rijk/pbo/verordening-heffingen-broedeieren-ppe-2004/BWBR0015781
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Verordening heffingen broedeieren (PPE) 2004 BWBR0015781 pbo geldend 2004-04-17 https://wetten.overheid.nl/BWBR0015781 Verordening heffingen broedeieren (PPE) 2004

Verordening heffingen broedeieren (PPE) 2004

Hoofdstuk I. Begripsbepalingen

Artikel 1

In deze verordening wordt verstaan onder:

Hoofdstuk II. Heffingen

Artikel 2

1. De ondernemer die in het kalenderjaar 2004 bedrijfsmatig broedeieren bestemd om hieruit fokmateriaal, vermeerderingsmateriaal of eindmateriaal te verkrijgen inlegt of pleegt in te leggen, ongeacht of er al dan niet daadwerkelijk kuikens uit verkregen worden, is aan het productschap een heffing verschuldigd.

2.

Het tarief van de in het eerste lid bedoelde heffing bedraagt voor broedeieren voor het verkrijgen van fok- en vermeerderingsmateriaal:

a. a. voor legrassen kippen € 0,01702 per ingelegd broedei, waarvan € 0,01153 voor de dekking van huishoudelijke uitgaven, € 0,00136 voor het gezondheidszorgfonds, € 0,004 voor het o. en o. fonds en € 0,00013 voor het kwaliteitsverbeteringsfonds bestemd is; b. b. voor vleesrassen kippen € 0,00338 per ingelegd broedei, waarvan € 0,00283 voor de dekking van huishoudelijke uitgaven, € 0,00042 voor het gezondheidszorgfonds, € 0,00009 voor het o. en o. fonds en € 0,00004 voor het kwaliteitsverbeteringsfonds bestemd is; c. c. voor eenden € 0,00161 per ingelegd broedsel waarvan € 0,00026 voor de dekking van huishoudelijke uitgaven, € 0,00061 voor het gezondheidszorgfonds en € 0,00074 voor het o. en o. fonds bestemd is.

3.

De in het eerste lid bedoelde heffing bedraagt voor broedeieren voor het verkrijgen van eindmateriaal:

a. a. voor legrassen kippen € 0,00166 per ingelegd broedei waarvan € 0,00080 voor de dekking van huishoudelijke uitgaven, € 0,00067 voor het gezondheidszorgfonds, € 0,00013 voor het o. en o. fonds en € 0,00006 voor het kwaliteitsverbeteringsfonds bestemd is; b. b. voor vleesrassen kippen € 0,00145 per ingelegd broedsel waarvan € 0,00059 voor de dekking van huishoudelijke uitgaven, € 0,00077 voor het gezondheidszorgfonds, € 0,00008 voor het o. en o. fonds en € 0,00001 voor het kwaliteitsverbeteringsfonds bestemd is; c. c. voor eenden € 0,00161 per ingelegd broedei waarvan € 0,00026 voor de dekking van huishoudelijke uitgaven, € 0,00061 voor het gezondheidszorgfonds en € 0,00074 voor het o. en o. fonds bestemd is; d. d. voor kalkoenen € 0,00359 per ingelegd broedei waarvan € 0,00119 voor de dekking van huishoudelijke uitgaven, € 0,00167 voor het gezondheidszorgfonds en € 0,00073 voor het o. en o. fonds bestemd is.

Artikel 2b

1. Op voet van het bepaalde in artikel 2, eerste lid, is de ondernemer tevens een heffing verschuldigd ten behoeve van het Veeziektenfonds PPE rekening a.

2.

Het tarief van de in het eerste lid bedoelde heffing bedraagt voor broedeieren voor het verkrijgen van fok- en vermeerdeingsmateriaal:

a. a. voor broedeieren legrassen kippen, per ingelegd broedei € 0,00156 ten behoeve van rekening a; b. b. voor broedeieren vleesrassen kippen, per ingelegd broedei € 0,00122 ten behoeve van rekening a.

3.

De in het eerste lid bedoelde heffing bedraagt voor broedeieren voor het verkrijgen van eindmateriaal:

a. a. voor broedeieren legrassen kippen, per ingelegd broedei, € 0,00009 ten behoeve van rekening a; b. b. voor broedeieren vleesrassen kippen per ingelegd broedei € 0,00011 ten behoeve van rekening a.

Artikel 2c

1. Op voet van het bepaalde in artikel 2, eerste lid, is de ondernemer tevens een heffing verschuldigd ten behoeve van het Veeziektenfonds PPE.

2.

Het tarief van de in het eerste lid bedoelde heffing bedraagt voor broedeieren voor het verkrijgen van fok- en vermeerderingsmateriaal:

a. a. voor broedeieren legrassen kippen, per ingelegd broedei € 0,08944; b. b. voor broedeieren vleesrassen kippen, per ingelegd broedei € 0,01390; c. c. voor broedeieren eenden, per ingelegd broedei € 0,00945.

3.

De in het eerste lid bedoelde heffing bedraagt voor broedeieren voor het verkrijgen van eindmateriaal:

a. a. voor broedeieren legrassen kippen, per ingelegd broedei € 0,00550; b. b. voor broedeieren vleesrassen kippen, per ingelegd broedei € 0,00094; c. c. voor broedeieren eenden, per ingelegd broedei € 0,00945.

Artikel 3

1. De door een ondernemer ingevolge deze verordening verschuldigde heffingsbedragen worden door het productschap worden vastgesteld op basis van de aan het productschap ten dienste staande gegevens zoals deze worden ontleend aan het KIP.

2. In het geval de aan het KIP ontleende gegevens naar oordeel van het productschap onjuist of onvolledig zijn en het productschap hem daarvan op de hoogte heeft gesteld, is de ondernemer gehouden om maandelijks, uiterlijk 10 dagen na het verstrijken van een kalendermaand, door middel van invulling en ondertekening van een hem door het productschap verstrekt opgaveformulier, naar waarheid opgave te doen van die bedrijfsgegevens waarvan de opgave in dat formulier wordt verlangd.

3. De heffing die aan de ondernemer wordt opgelegd kan in voorkomend geval worden aangemerkt als voorlopige aanslag. Na afloop van het kalenderjaar wordt dan de heffing definitief opgelegd, zo nodig onder verrekening van het verschuldigde bedrag en het bij voorlopige aanslag opgelegde bedrag.

4. De in het opgaveformulier te verstrekken gegevens hebben betrekking op de door de ondernemer in de desbetreffende kalendermaand ingelegde broedeieren, onderscheiden naar kip, nader onderscheiden naar legras of vleesras, eend en kalkoen.

5. Iedere ondernemer is verplicht van dag tot dag een zodanige administratie te voeren, dat de gegevens, benodigd voor de vaststelling van de heffing, te allen tijde op een eenvoudige wijze kunnen worden gekend.

6. Het bestuur van het productschap kan bij uitvoeringsbesluit minimumeisen stellen waaraan de door de ondernemer met betrekking tot de inleg van broedeieren te voeren administratie dient te voldoen.

7. In het geval aan een ondernemer de verplichting uit het tweede lid is opgelegd en de ondernemer niet of niet naar behoren heeft voldaan aan deze op hem rustende verplichting, waaronder begrepen het verstrekken van onvolledige of onjuiste gegevens, kan te zijnen aanzien de in artikel 2 omschreven heffing ambtshalve door het productschap worden vastgesteld aan de hand van aan het productschap ten dienste staande gegevens, zo nodig door middel van een schatting.

Artikel 4

Een ingevolge deze verordening verschuldigd heffingsbedrag dient uiterlijk binnen 14 dagen nadat dit bedrag aan de betrokken ondernemer in rekening is gebracht, aan het productschap te worden voldaan.

Artikel 5

1. De ondernemer, die enige door hem uit hoofde van deze verordening verschuldigde heffing niet tijdig of niet volledig heeft betaald na bij aangetekend schrijven te zijn aangemaand om binnen een termijn van 10 dagen de heffing te voldoen, is aan het productschap de heffing verschuldigd, verhoogd met de op de invordering vallende kosten, waaronder begrepen de wettelijke rente.

2. De in het eerste lid bedoelde rente wordt berekend vanaf de dag waarop de in dat lid genoemde termijn is verstreken tot aan de dag van de algehele voldoening.

Hoofdstuk III. Algemene bepalingen en slotbepalingen

Artikel 6

1. Op overtreding van het bij of krachtens artikel 3 bepaalde worden tuchtrechtelijke maatregelen gesteld.

2.

De tuchtrechtelijke maatregelen zijn:

a. a. een berisping, die bestaat uit een schriftelijk of mondeling vermaan tot de ondernemer, in verband met het begane feit; b. b. een geldboete van ten hoogste € 4500, welke geheel of gedeeltelijk voorwaardelijk kan worden opgelegd; c. c. openbaarmaking van de tuchtbeschikking op kosten van de veroordeelde.

Artikel 7

1. De door het productschap uit hoofde van deze verordening verkregen gegevens worden in handen gesteld van de voorzitter. De gegevens worden, behoudens aan het secretariaat van het productschap, niet bekendgemaakt.

2. De voorzitter kan, in afwijking van het bepaalde in het eerste lid, besluiten tot bekendmaking van getotaliseerde gegevens omtrent groepen van ondernemingen, doch nimmer op zodanige wijze dat daaruit gegevens omtrent een bepaalde onderneming kunnen worden afgeleid.

Artikel 8

De voorzitter kan, namens het bestuur, in bepaalde gevallen ontheffing verlenen van de bepalingen in de artikelen 2 en 3, tweede en vijfde lid, van deze verordening. Een ontheffing kan onder beperkingen worden verleend. Aan een ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden. Een verleende ontheffing kan te allen tijde door de voorzitter, namens het bestuur, worden ingetrokken.

Artikel 9

Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2004. Indien het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie waarin deze verordening wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 1 januari 2004, treedt zij in werking met ingang van de dag na dagtekening van dat Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie en werkt zij terug tot en met 1 januari 2004, met uitzondering van artikel 6.

Artikel 10

Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening heffingen broedeieren (PPE) 2004.