40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Besluit buitengewoon opsporingsambtenaren Dienst Vervoer & Ondersteuning 2004 | BWBR0016241 | ministeriele-regeling | geldend | 2004-01-01 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0016241 | Besluit buitengewoon opsporingsambtenaren Dienst Vervoer & Ondersteuning 2004 |
Besluit buitengewoon opsporingsambtenaren Dienst Vervoer & Ondersteuning 2004
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. a. buitengewoon opsporingsambtenaar: de buitengewoon opsporingsambtenaar, bedoeld in artikel 2; b. b. DV&O: de Dienst Vervoer en Ondersteuning van het Ministerie van Justitie.
Artikel 2
De personen die werkzaam zijn bij de DV&O bij:
a. a. de Landelijke Bijzondere Bijstandsverlening (LBB); b. b. het Bijzonder Ondersteuningsteam (BOT); c. c. de Tijdelijke Executieve Ondersteuning (TEO),
zijn aangewezen als buitengewoon opsporingsambtenaar.
Artikel 3
1.
De opsporingsbevoegdheid van de buitengewoon opsporingsambtenaar strekt zich uit tot de strafbare feiten genoemd in:
a. a. de artikelen 177, 179 tot en met 182, 184, 191 en 461, van het Wetboek van Strafrecht, de Opiumwet en de artikelen 13, eerste lid, 26, eerste en vijfde lid, en 27, eerste lid, van de Wet wapens en munitie; b. b. andere strafbare feiten, indien en voor zover zij daarmee in een concreet opsporingsonderzoek door een officier van justitie worden belast voor de duur van dat onderzoek.
2. De in het eerste lid genoemde opsporingsbevoegdheid geldt voor geheel Nederland.
Artikel 4
De buitengewoon opsporingsambtenaar is bevoegd de in artikel 8, eerste en derde lid, van de Politiewet 1993 genoemde bevoegdheden uit te oefenen.
Artikel 5
1.
De buitengewoon opsporingsambtenaar kan gedurende de uitoefening van zijn taak als buitengewoon opsporingsambtenaar zijn uitgerust met:
a. a. handboeien van een door de Ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties goedgekeurd merk en type; b. b. een korte wapenstok van een door de Ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties goedgekeurd merk en type; c. c. pepperspray van een door de Ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties goedgekeurd merk en type; d. d. een semi-automatisch pistool van het merk Walther, type P5, kaliber 9 millimeter maal 19 millimeter.
2. De buitengewoon opsporingsambtenaar, met uitzondering van de personen die werkzaam zijn bij de TEO, kan gedurende de uitoefening van zijn taak als buitengewoon opsporingsambtenaar tevens zijn uitgerust met een semi-automatisch machinepistool van het merk Heckler & Koch, type MP5 A2 (met vaste kolf: niet automatisch) en type MP5 A3 (met inschuifbare kolf: niet automatisch) kaliber 9 millimeter maal 19 millimeter.
3. De buitengewoon opsporingsambtenaar, werkzaam bij de LBB, kan gedurende de uitoefening van zijn taak als buitengewoon opsporingsambtenaar bovendien zijn uitgerust met CS-traangasgranaten en traangasverspreidende middelen van een door de Ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties goedgekeurd merk en type.
Artikel 6
Op grond van dit besluit kunnen maximaal 275 personen worden beëdigd als buitengewoon opsporingsambtenaar.
Artikel 7
1. Als toezichthouder van de buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de hoofdofficier van justitie bij het Landelijk Parket.
2. Als direct toezichthouder van de buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de korpschef van het Korps landelijke politiediensten.
Artikel 8
De directeur van DV&O brengt jaarlijks met betrekking tot de bij de dienst werkzame buitengewoon opsporingsambtenaren aan de Minister van Justitie verslag uit over:
a. a. het aantal buitengewoon opsporingsambtenaren binnen de dienst; b. b. de door die buitengewoon opsporingsambtenaren verrichte activiteiten; c. c. de stand van zaken met betrekking tot de opleiding van de buitengewoon opsporingsambtenaren, waarin in ieder geval wordt aangegeven hoeveel personen in het verslagjaar zijn aangemeld voor het examen van de Citogroep en hoeveel personen in het verslagjaar voor dat examen zijn geslaagd; d. d. de stand van zaken met betrekking tot de training en de bekwaamheid in de omgang met de geweldsbevoegdheden en de geweldsmiddelen van die buitengewoon opsporingsambtenaren.
Artikel 9
Het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaren Dienst Vervoer & Ondersteuning 1998 wordt ingetrokken.
Artikel 10
De op naam gestelde akten van opsporingsbevoegdheid en beëdiging, de legitimatiebewijzen en de overige benoemingsbescheiden, afgegeven mede op basis van het in artikel 9 genoemde besluit worden voor de duur van hun geldigheid, geacht te zijn akten, legitimatiebewijzen en overige benoemingsbescheiden afgegeven mede op basis van het onderhavige besluit.
Artikel 11
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2004 en vervalt op 1 januari 2009.
Artikel 12
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit buitengewoon opsporingsambtenaren Dienst Vervoer & Ondersteuning 2004.