40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Besluit Opheffing Bedrijfschap voor het Maatkledingbedrijf | BWBR0004301 | AMvB | geldend | 1988-04-21 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0004301 | Besluit Opheffing Bedrijfschap voor het Maatkledingbedrijf |
Besluit Opheffing Bedrijfschap voor het Maatkledingbedrijf
Artikel 1
Het bedrijfschap voor het Maatkledingbedrijf, ingesteld bij het Koninklijk besluit van 20 maart 1958 (Stb. 157), is opgeheven. De door het bedrijfschap vastgestelde verordeningen, voor zover nog van kracht bij de inwerkingtreding van dit besluit, vervallen.
Artikel 2
1. Vanaf de inwerkingtreding van dit besluit berust het beheer van het vermogen van het bedrijfschap bij de Sociaal-Economische Raad.
2. Rechtsvorderingen, welke tot het vermogen van het bedrijfschap behorende rechten of verplichtingen tot onderwerp hebben, worden ingesteld door of tegen de Sociaal-Economische Raad.
Artikel 3
1. De Sociaal-Economische Raad is belast met de vereffening van het vermogen van het bedrijfschap. Hij kan daartoe de tot het vermogen van het bedrijfschap behorende roerende en onroerende zaken vervreemden.
2. De Raad maakt met het oog op de vereffening een boedelbeschrijving op. Hij stelt tevens de rekening van inkomsten en uitgaven van het bedrijfschap vast over het tijdvak, aanvangende op de eerste januari van het jaar, volgende op het kalenderjaar waarover laatstelijk een rekening van inkomsten en uitgaven door het bestuur van het bedrijfschap werd vastgesteld, en eindigende op de dag van inwerkingtreding van dit besluit.
3. De vaststelling van de rekening van inkomsten en uitgaven door de Raad strekt tot décharge van het dagelijks bestuur van het bedrijfschap, behoudens in geval van later gebleken valsheid in bewijsstukken of andere onregelmatigheden.
Artikel 4
1. De Sociaal-Economische Raad maakt het tijdstip van de aanvang der vereffening bekend in de Staatscourant en in het Mededelingenblad Bedrijfsorganisatie, alsmede in de daartoe naar zijn oordeel in aanmerking komende nieuwsbladen, onder vermelding van de afkondiging van dit besluit.
2. In de bekendmaking worden degenen die een vordering op het bedrijfschap hebben, opgeroepen die vorderingen binnen een daarbij aangegeven termijn bij de Raad in te dienen. Deze termijn wordt niet korter gesteld dan zes maanden, te rekenen vanaf de dag van de bekendmaking.
Artikel 5
1. De opheffing van het bedrijfschap tast de rechtskracht van de door dat lichaam wettig opgelegde heffingsaanslagen niet aan.
2. Bij de inning van nog niet betaalde heffingsaanslagen van het bedrijfschap oefent de voorzitter van de Sociaal-Economische Raad zo nodig de in artikel 127 van de Wet op de Bedrijfsorganisatie aan de voorzitter van het bedrijfschap toegekende bevoegdheden uit.
3. De Raad kan, voor zover dit voor de voldoening van de schulden van het bedrijfschap noodzakelijk is, bij verordening aan de ondernemers in het betrokken deel van het bedrijfsleven die over het jaar 1987 heffing verschuldigd waren, een heffing opleggen volgens dezelfde maatstaven als in voormeld jaar werd toegepast. De verordening behoeft goedkeuring bij Koninklijk besluit.
4. Ten aanzien van een heffingsverordening als in het vorige lid bedoeld en de krachtens die verordening opgelegde aanslagen zijn de artikelen 126, 127 en 127a van de Wet op de Bedrijfsorganisatie van overeenkomstige toepassing.
Artikel 6
1. Zo spoedig mogelijk nadat de Sociaal-Economische Raad het vermogen van het bedrijfschap heeft vereffend, brengt hij daarover aan Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid verslag uit. Het verslag gaat vergezeld van een door de Raad vastgestelde rekening van baten en lasten.
2. De vaststelling van het verslag en van de rekening van baten en lasten betreffende de vereffening kan slechts plaatsvinden nadat de ontwerpen van deze stukken gedurende twee maanden ten kantore van de Raad voor een ieder ter lezing zijn neergelegd en tegen betaling van de kosten algemeen verkrijgbaar zijn gesteld en indien binnen die termijn bij de Raad geen bezwaren zijn ingekomen. Van de nederlegging en de verkrijgbaarheid geschiedt openbare kennisgeving in de Staatscourant en in het Mededelingenblad Bedrijfsorganisatie.
3.
Elk ingekomen bezwaar wordt door de Raad onderzocht; wordt het gegrond bevonden, dan zet de Raad de vereffening voort en maakt, zo nodig, een nieuw verslag en een nieuwe rekening op waarin aan het bezwaar is tegemoet gekomen.
Ten aanzien van laatstbedoeld verslag en laatstbedoelde rekening is het tweede lid van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de Raad nieuwe bezwaren, welke reeds tegen het eerste verslag en de eerste rekening hadden kunnen worden ingebracht, niet in overweging neemt. Wordt het bezwaar ongegrond bevonden, dan stelt de Raad het verslag en de rekening alsnog vast.
4. De rekening behoeft goedkeuring bij Koninklijk besluit. De goedkeuring strekt tot décharge van de Raad. De Raad doet van het verlenen van de goedkeuring zo spoedig mogelijk openbare kennisgeving op de wijze als is aangegeven in het tweede lid.
Artikel 7
Aan hetgeen blijkens de goedgekeurde rekening aan vermogen van het bedrijfschap over is, wordt door de Sociaal-Economische Raad, de betrokken organisaties van ondernemers en van werknemers gehoord, een bestemming gegeven, zoveel mogelijk ten nutte van het betrokken deel van het bedrijfsleven.
Artikel 8
1. De opheffing van het bedrijfschap heeft geen gevolg voor de ontvankelijkheid van beroepen ingevolge de Wet administratieve rechtspraak bedrijfsorganisatie. In plaats van het bedrijfschap treedt de Sociaal-Economische Raad als partij op.
2. Uitspraken van het College van Beroep voor het bedrijfsleven, gedaan tegen het bedrijfschap of, op grond van het eerste lid, tegen de Sociaal-Economische Raad, worden door de Raad uitgevoerd, voor zover nodig ten laste van het vermogen van het opgeheven bedrijfschap.
Artikel 9
De Sociaal-Economische Raad draagt zorg, in de zin van de Archiefwet 1962 (Stb. 313), voor de archiefbescheiden van het bedrijfschap, totdat daaromtrent door Onze Minister, belast met de zaken van de publiekrechtelijke bedrijfsorganisatie, in overeenstemming met Onze Ministers, wie het mede aangaat, een andere regeling is getroffen.
Artikel 10
Het Instellingsbesluit Bedrijfschap voor het Maatkledingbedrijf wordt ingetrokken.
Artikel 11
1. Dit besluit kan worden aangehaald als Besluit Opheffing Bedrijfschap voor het Maatkledingbedrijf.
2. Het treedt in werking met ingang van de tweede dag, volgende op die van de uitgifte van het Staatsblad waarin het is geplaatst.