40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschap en Turkije | BWBV0004316 | verdrag | geldend | 1964-12-01 | https://wetten.overheid.nl/BWBV0004316 | Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschap en Turkije |
Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschap en Turkije
Titel I. De beginselen
Artikel 1
Bij deze Overeenkomst wordt een associatie tot stand gebracht tussen de Europese Gemeenschap en Turkije.
Artikel 2
1. De Overeenkomst heeft ten doel de gestadige en evenwichtige versterking van de commerciële en economische betrekkingen tussen de Partijen te bevorderen, met volledige inachtneming van de noodzaak de versnelde ontwikkeling van de economie van Turkije en de verruiming van de werkgelegenheid en de verbetering der levensomstandigheden van het Turkse volk te verzekeren.
2. Ten einde de in het voorgaande lid genoemde doelstellingen te verwezenlijken, wordt in de geleidelijke totstandbrenging van een douane-unie voorzien, volgens de in de artikelen 3, 4 en 5 vermelde voorwaarden en uitvoeringsbepalingen.
3.
De Associatie omvat:
a) a) een voorbereidende fase; b) b) een overgangsfase; c) c) een definitieve fase.
Artikel 3
1.
Tijdens de voorbereidende fase versterkt Turkije zijn economie met steun van de Europese Gemeenschap ten einde de verplichtingen op zich te kunnen nemen die tijdens de overgangsfase en de definitieve fase op dit land zullen rusten.
De uitvoeringsbepalingen met betrekking tot deze voorbereidende fase, en met name betreffende de steun van de Europese Gemeenschap, zijn omschreven in het Voorlopige Protocol en in het Financiële Protocol, die aan de Overeenkomst zijn gehecht.
2.
De voorbereidende fase duurt vijf jaar, behoudens verlenging volgens de in het Voorlopige Protocol vastgestelde uitvoeringsbepalingen.
De overgang naar de overgangsfase vindt plaats onder de voorwaarden en volgens de bepalingen, als vastgesteld in artikel 1 van het Voorlopige Protocol.
Artikel 4
1.
Gedurende de overgangsfase dragen de Overeenkomstsluitende Partijen op de grondslag van wederkerige en tegen elkaar opwegende verplichtingen zorg voor:
-
-
het geleidelijk tot stand brengen van een douane-unie tussen Turkije en de Europese Gemeenschap;
-
-
-
het nader tot elkaar brengen van het economische beleid van Turkije en dat van de Europese Gemeenschap, ten einde de goede werking van de Associatie en de ontwikkeling van de hiertoe benodigde gemeenschappelijke maatregelen te verzekeren.
-
2. De duur van deze fase mag niet langer zijn dan twaalf jaar, behoudens uitzonderingen die in onderling overleg kunnen worden vastgesteld. Deze uitzonderingen mogen geen beletsel vormen voor het voltooien van de douane-unie binnen een redelijke termijn.
Artikel 5
De definitieve fase is gegrondvest op de douane-unie en houdt de versterking in van de coördinatie van het economische beleid der Overeenkomstsluitende Partijen.
Artikel 6
Ten einde de toepassing en de geleidelijke ontwikkeling van de associatieregeling te verzekeren, verenigen de Overeenkomstsluitende Partijen zich in een Associatieraad, die handelt binnen de grenzen van de hem door de Overeenkomst verleende bevoegdheden.
Artikel 7
De Overeenkomstsluitende Partijen nemen alle algemene of bijzondere maatregelen die geschikt zijn om de nakoming van de uit de Overeenkomst voortvloeiende verplichtingen te verzekeren.
Zij onthouden zich van alle maatregelen die de verwezenlijking van de doelstellingen der Overeenkomst in gevaar kunnen brengen.
Titel II. Tenuitvoerlegging van de overgangsfase
Artikel 8
Ten einde de in artikel 4 genoemde doelstellingen te verwezenlijken, stelt de Associatieraad voor de aanvang van de overgangsfase, en volgens de in artikel 1 van het Voorlopige Protocol vermelde procedure, de voorwaarden van, de wijze waarop en het ritme voor de tenuitvoerlegging van de bepalingen vast betreffende de in het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap bedoelde onderwerpen die in aanmerking genomen moeten worden, met name die welke zijn bedoeld in deze Titel, alsmede elke vrijwaringsclausule die dienstig zou kunnen blijken.
Artikel 9
De Overeenkomstsluitende Partijen erkennen, dat binnen de werkingssfeer van de Overeenkomst, en onverminderd de bijzondere bepalingen die krachtens artikel 8 zouden kunnen worden vastgesteld, elke discriminatie uit hoofde van nationaliteit is verboden, overeenkomstig het in artikel 7 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap vermelde beginsel.
Hoofdstuk 1. Douane-unie
Artikel 10
1. De in artikel 2, lid 2, van de Overeenkomst bedoelde douane-unie strekt zich uit over het gehele goederenverkeer.
2.
De douane-unie houdt in:
-
-
het verbod tussen de Lid-Staten van de Europese Gemeenschap en Turkije, bij invoer en bij uitvoer, van douanierechten, van heffingen van gelijke werking en van kwantitatieve beperkingen, alsmede van alle andere maatregelen van gelijke werking, die ten doel hebben aan de nationale produktie een bescherming te verlenen, die in strijd is met de doelstellingen van de Overeenkomst;
-
-
-
het aanvaarden, in de betrekkingen van Turkije met derde landen, van het gemeenschappelijk douanetarief van de Europese Gemeenschap, alsmede een aanpassing aan de overige door de Europese Gemeenschap op het gebied van de buitenlandse handel toegepaste regelingen.
-
Hoofdstuk 2. Landbouw
Artikel 11
1. De associatieregeling omvat mede de landbouw en de handel in landbouwprodukten, volgens bijzondere bepalingen, waarbij rekening wordt gehouden met het gemeenschappelijk landbouwbeleid van de Europese Gemeenschap.
2. Onder landbouwprodukten wordt verstaan de produkten vermeld in de lijst die als Bijlage II aan het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap is gehecht, zoals deze thans is aangevuld krachtens artikel 38, lid 3, van genoemd Verdrag.
Hoofdstuk 3. Andere bepalingen van economische aard
Artikel 12
De Overeenkomstsluitende Partijen komen overeen zich te laten leiden door de artikelen 48, 49 en 50 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, ten einde onderling geleidelijk het vrije verkeer van werknemers tot stand te brengen.
Artikel 13
De Overeenkomstsluitende Partijen komen overeen zich te laten leiden door de artikelen 52 tot en met 56 en door artikel 58 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, ten einde onderling de beperkingen van de vrijheid van vestiging op te heffen.
Artikel 14
De Overeenkomstsluitende Partijen komen overeen zich te laten leiden door de artikelen 55, 56 en 58 tot en met 65 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, ten einde onderling de beperkingen van het vrij verrichten van diensten op te heffen.
Artikel 15
De voorwaarden waaronder, en de wijze waarop de bepalingen van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en de besluiten, genomen krachtens deze bepalingen met betrekking tot het vervoer, tot Turkije worden uitgebreid, zullen worden vastgesteld met inachtneming van de aardrijkskundige ligging van Turkije.
Artikel 16
De Overeenkomstsluitende Partijen erkennen dat de beginselen neergelegd in de bepalingen betreffende de mededinging, het belastingwezen en de aanpassing van de wetgevingen, vervat in Titel I van het derde deel van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, in hun associatiebetrekkingen dienen te worden toegepast.
Artikel 17
Elke Staat die Partij is bij de Overeenkomst voert het economische beleid dat noodzakelijk is om het evenwicht van zijn betalingsbalans in haar geheel te verzekeren en het vertrouwen in zijn valuta te handhaven, en draagt daarbij tevens zorg voor een voortdurende en evenwichtige groei van zijn economie bij een stabiel prijspeil.
Hij voert die conjunctuurpolitiek, en met name dat financiële en monetaire beleid, die het mogelijk maken deze doelstellingen te verwezenlijken.
Artikel 18
Elke Staat die Partij is bij de Overeenkomst voert inzake de wisselkoers een politiek waardoor de verwezenlijking van de doelstellingen van de Associatie verzekerd kan worden.
Artikel 19
De Lid-Staten van de Europese Gemeenschap en Turkije staan in de valuta van het land, waarin de schuldeiser of de begunstigden verblijf houden, de betalingen of overmakingen toe die betrekking hebben op het goederen-, diensten- en kapitaalverkeer, alsmede de overmaking van kapitaal en lonen, voor zover het goederen-, diensten-, kapitaal- en personenverkeer tussen de Lid-Staten en Turkije krachtens de Overeenkomst is vrijgemaakt.
Artikel 20
De Overeenkomstsluitende Partijen plegen met elkaar overleg ten einde tussen de Lid-Staten van de Europese Gemeenschap en Turkije het kapitaalverkeer, dat de verwezenlijking van de doelstellingen van de Overeenkomst bevordert, te vergemakkelijken.
Zij streven ernaar, te zoeken naar alle middelen ter bevordering van de investeringen in Turkije van kapitaal uit de landen van de Europese Gemeenschap, die tot de ontwikkeling van de Turkse economie kunnen bijdragen.
De ingezetenen van elke Lid-Staat kunnen aanspraak maken op alle voordelen, met name wat betreft de deviezen en op fiscaal gebied, die ten aanzien van buitenlands kapitaal door Turkije aan een andere Lid-Staat of aan een derde land worden toegekend.
Artikel 21
De Overeenkomstsluitende Partijen komen overeen een procedure van overleg uit te werken, ten einde de coördinatie van hun handelspolitiek ten opzichte van derde landen en het in acht nemen van hun wederzijdse belangen op dit gebied te verzekeren, onder andere ingeval derde landen op een later tijdstip tot de Europese Gemeenschap toetreden of zich met haar associëren.
Titel III. Algemene en slotbepalingen
Artikel 22
1. Voor de verwezenlijking van de in de Overeenkomst vermelde doelstellingen en in de in de Overeenkomst bedoelde gevallen is de Associatieraad bevoegd tot het nemen van besluiten. Ieder der beide Partijen is verplicht de maatregelen te nemen, nodig voor de tenuitvoerlegging van de genomen besluiten. De Associatieraad kan eveneens dienstige aanbevelingen doen.
2. De Associatieraad onderwerpt op gezette tijden de resultaten van de associatieregeling aan een onderzoek en houdt daarbij rekening met de doelstellingen van de Overeenkomst. Gedurende de voorbereidende fase is dit onderzoek evenwel beperkt tot een gedachtenwisseling.
3. Bij de aanvang van de overgangsfase neemt de Associatieraad de passende besluiten ingeval een gemeenschappelijk optreden van de Overeenkomstsluitende Partijen noodzakelijk blijkt om bij de uitvoering van de associatieregeling een van de doelstellingen van de Overeenkomst te bereiken, zonder dat in de Overeenkomst de bevoegdheid tot optreden is gegeven, die daartoe vereist is.
Artikel 23
De Associatieraad bestaat enerzijds uit leden van de Regeringen der Lid-Staten, van de Raad en van de Commissie der Europese Gemeenschap en anderzijds uit leden van de Turkse Regering.
De leden van de Associatieraad kunnen zich doen vertegenwoordigen volgens de bepalingen van het reglement van orde.
De Associatieraad spreekt zich uit met eenparigheid van stemmen.
Artikel 24
Het voorzitterschap van de Associatieraad wordt bij toerbeurt voor de tijd van zes maanden uitgeoefend door een vertegenwoordiger van de Europese Gemeenschap en een vertegenwoordiger van Turkije. De duur van het eerste voorzitterschap kan bij besluit van de Associatieraad worden verkort.
De Associatieraad stelt zijn reglement van orde vast.
De Associatieraad kan besluiten ieder comité in te stellen dat hem kan bijstaan bij de vervulling van zijn taak, en met name een comité dat zorg draagt voor de voortdurende samenwerking die noodzakelijk is voor de goede werking van de Overeenkomst.
De Associatieraad stelt de taak en de bevoegdheden van deze comités vast.
Artikel 25
1. Iedere Overeenkomstsluitende Partij kan aan de Associatieraad elk geschil voorleggen inzake de toepassing of uitlegging van de Overeenkomst, dat de Europese Gemeenschap, een Lid-Staat van de Europese Gemeenschap of Turkije betreft.
2. De Associatieraad kan het geschil beslechten door middel van een beslissing; hij kan eveneens besluiten het geschil voor te leggen aan het Hof van Justitie der Europese Gemeenschappen of aan elke andere bestaande rechterlijke instantie.
3. Iedere Partij is verplicht de maatregelen te nemen die nodig zijn voor de tenuitvoerlegging van de beslissing of de uitspraak.
4. De Associatieraad stelt, overeenkomstig artikel 8 van de Overeenkomst, de bepalingen vast van een scheidsrechterlijke procedure of van elke andere gerechtelijke procedure waarvan de Overeenkomstsluitende Partijen gedurende de overgangsfase en de definitieve fase gebruik zullen kunnen maken, ingeval het geschil niet overeenkomstig lid 2 van dit artikel beslecht kan worden.
Artikel 26
De bepalingen van de Overeenkomst zijn niet van toepassing op produkten die onder de bevoegdheid van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal vallen.
Artikel 27
De Associatieraad neemt alle dienstige maatregelen ten einde de samenwerking en de nodige contacten tussen het Europese Parlement, het Economisch en Sociaal Comité en de andere organen van de Europese Gemeenschap, enerzijds, en het Turkse Parlement en de overeenkomstige organen van Turkije, anderzijds, te vergemakkelijken.
Tijdens de voorbereidende fase zijn deze contacten evenwel beperkt tot betrekkingen tussen het Europese Parlement en het Turkse Parlement.
Artikel 28
Wanneer de werking van de Overeenkomst het toelaat de algehele aanvaarding door Turkije van de uit het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voortvloeiende verplichtingen te overwegen, onderzoeken de Overeenkomstsluitende Partijen de mogelijkheid van een toetreding van Turkije tot de Europese Gemeenschap.
Artikel 29
De overeenkomst is van toepassing op het gebied waar het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap van toepassing is, op de in dat Verdrag neergelegde voorwaarden, en op het grondgebied van de Republiek Turkije.
Artikel 30
De Protocollen, die ingevolge tussen de Overeenkomstsluitende Partijen bereikte overeenstemming aan de Overeenkomst zijn gehecht, maken een integrerend deel daarvan uit.
Artikel 31
De Overeenkomst dient door de ondertekenende Staten te worden bekrachtigd overeenkomstig hun onderscheiden grondwettelijke voorschriften en, wat de Gemeenschap betreft, rechtsgeldig te worden gesloten bij een besluit van de Raad, genomen overeenkomstig de bepalingen van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, dat ter kennis wordt gebracht van de Partijen bij de Overeenkomst.
De boven bedoelde akten van bekrachtiging en akte van kennisgeving van sluiting worden te Brussel uitgewisseld.
Artikel 32
De Overeenkomst treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand volgende op de datum van uitwisseling van de akten van bekrachtiging en van de akte van kennisgeving, genoemd in artikel 31.
Artikel 33
De Overeenkomst is opgesteld in twee exemplaren, in de Duitse, de Franse, de Italiaanse, de Nederlandse en de Turkse taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek.