40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Aanwijzingsregeling toezichthoudende ambtenaren en ambtenaren met specifieke uitvoeringstaken op grond van SZW wetgeving | BWBR0011673 | ministeriele-regeling | geldend | 2000-10-21 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0011673 | Aanwijzingsregeling toezichthoudende ambtenaren en ambtenaren met specifieke uitvoeringstaken op grond van SZW wetgeving |
Aanwijzingsregeling toezichthoudende ambtenaren en ambtenaren met specifieke uitvoeringstaken op grond van SZW wetgeving
Paragraaf 1. Nederlandse Arbeidsinspectie
Paragraaf . Aanwijzing toezichthouders
Artikel 1.1
1.
De ambtenaren van de Nederlandse Arbeidsinspectie van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid worden aangewezen als ambtenaren, belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens:
a. a. de Arbeidsomstandighedenwet; b. b. de Arbeidstijdenwet; c. c. de Warenwet; d. d. de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs; e. e. de Wet arbeid vreemdelingen; f. f. de Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen; g. g. de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag; h. h. de Wet op de loonvorming; i. i. de Wet arbeidsvoorwaarden gedetacheerde werknemers in de Europese Unie.
2. Het Hoofd van de Afdeling Boete, Dwangsom en Inning van de Nederlandse Arbeidsinspectie en de door het Hoofd aangewezen, onder hem ressorterende plaatsvervangers, worden niet belast met het toezicht op de naleving, bedoeld in het eerste lid.
3. De Directie Opsporing van de Nederlandse Arbeidsinspectie wordt niet belast met het toezicht op de naleving, bedoeld in het eerste lid, met uitzondering van de afdeling Recherche SZW.
Paragraaf . Aanwijzing ambtenaren met specifieke uitvoeringstaken
Artikel 1.2
1.
De ambtenaren, bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, worden aangewezen als de ambtenaar, bedoeld in:
a. a. de Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen: artikel 21, eerste lid, tweede volzin; b. b. de Wet op de loonvorming: artikel 15, eerste lid; c. c. de Wet op de ondernemingsraden: artikel 49, eerste lid; d. d. de Wet op het algemeen verbindend en het onverbindend verklaren van bepalingen van collectieve arbeidsovereenkomsten: artikel 10, tweede zin; e. e. de Ziektewet: artikel 39a, vierde lid.
2. De ambtenaren, bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, worden aangewezen als de door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aangewezen onder hem ressorterende ambtenaar, bedoeld in artikel 23 van de Leerplichtwet 1969.
3.
De ambtenaren, bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, worden aangewezen als de ambtenaar, bedoeld in:
a. a. de Arbeidsomstandighedenwet: de artikelen 6, eerste lid, onderdeel b, en 7, eerste lid; b. b. het Arbeidsomstandighedenbesluit: de artikelen 1.5b, derde lid, 2.5g, eerste lid, 2.27, eerste lid, 2.42c, eerste en tweede lid, 3.5h, vijfde lid, 3.37b, eerste lid, 4.8, vierde lid, 4.9, derde lid, 4.10, derde lid, 4.10c, vijfde lid, 4.47c, eerste lid, 4.50, zesde lid, 4.54a, zesde lid, 4.54d, negende lid, 4.94, eerste lid, 4.95, 4.96, 6.10, achtste lid, 6.10a, tweede lid, onderdeel c, 6.16, achtste lid, 6.17, eerste lid, 6.19, tweede lid, 6.20b, vierde lid, 7.4a, zesde lid, 7.20, zevende lid, 7.27, eerste lid, 7.29, tiende lid, 7.32, tweede lid, 9.5b, eerste lid, 9.15, onderdelen a en b, en 9.34, tweede lid; c. c. de Arbeidsomstandighedenregeling: de artikelen 3.11, 3.12, eerste lid, en 3.13, derde lid, en 4.13; d. d. het Besluit omgevingsrecht: artikel 6.15, eerste lid, onderdeel b; e. e. het Besluit opslaan in ondergrondse tanks 1998: de artikelen 9, derde en vierde lid, en 17, eerste lid.
4.
De inspecteur-generaal van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid wordt aangewezen als de ambtenaar, bedoeld in:
a. a. de Arbeidsomstandighedenwet: de artikelen 9, eerste lid, 28a, eerste lid, 28b, 29, vierde lid, en 30, tweede lid; b. b. de Arbeidstijdenwet: de artikelen 3:3, eerste lid, 4:1, vijfde lid, en 8:2, eerste en tweede lid,8:3a, eerste lid; c. c. de Wet arbeid vreemdelingen: artikel 17b, eerste lid en 19g, eerste lid, voor zover het betreft het besluit tot openbaarmaking van het feit dat een besluit is genomen als bedoeld in artikel 17b, tweede lid; d. d. de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag: artikel 18i, eerste lid en 18pa, eerste lid, voor zover het betreft het besluit tot openbaarmaking van het feit dat een besluit is genomen als bedoeld in artikel 18i, tweede lid; e. e. de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs: artikel 22, eerste lid en 15b, eerste lid, voor zover het betreft het besluit tot openbaarmaking van het feit dat een besluit is genomen als bedoeld in artikel 22, tweede lid; f. f. het Arbeidsomstandighedenbesluit: artikel 9.5b, tweede lid; g. g. het Besluit risico’s zware ongevallen 2015: de artikelen 5, tweede lid, 13, 15, tweede lid, en 18, eerste lid; h. h. het Vuurwerkbesluit: artikel 3.3.4.
5. De ambtenaren, bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, voor zover belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de Arbeidsomstandighedenwet, worden aangewezen als toezichthouders als bedoeld in de artikelen 27, eerste lid, en artikel 28, eerste lid, van de Arbeidsomstandighedenwet.
6.
De ambtenaren van de Nederlandse Arbeidsinspectie van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid worden aangewezen als:
− − de ambtenaren, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de Wet arbeidsvoorwaarden gedetacheerde werknemers in de Europese Unie, verantwoordelijk voor de verwerking van gegevens ten behoeve van de administratieve samenwerking, bedoeld in dat artikel; − − de ambtenaren, bedoeld in artikel 9d van die wet, met wie documenten of berichten worden uitgewisseld door de contactpersoon; − − de ambtenaren, bedoeld in artikel 9f, tweede lid, van die wet, verantwoordelijk voor de gegevensuitwisseling via het IMI, bedoeld in dat artikel, na de detacheringsperiode; − − de ambtenaren, bedoeld in artikel 10, eerste lid, van die wet, bevoegd voor de wederzijdse bijstand, bedoeld in artikel 1, elfde lid, van de mobiliteitsrichtlijn, bedoeld in artikel 9a van die wet; − − de ambtenaren, bedoeld in artikel 10, eerste lid, van die wet, bevoegd voor de wederzijdse bijstand, bedoeld in artikel 6 van bijlage 31, deel A, afdeling 2, behorende bij artikel 463, vierde lid, van de Handels- en samenwerkingsovereenkomst EU-VK, bedoeld in artikel 9a van die wet.
Paragraaf . Aanwijzing boeteoplegger
Artikel 1.3
Vervallen
Paragraaf 2. Rijkswaterstaat
Artikel 2.1
De ambtenaren van het Directoraat-Generaal Rijkswaterstaat van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu, belast met toezicht, worden mede aangewezen als ambtenaren als bedoeld in artikel 8:1, tweede lid, van de Arbeidstijdenwet, met betrekking tot arbeid als bedoeld in hoofdstuk 5 van het Arbeidstijdenbesluit vervoer.
Paragraaf 3. De Inspectie Leefomgeving en Transport
Paragraaf . Aanwijzing toezichthouders
Artikel 3.1
De ambtenaren van de Inspectie Leefomgeving en Transport, aangewezen in artikel 1 van het Besluit aanwijzing toezichthouders luchtvaart, zijn mede belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de Arbeidsomstandighedenwet, met betrekking tot arbeid verricht aan boord van een luchtvaartuig tijdens de vlucht en aan boord van een stilstaand luchtvaartuig, voor zover het betreft de arbeid van boordpersoneel in verband met de vlucht.
Artikel 3.2
1. De ambtenaren van de Inspectie Leefomgeving en Transport belast met toezicht zijn mede belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de Arbeidsomstandighedenwet, met betrekking tot arbeid verricht in een voertuig op een openbare weg bestemd voor het vervoer van goederen of personen en voor welk vervoer op grond van de Wet wegvervoer goederen onderscheidenlijk de Wet personenvervoer 2000 een vergunning is vereist.
2.
De ambtenaren, bedoeld in het eerste lid, zijn mede belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens:
a. a. de Arbeidsomstandighedenwet voorzover het betreft arbeid verricht in bedrijven of inrichtingen die rechtstreeks betrekking heeft op de arbeid, bedoeld in het eerste lid; b. b. de Arbeidstijdenwet voor zover het betreft arbeid verricht in bedrijven of inrichtingen die rechtstreeks betrekking heeft op de arbeid, bedoeld in het eerste lid.
Artikel 3.3
De ambtenaren van de Inspectie Leefomgeving en Transport, bedoeld in artikel 10, vierde lid, van de Schepenwet, zijn mede belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de Arbeidsomstandighedenwet, met betrekking tot arbeid verricht in, respectievelijk op een zeeschip, met uitzondering van aanbouw, verbouwing, herstelling of sloping dan wel onderhouds- of reinigingswerkzaamheden en hiermee verband houdende andere werkzaamheden aan deze schepen, alsmede met uitzondering van laden en lossen, tenzij deze arbeid wordt verricht door een werknemer die behoort tot de bemanning van een zeeschip.
Artikel 3.3a
De ambtenaren van de Inspectie Leefomgeving en Transport, bedoeld in artikel 40, eerste lid, onderdeel b, van de Binnenvaartwet, zijn mede belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de Arbeidsomstandighedenwet, met betrekking tot arbeid verricht in, respectievelijk op een binnenvaartschip, met uitzondering van aanbouw, verbouwing, herstelling of sloping dan wel onderhouds- of reinigingswerkzaamheden en hiermee verband houdende andere werkzaamheden aan deze schepen, alsmede met uitzondering van laden en lossen, tenzij deze arbeid wordt verricht door een werknemer die behoort tot de bemanning van een binnenvaartschip.
Artikel 3.3b
De ambtenaren van de Inspectie Leefomgeving en Transport belast met toezicht, zijn, met betrekking tot arbeid verricht op of aan een spoorweg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Spoorwegwet, met uitzondering van de spoorwegen, genoemd in artikel 2 van het Besluit bijzondere spoorwegen, en met betrekking tot arbeid verricht op of aan lokale spoorwegen als bedoeld in de Wet lokaal spoor, mede belast met het toezicht op de naleving van:
a. a. de Arbeidsomstandighedenwet: artikel 11; b. b. het Arbeidsomstandighedenbesluit: de artikelen 3.2 en 7.17c; en c. c. de Arbeidstijdenwet: de artikelen 4:3, eerste lid, 5:3, eerste en tweede lid, 5:4, eerste lid, 5:5, eerste en tweede lid, 5:7, eerste en tweede lid, 5:8, eerste tot en met vijfde lid, zevende en negende lid, 5:9, eerste tot en met zevende lid, 5:15, zevende lid, en 5:16, eerste lid.
Paragraaf . Aanwijzing ambtenaren met specifieke uitvoeringstaken
Artikel 3.4
1.
De ambtenaren, bedoeld in artikel 3.1, worden voor de in dat artikel bedoelde arbeid aangewezen als de ambtenaar, bedoeld in:
a. a. de Arbeidsomstandighedenwet: de artikelen 9, eerste lid, 27, eerste lid, 28, eerste lid, 28b en 29, vierde lid; b. b. het Arbeidsomstandighedenbesluit: de artikelen 7.4a, zesde lid, en 7.20, zevende lid, 7.27, eerste lid, en 7.29, tiende lid.
2.
De inspecteur-generaal Leefomgeving en Transport wordt voor de in artikel 3.1 bedoelde arbeid aangewezen als de ambtenaar, bedoeld in:
a. a. de Arbeidsomstandighedenwet: artikel 30, tweede lid; b. b. het Arbeidsomstandighedenbesluit: artikel 4.47c, eerste lid.
Artikel 3.5
1.
De ambtenaren, bedoeld in artikel 3.2, worden voor de in dat artikel bedoelde arbeid aangewezen als de ambtenaar, bedoeld in:
a. a. de Arbeidsomstandighedenwet: de artikelen 27, eerste lid, 28, eerste lid, 28b en 29, vierde lid; b. b. het Arbeidsomstandighedenbesluit: de artikelen 7.4a, zesde lid, en 7.20, zevende lid.
2.
De inspecteur-generaal Leefomgeving en Transport wordt voor de in artikel 3.2, eerste lid, bedoelde arbeid aangewezen als de ambtenaar, bedoeld in:
a. a. de Arbeidsomstandighedenwet: artikel 30, tweede lid; b. b. het Arbeidsomstandighedenbesluit: artikel 4.47c, eerste lid.
Artikel 3.6
1.
De ambtenaren, bedoeld in artikel 3.3, worden voor de in dat artikel bedoelde arbeid aangewezen als de ambtenaar, bedoeld in:
a. a. de Arbeidsomstandighedenwet: de artikelen 9, eerste lid, 27, eerste lid, 28, eerste lid, 28b en 29, vierde lid; b. b. het Arbeidsomstandighedenbesluit: 3.5h, vijfde lid, 7.4a, zesde lid, 7.20, zevende lid, 7.27, eerste lid, en 7.29, tiende lid.
2.
De inspecteur-generaal Leefomgeving en Transport, bedoeld in artikel 10 van de Schepenwet, wordt voor de in artikel 3.3 bedoelde arbeid aangewezen als de ambtenaar, bedoeld in:
a. a. de Arbeidsomstandighedenwet: artikel 30, tweede lid; b. b. het Arbeidsomstandighedenbesluit: artikel 4.47c, eerste lid.
Artikel 3.6a
1.
De ambtenaren, bedoeld in artikel 3.3a, worden voor de in dat artikel bedoelde arbeid aangewezen als de ambtenaar, bedoeld in:
a. a. de Arbeidsomstandighedenwet: de artikelen 27, eerste lid, 28, eerste lid, 28b en 29, vierde lid; b. b. het Arbeidsomstandighedenbesluit: de artikelen 3.5h, vijfde lid, 7.4a, zesde lid, 7.20, zevende lid, 7.27, eerste lid, en 7.29, tiende lid.
2.
De inspecteur-generaal Leefomgeving en Transport wordt voor de in artikel 3.3a bedoelde arbeid aangewezen als ambtenaar, bedoeld in:
a. a. de Arbeidsomstandighedenwet: artikel 30, tweede lid; b. b. het Arbeidsomstandighedenbesluit: artikel 4.47c, eerste lid.
Artikel 3.6b
De ambtenaren, bedoeld in artikel 3.3b, worden voor de in dat artikel geregelde aanwijzing aangewezen als ambtenaar, bedoeld in de artikelen 27, eerste lid, 28, eerste lid, en 28b van de Arbeidsomstandighedenwet.
Artikel 3.7
De ambtenaren van de Inspectie Leefomgeving en Transport belast met toezicht worden mede aangewezen als ambtenaren aan wie het toezicht op de naleving, bedoeld in artikel 8:1, tweede lid, van de Arbeidstijdenwet, met betrekking tot arbeid als bedoeld in hoofdstuk 2 (wegvervoer), hoofdstuk 4 (luchtvaart), hoofdstuk 5 (binnenvaart), hoofdstuk 6 (zeevaart) en hoofdstuk 6A (zeevisserij) van het Arbeidstijdenbesluit vervoer wordt opgedragen.
Paragraaf 4. Politie
Paragraaf . Aanwijzing toezichthouders
Artikel 4.1
1. De ambtenaren van politie, bedoeld in artikel 2 van de Politiewet 2012, zijn mede belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen.
2. De ambtenaren van politie, bedoeld in artikel 2, onder a, van de Politiewet 2012, die zijn tewerkgesteld bij de Dienst infrastructuur van de Eenheid landelijke expertise en operaties van de politie of bij de dienst Zeehavenpolitie van de regionale eenheid Rotterdam, zijn mede belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de Arbeidsomstandighedenwet.
3. De ambtenaren van de politie, bedoeld in artikel 2, onderdelen a, b en c, van de Politiewet 2012 zijn mede belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de Arbeidstijdenwet voor zover het betreft arbeid verricht in een voertuig op een openbare weg bestemd voor het vervoer van personen en voor welk vervoer op grond van de Wet personenvervoer 2000 een vergunning is vereist.
Paragraaf . Aanwijzing ambtenaren met specifieke uitvoeringstaken
Artikel 4.2
De ambtenaren, bedoeld in artikel 4.1, tweede lid, worden aangewezen als ambtenaar, bedoeld in:
a. a. de Arbeidsomstandighedenwet: de artikelen 9, eerste lid en 29, vierde lid b. b. het Arbeidsomstandighedenbesluit: de artikelen 7.4a, zesde lid, en 7.20, zevende lid, 7.27, eerste lid, en 7.29, tiende lid.
Artikel 4.3
De ambtenaren van politie, bedoeld in artikel 2, onderdelen a, b en c, van de Politiewet 2012, worden mede aangewezen als ambtenaren aan wie het toezicht op de naleving, bedoeld in artikel 8:1, tweede lid, van de Arbeidstijdenwet, met betrekking tot arbeid als bedoeld in hoofdstuk 2 (wegvervoer), hoofdstuk 4 (luchtvaart) en hoofdstuk 5 (binnenvaart) van het Arbeidstijdenbesluit vervoer wordt opgedragen.
Paragraaf 5. Algemene Inspectie Dienst
Paragraaf . Aanwijzing toezichthouders
Artikel 5.1
Vervallen
Paragraaf 6. Divisie Scheepvaart van de Inspectie Verkeer en Waterstaat
Paragraaf . Aanwijzing toezichthouders
Artikel 6.1
Vervallen
Paragraaf . Aanwijzing ambtenaren met specifieke uitvoeringstaken
Artikel 6.2
Vervallen
Paragraaf 7. Staatstoezicht op de Mijnen
Paragraaf . Aanwijzing toezichthouders
Artikel 7.1
1.
De inspectieambtenaren van het Staatstoezicht op de mijnen zijn mede belast met het toezicht op de naleving van de Warenwet en de daarop berustende bepalingen bij of in verband met:
a. a. verkenningsonderzoek, het opsporen of winnen van delfstoffen of aardwarmte dan wel het opslaan van stoffen als bedoeld in de Mijnbouwwet; b. b. arbeid op, vanaf of ten behoeve van werken waarvoor een vergunning als bedoeld in artikel 2 van de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, in artikel 6.5, aanhef en onderdeel c, van de Waterwet of in artikel 12 van de Wet windenergie op zee nodig is, die zich in de territoriale zee of op het continentaal plat bevinden.
2.
De inspectieambtenaren van het Staatstoezicht op de Mijnen worden aangewezen als ambtenaren aan wie het toezicht op de naleving, bedoeld in artikel 8:1, tweede lid, van de Arbeidstijdenwet, wordt opgedragen met betrekking tot:
a. a. arbeid op, vanaf of ten behoeve van een mijnbouwinstallatie of op een mijnbouwlocatie alsmede met betrekking tot arbeid die direct verband houdt met mijnbouwkundige activiteiten die niet plaatsvinden op, vanaf of ten behoeve van een mijnbouwinstallatie of op een mijnbouwlocatie; b. b. arbeid op, vanaf of ten behoeve van werken waarvoor een vergunning als bedoeld in artikel 2 van de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, in artikel 6.5, aanhef en onderdeel c, van de Waterwet of in artikel 12 van de Wet windenergie op zee nodig is, die zich in de territoriale zee of de exclusieve economische zone bevinden.
3.
De inspectieambtenaren van het Staatstoezicht op de mijnen zijn mede belast met het toezicht op de naleving van de Arbeidsomstandighedenwet en de daarop berustende bepalingen met betrekking tot:
a. a. arbeid verricht bij of in verband met verkenningsonderzoek, het opsporen of winnen van delfstoffen of aardwarmte dan wel het opslaan van stoffen als bedoeld in de Mijnbouwwet; b. b. arbeid op, vanaf of ten behoeve van werken waarvoor een vergunning als bedoeld in artikel 2 van de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, in artikel 6.5, aanhef en onderdeel c, van de Waterwet of in artikel 12 van de Wet windenergie op zee nodig is, die zich in de territoriale zee of de exclusieve economische zone bevinden.
Paragraaf . Aanwijzing ambtenaren met specifieke uitvoeringstaken
Artikel 7.2
1. De ambtenaren, bedoeld in artikel 7.1 tweede lid, worden met betrekking tot de in dat lid bedoelde arbeid, aangewezen als de ambtenaar, bedoeld in de artikelen 4:1, vijfde lid, en 8:2, eerste en tweede lid, van de Arbeidstijdenwet.
2.
De ambtenaren, bedoeld in artikel 7.1, derde lid, worden met betrekking tot de in dat lid bedoelde arbeid aangewezen als de ambtenaar, bedoeld in:
a. a. de Arbeidsomstandighedenwet: de artikelen 9, eerste lid, 27, eerste lid, 28, eerste lid, 28b en 29, vierde lid; b. b. het Arbeidsomstandighedenbesluit: de , artikelen 2.42c, eerste en tweede lid, 3.37b, eerste lid, 3.5h, vijfde lid, 4.8, vierde lid, 6.16, achtste lid, 6.17, eerste lid, 6.19, tweede lid, 6.20b, vierde lid, 7.4a, zesde lid, 7.20, zevende lid, 7.27, eerste lid, 7.29, tiende lid, en 9.5b, eerste lid. c. c. de Arbeidsomstandighedenregeling: de artikelen 3.11, 3.12, eerste lid en 3.13, derde lid.
3.
De Inspecteur-Generaal der Mijnen wordt voor de in artikel 7.1, derde lid, bedoelde arbeid aangewezen als de ambtenaar, bedoeld in:
a. a. de Arbeidsomstandighedenwet: artikel 30, tweede lid; b. b. het Arbeidsomstandighedenbesluit: de artikelen 4.47c, eerste lid, en 9.5b, tweede lid; c. c. het Besluit risico’s zware ongevallen 2015: de artikelen 5, tweede lid, 13 en 15, tweede lid.
Paragraaf 7a. Ambtenaren van de rijksbelastingdienst, bevoegd inzake douane
Paragraaf . Aanwijzing toezichthouders
Artikel 7a.1
Vervallen
Paragraaf 8. Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit
Paragraaf . Aanwijzing toezichthouders
Artikel 8.1
De ambtenaren van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit, bedoeld in artikel 1 van de Aanwijzingsregeling toezichthoudende ambtenaren Voedsel en Waren Autoriteit belast met het toezicht op de naleving van de bij of krachtens de Alcoholwet of de Warenwet gestelde voorschriften, zijn mede belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens:
a. a. de Arbeidsomstandighedenwet en de Arbeidstijdenwet, met betrekking tot arbeid verricht in een hotel, pension, conferentieoord, restaurant, cafetaria, lunchroom, ijssalon, café, bar-dancing, discotheek, nachtclub, seizoen-horecabedrijf, tearoom, koffiehuis, sociëteit, buffet in een bioscoop, theater of trein, buffet in een buurt- of clubhuis dan wel een daaraan verwante inrichting, waar tegen vergoeding logies wordt verstrekt, al dan niet alcoholische dranken worden geschonken of spijzen voor directe consumptie worden bereid of verstrekt; b. b. de Arbeidsomstandighedenwet, met betrekking tot arbeid verricht in verband met het in bedrijf nemen en houden van een waterinstallatie die water in äerosolvorm in de lucht kan brengen, niet zijnde een collectieve watervoorziening, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g, of collectief leidingnet, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder h, van de Waterleidingwet; c. c. de Arbeidstijdenwet met betrekking tot het wegvervoer, voor zover het betreft het vervoer van vee en mest.
Paragraaf . Aanwijzing ambtenaren met specifieke uitvoeringstaken
Artikel 8.2
De ambtenaren, bedoeld in artikel 8.1, worden met betrekking tot de in dat artikel bedoelde arbeid aangewezen als de ambtenaar, bedoeld in:
a. a. de Arbeidsomstandighedenwet: de artikelen 27, eerste lid, 28, eerste en tweede lid, 28b, 29, vierde lid, en 36, eerste lid; b. b. de Arbeidstijdenwet: de artikelen 4:1, vijfde lid, 8:2 en 10.3, eerste lid.
Paragraaf 9. Slotbepalingen
Paragraaf . Inwerkingtreding
Artikel 9.1
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Paragraaf . Citeertitel
Artikel 9.2
Deze regeling wordt aangehaald als: Aanwijzingsregeling toezichthoudende ambtenaren en ambtenaren met specifieke uitvoeringstaken op grond van SZW wetgeving.