40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Beschikking tijdelijke inkomenssteun in de akkerbouw | BWBR0004836 | ministeriele-regeling | geldend | 1990-08-02 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0004836 | Beschikking tijdelijke inkomenssteun in de akkerbouw |
Beschikking tijdelijke inkomenssteun in de akkerbouw
Artikel 1
1. In het kader van deze regeling wordt verstaan onder:
2.
In het kader van deze regeling wordt met betrekking tot de volgende begrippen verstaan hetgeen overeenkomstig de raadsverordening en de commissieverordening in het PIL daaronder wordt verstaan:
a. a. inkomen b. b. netto landbouwinkomen c. c. totaal gezinsinkomen d. d. inkomensnadeel.
Artikel 2
Er wordt ter uitvoering van het bij en krachtens de raadsverordening bepaalde een PIL opgesteld op grond waarvan de minister overeenkomstig de bepalingen in de raadsverordening, de commissieverordening en deze regeling op aanvraag tijdelijke inkomenssteun in de akkerbouw kan verlenen.
Artikel 3
1. Inkomenssteun kan worden verleend aan natuurlijke en rechtspersonen.
2.
Inkomenssteun kan slechts worden verleend aan natuurlijke personen, indien:
a. a. zij blijkens de gegevens van de landbouwtellingen van 1987 en 1988 als bedrijfshoofd voor eigen rekening en risico een akkerbouwbedrijf hebben geëxploiteerd; b. b. zij volgens de gegevens van de landbouwtelling van 1989 en op het moment van de indiening van de aanvraag als bedrijfshoofd hun hoofdberoep op dit bedrijf hebben respectievelijk als lid van het gezin een individuele arbeidsprestatie van tenminste 25% van een arbeidsjaareenheid op dit bedrijf leveren; c. c. blijkens de gegevens van de landbouwtelling van 1989 van de totale oppervlakte aan cultuurgrond van dit bedrijf tenminste 30% wordt gebruikt voor de teelt van marktordeningsgewassen; d. d. zij op het moment van de indiening van de aanvraag de leeftijd van 65 jaar nog niet hebben bereikt; e. e. zij op het moment van indiening van de aanvraag geen recht hebben op een bijdrage ingevolge de Stimuleringsregeling bedrijfsbeëindiging en structuurverbetering in de akkerbouw (Stcrt. 1990, ...).
3.
Inkomenssteun kan slechts worden verleend aan rechtspersonen, indien:
a. a. zij blijkens de gegevens van de landbouwtellingen van 1987 en 1988 voor eigen rekening en risico een akkerbouwbedrijf hebben geëxploiteerd; b. b. volgens de gegevens van de landbouwtelling van 1989 en op het moment van de indiening van de aanvraag de directeur/bedrijfsleider zijn hoofdberoep op dit bedrijf heeft; c. c. dit bedrijf op het moment van de indiening van de aanvraag voor eigen rekening en risico geëxploiteerd wordt en van de totale oppervlakte aan cultuurgrond van het bedrijf tenminste 30% wordt gebruikt voor de teelt van marktordeningsgewassen; d. d. de directeur/bedrijfsleider op het moment van indiening van de aanvraag de leeftijd van 65 jaar nog niet heeft bereikt; e. e. de directeur/bedrijfsleider op het moment van de indiening van de aanvraag geen recht heeft op een bijdrage ingevolge de Stimuleringsregeling bedrijfsbeëindiging en structuurverbetering in de akkerbouw.
4.
Indien meer dan een natuurlijke persoon en/of rechtspersoon een akkerbouwbedrijf uitoefenen, kan inkomenssteun slechts worden verleend:
a. a. indien zij blijkens de gegevens van de landbouwtellingen van 1987 en 1988 voor rekening en risico van hen gezamenlijk een akkerbouwbedrijf hebben geëxploiteerd; b. b. indien volgens de gegevens van de landbouwtelling van 1989 en op het moment van de indiening van de aanvraag het bedrijfshoofd respectievelijk de directeur/bedrijfsleider zijn hoofdberoep op dit bedrijf heeft; c. c. indien dit bedrijf op het moment van de indiening van de aanvraag voor rekening en risico van hen gezamenlijk geëxploiteerd wordt en van de totale oppervlakte aan cultuurgrond van het bedrijf tenminste 30% wordt gebruikt voor de teelt van marktordeningsgewassen; d. d. aan de natuurlijke personen dan wel de directeuren/bedrijfsleiders die op het moment van de indiening van de aanvraag de leeftijd van 65 jaar nog niet hebben bereikt; e. e. aan de onder d bedoelde personen die op het moment van de indiening van de aanvraag geen recht hebben op een bijdrage ingevolge de Stimuleringsregeling bedrijfsbeëindiging en structuurverbetering in de akkerbouw.
5. In de gevallen zoals bedoeld in het derde en vierde lid is het in het tweede lid onder b en d bepaalde van overeenkomstige toepassing op de leden van het gezin.
Artikel 4
Inkomenssteun kan slechts worden verleend, indien het overeenkomstig het PIL per arbeidsjaareenheid berekende totale gezinsinkomen gemiddeld over de boekjaren 1986/1987 en 1987/1988 minder bedraagt dan € 15.428,53 en tenminste 10% van het totale gezinsinkomen uit het landbouwbedrijf afkomstig is. Indien de boekjaren 1986/1987 en 1987/1988 niet representatief zijn voor de bepaling van de voorwaarde dat 10% van het totale gezinsinkomen uit het landbouwbedrijf afkomstig is, kan, op verzoek van de aanvrager, worden uitgegaan van het gemiddelde over de boekjaren 1982/1983-1984/1985.
Artikel 5
1. Overeenkomstig het in het PIL bepaalde wordt het inkomensnadeel op basis van het verschil tussen het gemiddelde inkomen in de periode van 1987 tot en met 1989 en het gemiddelde inkomen in de periode van 1980 tot en met 1984 bepaald op een vast bedrag per hectare marktordeningsgewas.
2. Het niveau van de inkomenssteun wordt forfaitair op grond van het per hectare marktordeningsgewas bepaalde inkomensnadeel vastgesteld.
Artikel 6
1.
de inkomenssteun wordt op basis van de gegevens van de landbouwtelling van 1989 berekend op grond van:
- de op het bedrijf gepresteerde arbeidsjaareenheden;
- het aantal hectaren marktordeningsgewas;
2. De inkomenssteun wordt verleend ter aanvulling van het per arbeidsjaareenheid berekende totale gezinsinkomen, zoals bedoeld in artikel 4, tot ten hoogste € 15.428,53;
3. De inkomenssteun bedraagt maximaal € 2.500,- per jaar per arbeidseenheid van het betrokken bedrijf en maximaal € 5.000,- per jaar per bedrijf;
4. De inkomenssteun wordt ten hoogste gedurende vijf jaar vanaf de eerste betaling verleend;
5. Wanneer de inkomenssteun gedurende verschillende jaren wordt verleend wordt het bedrag als bedoeld in artikel 5, tweede lid, elk jaar met 20% in waarde verlaagd;
6. Geen uitkering van inkomenssteun vindt plaats indien het bedrag van de eerste betaling € 45,38 of minder bedraagt.
7. Wanneer begunstigden als bedoeld in artikel 3, tijdens de looptijd van het PIL de leeftijd van 65 jaar bereiken, komen zij slechts naar evenredigheid voor de maanden, voorafgaand aan die waarin zij deze leeftijd bereiken, voor inkomenssteun in aanmerking;
8. Wanneer begunstigden als bedoeld in artikel 3, tijdens de looptijd van het PIL een recht verkrijgen op een bijdrage ingevolge de Stimuleringsregeling bedrijfsbeëindiging en structuurverbetering in de akkerbouw, vervalt hun recht op inkomenssteun met ingang van de maand waarin het recht op voornoemde bijdrage ontstaat en komen zij slechts naar evenredigheid voor de daaraan voorafgaande maanden in aanmerking voor inkomenssteun.
Artikel 7
1. Om in aanmerking te komen voor inkomenssteun moet het bedrijfshoofd respectievelijk de directeur/bedrijfsleider in de periode van 6 augustus 1990 tot 16 oktober 1990, dan wel in de periode van 1 januari 1991 tot 16 februari 1991 een daartoe strekkende aanvrage indienen bij de DBH op een door de directeur vastgesteld formulier.
2. De DBH is belast met het uitreiken en in ontvangst nemen van de aanvraagformulieren.
3. De aanvraag dient vergezeld te gaan van bewijsstukken waaruit blijkt dat voldaan wordt aan, voor zover van toepassing, het in de artikelen 3 en 4 bepaalde.
4. De aanvrager is verplicht om desgevraagd aanvullende gegevens te verstrekken, die de directeur nodig acht voor een beoordeling van de aanvraag in het kader van het in deze regeling en het PIL bepaalde.
Artikel 8
1. De directeur is met de uitvoering van deze regeling belast en beslist, namens de minister, op de aanvraag.
2. Van de beslissing wordt de aanvrager in kennis gesteld.
3. Indien de aanvraag wordt afgewezen wordt de beslissing met redenen omkleed.
Artikel 9
1. Onverminderd het in het Burgerlijk Wetboek bepaalde kan uitgekeerde inkomenssteun geheel of ten dele worden teruggevorderd in de mate waarin deze op grond van onjuiste, doch door de aanvrager voor juist verklaarde gegevens blijkt te zijn verleend, vermeerderd met de wettelijke rente over de periode vanaf het moment van uitbetaling tot aan het moment van terugbetaling.
2. Indien wordt vastgesteld dat uitbetaling van de inkomenssteun ten onrechte is geschied als gevolg van ernstige onregelmatigheden van de betrokken begunstigde, wordt het in het eerste lid bedoelde bedrag bovendien vermeerderd met een bijkomend bedrag gelijk aan 30% van de ten onrechte uitgekeerde inkomenssteun.
Artikel 10
1. Tegen een besluit genomen op grond van deze regeling kan de natuurlijke of rechtspersoon, die door dit besluit rechtstreeks in zijn belang is getroffen een bezwaarschrift indienen bij de minister.
2. De termijn voor het indienen van een bezwaarschrift bedraagt 30 dagen.
3. De termijn vangt aan met ingang van de dag na die waarop het besluit is verzonden of uitgereikt.
4. Ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediend bezwaarschrift blijft niet-ontvankelijkheidsverklaring op die grond achterwege indien de betrokkene aantoont dat hij het geschrift heeft ingediend zo spoedig als dit redelijkerwijs verlangd kan worden.
5. Het bezwaar schorst niet de werking van het besluit waartegen het gericht is.
6.
Het bezwaarschrift dient te zijn ondertekend en ten minste te bevatten:
a. a. naam en adres van de indiener; b. b. dagtekening van het bezwaarschrift; c. c. een omschrijving, met vermelding van kenmerk en datum, van het besluit waartegen het bezwaar zich richt, zo mogelijk door medezending van een copie van het besluit; d. d. de gronden voor het bezwaar.
7. Indien niet is voldaan aan het bepaalde in het zesde lid kan het bezwaarschrift niet-ontvankelijk worden verklaard mits de indiener de gelegenheid heeft gehad binnen een door of vanwege de minister gestelde termijn het verzuim te herstellen.
Artikel 11
1. Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na die van haar bekendmaking in de Staatscourant.
2. Zij kan worden aangehaald als ‘Beschikking tijdelijke inkomenssteun in de akkerbouw’.
Bijlage I
Lijst van marktordeningsgewassen als bedoeld in artikel 1, onderdeel h:
Bijlage II. Programma Inkomenssteun in de Landbouw (PIL)
Op 21 maart 1989 heeft de Raad van de Europese Gemeenschappen een verordening vastgesteld tot instelling van een regeling inzake tijdelijke inkomenssteun in de landbouw (Verordening (EEG) nr.768/89, Pb EG L 84). Uitvoeringsbepalingen voor deze verordening zijn neergelegd in een Commissieverordening van 19 december 1989 (Verordening (EEG) nr.3813/89, Pb EG L 371).
De Nederlandse overheid zal aan akkerbouwers de mogelijkheid bieden deze steun te verkrijgen. Aanleiding hiervoor is dat in deze sector na 1984 een sterke daling van de inkomens is opgetreden door bijstellingen in het EG-markt- en prijsbeleid.
In de verordening van de Raad is bepaald dat lidstaten de steun slechts mogen verstrekken wanneer hiervoor een programma is opgesteld en door de Commissie is goedgekeurd. Een dergelijk programma bevat het algemene kader voor het verstrekken van de steun. De EG-verordeningen vormen het uitgangspunt bij het opstellen van onderstaand programma.