40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Besluit buitengewoon opsporingsambtenaren Dienst Vervoer & Ondersteuning 1998 | BWBR0009920 | ministeriele-regeling | geldend | 1999-01-01 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0009920 | Besluit buitengewoon opsporingsambtenaren Dienst Vervoer & Ondersteuning 1998 |
Besluit buitengewoon opsporingsambtenaren Dienst Vervoer & Ondersteuning 1998
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
Artikel 2
De personen die werkzaam zijn bij de DV&O bij:
a. a. de Landelijke Bijzondere Bijstandsverlening (LBB), b. b. het Bijzonder Ondersteuningsteam (BOT), en c. c. de Tijdelijke Executieve Ondersteuning (TEO) zijn aangewezen als buitengewoon opsporingsambtenaar.
Artikel 3
1.
De opsporingsbevoegdheid van de buitengewoon opsporingsambtenaar strekt zich uit tot de strafbare feiten genoemd in:
a. a. de artikelen 177, 179 tot en met 182, 184, 191 en 461 van het Wetboek van Strafrecht, de Opiumwet en de artikelen 13, eerste lid, 26, eerste en vijfde lid, en 27, eerste lid, van de Wet wapens en munitie; b. b. andere strafbare feiten, indien en voorzover zij daarmee in een concreet opsporingsonderzoek door een officier van justitie worden belast voor de duur van dat onderzoek.
2. De in het eerste lid genoemde opsporingsbevoegdheid geldt voor het gehele land.
Artikel 4
De buitengewoon opsporingsambtenaar is bevoegd de in artikel 8, eerste en derde lid, van de Politiewet 1993 genoemde bevoegdheden uit te oefenen.
Artikel 5
1.
De buitengewoon opsporingsambtenaar kan gedurende de uitoefening van zijn taak als buitengewoon opsporingsambtenaar uitgerust zijn met:
a. a. een korte wapenstok van een door de Ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken goedgekeurd merk en type; b. b. een semi-automatisch pistool van het merk Walther, type P5, kaliber 9 millimeter maal 19 millimeter; c. c. handboeien van een door de Ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken goedgekeurd merk en type.
2. De buitengewoon opsporingsambtenaar, met uitzondering van de personen die werkzaam zijn bij de TEO, kan gedurende de uitoefening van zijn taak als buitengewoon opsporingsambtenaar tevens uitgerust zijn met een semi-automatisch machinepistool van het merk Heckler & Koch, type MP5 A2 (met vaste kolf: niet automatisch) en type MP5 A3 (met inschuifbare kolf: niet automatisch) kaliber 9 millimeter maal 19 millimeter;
3. De buitengewoon opsporingsambtenaar, werkzaam bij de LBB, kan gedurende de uitoefening van zijn taak als buitengewoon opsporingsambtenaar bovendien uitgerust zijn met CS-traangasgranaten en traangasverspreidende middelen van een door de Ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken goedgekeurd merk en type.
Artikel 6
1. De procureur-generaal in het ressort Amsterdam is bevoegd tot het beëdigen van de buitengewoon opsporingsambtenaar.
2. Op grond van dit besluit kunnen maximaal 275 personen als buitengewoon opsporingsambtenaar worden beëdigd.
Artikel 7
1. Als toezichthouder van de buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de hoofdofficier van justitie bij het arrondissementsparket te Utrecht.
2. Als direct toezichthouder van de buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de korpschef van het Korps landelijke politiediensten.
Artikel 8
De directeur van de DV&O brengt jaarlijks met betrekking tot bij de dienst werkzame buitengewoon opsporingsambtenaren aan de Minister van Justitie verslag uit over:
a. a. het aantal buitengewoon opsporingsambtenaren binnen de dienst; b. b. de door die buitengewoon opsporingsambtenaren verrichte activiteiten; c. c. de stand van zaken met betrekking tot de opleiding van die buitengewoon opsporingsambtenaren, waarbij in ieder geval wordt aangegeven hoeveel personen in het verslagjaar zijn aangemeld voor de Cito-toets en hoeveel personen in dat verslagjaar zijn geslaagd, en d. d. de stand van zaken met betrekking tot de training, de bekwaamheid in de omgang met geweldsmiddelen daaronder begrepen, van die buitengewoon opsporingsambtenaren.
Artikel 9
Het Besluit van de Minister van Justitie van 3 september 1993, kenmerk SW/93/30, het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaren Dienst Beveiligd Vervoer Justitie 1994 en het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaren Landelijke Bijzondere Bijstandsverlening 1995 worden ingetrokken.
Artikel 10
Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop de Penitentiaire Beginselenwet in werking treedt.
Artikel 11
Dit besluit is geldig tot 5 jaar na de datum van inwerkingtreding.
Artikel 12
Dit besluit kan worden aangehaald als: Besluit buitengewoon opsporingsambtenaren Dienst Vervoer & Ondersteuning 1998.