40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Bekostigingsregeling opvang ontheemden Oekraïne | BWBR0046732 | ministeriele-regeling | geldend | 2022-06-04 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0046732 | Bekostigingsregeling opvang ontheemden Oekraïne |
Bekostigingsregeling opvang ontheemden Oekraïne
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. a.
*minister:* de Minister van Asiel en Migratie;
b. b.
*ontheemden:* personen op wie het Uitvoeringsbesluit van 4 maart 2022 van de richtlijn 2001/55/EG van de raad van 2001 van toepassing is, ingevolge artikel 2 van dat besluit;
c. c.
*opvangvoorziening:* een accommodatie waarin opvang wordt geboden aan ontheemden;
d. d.
*leefgeld:* financiële toelage ten behoeve van voedsel, kleding en andere persoonlijke uitgaven;
e. e.
*wooncomponent:* financiële toelage ten behoeve van kosten voor het openbaar vervoer, voor activiteiten buitenshuis of een vrijwillige bijdrage in het particuliere huishouden;
f. f.
*verstrekkingen:* de voorzieningen die een ontheemde uit Oekraïne ontvangt zoals opgenomen in de Regeling opvang ontheemden Oekraïne;
g. g.
*transitiekosten:* de kosten die gemeenten maken voor het geschikt maken of realiseren van gebouwen voor de opvang van ontheemden;
h. h.
*uitvoeringskosten:* de kosten die gemeenten maken voor alle processen rond het realiseren en de uitvoering van de opvang en het doen van verstrekkingen;
i. i.
*SiSa:* het systeem van single information, single audit, zoals bepaald in de ministeriële regeling informatieverstrekking SiSa.
Artikel 2
1.
De minister verstrekt aan gemeenten een specifieke uitkering ter bekostiging van:
a. a. de kosten van de verstrekkingen, bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdelen a, c, d en e, tweede en derde lid van de Regeling opvang Ontheemden Oekraïne, waaronder de uitvoeringskosten, van de opvang van ontheemden in een opvangvoorziening van de gemeente binnen de gemeentegrens; b. b. de kosten van de verstrekkingen, bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel b en artikel 12, eerste tot en met vijfde lid, van de Regeling opvang ontheemden Oekraïne; c. c. de kosten voor de verstrekkingen, bedoeld in artikel 12, achtste en negende lid, van de Regeling opvang ontheemden Oekraïne; d. d. de uitvoeringskosten van de verstrekkingen aan ontheemden die verblijven in opvangvoorzieningen van particulieren, bedoeld in artikel 12 van de Regeling opvang ontheemden uit Oekraïne; e. e. de transitiekosten voor opvang van ontheemden in de gemeentelijke opvang; f. f. de kosten van de verstrekkingen in het tijdvak nadat de aanspraken op basis van de Regeling opvang ontheemden Oekraïne zijn geëindigd, voor zo ver de gemeente op verzoek van de minister onderbouwt dat inspanningen verricht worden met het oog op het beëindigen van de verstrekkingen door het vertrek in de zin van artikel 61 van de Vreemdelingenwet 2000, ofwel gedurende de tijd die nodig is voor het voeren van noodzakelijke procedures om de ontruiming van een opvanglocatie te realiseren en de kosten die daarbij gemoeid zijn.
2. De transitiekosten, bedoeld in het eerste lid, onderdeel e, worden op aanvraag verstrekt.
3.
De aanvraag, bedoeld in het tweede lid, bevat ten minste:
a. a. een omschrijving van de transitiekosten voor het realiseren of geschikt maken van de opvang waarvoor de specifieke uitkering wordt aangevraagd en de wijze waarop de locatie voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 5 van de Regeling opvang ontheemden Oekraïne; b. b. een omschrijving van de wijze waarop het project uitgevoerd wordt en welke partijen daarbij betrokken zijn; c. c. het aantal te realiseren opvangplekken; d. d. een financiële begroting waarin in ieder geval de totale kosten en de afschrijvingstermijn zijn opgenomen; e. e. de periode die de transitie duurt, evenals de periode dat de opvanglocatie beschikbaar is.
4. De gemeente, bedoeld in het eerste lid, verstrekt op verzoek van de minister een onderbouwing van de wijze waarop zij invulling geeft aan een continue en voldoende betrouwbare uitvoering van de taak als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Regeling opvang ontheemden Oekraïne.
Artikel 3
1.
Gemeenten ontvangen:
a. a. tot 15 oktober 2022, ter bekostiging van de kosten, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, een normbedrag van € 100 per dag per gerealiseerde opvangplek; b. b. met ingang van 15 oktober 2022, ter bekostiging van de kosten, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, een normbedrag van € 83 per dag per gerealiseerde opvangplek; c. c. met ingang van 1 januari 2024, ter bekostiging van de kosten, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdelen a en f, een normbedrag van € 61 per dag per gerealiseerde opvangplek; d. d. met ingang van 1 januari 2025, ter bekostiging van de kosten, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdelen a en f, een normbedrag van € 44 per dag per gerealiseerde opvangplek.
2. Indien de totale werkelijke kosten, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdelen a en f, per bestedingsjaar, een uitkering op basis van de normbedragen, bedoeld in het eerste lid, in betekenende mate zouden overschrijden dan kan de gemeente deze totale werkelijke kosten per opvangplek per dag declareren. De gemeente kan eveneens de totale werkelijke kosten, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdelen a en f, per bestedingsjaar, declareren indien deze werkelijke kosten een uitkering op basis van normbedragen in betekenende mate zouden onderschrijden. Voor het jaar 2022 ligt de oorzaak van de kosten in alle gevallen in de periode 1 maart 2022 tot en met 31 december 2022.
3. Gemeenten ontvangen ter bekostiging van de kosten, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, een vergoeding van de werkelijke kosten per verstrekking als bedoeld in de Regeling opvang ontheemden Oekraïne.
4.
Gemeenten ontvangen:
a. a. tot 1 januari 2024, ter bekostiging van de kosten, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdelen c en d, een normbedrag van € 210 per geregistreerde persoon per maand waarin aan deze persoon een verstrekking is gedaan; b. b. met ingang van 1 januari 2024, ter bekostiging van de kosten, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdelen c en d, een normbedrag van € 92 per geregistreerde persoon per maand waarin aan deze persoon een verstrekking is gedaan; c. c. met ingang van 1 januari 2025, ter bekostiging van de kosten, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdelen c en d, een normbedrag van € 48 per geregistreerde persoon per maand waarin aan deze persoon een verstrekking is gedaan.
5. Gemeenten ontvangen ter bekostiging van de transitiekosten, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel e, een vergoeding van de werkelijke kosten.
6. Indien de kosten, bedoeld in het vijfde lid, het aangevraagde en door het Ministerie van Justitie goedgekeurde bedrag met meer dan 10% overschrijden, doet de gemeente een aanvullende aanvraag voor het gedeelte dat hoger is dan het aangevraagde en goedgekeurde bedrag.
7. Op het totaalbedrag op basis van het eerste lid, wordt in mindering gebracht de bedragen die de gemeente in een boekjaar ontvangt op grond van de artikelen 7, vierde lid, en 8 van de Regeling opvang ontheemden Oekraïne.
Artikel 4
De gemeenten besteden de specifieke uitkering gedurende de periode van 1 maart 2022 tot en met 31 december 2023 of tot en met de dag waarop een binnen dat tijdvak bij de Staten-Generaal ingediend voorstel van wet waarop deze regeling komt te berusten is verworpen, danwel, indien dat voorstel tot wet is verheven en in werking is getreden, tot en met de dag waarop die wet vervalt.
Artikel 5
1. Op aanvraag verstrekt en betaalt de minister in 2022 aan gemeenten een voorschot van 100% van het aantal opvangplekken voor ontheemden dat een gemeente in een boekjaar verwacht te realiseren maal het normbedrag, de werkelijke transitiekosten en de verwachte kosten volgend uit artikel 2, eerste lid, onderdeel b. Daarop wordt in mindering gebracht het bedrag dat de gemeente in het betreffende boekjaar verwacht te ontvangen op grond van de artikelen 7, vierde lid en 8 van de Regeling opvang ontheemden Oekraïne.
2. De aanvraag voor een voorschot, bedoeld in het eerste lid, kan de gemeente voor 1 november van het betreffende boekjaar indienen bij de minister.
3. In het geval, bedoeld in artikel 4, wordt in het eerste lid de zinsnede ‘in 2022’ gelezen als ‘in het jaar van besteding van de uitkering’.
4.
In afwijking van het tweede lid kan de minister een aanvraag voor een voorschot ingediend na 1 november van het betreffende boekjaar, maar vóór 1 mei van het daarop volgende boekjaar, in behandeling nemen, indien er sprake is van:
a. a. een onverwacht hoge toestroom van ontheemden na 1 november van het betreffende boekjaar; b. b. een stagnatie of afname van het aantal opvangplekken ten opzichte van het aantal ontheemden dat een opvangplek nodig heeft; of c. c. een andere aantoonbare reden waarom de kosten door de gemeente niet konden worden voorzien.
5.
De aanvraag, bedoeld in het vierde lid, wordt alleen in behandeling genomen indien:
a. a. de landelijke bezettingsgraad van het aantal gerealiseerde opvangplekken boven de 95% ligt, waardoor de urgentie om nieuwe opvangplekken te realiseren groot is; b. b. de kosten zijn of worden gemaakt in het betreffende boekjaar.
Artikel 6
1. De gemeenten leggen uiterlijk 15 juli van het jaar dat volgt op het jaar van besteding verantwoording af over de besteding van de specifieke uitkering. Artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet is van overeenkomstige toepassing.
2. De gemeenten nemen de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie in acht bij de besteding van de specifieke uitkering.
Artikel 7
1.
De minister stelt de uitkering uiterlijk op 31 december van het jaar dat volgt op het jaar van besteding vast. De minister kan de uitkering lager vaststellen:
a. a. voor zover er geen volledige of onjuiste verantwoordingsinformatie is verstrekt; b. b. indien de verantwoordingsinformatie na 15 juli van het jaar van vaststelling is ontvangen, tenzij SiSa tussen overheden van toepassing is; c. c. voor zover de uitkering niet rechtmatig is besteed; d. d. voor zover de rechtmatigheid van de besteding volgens de controlerende accountant onzeker is.
2. Indien de verantwoordingsinformatie te laat, niet of niet volledig wordt verstrekt kan de minister de uitkering op een lager bedrag vaststellen.
Artikel 8
De uitkering kan worden teruggevorderd voor het deel dat blijkens de verantwoordingsinformatie niet of niet rechtmatig is uitgegeven. Onverschuldigd betaalde uitkeringsbedragen en voorschotten kunnen worden teruggevorderd, voor zover na de dag waarop de beschikking waarbij de uitkering wordt vastgesteld is bekendgemaakt, nog geen vijf jaren zijn verstreken.
Artikel 9
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 maart 2022.
Artikel 10
Deze regeling wordt aangehaald als: Bekostigingsregeling opvang ontheemden Oekraïne.