40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Besluit vaststelling Beleidskader subsidie intensivering en verbreding regionale samenwerking kansengelijkheid in het onderwijs | BWBR0045636 | ministeriele-regeling | geldend | 2025-02-08 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0045636 | Besluit vaststelling Beleidskader subsidie intensivering en verbreding regionale samenwerking kansengelijkheid in het onderwijs |
Besluit vaststelling Beleidskader subsidie intensivering en verbreding regionale samenwerking kansengelijkheid in het onderwijs
Artikel 1
1.
Op grond van dit besluit worden de volgende beleidskaders vastgesteld:
a. a. Het beleidskader subsidie intensivering en verbreding regionale samenwerking kansengelijkheid in het onderwijs 2021–2022, opgenomen als bijlage 1 bij dit besluit; en b. b. Het beleidskader subsidie intensivering en verbreding regionale samenwerking kansengelijkheid in het onderwijs 2025–2026, opgenomen als bijlage 2 bij dit besluit.
2. Ten aanzien van subsidieverstrekking in 2021 of 2022 is uitsluitend het beleidskader opgenomen in bijlage 1 van toepassing. Ten aanzien van subsidieverstrekking in 2025 of 2026 is uitsluitend het beleidskader opgenomen in bijlage 2 van toepassing.
Artikel 2
Dit besluit geldt in aanvulling op de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS.
Artikel 2a
In dit besluit wordt verstaan onder:
- landelijke thema-agenda: overeenkomst waarin een landelijke coalitie, bestaande uit ten minste tien vestigingen in het primair onderwijs, voortgezet onderwijs, speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs, verspreid over minimaal drie provincies, zich verenigen rondom een gedeeld vraagstuk van kansengelijkheid in het onderwijs en zich committeren aan kennisopbouw en -uitwisseling;
- lokale GKA-agenda: overeenkomst waarin een lokale coalitie, bestaande uit ten minste één gemeente, één vestiging en optioneel één of meerdere lokale partijen zich voor meerdere jaren committeren aan het bevorderen van kansengelijkheid, door het uitvoeren van de in de agenda opgenomen interventies;
- lokale partijen: organisaties die opereren binnen het domein van de coalitie, zoals zorginstellingen, bibliotheken, instellingen op het gebied van sociaal werk, welzijnsorganisaties, sportverenigingen, cultuurinstellingen of kinderopvang;
- penvoerder: bevoegd gezag van een school in een coalitie, dat voor de coalitie als penvoerder optreedt bij de aanvraag en verantwoording van subsidie op grond van dit beleidskader;
- evidence-informed interventie: aanpak op basis van kennis uit de wetenschap en praktijk over wat onder welke voorwaarden werkt in het onderwijs.
- vestiging: hoofdvestiging of nevenvestiging als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs, hoofdvestiging of nevenvestiging als bedoeld in artikel 76a van de Wet op de expertisecentra, hoofdvestiging als bedoeld artikel 4.13 van de Wet voortgezet onderwijs 2020, nevenvestiging als bedoeld in artikel 4.14 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 of tijdelijke nevenvestiging als bedoeld in artikel 4.16 van de Wet voortgezet onderwijs 2020.
Artikel 3
1. Voor de subsidieverstrekking op grond van dit besluit is voor de kalenderjaren 2021 en 2022 in totaal een bedrag beschikbaar van € 14.000.000. Van dat bedrag is een bedrag van € 5.800.000 beschikbaar voor subsidieverstrekking in 2021, en een bedrag van € 8.200.000,– voor subsidieverstrekking in 2022.
2. De Minister verdeelt het beschikbare bedrag in de volgorde van binnenkomst van de aanvragen.
Artikel 3a
1.
Voor de subsidieverstrekking in 2025 is op grond van dit besluit voor activiteiten in de kalenderjaren 2025 en 2026 in totaal een bedrag beschikbaar van € 14.133.500. Van dit bedrag is:
a. a. een bedrag van € 10.100.000,– beschikbaar voor de doorontwikkeling van bestaande lokale GKA-agenda’s; b. b. een bedrag van € 650.000,– beschikbaar voor de doorontwikkeling van bestaande landelijke thema-agenda’s; c. c. een bedrag van € 100.000,– beschikbaar voor het starten van nieuwe lokale GKA-agenda’s; en d. d. een bedrag van € 3.283.500,– beschikbaar voor het starten van nieuwe landelijke thema-agenda’s.
2. Indien het beschikbare bedrag voor de doorontwikkeling van bestaande lokale thema-agenda’s, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, niet volledig wordt uitgeput, wordt het resterende bedrag toegevoegd aan het beschikbare bedrag voor het starten van nieuwe lokale GKA-agenda’s, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c.
3. Indien het beschikbare bedrag voor de doorontwikkeling van landelijke thema-agenda’s, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, niet volledig wordt uitgeput, wordt het resterende bedrag toegevoegd aan het beschikbare bedrag voor het starten van nieuwe landelijke thema-agenda’s, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d.
4. Indien, in voorkomend geval na toepassing van het tweede lid, het beschikbare bedrag voor het starten van nieuwe landelijke thema-agenda’s niet volledig wordt uitgeput, wordt het resterende bedrag toegevoegd aan het subsidieplafond voor het starten van nieuwe lokale GKA-agenda’s, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c.
Artikel 3b
1. De minister behandelt alle aanvragen aan de hand van het beoordelingskader, opgenomen in paragraaf 9 van bijlage 2 bij dit besluit.
2. Indien de subsidieplafonds, bedoeld in artikel 3a, eerste lid, ontoereikend zijn om alle aanvragen die op grond van het beoordelingskader als voldoende zijn beoordeeld toe te wijzen, wordt door middel van loting bepaald welke subsidieaanvragen gehonoreerd worden.
Artikel 4
1. Indien de activiteiten volledig zijn uitgevoerd, kan het eventuele niet aangewende deel van de subsidie worden besteed aan andere activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt.
2. De verantwoording van de subsidie geschiedt overeenkomstig de Regeling jaarverslaggeving onderwijs in de jaarverslaggeving met model G, onderdeel 1, zoals bedoeld in richtlijn 660 van de Raad voor de Jaarverslaggeving.
Artikel 5
1. Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.
2. Dit besluit vervalt met ingang van 1 januari 2026.
Artikel 6
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit vaststelling Beleidskader subsidie intensivering en verbreding regionale samenwerking kansengelijkheid in het onderwijs.
Bijlage 1. Beleidskader subsidie intensivering en verbreding regionale samenwerking kansengelijkheid in het 2021–2022
Deze bijlage behoort bij het Besluit vaststelling Beleidskader subsidie intensivering en verbreding regionale samenwerking kansengelijkheid in het onderwijs.
Het Beleidskader subsidie intensivering en verbreding regionale samenwerking kansengelijkheid in het onderwijs (hierna: het beleidskader) regelt de activiteiten waarvoor en de voorwaarden waaronder de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (hierna: de Minister) subsidie kan verstrekken voor de daarin beschreven activiteiten. De Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS (hierna: de Kaderregeling) is van toepassing op dit beleidskader.