgevingsbesluit, artikel 9.9d van het Arbeidsomstandighedenbesluit en artikel 8.29a van de arbeidsomstandighedenregeling, bestuurlijk beboetbaar zijn. Er wordt in de tabellen vermeld welk type overtreding het betreft. Tevens is het boetenormbedrag van elk artikel, lid of onderdeel daarvan opgenomen.

ZO staat voor een zware overtreding, ODB voor een overtreding met een directe boete en OO voor een overige overtreding.

Indien er in tabel 1 of 2 naast OO zowel ZO en/of ODB staat aangegeven, dan kunnen in tabel 3, 4, 5 of 6 de ZO en ODB overtredingen specifiek benoemd zijn voor de Seveso-paragraven of de Arie-regeling.

Het niet treffen van een maatregel die een zwaar ongeval kan voorkomen of de gevolgen kan beperken, zoals bedoeld in artikel 4.9 eerste lid Besluit activiteiten leefomgeving en artikel 2.5 derde lid Arbeidsomstandighedenbesluit, kan resulteren in ernstig gevaar voor personen. Wanneer er sprake is van een situatie waarbij ernstig gevaar voor personen zoals werknemers, zelfstandige of derden kan ontstaan, doordat er werkzaamheden plaatsvinden, die een situatie kunnen creëren wat een zwaar ongeval kan veroorzaken, kan de toezichthouder naast een stillegging als bedoeld in artikel 28 van de Arbeidsomstandighedenwet, direct een bestuurlijke boete opleggen als het een ZO of ODB betreft al dan niet beschreven in tabel 3, 4, 5 of 6 van bijlage 1.

In overleg met het Openbaar Ministerie kan worden bepaald dat in plaats van een bestuurlijke boete er een proces-verbaal wordt opgemaakt.

De in tabel 1 gegeven boetenormbedragen voor de artikelen 4.9, eerste lid en 4.11, eerste en derde lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving worden aangepast op basis van de beoordelingssystematiek, vermeld in bijlage 2.

De in tabel 2 van bijlage 2 opgenomen boetenormbedragen worden gebruikt voor de verdere boeteberekening voor deze artikelen waarna vervolgens de correctie op werknemersgrootte, als bepaald in artikel 4, of verhoging van het boetenormbedrag, als bepaald in artikel 5, kan plaatsvinden.

^1 In onderdeel vi van bijlage III van de Seveso III richtlijn (2012/18/EU) zijn veiligheidprestatieindicatoren (safety performance indicators SPI) opgenomen. In het Besluit activiteiten leefomgeving is het verplicht gesteld om te hebben aangezien alle elementen, die in de genoemde richtlijn staan opgenomen, verplicht zijn om te hebben.

De in tabel 2 gegeven boetenormbedragen voor de artikelen 2.5, derde lid en, 2.5a, eerste lid van het Arbeidsomstandighedenbesluit en de artikelen 2.0a en 2.0c van de Arbeidsomstandighedenregeling worden aangepast op basis van de beoordelingssystematiek, vermeld in bijlage 2.

De in tabel 2 van bijlage 2 opgenomen boetenormbedragen worden gebruikt voor de verdere boeteberekening voor deze artikelen waarna vervolgens de correctie op werknemersgrootte, als bepaald in artikel 4, of verhoging van het boetenormbedrag, als bepaald in artikel 5, kan plaatsvinden.

Bijlage 2. Boete- en tarieflijst, behorende bij

Bij de berekening van een bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 13.27 Omgevingsbesluit en in artikel 9.9d Arbeidsomstandighedenbesluit en artikel 8.29a van de Arbeidsomstandighedenregeling, wordt voor een overtreding van de artikelen 4.9, eerste lid en 4.11, eerste en derde lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, de artikelen 2.5, derde lid, 2.5a, eerste lid van het Arbeidsomstandighedenbesluit en de artikelen 2.0a en 2.0c van de Arbeidsomstandighedenregeling eerst onderstaande beoordelingssystematiek toegepast op het in bijlage 1, tabellen 1 of 2, gegeven boetenormbedrag.

De in tabel 2 van deze bijlage opgenomen bedragen zijn de boetenormbedragen, die voor de verdere berekening van de bestuurlijke boete worden gebruikt.

De beoordelingssystematiek is van toepassing op zowel het beoordelen van technische als organisatorische en procedurele maatregelen, als bepaald in artikel 4.9, eerste lid van het Besluit activiteiten leefomgeving en 2.5, derde lid van het Arbeidsomstandighedenbesluit, die de kans op een zwaar ongeval en de mogelijke gevolgen beperken of wegnemen. Daarbij is van belang dat technische maatregelen altijd voor gaan op organisatorische of procedurele maatregelen als bepaald in de Arbeidshygiënische strategie via artikel 4.4 van het Arbeidsomstandighedenbesluit.

Ook worden het veiligheidsbeheersysteem en de uitvoering ervan, bedoeld in artikel 4.11, eerste en derde lid van het Besluit activiteiten leefomgeving, artikel 2.5a, eerste lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit en de artikelen 2.0a en 2.0c van de Arbeidsomstandighedenregeling, op deze manier beoordeeld.

De beoordelingssystematiek is op de volgende drie aspecten gestoeld:

Een niet geschikte of niet goed geïmplementeerde maatregel, die wel goed gedocumenteerd is, kan maximaal als matig beoordeeld worden op het aspect gedocumenteerd. Het niet goed documenteren van maatregelen wordt meestal gehandhaafd als een overtreding van het veiligheidsbeheerssysteem.

Indien een geschikte maatregel onjuist geïmplementeerd of gedocumenteerd is, dan wordt de geschiktheid, implementatie en documentatie maximaal op matig beoordeeld. Indien een maatregel geschikt is, maar niet toegepast of in gebruik is, dan is de beoordeling van de maatregel altijd slecht op geschiktheid en maximaal matig op gedocumenteerd omdat de maatregel niet toegepast en in gebruik is.

Als een geschikte maatregel maar deels geïmplementeerd is en er door deze beperkte implementatie geen grote risicos kunnen ontstaan, dan zal de beoordeling voor geschikt, geïmplementeerd en gedocumenteerd maximaal matig zijn. Als er wel een groot risico door kan ontstaan, dan is de beoordeling op geschikt, geïmplementeerd en gedocumenteerd slecht omdat de gezondheid en veiligheid van de personen hierdoor alsnog in gevaar kan komen of het risico op een zwaar ongeval verhoogd kan zijn.

Indien een ongeschikte maatregel voldoende geïmplementeerd of gedocumenteerd is, dan is de beoordeling op geïmplementeerd altijd slecht en gedocumenteerd maximaal matig. Bij een deels geschikte maatregel, dan is de beoordeling op geïmplementeerd en gedocumenteerd maximaal matig. Als een ongeschikte of deels ongeschikte maatregel juist geïmplementeerd en/of gedocumenteerd is, dan kan de gezondheid en veiligheid van de werknemers, zelfstandigen en derden hierdoor alsnog in gevaar komen of het risico op een zwaar ongeval verhoogd zijn, dus kan deze maatregel nooit als voldoende worden beoordeeld. Een ongeschikt maatregel betreft een maatregel die niet als voldoende wordt beoordeeld.

Tijdens een inspectie of bezoek van de toezichthouder wordt voor elke, volgens de toezichthouder, verkeerde, ontbrekende of onvolledige maatregel of element van het veiligheidsbeheersysteem een volledige beoordeling opgesteld.

Er wordt beoordeeld op de 3 bovenstaande aspecten (geïmplementeerd, geschikt en gedocumenteerd) en de toezichthouder geeft een oordeel namelijk voldoende (voorheen goed of redelijk), matig of slecht. Als door de toezichthouder alleen het oordeel voldoende wordt gegeven, dan zal er meestal geen overtreding geconstateerd zijn. Hierbij kan het wel zo zijn dat er wel een eis tot naleving of een waarschuwing wordt opgelegd omdat de situatie voldoende is maar niet goed genoeg. Dit gaat met name om situaties die voorheen als redelijk werden beoordeeld. Er is verbetering mogelijk om echt te voorkomen dat er een zwaar ongeval kan ontstaan of de veiligheid of gezondheid van personen direct of op de lange termijn geschaad kan worden.

Bij het oordeel slecht of matig wordt aan de beoordeling een waarde gekoppeld.

In tabel 1 van deze bijlage is per aspect met bijbehorend oordeel (matig of slecht) een waarde gekoppeld.

De waarde van alle drie de aspecten wordt bij elkaar opgeteld en door 16 gedeeld.

16 is de maximale uitkomst namelijk 3x slecht (2 + 6 + 8). De uitkomst van deze optelling is de correctiefactor waarmee de boetenormbedragen voor de overtreding wordt gecorrigeerd.

Wat betreft de artikelen 4.9, eerste lid en 4.11, eerste en derde lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, de artikelen 2.5, derde lid, 2.5a, eerste lid van het Arbeidsomstandighedenbesluit en de artikelen 2.0a en 2.0c van de Arbeidsomstandighedenregeling kan er meer dan één maatregel volgens deze systematiek beoordeeld worden. Er kunnen meerdere overtredingen van dit artikellid tegelijk beboet worden. In dat geval worden de volgens deze systematiek gecorrigeerde boetenormbedragen bij elkaar opgeteld.

Artikel 4.11 eerste en derde lid van het Besluit Activiteiten Leefomgeving, 2.5a, eerste lid van het Arbeidsomstandighedenbesluit en de artikelen 2.0a en 2.0c van de Arbeidsomstandighedenregeling verplichten de werkgever en exploitant tot het uitvoeren van een veiligheidsbeheerssysteem dat voldoet aan alle elementen genoemd in bijlage III van de richtlijn1Richtlijn 2012/18/EU van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2012 betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken, houdende wijziging en vervolgens intrekking van Richtlijn 96/82/EG van de Raad (PbEU 2012, L 197); of de bijlage Ib van de Arbeidsomstandighedenregeling. Voor de Seveso-bedrijven geldt dat deze alle onderdelen als bepaald in artikel 4.11, eerste lid van het Besluit Activiteiten Leefomgeving als verplichtingen hebben. Ook die in de bijlage van de Seveso III-richtlijn als optioneel zijn opgenomen. Dit is in het Bal en de toelichting hierop reeds aangegeven en bepaald.

Omdat deze elementen op onderdelen, apart of gezamenlijk kunnen worden overtreden, is voor elk element een boetenormbedrag opgenomen in de tabel van bijlage 2. De overtreding gaat ook altijd over een maatregel waardoor een boeterapport over het overtreden van meerdere maatregelen gaat wat meerdere overtredingen zijn.

Een overtreding van een onderdeel van een element van het veiligheidsbeheerssysteem is meestal ook een overtreding van het treffen van alle maatregelen die nodig zijn als bepaald in artikel 4.9, eerste lid van het Besluit Activiteiten Leefomgeving en 2.5, derde lid van het Arbeidsomstandighedenbesluit. Andersom kan dit vaak ook het geval zijn dat een overtreding van het niet treffen van alle maatregelen die nodig zijn, ook een overtreding van het veiligheidsbeheerssysteem is.

De toezichthouder kan ervoor kiezen om in plaats van een overtreding van een onderdeel van een element van het veiligheidsbeheerssysteem een overtreding van artikel 4.9, eerste lid van het Besluit Activiteiten Leefomgeving of 2.5, derde lid van het Arbeidsomstandighedenbesluit te handhaven. Dit hangt af van de specifieke situatie ter plekke, wat er in het handhavingsbeleid is opgenomen en of het een systematische afwijking is. Een systematische afwijking betekent in elk geval dat deze vaker is of kan voorkomen mede omdat er geen goed managementsysteem of de PDCA-cyclus is of als deze niet volledig doorlopen is.

Een overtreding van een onderdeel van het element a tot en met h van het veiligheidsbeheerssysteem, wordt gezien als overtreding van het gehele element van het veiligheidsbeheerssysteem. Hierbij is het niet van belang dat er mogelijk wel aan de andere onderdelen van dat element wordt voldaan omdat het doel van het element wordt overtreden.

Als er meerdere onderdelen van het element worden overtreden, dan kunnen er meerdere overtredingen worden geconstateerd omdat er meerdere maatregelen niet goed zijn. Er kan dan ervoor worden gekozen om één beoordeling te maken van het slechtste onderdeel dat overtreden is als de maatregelen met elkaar verbonden zijn.

Daarnaast kan dan ook voor de individuele maatregelen die niet getroffen zijn, een overtreding van artikel 4.9, eerste lid van het Besluit Activiteiten Leefomgeving of 2.5, derde lid van het Arbeidsomstandighedenbesluit worden gehandhaafd aangezien niet alle maatregelen getroffen zijn.

De in tabel 1 of 2 van bijlage 1 opgenomen boetenormbedragen worden in geval van overtreding gecorrigeerd met de vastgestelde correctiefactor als hiervoor beschreven.

In tabel 2 zijn voor elke mogelijke uitkomst de te hanteren boetenormbedragen voor deze artikelen vermeld.