rijk/ministeriele-regeling/besluit-buitengewoon-opsporingsambtenaar-provincie-fryslân-2003/BWBR0015147
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar provincie Fryslân 2003 BWBR0015147 ministeriele-regeling geldend 2003-06-06 https://wetten.overheid.nl/BWBR0015147 Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar provincie Fryslân 2003

Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar provincie Fryslân 2003

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

a. a. de buitengewoon opsporingsambtenaar: de buitengewoon opsporingsambtenaar bedoeld in artikel 2; b. b. de provincie Fryslân: team vaarwegen van de sector Provinciale Waterstaat.

Artikel 2

De ambtenaren van de provincie Friesland werkzaam in de functie van:

a. a. inspecteur en adjunct-inspecteur scheepvaart; b. b. controleur vaarwegen;

zijn aangewezen als buitengewoon opsporingsambtenaar.

Artikel 3

1.

De buitengewoon opsporingsambtenaar is bevoegd tot het opsporen van feiten strafbaar gesteld bij of krachtens:

    • de in artikel 1a van de Wet op de economische delicten (WED) genoemde wetten alsmede de artikelen 26, 33 en 34 van de WED;
      
    •  het Binnenvaartpolitiereglement; de Scheepvaartverkeerswet; Besluit vervoer gevaarlijke stoffen, Stb 297, 1996; Bijlage 4 van het VBG; de Wrakkenwet; de Binnenschepenwet;
      
    •  artikel 435, onder ten vierde, van het Wetboek van Strafrecht;
      
    • Verordeningen en/of Keuren voor zover betrokkene daarvoor door het bevoegde bestuursorgaan is aangewezen;
      
    •  Andere wetten, indien en voor zover hij daarmee in een concreet opsporingsonderzoek door een officier van justitie wordt belast, voor de duur van dat onderzoek.
      

2. De opsporingsbevoegdheid geldt voor het grondgebied van de provincie Friesland, tenzij in verband met een concreet opsporingsonderzoek buiten het grondgebied van de provincie Friesland noodzakelijk is, in welk geval de opsporingsbevoegdheid zich alsdan uitstrekt over het grondgebied van Nederland.

Artikel 4

1. De korpschef van het regionaal politiekorps Friesland is bevoegd tot de beëdiging van de buitengewoon opsporingsambtenaar.

2. Op grond van dit besluit kunnen maximaal zestig personen als buitengewoon opsporingsambtenaar worden beëdigd.

Artikel 5

1. De buitengewoon opsporingsambtenaar is bevoegd bij de opsporing van de in artikel 3, eerste lid, genoemde strafbare feiten gebruik te maken van de bevoegdheden, als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Politiewet 1993.

2. Hij gedraagt zich overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk 7 van de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke Marechaussee en de buitengewoon opsporingsambtenaar.

Artikel 6

1. Als toezichthouder van de buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de hoofdofficier van justitie in het arrondissement Leeuwarden.

2. Als direct toezichthouder van de buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de korpschef van het regiopolitiekorps Friesland.

Artikel 7

1.

De directeur van de Hoofdgroep Wegen en Kanalen van de provincie Friesland brengt jaarlijks, voor 1 april, met betrekking tot bij de dienst werkzame buitengewoon opsporingsambtenaren aan de Minister van Justitie verslag uit over:

a. a. het aantal buitengewoon opsporingsambtenaren binnen de dienst; b. b. de door die buitengewoon opsporingsambtenaren verrichte activiteiten; c. c. de stand van zaken met betrekking tot de opleiding van die buitengewoon opsporingsambtenaren, waarbij in ieder geval wordt aangegeven hoeveel personen in het verslagjaar zijn aangemeld voor de CITO-toets en hoeveel personen in dat jaar voor die CITO-toets zijn geslaagd.

2. Dit verslag dient te worden toegezonden aan de toezichthouder en de direct toezichthouder, als bedoeld in artikel 6 van dit besluit, alsmede aan het Ministerie van Justitie, directie Bestuurszaken, afd. IBB/BOA, Postbus 20300, 2500 EH Den Haag.

Artikel 8

Het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar provincie Fryslân 2002 wordt ingetrokken.

Artikel 9

De op naam gestelde akten van opsporingsbevoegdheid en beëdiging, de legitimatiebewijzen buitengewoon opsporingsambtenaar en de overige benoemingsbescheiden, welke zijn uitgevaardigd op het in artikel 8 van dit besluit omschreven besluit, worden geacht te zijn afgegeven mede op basis van het onderhavige besluit en zijn van kracht tot aan de in die akten, legitimatiebewijzen en overige benoemingsbescheiden vermelde geldigheidsdatum.

Artikel 10

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en vervalt op 10 juli 2007.

Artikel 11

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar provincie Fryslân 2003.