40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Tijdelijk besluit van werk naar werk | BWBR0028545 | AMvB | geldend | 2010-10-01 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0028545 | Tijdelijk besluit van werk naar werk |
Tijdelijk besluit van werk naar werk
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. a.
*Wet SUWI:*
Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
b. b.
*met ontslag bedreigde werknemer:* een werknemer als bedoeld in artikel 30a, eerste lid, onderdeel b, van de Wet SUWI;
c. c.
*WW:*
Werkloosheidswet;
d. d.
*werkgever:* de werkgever in de zin van artikel 9 en 10 van de WW, niet zijnde een overheidswerkgever, bedoeld in artikel 1, onderdeel i, van de WW;
e. e.
*projecten:* voorstellen van werkgevers, organisaties van werkgevers dan wel organisaties die werkgevers in een sector of regio vertegenwoordigen om met ontslag bedreigde werknemers van werk naar werk te begeleiden, waarbij verenigingen van werknemers of een vertegenwoordiging van werknemers zijn betrokken;
f. f.
*zelfstandig ondernemerschap:* het verrichten van werkzaamheden in de uitoefening van een bedrijf of in de zelfstandige uitoefening van een beroep.
Artikel 2
1. Voor de uitvoering van projecten kan Onze Minister middelen ter beschikking stellen aan werkgevers, organisaties van werkgevers, dan wel organisaties die werkgevers in een sector of regio vertegenwoordigen, die rechtspersoon zijn, met het oog op onderzoek naar de mogelijkheden van uitvoering van de re-integratietaak en de inzet van re-integratie-instrumenten door werkgevers en sectoren bij wijze van experiment als bedoeld in artikel 82a van de Wet SUWI.
2. De middelen zijn bestemd voor projecten van toeleiding naar werk bij een andere werkgever dan wel naar zelfstandig ondernemerschap van met ontslag bedreigde werknemers en werknemers die een uitkering op grond van de WW ontvangen voortvloeiend uit de beëindiging van de dienstbetrekking met bij de projecten betrokken werkgevers voor trajecten ten behoeve van deze werknemers.
Artikel 3
1. De middelen worden door de ontvangers besteed voor arbeidsbemiddeling en re-integratiemaatregelen met toepassing van de Wet SUWI, de WW en de Participatiewet.
2. Bij de besteding van de middelen kan afgeweken worden van artikel 30a, vierde tot en met achtste lid van de Wet SUWI en de artikelen 76, derde lid, 76a, derde lid, onderdelen a en d, en 78a van de WW en artikel 8 van de Participatiewet.
3. Voor de financiering wordt afgeweken van artikel 100 van de Wet financiering sociale verzekeringen.
Artikel 4
1. De looptijd van de projecten bedraagt maximaal één jaar vanaf het moment van toekenning van de middelen.
2. De middelen worden besteed voor arbeidsbemiddeling van en re-integratiemaatregelen als bedoeld in artikel 3 voor de werknemers, die tijdens de duur van de projecten met ontslag bedreigd worden.
3. Re-integratietrajecten voor werknemers die op de datum van afloop van de projecten nog niet zijn afgerond, worden voortgezet.
Artikel 5
1. Onze Minister maakt bekend voor welke datum verzoeken om middelen voor de projecten kunnen worden ingediend.
2. Voorwaarde voor ontvangst van de middelen is dat de uitvoering van de projecten voor 50% wordt bekostigd met eigen middelen, die niet afkomstig zijn van het Rijk, provincies of gemeenten en niet zijn aan te merken als loon voor de arbeid in dienstbetrekking, met dien verstande dat het loon voor de arbeid van de werknemers die de projecten begeleiden, wel kan worden aangewend als eigen middelen ter bekostiging van de uitvoering van de projecten.
3.
Bij het verzoek wordt een projectplan overgelegd, dat in ieder geval bevat:
a. a. een inschatting van het aantal werknemers dat zal deelnemen; b. b. de opzet van de projecten; c. c. de aard en omvang van de eigen middelen, bedoeld in het tweede lid, die voor de projecten beschikbaar zijn; d. d. een begroting van de benodigde middelen gerelateerd aan het aantal deelnemende werknemers.
4. Onze Minister beslist aan welke projecten middelen worden toegekend en maakt daarbij bekend welk bedrag beschikbaar is.
Artikel 6
Onze Minister kan bepalen dat en op welk tijdstip nieuwe middelen beschikbaar zijn voor nieuwe projecten of voor voortzetting van projecten gedurende de werkingsduur van dit besluit, bedoeld in artikel 82a, derde lid, van de Wet SUWI.
Artikel 7
1. De bij de projecten betrokken organisaties, werkgevers en werknemers verlenen hun medewerking aan het onderzoek dat Onze Minister instelt naar het verloop van de projecten en de doelmatigheid en doeltreffendheid daarvan.
2. De bij de projecten betrokken organisaties, werkgevers en werknemers verstrekken Onze Minister alle gegevens die noodzakelijk zijn voor de verslaglegging over het verloop de projecten met het oog op het onderzoek, bedoeld in artikel 2 en het eerste lid, en de resultaten van de projecten in de praktijk.
Artikel 8
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.
Artikel 9
Dit besluit wordt aangehaald als: Tijdelijk besluit van werk naar werk.