rijk/amvb/geheimhoudingsbesluit-kernenergiewet/BWBR0002768
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Geheimhoudingsbesluit Kernenergiewet BWBR0002768 AMvB geldend 1971-07-03 https://wetten.overheid.nl/BWBR0002768 Geheimhoudingsbesluit Kernenergiewet

Geheimhoudingsbesluit Kernenergiewet

Artikel 1

1.

Dit besluit geldt ten aanzien van:

a. a. gegevens, hulpmiddelen en materialen voor:

        1°.
        de vrijmaking van kernenergie,
      
      
        2°.
        de opslag, vervaardiging, bewerking of verwerking van splijtstoffen en
      
      
        3°.
        de beveiliging van de in artikel 22 van het Besluit kerninstallaties, splijtstoffen en ertsen bedoelde splijtstoffen en ertsen, de in artikel 4.7, eerste lid, van het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming bedoelde radioactieve stoffen en inrichtingen als bedoeld in artikel 15, onder b, van de Kernenergiewet,
      
    
    zover deze gegevens, hulpmiddelen en materialen hetzij rechtstreeks van Onze in het tweede lid genoemde Ministers, hetzij met instemming van deze Ministers, onder verplichting tot geheimhouding zijn verkregen, dan wel door Onze in het tweede lid genoemde Ministers zijn aangewezen;

1°. 1°. de vrijmaking van kernenergie, 2°. 2°. de opslag, vervaardiging, bewerking of verwerking van splijtstoffen en 3°. 3°. de beveiliging van de in artikel 22 van het Besluit kerninstallaties, splijtstoffen en ertsen bedoelde splijtstoffen en ertsen, de in artikel 4.7, eerste lid, van het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming bedoelde radioactieve stoffen en inrichtingen als bedoeld in artikel 15, onder b, van de Kernenergiewet, b. b. met behulp van zodanige gegevens, hulpmiddelen en materialen verrichte onderzoekingen en toegepaste werkmethoden, voor zover deze onderzoekingen en werkmethoden door Onze in het tweede lid genoemde Ministers zijn aangewezen.

2.

Onze in het eerste lid bedoelde Ministers zijn:

a. a. in alle gevallen, waarin het opleggen van de verplichting tot geheimhouding gevolgen heeft buiten het terrein van de landsverdediging: Onze Minister van Infrastructuur en Milieu; b. b. in gevallen, waarin de geheimhouding is vereist in het belang van de landsverdediging: Onze Minister van Defensie; c. c. in gevallen, waarin de geheimhouding is vereist in het belang van de internationale rechtsorde of ter voldoening aan internationale overeenkomsten of besluiten van volkenrechtelijke organisaties: Onze Minister van Buitenlandse Zaken; d. d. in gevallen, waarin de geheimhouding is vereist in het belang van de veiligheid van de staat en het een civiele aangelegenheid betreft: Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties; e. e. in gevallen, waarin de geheimhouding is vereist in het belang van of het opleggen van de verplichting tot geheimhouding gevolgen heeft voor de ontwikkeling en de toepassing van technieken of methoden, welke betrekking hebben op of van belang zijn voor het verkeer, het vervoer, de waterstaat, de meteorologie, dan de oceanografie of een ander gebied van de geofysica: Onze Minister van Infrastructuur en Milieu; f. f. in gevallen, waarin het opleggen van de verplichting tot geheimhouding gevolgen heeft voor het onderzoek bij instellingen van wetenschap, voor zover deze niet ressorteren onder Onze Minister van Economische Zaken: Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap; g. g. in gevallen, waarin het opleggen van de verplichting tot geheimhouding gevolgen heeft voor het onderzoek bij instellingen van wetenschap, voor zover deze ressorteren onder Onze Minister van Economische Zaken: Onze Minister van Economische Zaken; h. h. in gevallen, waarin het opleggen van de verplichting tot geheimhouding gevolgen heeft voor het toezicht op de naleving van wettelijke voorschriften ter bescherming van mensen, dieren, planten of goederen: Onze Ministers van Infrastructuur en Milieu, van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en van Volksgezondheid, Welzijn en Sport; i. i. in gevallen, waarin de geheimhouding is vereist in het belang van, of het opleggen van de verplichting tot geheimhouding gevolgen heeft voor de ontwikkeling en de toepassing van technieken of methoden, welke betrekking hebben op of van belang zijn voor de telecommunicatie: Onze Minister van Economische Zaken.

3. Een verplichting tot geheimhouding als in het eerste lid, onder a, bedoeld kan slechts worden opgelegd en gegevens, hulpmiddelen, materialen, onderzoekingen en werkmethoden kunnen slechts ingevolge het eerste lid, onder a of b, worden aangewezen, indien dit in het belang van de staat wordt geboden.

4. Indien een aanwijzing op grond van het eerste lid, onder a of b, niet uitdrukkelijk tot een of meer bepaalde personen is gericht, wordt zij in de Staatscourant bekend gemaakt.

Artikel 2

1. Degene, die beschikt over gegevens, hulpmiddelen of materialen, dan wel onderzoekingen verricht of werkmethoden toepast, ten aanzien waarvan dit besluit geldt, is verplicht ervoor zorg te dragen, dat de maatregelen worden getroffen, welke redelijkerwijs nodig zijn om ten aanzien van de betrokken gegevens, hulpmiddelen, materialen, onderzoekingen of werkmethoden de geheimhouding te verzekeren.

2.

Deze maatregelen houden onder meer in, dat:

a. a. terreinen, gebouwen en ruimten, waar de betrokken gegevens, hulpmiddelen of materialen worden bewaard of gebruikt of waar de betrokken onderzoekingen worden verricht of de betrokken werkmethoden worden toegepast, op doelmatige wijze worden beveiligd; b. b. werkzaamheden, waarbij gebruik wordt gemaakt van de betrokken gegevens, hulpmiddelen of materialen of waarbij de betrokken werkmethoden worden toegepast, dan wel werkzaamheden bij het verrichten van de betrokken onderzoekingen uitsluitend worden verricht door personen, die naar het oordeel van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties geacht kunnen worden de verplichting met betrekking tot de geheimhouding naar behoren te vervullen; c. c. van de gegevens, behorende tot of ontleend aan de betrokken gegevens, hulpmiddelen, materialen, onderzoekingen of werkmethoden alleen kennis wordt genomen door personen, die rechtstreeks bij werkzaamheden als onder b bedoeld zijn betrokken en slechts in die mate als voor een goede uitvoering van die werkzaamheden nodig is; d. d. voor zover Onze Ministers dit verlangen, ten aanzien van de betrokken hulpmiddelen of materialen en ten aanzien van de gegevens, behorende tot of ontleend aan de betrokken gegevens, hulpmiddelen, materialen, onderzoekingen of werkmethoden, een administratie wordt gevoerd, waaruit te allen tijde blijkt, op welk tijdstip en aan wie bepaalde gegevens, hulpmiddelen of materialen zijn verstrekt en gedurende welk tijdsverloop een bepaald persoon die gegevens, hulpmiddelen of materialen onder zich heeft gehad.

3.

Voorts dient degene, die beschikt over gegevens, hulpmiddelen of materialen, dan wel onderzoekingen verricht of werkmethoden toepast, ten aanzien waarvan dit besluit geldt, ervoor zorg te dragen, dat:

a. a. aan Onze Ministers door hen aangegeven inlichtingen worden verstrekt betreffende de betrokken gegevens, hulpmiddelen, materialen, onderzoekingen of werkmethoden; b. b. Onze Ministers en, ingeval deze volgens het vierde lid niet daartoe behoort, Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, en de Autoriteit onverwijld worden ingelicht, indien ernstige inbreuken op de naleving van de ter verzekering van de geheimhouding getroffen maatregelen, dan wel spionage worden vermoed of ontdekt; c. c. een aan de betrokken onderneming of instelling verbonden functionaris wordt aangewezen, speciaal belast met het treffen van maatregelen ter verzekering van de geheimhouding en met het toezicht op de naleving daarvan.

4. In het tweede en derde lid wordt onder Onze Ministers verstaan Onze Ministers, van wie of met wier instemming de betrokken gegevens, hulpmiddelen of materialen onder verplichting tot geheimhouding zijn verkregen, dan wel Onze Ministers, die de betrokken gegevens, hulpmiddelen, materialen, onderzoekingen of werkmethoden op grond van artikel 1, eerste lid, onder a of b, hebben aangewezen.

Artikel 3

1. Dit besluit kan worden aangehaald als: Geheimhoudingsbesluit Kernenergiewet.

2. Het treedt in werking met ingang van de tweede dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad, waarin het wordt geplaatst.