rijk/ministeriele-regeling/aanwijzingsregeling-willekeurige-afschrijving-en-investeringsaftrek-milieu-inves/BWBR0023148
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Aanwijzingsregeling willekeurige afschrijving en investeringsaftrek milieu-investeringen 2008 BWBR0023148 ministeriele-regeling geldend 2008-01-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0023148 Aanwijzingsregeling willekeurige afschrijving en investeringsaftrek milieu-investeringen 2008

Aanwijzingsregeling willekeurige afschrijving en investeringsaftrek milieu-investeringen 2008

Artikel 1

Als milieubedrijfsmiddelen als bedoeld in artikel 3.31, eerste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 worden aangewezen de bedrijfsmiddelen of onderdelen daarvan, opgenomen in de bijlage bij deze regeling, indien:

a. a. zij in overeenstemming zijn met de bestemming die voor die bedrijfsmiddelen of onderdelen daarvan is aangegeven in de bijlage bij deze regeling; b. b. zij niet eerder zijn gebruikt; c. c. zij bestaan uit de in de bijlage bij deze regeling met betrekking tot die bedrijfsmiddelen of onderdelen daarvan genoemde bestanddelen; d. d. zij gericht zijn op de verbetering van het natuurlijke milieu of het dierenwelzijn; e. e. zij, indien het bedrijfsmiddelen of onderdelen daarvan in landbouwbedrijven betreft, niet gericht zijn op een productieverhoging waarvoor op de markt geen normale afzetmogelijkheden kunnen worden gevonden, en f. f. daarvoor niet vanwege de overheid of de Commissie van de Europese Gemeenschappen uit anderen hoofde dan toekenning van de willekeurige afschrijving een zodanig bedrag aan geldelijke steun is of zal worden verstrekt, dat door die toekenning het totale bedrag aan geldelijke steun dat ingevolge communautaire regelgeving mag worden verstrekt, zou worden overschreden.

Artikel 2

Als investeringen, behorend tot categorie I, II respectievelijk III, in het belang van de bescherming van het Nederlandse milieu (milieu-investeringen), als bedoeld in artikel 3.42a van de Wet inkomstenbelasting 2001 worden aangewezen de investeringen in bedrijfsmiddelen of onderdelen daarvan, die zijn opgenomen in de bijlage bij deze regeling en die voldoen aan de in artikel 1, onderdelen a tot en met f, genoemde voorwaarden.

Artikel 3

Bedrijfsmiddelen of onderdelen daarvan, opgenomen in de bijlage bij deze regeling, komen voor niet meer dan € 25 miljoen in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving.

Artikel 4

De Aanwijzingsregeling willekeurige afschrijving en investeringsaftrek milieu-investeringen 2007 wordt ingetrokken.

Artikel 5

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2008.

Artikel 6

Deze regeling wordt aangehaald als: Aanwijzingsregeling willekeurige afschrijving en investeringsaftrek milieu-investeringen 2008.

Bijlage

  1. Deze bijlage wordt aangehaald als: Milieulijst milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen 2008.

  2. Investeringen van welke de code begint met een F of G behoren tot categorie I van de milieu-investeringsaftrek en komen voor 40% van het investeringsbedrag in aanmerking voor een investeringsaftrek. Investeringen van welke de code begint met een A of D behoren tot categorie II van de milieu-investeringsaftrek en komen voor 30% van het investeringsbedrag in aanmerking voor investeringsaftrek. Investeringen van welke de code begint met een B of E behoren tot categorie III van de milieu-investeringsaftrek en komen voor 15% van het investeringsbedrag in aanmerking voor investeringsaftrek.

Investeringen van welke de code begint met een A, B, C of F komen in aanmerking voor willekeurige afschrijving.

  1. Tot de in deze bijlage genoemde bestanddelen kunnen tevens worden gerekend voorzieningen (zoals leidingen, appendages en meet- en regelapparatuur) die technisch noodzakelijk zijn voor en uitsluitend dienstbaar zijn aan deze bedrijfsmiddelen en derhalve geen zelfstandige betekenis hebben.

  2. De bedrijfsmiddelen, genoemd onder de nummers

gaan vergezeld van een EG-verklaring van overeenstemming waarop het gewaarborgd geluidsvermogensniveau is aangegeven, zoals bedoeld in artikel 8 van richtlijn 2000/14/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 8 mei 2000 inzake de harmonisatie van de wetgevingen der lidstaten betreffende de geluidsemissie in het milieu door materieel voor gebruik buitenshuis (PbEG L 162).

Bij de milieuvriendelijke tractor (E 5130) zijn eisen gesteld aan het geluidsdrukniveau (L_pA). Hierbij dient gemeten te worden conform richtlijn 74/151/EEG.

  1. De bedrijfsmiddelen, genoemd onder de nummers

gaan vergezeld van een verklaring van gelijkvormigheid, af te geven door de leverancier overeenkomstig een door de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer vast te stellen model. De meting geschiedt door een instantie die is aangewezen op grond van artikel 5 van de Regeling geluidemissie buitenmaterieel, volgens de meetmethoden die zijn opgenomen in de door het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer uitgegeven VAMIL-publicatiereeks 7, 11 en 13.

  1. Voor de geluid- en emissiearme mobiele machine (A 5000) en de emissiearme mobiele machine (C 5001) worden eisen gesteld aan de luchtzijdige emissies door de motor van het werktuig. Voor deze bedrijfsmiddelen moet de leverancier verklaren dat het geleverde bedrijfsmiddel overeenkomt met een gemeten exemplaar, waarvan met een typegoedkeuringsverklaring is aangetoond dat deze aan de gestelde emissie-eisen voldoet. Deze verklaring moet worden afgegeven door de leverancier op een door de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer vast te stellen model (verkrijgbaar bij SenterNovem).

Bij de emissie-eisen wordt onderscheid gemaakt tussen motoren die werken met een constant toerental en motoren die werken met een variabel toerental. Werktuigen met een constant toerental moeten sinds 30 juni 2007 voldoen aan fase IIIa van richtlijn 2004/26/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 21 april 2004 inzake maatregelen tegen de uitstoot van verontreinigende gassen en deeltjes door inwendige verbrandingsmotoren die worden gemonteerd in niet voor de weg bestemde mobiele machines (PbEU L 146).

Dit houdt in dat aan de onderstaande emissiewaarden moet worden voldaan.

Werktuigen met een variabel toerental moeten dit jaar voor het eerst voldoen aan fase IIIb van richtlijn 2004/26/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 21 april 2004 inzake maatregelen tegen de uitstoot van verontreinigende gassen en deeltjes door inwendige verbrandingsmotoren die worden gemonteerd in niet voor de weg bestemde mobiele machines (PbEU L 146). Dit houdt in dat aan de onderstaande emissiewaarden moet worden voldaan om in aanmerking te komen.

De milieuvriendelijke tractor (E 5130) valt onder richtlijn 2000/25/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 22 mei 2000 inzake maatregelen tegen de uitstoot van verontreinigende gassen en deeltjes door motoren bestemd voor het aandrijven van landbouw- of bosbouwtrekkers en houdende wijziging van richtlijn 75/150/EEG van de Raad (PbEG L 173). Tractoren werken met een variabel toerental. Dit betekent dat ook tractoren in 2008 moeten voldoen aan fase IIIb (ook wel TIER IV genoemd) om in aanmerking te kunnen komen onder bedrijfsmiddelcodes A 5000 en C5001. Voor A 5000 gelden daarnaast geluidseisen.

  1. De bedrijfsmiddelen, genoemd onder de nummers

moeten voorzien zijn van een verklaring van de producent of leverancier waaruit blijkt dat het hydraulische systeem van het desbetreffende bedrijfsmiddel is voorzien van een eenvoudig biologisch-afbreekbare niet-toxische olie of van water en waaruit blijkt dat bij het gebruik van een dergelijke olie of van water de garantiebepalingen onverkort van toepassing zijn. Olie en vet zijn eenvoudig biologisch-afbreekbaar en niet-toxisch als er een certificaat op is afgegeven van het Europees Ecolabel. Vet voldoet bovendien aan de eisen als er een Blauer- Engel-certificaat voor is verleend. Zodra via het Ecolabel smeervetten van meerdere merken beschikbaar zijn, zal ook voor de smeervetten alleen nog het Ecolabel-smeervet worden geëist.

Het Europees Ecolabel is het Europese milieukeurmerk voor non-food producten en diensten. Alle Europese lidstaten zijn betrokken bij de ontwikkeling van het Europees Ecolabel en ondersteunen dit milieukeurmerk. In Nederland is Stichting Milieukeur (SMK) verantwoordelijk voor de implementatie. Diverse Europese fabrikanten bieden al oliën met Ecolabel aan en hun aantal groeit gestaag.

MIA en Vamil stelden al eisen aan de biologische afbreekbaarheid en niet-toxiciteit. Met het Ecolabel zijn er dit jaar ook voorwaarden gesteld aan de bioaccumuleerbaarheid en wordt een aantal schadelijke stofgroepen expliciet uitgesloten. Zo wordt verder voorkomen dat schade aan het milieu optreedt bij lekkages. Want naar schatting 2030% van alle verkochte hydrauliekolie komt nog steeds in het milieu terecht. Ook een belangrijke Ecolabel-eis is dat een wezenlijk deel van de hydrauliekolie uit hernieuwbare, veelal plantaardige grondstoffen moet bestaan. Hiermee wordt de CO_2-uitstoot van het gebruik van hydrauliekolie beperkt.

Indien het hydraulische systeem gevuld is met water en er kans op bevriezing bestaat, worden aan het systeem slechts stoffen toegevoegd die nodig zijn om het vriespunt te verlagen. Waterhydrauliek wordt in ieder geval geëist bij de volgende codes:

  1. Ten aanzien van de volgende generieke bedrijfsmiddelen:

wordt desgevraagd een meerkostenberekening volgens de definities van het Milieusteunkader (Communautaire kaderregeling inzake staatssteun ten behoeve van het milieu (PbEG 2001, C 37) overgelegd, wordt aangetoond dat met het betreffende bedrijfsmiddel milieuvoordelen worden behaald, en wordt aangetoond dat een groter milieurendement wordt gehaald dan wettelijk verplicht is.

  1. Indien in deze bijlage sprake is van bepaalde meetvoorschriften, testmethoden, verklaringen of certificaten, worden bedrijfsmiddelen die getoetst zijn met gelijkwaardige meetvoorschriften, testmethoden of die voorzien zijn van gelijkwaardige verklaringen of certificaten, met de betreffende meetvoorschriften, testmethoden, verklaringen of certificaten gelijkgesteld.

  2. Een wijziging van een richtlijn, genoemd in deze bijlage, gaat voor de toepassing van deze regeling gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijzigingsrichtlijn uitvoering moet zijn gegeven. Als een richtlijn genoemd in een omschrijving van een bedrijfsmiddel lopende het jaar wordt gewijzigd of vervangen, dan geldt vanaf het moment van wijziging of vervanging de rechtsopvolger van de betreffende richtlijn.