rijk/ministeriele-regeling/besluit-mandaat-volmacht-en-machtiging-raad-van-bestuur-van-de-nederlandse-meded/BWBR0018529
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Besluit mandaat, volmacht en machtiging raad van bestuur van de Nederlandse Mededingingsautoriteit BWBR0018529 ministeriele-regeling geldend 2006-03-02 https://wetten.overheid.nl/BWBR0018529 Besluit mandaat, volmacht en machtiging raad van bestuur van de Nederlandse Mededingingsautoriteit

Besluit mandaat, volmacht en machtiging raad van bestuur van de Nederlandse Mededingingsautoriteit

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

a. a. de minister: de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie; b. b. de raad: de raad van bestuur van de Nederlandse Mededingingsautoriteit; c. c. P&O-aangelegenheden: aangelegenheden op het gebied van personeel, organisatie en formatie en het daarmee samenhangende budget; d. d. BBRA: Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984; e. e. ARAR: Algemeen Rijksambtenarenreglement.

Artikel 2

1.

Aan de raad wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend tot het nemen van besluiten en verrichten van overige handelingen die verband houden met:

a. a. de artikelen 4a, eerste lid, onderdeel c, voor zover het de netwerkcapaciteit betreft en onderdeel d, 15, 68, tweede lid, 78, eerste, tweede en derde lid, 85, derde lid, 95d, eerste lid, 95e, 95f, eerste lid en 95i van de Elektriciteitswet 1998; b. b. de artikelen 2a, 34, eerste, tweede, derde, vijfde en zesde lid, 40, tweede lid, 45, eerste lid, 46, 47, eerste lid, 49, 52a, eerste lid, onderdelen d, voor zover het niet de kwaliteit en de staat van onderhoud van het landelijk gastransportnet betreft, f en i, 64, derde lid, en 83 van de Gaswet; c. c.

      artikel 3, eerste, tweede, derde en zesde lid van het Besluit leveringszekerheid Gaswet;

d. d.

      artikel 2, eerste, tweede, derde en zesde lid van het Besluit leveringszekerheid Elektriciteitswet 1998.

2. Aan de raad wordt voorts mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het behandelen van bezwaar- en beroepschriften, waaronder het nemen van beslissingen op bezwaarschriften en het instellen van (hoger) beroep, tegen besluiten die zijn gebaseerd op de artikelen genoemd in het eerste lid.

Artikel 3

Aan de raad wordt mandaat en machtiging verleend tot het nemen van besluiten en verrichten van overige handelingen die verband houden met de artikelen 4, vierde en vijfde lid, 9 en 22 van de Verordening (EG) Nr. 139/2004 van de Raad van 20 januari 2004 betreffende de controle op concentraties van ondernemingen (de EG-concentratieverordening).

Artikel 4

1. Aan de raad wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor de P&O-aangelegenheden ten aanzien van het personeel dat de minister aan de raad ter beschikking stelt.

2.

In uitzondering op het eerste lid geldt het mandaat, de volmacht en de machtiging niet voor de volgende aangelegenheden:

a. a. beslissingen op bezwaarschriften inzake personeelsaangelegenheden; b. b. besluiten ten aanzien van ambtenaren voor wie salarisschaal 15 of hoger van bijlage B van het BBRA geldt, respectievelijk kandidaten voor functies, waarvoor die salarisschalen gelden, inhoudende:

        1°.
        het opdragen van een andere functie buiten het werkterrein van de Nederlandse Mededingingsautoriteit op basis van artikel 57 van het ARAR;
      
      
        2°.
        het opdragen van tijdelijke andere werkzaamheden buiten het werkterrein van de Nederlandse Mededingingsautoriteit op basis van artikel 58 van het ARAR;
      
      
        3°.
        het opleggen van disciplinaire straffen op grond van artikel 81 van het ARAR;
      
      
        4°.
        het schorsen van een ambtenaar op basis van artikel 91 van het ARAR;
      
      
        5°.
        het verminderen van de bezoldiging tijdens schorsing op basis van artikel 92 van het ARAR.

1°. 1°. het opdragen van een andere functie buiten het werkterrein van de Nederlandse Mededingingsautoriteit op basis van artikel 57 van het ARAR; 2°. 2°. het opdragen van tijdelijke andere werkzaamheden buiten het werkterrein van de Nederlandse Mededingingsautoriteit op basis van artikel 58 van het ARAR; 3°. 3°. het opleggen van disciplinaire straffen op grond van artikel 81 van het ARAR; 4°. 4°. het schorsen van een ambtenaar op basis van artikel 91 van het ARAR; 5°. 5°. het verminderen van de bezoldiging tijdens schorsing op basis van artikel 92 van het ARAR.

Artikel 4a

Aan de raad wordt op het werkterrein van de Nederlandse Mededingingsautoriteit volmacht en machtiging verleend voor het aangaan van privaatrechtelijke rechtshandelingen en voor de daarmee samenhangende handelingen.

Artikel 5

Het krachtens mandaat of volmacht ondertekenen van stukken geschiedt als volgt:

De Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie,

namens deze:

(handtekening)

(naam functionaris)

(functie)

Artikel 6

1. De raad kan voor de in de artikelen 2 tot en met 4a bedoelde aangelegenheden slechts ondermandaat, volmacht en machtiging aan een afzonderlijk lid van de raad verlenen indien niet gewacht kan worden op een besluit van de raad.

2. De raad kan mandaat, volmacht en machtiging verlenen voor de in de artikelen 2 tot en met 4a bedoelde aangelegenheden aan een afzonderlijk lid van de raad voor de schriftelijke afdoening en ondertekening van stukken die voortvloeien uit door de raad genomen besluiten.

3. De raad verleent voor de in de artikelen 2 en 4 bedoelde aangelegenheden ondermandaat, volmacht en machtiging aan functionarissen werkzaam voor zijn organisatie en kan ondermandaat, volmacht en machtiging verlenen voor de in de artikelen 3 en 4a bedoelde aangelegenheden.

4.

De raad kan voor de in artikel 4 bedoelde aangelegenheden slechts ondermandaat, volmacht en machtiging verlenen aan functionarissen werkzaam voor zijn organisatie voor zover het betreft:

1°. 1°. het aanstellen van medewerkers; 2°. 2°. het verlenen van ontslag, bedoeld in artikel 94 van het ARAR; 3°. 3°. het goedkeuren van aanvragen tot wijzigingen in de arbeidsduur van medewerkers met uitzondering van aanvragen bedoeld in artikel 21, tweede lid, van het ARAR; 4°. 4°. het verlenen van toestemming voor interim functievervulling en het aangaan van desbetreffende overeenkomsten; 5°. 5°. het beslissen op een aanvraag in het kader van de geldende regels inzake scholingsfaciliteiten, inclusief het verlenen van studieverlof; 6°. 6°. het aangaan van verplichtingen inzake de opleiding van medewerkers; 7°. 7°. verzoeken om betaling, voortvloeiend uit verplichtingen die zijn aangegaan voor de opleiding van medewerkers; 8°. 8°. het aangaan van verplichtingen inzake het inhuren van tijdelijk personeel; 9°. 9°. verzoeken om betaling, voortvloeiend uit verplichtingen die zijn aangegaan voor het inhuren van tijdelijk personeel; 10°. 10°. het aangaan van stageovereenkomsten; 11°. 11°. het doen van uitgaven voor aardigheidjes; 12°. 12°. het doen van uitgaven ten behoeve van representatie; 13°. 13°. het toekennen van eenmalige toeslagen van maximaal € 500 netto aan medewerkers in het kader van bewust belonen; 14°. 14°. het nemen van beslissingen inzake het woon-werkverkeer; 15°. 15°. het verlenen van vakantie, kort buitengewoon verlof, zwangerschaps- en bevallingsverlof; 16°. 16°. het accorderen van dienstreizen en van reiskostendeclaraties.

Artikel 7

1. Het verlenen van ondermandaat en volmacht alsmede wijziging daarvan, geschiedt schriftelijk.

2. Een afschrift van besluiten inzake ondermandaat als bedoeld in het vorige lid wordt gezonden aan de secretaris-generaal en aan de directeur Wetgeving en Juridische Zaken van het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie en aan degenen aan wie krachtens het besluit ondermandaat is verleend.

Artikel 8

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 juli 2005.

Artikel 9

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit mandaat, volmacht en machtiging raad van bestuur van de Nederlandse Mededingingsautoriteit.