|
…
|
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Beleidsregels insiders EZ | BWBR0009979 | beleidsregel | geldend | 1998-12-01 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0009979 | Beleidsregels insiders EZ |
Beleidsregels insiders EZ
Artikel 1
1.
In deze beleidsregels wordt verstaan onder:
a. de minister: de Minister van Economische Zaken; b. effecten:
1° op enige van overheidswege toegelaten beurs genoteerde aandelen, obligaties, converteerbare obligaties, warrants, participatiebewijzen, claims, scrips en bewijzen die recht geven op uitkering in andere effecten (zoals dividendbewijzen aangewezen voor stockdividenden en dergelijke), certificaten, recepissen, alsmede opties op effecten, en andere vermogensrechten, en 2° niet ter beurze genoteerde vermogensrechten waarvan de waarde rechtstreeks afhankelijk is van een van de onder 1° bedoelde vermogensrechten; c. effectentransacties: handelingen die bestaan uit of leiden tot het geheel of ten dele voor eigen rekening verwerven of afstoten of doen verwerven of doen afstoten van effecten; d. insider: de door de minister als zodanig aangewezen medewerker van het Ministerie van Economische Zaken.
2. Onder de in het eerste lid, onder b, bedoelde effecten worden niet begrepen effecten die zijn uitgegeven door een beleggingsmaatschappij met veranderlijk kapitaal, zoals bedoeld in artikel 2:76a BW.
Artikel 2
1. Een insider behoort zich te onthouden van het verrichten van transacties ten aanzien van effecten die zijn uitgegeven door vennootschappen die voorkomen op een door de minister vastgestelde en aan de betrokken insider toegezonden lijst.
2. Een insider die uit hoofde van zijn functie is betrokken bij een emissie van aandelen, bij de verkoop van aandelen in het kader van een privatisering of bij uitbreiding van het aandelenkapitaal van een onderneming waarin de staat participeert, behoort bij of in verband met die emissie of verkoop geen effectentransacties te verrichten.
3. Het bepaalde in het eerste en het tweede lid geldt niet ten aanzien van effectentransacties die voor rekening van de insider worden verricht uit hoofde van een schriftelijke beheersovereenkomst, gesloten met een bank of vermogensbeheerder als bedoeld in de Wet toezicht effectenverkeer 1995 of met een vergelijkbare buitenlandse bank of vermogensbeheerder, mits het de insider op basis daarvan niet vaker dan eenmaal per zes maanden is toegestaan inzage in zijn effectenportefeuille te verkrijgen, een overzicht van de mutaties te ontvangen en de afspraken ten aanzien van het beheer van de effecten te herzien.
Artikel 3
1. De in artikel 1 en 2 gestelde regels worden van toepassing zes weken na de aanwijzing als insider.
2. De minister kan desgevraagd de termijn verlengen.
Artikel 4
Deze regels blijven voor een insider van toepassing tot drie maanden na de datum met ingang waarvan hij niet langer meer als zodanig wordt aangemerkt.
Artikel 5
Deze beleidsregels treden in werking met ingang van 1 december 1998.
Artikel 6
Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels insiders EZ.