rijk/wet/wijzigingswet-belastingwetten-herziening-regime-ter-zake-van-winst-uit-aanmerkel/BWBR0008426
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Wijzigingswet belastingwetten herziening regime ter zake van winst uit aanmerkelijk belang, consumptieve rente en vermogensbelasting BWBR0008426 wet geldend 1997-01-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0008426 Wijzigingswet belastingwetten herziening regime ter zake van winst uit aanmerkelijk belang, consumptieve rente en vermogensbelasting

Wijzigingswet belastingwetten herziening regime ter zake van winst uit aanmerkelijk belang, consumptieve rente en vermogensbelasting

Artikel I

Wijzigt de Wet op de inkomstenbelasting 1969.

Artikel II

Wijzigt de Wet op de vermogensbelasting 1964.

Artikel III

Wijzigt de Wet op de vennootschapsbelasting 1969.

Artikel IV

Wijzigt de Invorderingswet 1990.

Artikel V

Wijzigt de Successiewet 1956.

Artikel VI

Wijzigt de Wet op de dividendbelasting 1965.

Artikel VII

Wijzigt de Wet op belastingen van rechtsverkeer.

Artikel VIII

Wijzigt de Wet op de loonbelasting 1964.

Artikel IX

Wijzigt de Wijzigingswet van 24 december 1993 van belastingwetten (verhoging van de ondernemingsvrijstelling, wijziging teruggaafregeling inzake beperking van de gezamenlijke druk van inkomstenbelasting en vermogensbelasting, verhoging van de belastingvrije sommen en vrijstelling van natuurschoonwetlandgoederen in de vermogensbelasting, wijziging loon- en inkomstenbelasting ivm uitstel van loon, alsmede wijziging van de fictief-rendementsregeling in de inkomstenbelasting (Stb. 733).

Artikel X

Voor de kalenderjaren 1997 en 1998 worden de in artikel 45, vierde lid, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 genoemde bedragen van f 5 000 en f 10 000, onderscheidenlijk de bedragen die per 1 januari 1998 daarvoor in de plaats komen na de bijstelling op de voet van artikel 66b van die wet, verhoogd tot onderscheidenlijk:

f 10 000 en f 20 000 voor het kalenderjaar 1997;

f 7500 en f 15 000 voor het kalenderjaar 1998.

Artikel XI

Voor het kalenderjaar 1997 wordt in artikel 12a van de Wet op de loonbelasting 1964 «het in artikel 71, tweede lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen bedoelde bedrag aan premie-inkomen dat ten hoogste in aanmerking wordt genomen» vervangen door: f 78 000.

Artikel XII

1. Ten aanzien van een lichaam dat met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze wet niet langer als een beleggingsinstelling wenst te worden aangemerkt, blijft artikel 28 van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 op verzoek van het lichaam buiten toepassing en bedraagt de belasting, voor zover in het belastbare bedrag van het jaar is begrepen de herbeleggingsreserve en de afrondingsreserve welke ingevolge artikel 10, derde lid, tweede volzin, van het Besluit beleggingsinstellingen in de winst van dat jaar zijn opgenomen, in afwijking in zoverre van artikel 22 van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969, 15 percent.

2. Ten aanzien van een lichaam dat op de voet van het eerste lid niet langer als een beleggingsinstelling in de zin van artikel 28 van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 wordt aangemerkt en bij het einde van de statusperiode nog verliezen heeft die niet zijn verrekend, blijft met betrekking tot die verliezen voor wat betreft de voorwaartse verrekening buiten toepassing het in artikel 20, derde lid, van die wet opgenomen voorschrift dat verliezen geleden in de statusperiode niet verrekenbaar zijn met belastbare winsten genoten buiten die periode.

Artikel XIII

1. De bepalingen welke ingevolge artikel I, onderdeel L vervallen, blijven van toepassing ten aanzien van de belastingplichtige met betrekking tot de door hem op 31 december 1996 bezeten aandelen welke een aanmerkelijk belang vormen in de zin van artikel 39 van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 zoals dat luidde op die datum en welke aandelen na de inwerkingtreding van deze wet op grond van het bepaalde in artikel 20a van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 geen aanmerkelijk belang meer vormen. De desbetreffende winst uit aanmerkelijk belang wordt belast op de voet van artikel 57b van de Wet op de inkomstenbelasting 1964.

2. Het ingevolge artikel I, onderdeel M vervallen artikel 44c van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 blijft van toepassing met betrekking tot aandelen die na 31 december 1996 worden ingekocht en op die datum voldeden aan de in dat artikel gestelde criteria, mits die aandelen niet behoren tot een aanmerkelijk belang als bedoeld in artikel 20a van de Wet op de inkomstenbelasting 1964.

3. In afwijking in zoverre van artikel 60, eerste lid, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 wordt ter zake van een verlies uit aanmerkelijk belang niet meer verrekend dan een bedrag van 20 percent daarvan indien en voor zover dat verlies het gevolg is van ontbinding van een overeenkomst ter zake waarvan de belastingplichtige voor de inwerkingtreding van deze wet winst uit aanmerkelijk belang heeft behaald.

4. De bepalingen welke ingevolge artikel IV, onderdelen A en B, worden gewijzigd, blijven van toepassing met betrekking tot belastingaanslagen bij de vaststelling waarvan artikel 40b van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 of artikel 48, vierde lid, laatste volzin, van die wet, zoals die luidden op 31 december 1996, toepassing heeft gevonden.

Artikel XIV

Onze Minister van Financiën zal de Staten-Generaal zo spoedig mogelijk, doch in ieder geval vóór 1 juli 1997 en vervolgens vóór 1 juli 1998, alsmede vóór 1 juli 1999, op de hoogte brengen van meeropbrengsten van structurele aard indien deze zich bij de dividendbelasting of de inkomstenbelasting voordoen als gevolg van de invoering van het gewijzigde regime voor winst uit aanmerkelijk belang.

Artikel XV

1. Deze wet treedt in werking met ingang van 1 januari 1997.

2.

Met betrekking tot aandelen en schuldvorderingen waarvan de tegenprestatie ten tijde van de verkrijging minder dan zeventig percent bedraagt van het gemiddeld op de desbetreffende aandelen gestorte kapitaal respectievelijk het nominale bedrag van die schuldvorderingen werken de wijzigingen ingevolge artikel I, onderdelen A, C, D, E met uitzondering van artikel 24, vierde lid, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 -, G, H, I, K, L, M, P.1, R, S, V.2, V.3, W, X, Y, Z, AA, BB, CC, DD, EE, GG, HH, II en KK, artikel III, onderdelen A.2, C, artikel IV, artikel VI, onderdeel B, en artikel XIII, eerste lid en vierde lid, van deze wet terug tot en met 4 juni 1996; alsdan worden de in artikel 70c en artikel 70d van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 alsmede de in artikel XIII, eerste lid en vierde lid, van deze wet genoemde data van 31 december 1996 en 1 januari 1997 met betrekking tot deze aandelen en schuldvorderingen vervangen door onderscheidenlijk 3 juni 1996 en 4 juni 1996.

Voor de toepassing van de eerste volzin geldt als tegenprestatie bij de verkrijging van aandelen in het kader van de omzetting van een schuldvordering in aandelenkapitaal, de tegenprestatie bij de verkrijging van die schuldvordering; voorts is voor de toepassing van die volzin het bepaalde in artikel 70c, vierde en vijfde lid, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 van overeenkomstige toepassing. De eerste volzin is niet van toepassing voor zover de aandelen aan de belastingplichtige zijn uitgereikt ten laste van een in de vennootschap aanwezige reserve of gestort kapitaal, mits met betrekking tot de op dat tijdstip reeds in bezit zijnde aandelen van de vennootschap de tegenprestatie ten tijde van de verkrijging van die aandelen zeventig percent of meer bedraagt van het gemiddeld op de desbetreffende aandelen gestorte kapitaal.

3. Artikel I, onderdeel FF, en artikel II, uitgezonderd onderdeel B.2. en onderdeel C, vinden voor het eerst toepassing met ingang van 1 januari 1998.

4. Artikel V vindt voor het eerst toepassing indien het overlijden of de in artikel 45, derde lid, tweede volzin, of in artikel 53, eerste lid, van de Successiewet 1956 bedoelde gebeurtenis plaatsvindt op of na 1 januari 1997. Ten aanzien van aandelen en schuldvorderingen als bedoeld in het tweede lid van dit artikel vindt artikel V voor het eerst toepassing indien het overlijden of de in artikel 45, derde lid, tweede volzin, of in artikel 53, eerste lid, van de Successiewet 1956 bedoelde gebeurtenis plaatsvindt op of na 4 juni 1996.