rijk/ministeriele-regeling/besluit-buitengewoon-opsporingsambtenaar-regionale-verkeershandhaving-2000/BWBR0011226
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar regionale verkeershandhaving 2000 BWBR0011226 ministeriele-regeling geldend 2000-04-06 https://wetten.overheid.nl/BWBR0011226 Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar regionale verkeershandhaving 2000

Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar regionale verkeershandhaving 2000

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder de buitengewoon opsporingsambtenaar: de opsporingsambtenaren omschreven in het tweede artikel van dit besluit.

Artikel 2

De personen werkzaam als medewerker verwerking, radarwaarnemer of verkeersassistent binnen het team verkeershandhaving van een regionaal politiekorps en die zijn belast met de opsporing van strafbare feiten, zijn aangewezen als buitengewoon opsporingsambtenaar.

Artikel 3

1. De opsporingsbevoegdheid van de buitengewoon opsporingsambtenaar strekt zich uit tot ten hoogste de strafbare feiten genoemd in artikel 435, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, artikel 34 van de Wet Administratiefrechtelijke Handhaving Verkeersvoorschriften (WAHV), de artikelen 20, 21, 22, 59, 60, 62, 68 van het Reglement Verkeersregels en Verkeertekens (RVV) en omvat mede de bevoegdheden als omschreven in artikel 160, eerste, derde en vijfde lid van de Wegenverkeerswet.

2. De opsporingsbevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, geldt voor het grondgebied van heel Nederland.

Artikel 4

1. Het College van procureurs-generaal is bevoegd tot het beëdigen van de buitengewoon opsporingsambtenaar.

2. Op basis van dit besluit kunnen maximaal 30 personen per regio zijn beëdigd tot buitengewoon opsporingsambtenaar. Hierbij geldt een maximum van in totaal 800 personen.

Artikel 5

1. Als toezichthouder voor de buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de Hoofdofficier van Justitie van het arrondissement waarbinnen de standplaats van de buitengewoon opsporingsambtenaar is gelegen,

2. Als direct toezichthouder is aangewezen de korpschef van de politieregio waarbinnen de standplaats van de buitengewoon opsporingsambtenaar is gelegen.

Artikel 6

Het hoofd van het bureau verkeershandhaving van het Openbaar Ministerie brengt jaarlijks, doch uiterlijk per 1 april, verslag uit aan de Minister van Justitie en vermeldt hierin in ieder geval:

a. a. de aantallen binnen de verkeershandhavingsteams werkzame buitengewoon opsporingsambtenaren, b. b. de door die opsporingsambtenaren verrichte activiteiten, c. c. de stand van zaken met betrekking tot de opleiding van de buitengewoon opsporingsambtenaren, waarbij in ieder geval wordt aangegeven hoeveel personen in het verslagjaar zijn aangemeld voor het door de Minister van Justitie goedgekeurde examen en hoeveel personen in dat jaar voor het examen zijn geslaagd.

Artikel 7

1. De besluiten van het College van procureurs-generaal van 22 juni 1999, 24 november 1999 en 5 januari 2000, inhoudende categoriale aanwijzingen tot benoeming van buitengewone opsporingsambtenaren verkeershandhaving bij de korpsen Drenthe, Brabant Zuid-Oost en Midden- en West Brabant, worden ingetrokken.

2. De akten van beëdiging die berusten op de in artikel 7, eerste lid, genoemde besluiten, worden thans geacht op onderhavig besluit te berusten met inachtneming van het bepaalde in artikel 23 van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar.

Artikel 8

1. Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening in de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

2. Onderhavig besluit vervalt met ingang van 1 januari 2005.

Artikel 9

Dit besluit kan worden aangehaald als: Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar regionale verkeershandhaving 2000.