rijk/amvb/fokkerijbesluit/BWBR0006862
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Fokkerijbesluit BWBR0006862 AMvB geldend 2014-06-30 https://wetten.overheid.nl/BWBR0006862 Fokkerijbesluit

Fokkerijbesluit

Artikel 1

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Artikel 2

1.

Met betrekking tot runderen, buffels, varkens, schapen, geiten en paardachtigen geschieden de inschrijving van dieren in een stamboek of register, de inrichting van certificaten die worden afgegeven voor aldus ingeschreven dieren en hun sperma, eicellen en embryos, het prestatie-onderzoek en de beoordeling van de genetische waarden van de dieren in overeenstemming met de regelen die daaromtrent krachtens artikel 7, eerste lid, zijn gesteld en

a. a. voor runderen en buffels: bij artikel 3 van richtlijn 2009/157/EG en bij regelgeving van de Europese Gemeenschap op grond van artikel 6 van die richtlijn zijn gesteld; b. b. voor varkens: bij artikel 4 van richtlijn 88/661/EEG en bij regelgeving van de Europese Gemeenschap op grond van de artikelen 6 en 10 van die richtlijn zijn gesteld; c. c. voor schapen en geiten: bij regelgeving van de Europese Gemeenschap op grond van artikel 4 van richtlijn 89/361/EEG zijn gesteld; d. d. voor paardachtigen: bij artikel 6 van de richtlijn 90/427/EEG en bij regelgeving van de Europese Gemeenschap op grond van de artikelen 4, tweede lid, en 7 van die richtlijn zijn gesteld.

2. Onze Minister doet mededeling in de Staatscourant van de in het eerste lid bedoelde regelgeving van de Europese Gemeenschap, waarbij tevens de datum van inwerkingtreding van deze regelgeving wordt vermeld.

Artikel 3

1.

Onze Minister erkent op aanvraag een organisatie als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, onder i, van richtlijn 2009/157/EG, artikel 1, onderdeel c, eerste streepje, en onderdeel d, eerste streepje, van richtlijn 88/661/EEG, artikel 2, onderdeel b, eerste streepje, van richtlijn 89/361/EEG of artikel 2, onderdeel c, eerste streepje, van richtlijn 90/427/EEG, indien is voldaan aan de voorwaarden die:

a. a. voor runderen en buffels: bij regelgeving van de Europese Gemeenschap op grond van artikel 6 van richtlijn 2009/157/EG zijn gesteld; b. b. voor varkens: bij regelgeving van de Europese Gemeenschap op grond van de artikelen 6 en 10 van richtlijn 88/661/EEG zijn gesteld; c. c. voor schapen en geiten: bij regelgeving van de Europese Gemeenschap op grond van artikel 4 van richtlijn 89/361/EEG zijn gesteld; d. d. voor paardachtigen: bij regelgeving van de Europese Gemeenschap op grond van artikel 4 van richtlijn 90/427/EEG zijn gesteld.

2. Onze Minister erkent op aanvraag een organisatie voor het reglementeren van prestatieonderzoek als bedoeld in beschikking 2006/427/EG, beschikking 90/256/EEG of beschikking 89/507/EEG.

3. Onze Minister erkent op aanvraag een organisatie voor het reglementeren van fokwaardeschattingen en de publicatie van de geschatte waarden als bedoeld in beschikking 2006/427/EG, beschikking 90/256/EEG of beschikking 89/507/EEG.

4. Een erkenning als bedoeld in het tweede en derde lid wordt verleend, indien is voldaan aan de daaraan krachtens artikel 7, eerste lid, gestelde voorwaarden.

5. Onze Minister doet mededeling in de Staatscourant van de in het eerste lid bedoelde regelgeving van de Europese Gemeenschap, waarbij tevens de datum van inwerkingtreding van deze regelgeving wordt vermeld.

Artikel 3a

1. Een erkenning als bedoeld in artikel 3, eerste, tweede en derde lid, wordt niet verleend indien niet gewaarborgd is dat de betrokken organisatie artikel 2, eerste lid, en artikel 6, eerste lid, in acht neemt.

2.

Onze Minister trekt een erkenning in indien:

a. a. een organisatie niet meer voldoet aan de erkenningsvoorwaarden; b. b. een organisatie de in artikel 2, eerste lid of artikel 6, eerste lid, bedoelde regels niet naleeft.

Artikel 4

1. Een ingevolge artikel 3, eerste, tweede of derde lid erkende organisatie rapporteert jaarlijks voor 1 juni aan Onze Minister over de activiteiten waarvoor de erkenning is verleend.

2. De rapportage, bedoeld in het eerste lid, wordt opgesteld met gebruikmaking van een door Onze Minister vastgesteld formulier.

3. Een organisatie als bedoeld in het eerste lid meldt omstandigheden die ertoe leiden dat niet langer is voldaan aan de betreffende erkenningsvoorwaarden of dat onvoldoende gewaarborgd is dat de in artikel 2, eerste lid, of artikel 6, eerste lid, bedoelde voorschriften worden nageleefd, zo spoedig mogelijk aan Onze Minister.

Artikel 5

Een ingevolge artikel 3, eerste lid, erkende organisatie haalt een inschrijving door die niet voldoet aan de regels die bij of krachtens artikel 2, eerste lid, of artikel 6, eerste lid, zijn vastgesteld.

Artikel 6

1.

Voor de inschrijving in een stamboek of register moet mede zijn voldaan aan hetgeen omtrent de toelating van raszuivere runderen, buffels, varkens, schapen, geiten en paardachtigen, onderscheidenlijk hybride varkens tot de voortplanting is voorgeschreven krachtens artikel 7, eerste lid, en

a. a. voor runderen en buffels: bij artikel 3 van richtlijn 87/328/EEG; b. b. voor varkens: bij artikel 2 van richtlijn 90/118/EEG en bij artikel 1 van richtlijn 90/119/EEG; c. c. voor schapen en geiten: bij regelgeving van de Europese Gemeenschap op grond van artikel 4 van richtlijn 89/361/EEG; d. d. voor paardachtigen: bij regelgeving van de Europese Gemeenschap op grond van artikel 7 van richtlijn 90/427/EEG.

2. Onze Minister doet mededeling in de Staatscourant van de in het eerste lid bedoelde regelgeving van de Europese Gemeenschap, waarbij tevens de datum van inwerkingtreding van deze regelgeving wordt vermeld.

Artikel 7

1. Ter uitvoering van de in de artikelen 2 en 6 genoemde richtlijnen en de krachtens die richtlijnen vastgestelde EU-besluiten kunnen bij ministeriële regeling nadere regelen worden gesteld.

2. In verband met de uitvoering van richtlijn 91/174/EEG kunnen bij ministeriële regeling met betrekking tot andere dan de in artikel 2, eerste lid, genoemde diersoorten regelen worden gesteld inzake de erkenning van fokkersorganisaties, de inschrijving of registratie in registers of stamboeken, de toelating van rasdieren tot de fokkerij, het gebruik van sperma, eicellen en embryos van rasdieren en de handel in rasdieren en hun sperma, eicellen en embryos, met inbegrip van het daarbij vereiste certificaat.

3. De in het eerste en het tweede lid bedoelde regelen kunnen mede betrekking hebben op de procedure inzake de erkenning, de intrekking van een erkenning en de doorhaling van een inschrijving in een stamboek of register.

Artikel 8

1. Het is verboden om raszuivere dieren en hybride varkens als zodanig vanuit een derde land in Nederland te brengen, indien niet wordt voldaan aan artikel 4 van richtlijn 94/28/EG en, in voorkomend geval, aan de door de Europese Commissie vastgestelde zoötechnische of genealogische voorschriften, bedoeld in artikel 8 van richtlijn 94/28/EG.

2. Het is verboden om sperma, eicellen en embryos van raszuivere dieren of hybride varkens als zodanig vanuit een derde land in Nederland te brengen, indien niet wordt voldaan aan de artikelen 5, 6, onderscheidenlijk 7 van richtlijn 94/28/EG en, in voorkomend geval, aan de door de Europese Commissie vastgestelde zoötechnische of genealogische voorschriften, bedoeld in artikel 8 van richtlijn 94/28/EG.

3.

Zolang de voorschriften voor het vanuit een derde land op het grondgebied van de Europese Gemeenschap brengen van raszuivere dieren, hybride varkens en hun sperma, eicellen of embryos nog niet volledig ingevolge richtlijn 94/28/EG zijn vastgesteld, is het verboden om raszuivere dieren, hybride varkens en hun sperma, eicellen of embryos in Nederland te brengen indien:

a. a. voor zover het raszuivere dieren of hybride varkens betreft, die zijn bestemd voor Nederland, zij niet vergezeld gaan van een certificaat waaruit blijkt dat de dieren in het derde land van verzending zijn ingeschreven in een stamboek of een register en van een document waaruit blijkt dat de dieren in een stamboek of register in Nederland zijn dan wel zullen worden ingeschreven; b. b. voor zover het sperma, eicellen of embryos van raszuivere dieren of hybride varkens betreft, die zijn bestemd voor Nederland, zij niet vergezeld gaan van een certificaat waaruit blijkt dat deze produkten afkomstig zijn van raszuivere dieren of hybride varkens die in het derde land van verzending zijn ingeschreven in een stamboek of register; c. c. voor zover het raszuivere dieren of hybride varkens betreft, dan wel hun sperma, eicellen of embryos, die zijn bestemd voor een Lid-Staat, zij niet vergezeld gaan van een certificaat waaruit blijkt dat de dieren of produkten voldoen aan de zoötechnische of genealogische voorschriften van de Lid-Staat van bestemming.

4. Het is verboden om sperma van dieren, niet zijnde raszuivere dieren en hybride varkens, dat is bestemd voor een Lid-Staat, vanuit een derde land in Nederland te brengen, indien niet wordt voldaan aan de zoötechnische of genealogische voorschriften van de Lid-Staat van bestemming.

Artikel 9

1. Het is verboden om raszuivere paardachtigen als zodanig vanuit een Lid-Staat in Nederland te brengen dan wel buiten Nederland te brengen naar of over het grondgebied van een andere Lid-Staat, indien zij tijdens het transport niet vergezeld gaan van een document als bedoeld in artikel 8, onderdeel 1, van richtlijn 90/427/EEG en dat voldoet aan de vorenbedoelde bepaling.

2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op sperma, eicellen en embryos van raszuivere paardachtigen, met dien verstande dat een document als bedoeld in artikel 8, onderdeel 2, van richtlijn 90/427/EEG, aanwezig moet zijn.

3. Het is verboden om raszuivere runderen en buffels, raszuivere varkens, schapen en geiten, hybride varkens alsmede sperma, eicellen en embryos daarvan, als zodanig buiten Nederland te brengen naar of over het grondgebied van een andere Lid-Staat zonder dat zij vergezeld gaan van hun stamboekcertificaten, indien de aanwezigheid van dergelijke documenten door de vorenbedoelde Lid-Staat is voorgeschreven in verband met hun vervoer naar of over het grondgebied van die Lid-Staat.

4. Bij ministeriële regeling kan worden verboden om raszuivere runderen en buffels, raszuivere varkens, schapen en geiten, hybride varkens alsmede sperma, eicellen en embryos daarvan, als zodanig vanuit een Lid-Staat in Nederland te brengen, indien zij niet vergezeld gaan van hun stamboekcertificaten.

Artikel 10

Bij ministeriële regeling kunnen nadere regelen worden gesteld ter uitvoering van het bij en krachtens de artikelen 8 en 9 bepaalde.

Artikel 11

1. Erkenningen die zijn verleend op grond van artikel 3, eerste lid, onderdeel a, van de Verordening erkenningsvoorwaarden voor stamboeken, prestatieonderzoek en fokwaardeschatting (PVV) 2010 worden beschouwd als erkenningen als bedoeld in artikel 3, eerste lid.

2. Erkenningen die zijn verleend op grond van artikel 3, eerste lid, onderdeel b, van de Verordening erkenningsvoorwaarden voor stamboeken, prestatieonderzoek en fokwaardeschatting (PVV) 2010 worden beschouwd als erkenningen als bedoeld in artikel 3, tweede lid.

3. Erkenningen die zijn verleend op grond van artikel 3, eerste lid, onderdeel c, van de Verordening erkenningsvoorwaarden voor stamboeken, prestatieonderzoek en fokwaardeschatting (PVV) 2010 worden beschouwd als erkenningen als bedoeld in artikel 3, derde lid.

Artikel 12

1. Een wijziging van een of meer onderdelen van de in artikel 1 genoemde richtlijnen treedt voor de toepassing van de artikelen van dit besluit, waarin naar die onderdelen wordt verwezen, in werking met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijzigingsrichtlijn uiterlijk uitvoering moet zijn gegeven, tenzij bij ministerieël besluit, dat in de Staatscourant wordt bekendgemaakt, een eerder of een ander aan die richtlijn ontleend tijdstip wordt vastgesteld.

2. Een wijziging van een of meer onderdelen van de op de in het eerste lid bedoelde richtlijnen gebaseerde uitvoeringsregelgeving van de Europese Gemeenschap treedt voor de toepassing van de artikelen van dit besluit, waarin naar die onderdelen wordt verwezen, in werking met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijzigingsregelgeving uitvoering moet zijn gegeven.

3. Onze Minister doet van een wijzigingsrichtlijn of van wijzigingsregelgeving als bedoeld in de voorgaande leden, mededeling in de Staatscourant, waarbij tevens de datum van inwerkingtreding van deze regelgeving wordt vermeld.

Artikel 12a

Bij ministeriële regeling kunnen ter uitvoering van artikel 6bis van verordening (EG) nr. 999/2001 regels worden gesteld over het fokken van schapen op resistentie tegen overdraagbare spongiforme encefalopathieën.

Artikel 13

De artikelen 76 en 129, onderdeel a, van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren alsmede dit besluit treden in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.

Artikel 14

Dit besluit wordt aangehaald als: Fokkerijbesluit.