40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Besluit elektronische publicaties | BWBR0045037 | AMvB | geldend | 2021-07-01 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0045037 | Besluit elektronische publicaties |
Besluit elektronische publicaties
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1.1
In dit besluit wordt verstaan onder:
- afkondigingsblad: door het bestuurscollege uitgegeven publicatieblad;
- bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie: bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie, bedoeld in artikel 8, derde lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen;
- bestuurscollege: bestuurscollege van het openbaar lichaam, bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van de Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba;
- dagelijks bestuur van het openbaar lichaam: dagelijks bestuur van het openbaar lichaam, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen;
- de wet: de Bekendmakingswet;
- gemeenschappelijk orgaan: gemeenschappelijk orgaan als bedoeld in artikel 8, tweede lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen;
- MijnOverheid-account: MijnOverheid-account als bedoeld in artikel 1 van het Besluit digitale overheid;
- Onze Minister: Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
- publicatiebladen: in de artikelen 1 en 2 van de wet genoemde publicatiebladen die elektronisch worden uitgegeven, met uitzondering van het Staatsblad.
Hoofdstuk 2. Integriteit beraadslaging en vaststelling
Artikel 2.1
Onze Minister, gedeputeerde staten, het college van burgemeester en wethouders, het dagelijks bestuur van het waterschap, het bestuurscollege, het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam, het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie en het gemeenschappelijk orgaan, dragen er zorg voor dat de nodige maatregelen worden getroffen om te waarborgen dat het bekendgemaakte besluit het besluit is waarover is beraadslaagd en dat nadien is vastgesteld. Bij ministeriële regeling kunnen daaromtrent nadere regels worden gesteld.
Hoofdstuk 3. Publicatiebladen
Artikel 3.1
1. De publicatiebladen, met uitzondering van het afkondigingsblad, worden uitgegeven op een bij ministeriële regeling te bepalen internetadres.
2. Het afkondigingsblad dat elektronisch wordt uitgegeven, wordt uitgegeven op het internetadres, bedoeld in het eerste lid, of op een door het bestuurscollege te bepalen internetadres.
3. Op de publicatiebladen wordt vermeld wanneer zij zijn uitgegeven.
Artikel 3.2
Onze Minister draagt er zorg voor dat de publicatiebladen die worden uitgegeven door middel van de door Onze Minister in stand gehouden digitale infrastructuur na de uitgifte elektronisch op een algemeen toegankelijke wijze beschikbaar blijven. Bij ministeriële regeling kunnen daaromtrent nadere regels worden gesteld.
Artikel 3.3
Onze Minister draagt er zorg voor dat de nodige maatregelen worden getroffen ter waarborging van de betrouwbaarheid en de beveiliging van de elektronische uitgifte en de beschikbaarstelling van de publicatiebladen die worden uitgegeven door middel van de door Onze Minister in stand gehouden digitale infrastructuur, alsmede van de integriteit van publicaties zodanig dat de beschikbare versie van een publicatie gelijk is aan de publicatie zoals deze in het betreffende publicatieblad is geplaatst. Bij ministeriële regeling kunnen daaromtrent nadere regels worden gesteld.
Artikel 3.4
Indien het afkondigingsblad elektronisch wordt uitgegeven, is de zorgplicht, bedoeld in de artikelen 3.2 en 3.3, van overeenkomstige toepassing op het bestuurscollege.
Artikel 3.5
1.
Naast al hetgeen waarvan bekendmaking, mededeling of kennisgeving in de publicatiebladen wettelijk is voorgeschreven, worden tevens opgenomen:
a. a. in de Staatscourant andere publicaties afkomstig van het Rijk, van bestuursorganen van andere openbare lichamen dan genoemd in artikel 2, eerste tot en met vijfde lid, van de wet en van bestuursorganen die niet behoren tot een openbaar lichaam; en b. b. in het betreffende publicatieblad andere publicaties afkomstig van bestuursorganen die behoren tot een van de in artikel 2, eerste tot en met vierde lid, van de wet genoemde openbare lichamen, of de in artikel 2, vijfde lid, van de wet genoemde openbare lichamen, bedrijfsvoeringsorganisaties en gemeenschappelijke organen.
2. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld omtrent andere publicaties als bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b.
Artikel 3.6
De eerste ondertekenaar van een publicatie als bedoeld in artikel 3.5, eerste lid, aanhef en onderdeel a, bepaalt het tijdstip van de plaatsing van de publicatie in de Staatscourant en draagt er zorg voor dat de toezending op een zodanig tijdstip en op zodanige wijze plaatsvindt dat de plaatsing tijdig kan geschieden.
Artikel 3.7
1.
In een kennisgeving in de vorm van een zakelijke weergave van de inhoud van een publicatie als bedoeld in artikel 12, eerste lid, van de wet, wordt ten minste vermeld:
a. a. een beschrijving van het betreffende object of de betreffende activiteit en, in voorkomend geval, de locatie daarvan; b. b. een zodanige beschrijving van het gevraagde besluit, het ontwerpbesluit of het besluit en het gevraagde rechtsgevolg, het beoogde rechtsgevolg onderscheidenlijk het rechtsgevolg daarvan dat potentiële belanghebbenden eruit kunnen afleiden in hoeverre zij in hun belangen worden geraakt; en c. c. of gelegenheid bestaat om zienswijzen naar voren te brengen dan wel rechtsmiddelen in te stellen en zo ja, voor wie.
2. Bij ministeriële regeling kunnen daaromtrent nadere regels worden gesteld.
Artikel 3.8
Onze Minister, gedeputeerde staten, het college van burgemeester en wethouders, het dagelijks bestuur van het waterschap, het bestuurscollege, het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam, het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie en het gemeenschappelijk orgaan, passen met betrekking tot de plaatsing in onderscheidenlijk de Staatscourant, het provinciaal blad, het gemeenteblad, het waterschapsblad, het afkondigingsblad indien dat elektronisch wordt uitgegeven en het publicatieblad de regels of technische standaarden toe die bij regeling van Onze Minister zijn gesteld onderscheidenlijk zijn aangewezen.
Hoofdstuk 4. Bekendmaking als bedoeld in
Artikel 4.1
1. Onderdelen van besluiten die zijn bekendgemaakt op de wijze, bedoeld in artikel 7, tweede lid, van de wet, blijven elektronisch beschikbaar op de bij de bekendmaking aangegeven wijze.
2. Indien de elektronische beschikbaarheid op de bij de bekendmaking aangegeven wijze niet langer is geborgd, voorziet het betreffende bestuursorgaan in afwijking van het eerste lid in een vervangende wijze die ten minste in de geconsolideerde tekst wordt vermeld.
3. Bij ministeriële regeling kunnen daaromtrent nadere regels worden gesteld.
Hoofdstuk 5. Beschikbaarstelling geconsolideerde teksten
Artikel 5.1
1. De teksten van bekendgemaakte wetten, algemene maatregelen van bestuur en anders dan bij wet of algemene maatregel van bestuur vastgestelde algemeen verbindende voorschriften, beleidsregels en gemeenschappelijke regelingen zijn in geconsolideerde vorm voor eenieder beschikbaar door plaatsing op een bij ministeriële regeling te bepalen internetadres.
2.
Het eerste lid is niet van toepassing op:
a. a. wetten, algemene maatregelen van bestuur en anders dan bij wet of algemene maatregel van bestuur vanwege het Rijk vastgestelde algemeen verbindende voorschriften die zijn ingetrokken of uitgewerkt vóór 1 juli 2009; b. b. anders dan vanwege het Rijk vastgestelde algemeen verbindende voorschriften die zijn ingetrokken of uitgewerkt vóór 1 januari 2011; c. c. beleidsregels die zijn ingetrokken of uitgewerkt vóór de datum gelegen een jaar na het tijdstip waarop artikel 1.1 van de Wet elektronische publicaties in werking is getreden; d. d. gemeenschappelijke regelingen die zijn ingetrokken of uitgewerkt vóór 1 januari 2015; e. e. algemeen verbindende voorschriften die zijn bekendgemaakt op grond van de Wet ruimtelijke ordening; f. f. wetten, algemene maatregelen van bestuur en anders dan bij wet of algemene maatregel van bestuur vastgestelde algemeen verbindende voorschriften, beleidsregels en gemeenschappelijke regelingen voor zover deze strekken tot wijziging van een of meer wetten, algemene maatregelen van bestuur of anders dan bij wet of algemene maatregel van bestuur vastgestelde algemeen verbindende voorschriften, beleidsregels of gemeenschappelijke regelingen; g. g. wetten inzake de begroting, bedoeld in artikel 105, eerste lid, van de Grondwet; en h. h. wetten die uitsluitend strekken tot goedkeuring van verdragen.
Hoofdstuk 6. Elektronische berichten
Artikel 6.1
Elektronische berichten over bekendmakingen, mededelingen en kennisgevingen in de publicatiebladen worden gezonden aan personen die beschikken over een geactiveerd MijnOverheid-account op het in dat kader opgegeven e-mailadres.
Artikel 6.2
Personen die geen elektronische berichten willen ontvangen, melden zich voor deze berichten af in hun MijnOverheid-account. Indien het adres van hun inschrijving in de basisregistratie personen wijzigt, kunnen zij worden uitgenodigd zich voor deze berichten aan te melden.
Hoofdstuk 7. Wijziging
Artikel 7.1
Wijzigt het Bekendmakingsbesluit.
Hoofdstuk 8. Wijziging
Artikel 8.1
Wijzigt het Besluit verwerking persoonsgegevens generieke digitale infrastructuur
Hoofdstuk 9. Wijziging andere besluiten
Artikel 9.1
Wijzigt het Activiteitenbesluit milieubeheer.
Artikel 9.2
Wijzigt het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW).
Artikel 9.3
Wijzigt het Besluit algemene regels milieu mijnbouw.
Artikel 9.4
Wijzigt het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming.
Artikel 9.5
Wijzigt het Besluit diergeneesmiddelen.
Artikel 9.6
Wijzigt het Besluit kennisgevingen Nederlandse loodsencorporatie.
Artikel 9.7
Wijzigt het Besluit lozen buiten inrichtingen.
Artikel 9.8
Wijzigt het Besluit mobiel breken bouw- en sloopafval.
Artikel 9.9
Wijzigt het Besluit natuurbescherming.
Artikel 9.10
Wijzigt het Besluit omgevingsrecht.
Artikel 9.11
Wijzigt het Besluit ruimtelijke ordening.
Artikel 9.12
Wijzigt het Omgevingsbesluit.
Artikel 9.13
Wijzigt het Vuurwerkbesluit.
Hoofdstuk 10. Intrekking
Artikel 10.1
Het Besluit bekendmaking en beschikbaarstelling regelgeving decentrale overheden wordt ingetrokken.
Hoofdstuk 11. Overgangs- en slotbepalingen
Artikel 11.1
1. Van 1 januari 2024 tot 1 januari 2025 kan een bestuursorgaan in plaats van de krachtens artikel 3.8 aangewezen technische standaarden toepassing geven aan een technische standaard als bedoeld in de Regeling standaarden ruimtelijke ordening 2012, zoals deze gold onmiddellijk voor 1 januari 2024.
2. In afwijking van het eerste lid, geldt de uitzondering, bedoeld in het eerste lid, tot 1 januari 2026 voor besluiten op grond van de artikelen 2.4, 2.6, 2.33, 4.14 en 16.21 van de Omgevingswet, en voor besluiten genomen door gedeputeerde staten op grond van 5.44 van de Omgevingswet.
3. Als voor het einde van de termijn, bedoeld in het eerste of tweede lid, een ontwerpbesluit ter inzage is gelegd, kan een bestuursorgaan bij de publicatie van het besluit in plaats van de krachtens artikel 3.8 aangewezen technische standaarden toepassing geven aan een technische standaard als bedoeld in de Regeling standaarden ruimtelijke ordening 2012, zoals deze gold onmiddellijk voor 1 januari 2024.
4. Totdat een besluit, gepubliceerd met toepassing van de uitzonderingen, bedoeld in het eerste, tweede of derde lid, onherroepelijk is geworden, kan dit besluit worden gewijzigd met toepassing van een technische standaard als bedoeld in de Regeling standaarden ruimtelijke ordening 2012, zoals deze gold onmiddellijk voor 1 januari 2024, in plaats van de krachtens artikel 3.8 aangewezen technische standaarden.
5. Als een bestuursorgaan toepassing geeft aan het eerste, tweede, derde of vierde lid, zijn de artikelen 5.5a, 10.3c en 10.7a van het Omgevingsbesluit niet van toepassing.
6. Op de landelijke voorziening, bedoeld in artikel 1.2.1, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening, zoals dat luidde onmiddellijk voor 1 januari 2024, blijft het recht van overeenkomstige toepassing zoals dat gold onmiddellijk voor 1 januari 2024, voor zover dat nodig is voor het beschikbaar stellen van de ontwerpbesluiten en besluiten met gebruik van een technische standaard als bedoeld in de Regeling standaarden ruimtelijke ordening 2012.
7.
Artikel 5.1, eerste lid, is niet van toepassing op:
a. a. besluiten, gepubliceerd met toepassing van de uitzonderingen bedoeld in het eerste, tweede, derde of vierde lid, en b. b. algemeen verbindende voorschriften, beleidsregels en andere besluiten die niet tot een of meer belanghebbenden zijn gericht:
1°.
waarvan de grondslag is opgenomen in de Omgevingswet; en
2°.
die zijn gepubliceerd voor 1 januari 2024.
1°. 1°. waarvan de grondslag is opgenomen in de Omgevingswet; en 2°. 2°. die zijn gepubliceerd voor 1 januari 2024.
8. Dit artikel vervalt met ingang van het tijdstip, bepaald in het koninklijk besluit, bedoeld in artikel 22.6, derde lid, van de Omgevingswet.
Artikel 11.2
De artikelen van dit besluit treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
Artikel 11.3
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit elektronische publicaties.