40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Examenreglement voor luchtvarenden 2004 | BWBR0017237 | ministeriele-regeling | geldend | 2021-04-20 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0017237 | Examenreglement voor luchtvarenden 2004 |
Examenreglement voor luchtvarenden 2004
Paragraaf 1. Algemeen
Artikel 1
1. Deze regeling berust mede op artikel 1.5 van de Wet luchtvaart en artikel 14, vijfde lid, van het Besluit bewijzen van bevoegdheid voor de luchtvaart.
2.
In deze regeling wordt verstaan onder:
- ATPL: bewijs van bevoegdheid voor verkeersvlieger (Airline Transport Pilot Licence);
- BIR: bevoegdverklaring basis-instrumentvliegen (Basic Instrument Rating);
- BPL: bewijs van bevoegdheid voor ballonvaarder (Balloon Pilot Licence);
- CBR: Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen;
- CPL: bewijs van bevoegdheid voor commercieel vlieger (Commercial Pilot Licence);
- deel BFCL: bijlage III bij Verordening (EU) 2018/395 van de Commissie van 13 maart 2018 tot vaststelling van gedetailleerde regels voor vluchtuitvoeringen met ballonnen en voor bewijzen van bevoegdheid voor de bemanning van ballonnen overeenkomstig Verordening (EU) 2018/1139 van het Europees parlement en de Raad (PbEU 2018, L 71);
- deel FCL: bijlage I bij verordening (EU) nr. 1178/2011 betreffende de eisen voor de afgifte van bewijzen van bevoegdheid en bijbehorende bevoegdverklaringen en certificaten voor bestuurders van luchtvaartuigen en de voorwaarden voor de geldigheid en het gebruik ervan;
- deel SFCL: bijlage III bij Uitvoeringsverordening (EU) 2018/1976 van de Commissie van 14 december 2018 tot vaststelling van gedetailleerde regels voor vluchtuitvoeringen met zweefvliegtuigen overeenkomstig Verordening (EU) 2018/1139 van het Europees parlement en de Raad (PbEU 2018, L 326);
- EIR: bevoegdverklaring ‘en route’-instrumentvliegen;
- FSTD: vluchtnabootser (Flight Simulator Training Device);
- IR: bevoegdverklaring instrumentvliegen (Instrument Rating);
- LAPL: bewijs van bevoegdheid voor de recreatieve luchtvaart (light aircraft pilot license);
- minister: Minister van Infrastructuur en Waterstaat;
- PPL: bewijs van bevoegdheid voor privé vlieger (Private Pilot Licence);
- praktijkexamen: het onderzoek naar de mate waarin een kandidaat voldoet aan de bedrevenheideisen, bedoeld in de Regeling bewijzen van bevoegdheid en bevoegdverklaringen voor luchtvarenden 2001, ten behoeve van de afgifte van een bewijs van bevoegdheid of een bevoegdverklaring;
- proeve van bekwaamheid: het onderzoek naar de mate waarin een kandidaat voldoet aan de bedrevenheideisen, bedoeld in de Regeling bewijzen van bevoegdheid en bevoegdverklaringen voor luchtvarenden 2001, ten behoeve van de verlenging of de hernieuwde afgifte van een bevoegdverklaring;
- RFE: examinator recreatief vlieger (Recreational Flight Examiner);
- SPL: bewijs van bevoegdheid voor zweefvlieger (Sailplane Pilot Licence);
- stichting: Stichting Theorie Examens Ballonvaren en Zweefvliegen (STEBZ), te Woerden;
- theorie-examen: het onderzoek naar de mate waarin een kandidaat voldoet aan de kenniseisen, bedoeld in deel FCL, deel SFCL of deel BFCL ten behoeve van afgifte van een bewijs van bevoegdheid of een bevoegdverklaring.
3.
In deze regeling wordt met de volgende toevoegingen bedoeld:
a. a. A: de categorie vliegtuigen (Aeroplanes); b. b. H: de categorie helikopters (Helicopters); c. c. GC: de categorie gyrokopters (Gyrocopters); d. d. B: de categorie ballonnen; e. e. S: de categorie zweefvliegtuigen.
Paragraaf 2. Theorie-examen
Artikel 1a
1. Het theorie-examen voor de in artikel 3, tweede lid, bedoelde bewijzen van bevoegdheid wordt afgenomen door het CBR.
2. Het theorie-examen voor de bewijzen van bevoegdheid BPL en SPL wordt afgenomen door de stichting.
3. Het deel van het theorie-examen GC voor het bewijs van bevoegdheid RPL(GC) dat betreft de kennis over de theorie zoals vastgelegd in bijlage 8 bij de Regeling bewijzen van bevoegdheid en bevoegdverklaringen voor luchtvarenden 2001 wordt afgenomen door een houder van het examinatorcertificaat RFE(GC).
Artikel 2
Van de theorie-examens wordt informatie over de examenplanning en de examenlocaties bekendgemaakt door:
-
- het CBR voor het theorie-examen bedoeld in artikel 1a, eerste lid;
-
- de stichting voor het theorie-examen bedoeld in artikel 1a, tweede lid;
-
- een houder van het examinatorcertificaat RFE(GC) voor het theorie-examen bedoeld in artikel 1a, derde lid.
Artikel 3
1. De kandidaat of de door hem gemachtigde opleidingsinstelling doet een aanvraag voor het afleggen van een theorie-examen bij het CBR op de door het CBR vastgestelde wijze.
2.
Het CBR verstrekt de kandidaat voor het theorie-examen een toelatingsbewijs, dat:
a. a. voor ATPL, CPL, IR, EIR, BIR, PPL, LAPL(A) en LAPL(H) geldig is conform bijlage I (deel FCL) van verordening (EU) nr. 1178/2011; b. b. geldig is voor een schriftelijk examen als bedoeld in Bijlage III, onderdeel B Conversie bewijzen van bevoegdheid, van verordening (EU) nr. 1178/2011; c. c. geldig is voor een schriftelijk militair overbruggingsexamen ATPL(A) Transport, ATPL(A) Jet of ATPL(H)/IR Helicopter.
3. Het in het tweede lid bedoelde toelatingsbewijs vermeldt het persoonsgebonden registratienummer en de geldigheidsduur van het toelatingsbewijs, te weten 18 maanden, gerekend vanaf de laatste dag van de kalendermaand waarin de kandidaat voor het eerst aan een examenzitting heeft deelgenomen.
Artikel 3a
1. De kandidaat die beschikt over een voordracht van een daartoe bevoegde opleidingsinstelling voor het doen van theorie-examen voor de brevetten BPL en SPL meldt zich aan voor het afleggen van het betreffende examen bij de stichting op de door de stichting vastgestelde wijze.
2. De toegelaten kandidaat ontvangt van de stichting een toelatingsbewijs, dat geldig is conform deel BFCL of deel SFCL, en het persoonsgebonden registratienummer en de geldigheidsduur van het toelatingsbewijs vermeldt.
Artikel 3b
1. De kandidaat die beschikt over een voordracht van een daartoe bevoegde opleidingsinstelling voor het doen van het theorie-examen voor het RPL(GC), meldt zich voor het afleggen van het deel van het theorie-examen, bedoeld in artikel 1a, derde lid, aan bij de houder van het examinatorcertificaat RFE(GC). De voordracht is twaalf maanden geldig.
2. De toegelaten kandidaat ontvangt van de houder van het examinatorcertificaat RFE(GC) een toelatingsbewijs, dat het persoonsgebonden registratienummer en de geldigheidsduur van het toelatingsbewijs vermeldt.
Artikel 4
1.
De kandidaat wordt slechts toegelaten tot het examen indien hij:
a. a. het verschuldigde examengeld heeft betaald; b. b. voor aanvang van het examen op de examenlocatie een wettig en geldig legitimatiebewijs toont, en c. c. in het bezit is van een geldig toelatingsbewijs als bedoeld in de artikelen 3, tweede lid, 3a, tweede lid, dan wel 3b, tweede lid.
2. Aanvullende eisen voor toelating tot het theorie-examen worden vastgesteld en bekendgemaakt door het CBR, de stichting, of de houder van het examinatorcertificaat RFE(GC).
Artikel 5
Voor het afleggen van een theorie-examen is de kandidaat examengeld verschuldigd.
Artikel 6
Vervallen
Artikel 7
Vervallen
Artikel 8
1. De theorie-examens worden schriftelijk afgenomen.
2.
De taal waarin de theorie-examens worden afgenomen is:
a. a. voor ATPL, CPL, BIR, EIR en IR: Engels; b. b. voor PPL en LAPL: Nederlands; c. c. voor BPL, SPL en voor het examen bedoeld in artikel 1a, derde lid, voor het RPL(GC): Engels of Nederlands.
3. Ten behoeve van de schriftelijke theorie-examens stellen het CBR onderscheidenlijk de stichting een huishoudelijk reglement vast waarin in ieder geval zijn omschreven het toezicht, de ordemaatregelen en consequenties van het plegen van onregelmatigheden.
4. In afwijking van het derde lid worden de gyrokoptertheorie-examens georganiseerd volgens de in de bijlage bij deze regeling gestelde regels.
Artikel 8a
Vervallen
Artikel 9
De minister kan de uitslag van het theorie-examen ongeldig verklaren en een kandidaat tijdelijk uitsluiten van het theorie-examen indien de kandidaat tijdens het afleggen van het theorie-examen onregelmatigheden pleegt.
Artikel 10
1. De beoordeling in hoeverre de kandidaat aan de kenniseisen voldoet, wordt uitgedrukt in een percentage van het totaal per vak toe te kennen aantal punten.
2.
Het eindresultaat van de beoordeling per examen luidt:
a. a. indien alle vakken zijn behaald binnen het toegestane aantal pogingen en examenzittingen: geslaagd; b. b. in de overige gevallen: afgewezen.
3. Voor de beoordeling van het theorie-examen, bedoeld in artikel 1a, derde lid, geldt dat een kandidaat slaagt voor een examenonderdeel wanneer hij een score van tenminste 75% behaalt van het aantal punten dat voor dat examenonderdeel kan worden behaald.
Artikel 11
Na het afleggen van een of meer vakken dan wel de afronding van het theorie-examen voor de in artikel 3, tweede lid, bedoelde bewijzen van bevoegdheid, voorziet het CBR de kandidaat van een resultaatbrief.
Artikel 11a
1. Ter beoordeling van de resultaten van het theorie-examen BPL en SPL doet de stichting de in artikel 10, eerste lid, bedoelde percentages, alsmede de bevestiging dat de scores binnen de daarvoor gestelde termijn zijn behaald, onder vermelding van de examendatum aan de minister toekomen.
2. Na het afleggen van een of meer vakken dan wel de afronding van het theorie-examen voor de in het eerste lid bedoelde bewijzen van bevoegdheid, voorziet de stichting de kandidaat van een resultaatbrief.
Artikel 11b
Na de afronding van het specifieke GC-deel van het theorie-examen RPL(GC), bedoeld in artikel 1a, derde lid, voorziet de houder van het examinatorcertificaat RFE(GC) de kandidaat van een resultaatbrief.
Artikel 12
1. De kandidaat die het niet eens is met de uitslag van het schriftelijk theorie-examen kan een verzoek om herziening indienen bij het CBR, de stichting dan wel de houder van het examinatorcertificaat RFE(GC).
2. Voorwaarden en eisen omtrent het indienen van een verzoek om herziening worden vastgesteld en bekendgemaakt door het CBR, de stichting dan wel de minister.
3. Op verzoek kan de kandidaat, bedoeld in het eerste lid, inzage krijgen in het theorie-examen.
4. Tegen het resultaat van de herziening kan de kandidaat bezwaar aantekenen bij de minister.
5. De minister neemt binnen zes weken na ontvangst van het verzoekschrift een beslissing op het bezwaar.
Paragraaf 3. Praktijkexamen
Artikel 13
Een praktijkexamen en een proeve van bekwaamheid worden afgenomen op een luchtvaartuig dan wel een daartoe gekwalificeerde FSTD.
Artikel 14
De minister stelt de examenformulieren ter beschikking aan de examinator van een praktijkexamen of een proeve van bekwaamheid.
Artikel 15
1. In bijzondere gevallen kan de minister een examinator toedelen.
2. Bij de keuze voor of toedeling van een examinator is FCL.1005 van deel FCL van overeenkomstige toepassing.
3. De datum, het tijdstip en de locatie waarop het praktijkexamen of de proeve van bekwaamheid wordt afgelegd, worden vastgesteld door de examinator.
Artikel 16
Een kandidaat is voor het afleggen van een praktijkexamen of proeve van bekwaamheid een vergoeding verschuldigd aan de examinator.
Artikel 17
De kandidaat wordt slechts toegelaten tot het praktijkexamen of de proeve van bekwaamheid indien hij voor aanvang aan de examinator, bedoeld in artikel 15, een wettig en geldig legitimatiebewijs overlegt en het examengeld heeft betaald
Artikel 18
1. De kandidaat dan wel de opleidingsinstelling draagt zorg voor de beschikbaarheid van een luchtvaartuig of FSTD, voor zover van toepassing, voor het afleggen van een praktijkexamen of een proeve van bekwaamheid.
2. Praktijkexamens en proeven van bekwaamheid voor een ATPL, of een multi-pilot type bevoegdverklaring worden uitgevoerd in een FSTD als bedoeld in artikel 13, tenzij er geen FSTD beschikbaar is die het voor een examenonderdeel vereiste niveau van kwalificatie heeft, dan wel er voor het desbetreffende type luchtvaartuig geen gekwalificeerde FSTD voorhanden is.
3. De examenonderdelen die niet geëxamineerd kunnen worden in een FSTD, worden afgenomen in een luchtvaartuig van het desbetreffende type of de desbetreffende klasse.
Artikel 19
Vervallen
Artikel 20
Voor de praktijkexamens of proeven van bekwaamheid voor RPL geldt dat:
a. a. alle examensecties binnen ten hoogste 6 maanden worden behaald; b. b. voor RPL(A) respectievelijk RPL(H) de eisen en toleranties bedoeld in FCL.125 LAPL-Vaardigheidstest van deel FCL van overeenkomstige toepassing zijn; c. c. voor RPL(GC) de eisen en toleranties bedoeld in FCL.125 LAPL-Vaardigheidstest van deel FCL voor LAPL(H) van overeenkomstige toepassing zijn; d. d. voor RPL(A), RPL(H) respectievelijk RPL(GC):
1°.
de kandidaat instructie heeft gevolgd op dezelfde klasse vliegtuig, hetzelfde type helikopter respectievelijk dezelfde klasse gyrokopter als waarop het examen wordt afgelegd, wat betreft RPL(A), RPL(H) en RPL(GC) in overeenstemming met de eisen gesteld aan opleidingsluchtvaartuigen in bijlage 2 bij de Regeling opleidingsinstellingen voor luchtvarenden 2001,
2°.
extra vlieginstructie kan worden geëist nadat de kandidaat is afgewezen en wordt geëist indien de kandidaat niet in twee pogingen alle secties heeft behaald,
3°.
de kandidaat een onbeperkt aantal examenpogingen mag doen,
4°.
het praktijkexamen geheel, respectievelijk gedeeltelijk wat betreft de niet voltooide secties, opnieuw kan worden afgelegd indien het examen wordt afgebroken door de examinator,
5°.
iedere manoeuvre of procedure van het examen door de kandidaat mag worden herhaald,
6°.
de examinator het examen kan afbreken indien de vaardigheid, waarvan de kandidaat blijk geeft, een volledig nieuw examen vereist, en
7°.
de examinator niet betrokken is bij de bediening van het luchtvaartuig tenzij diens tussenkomst noodzakelijk is in het belang van de veiligheid of teneinde vertraging van overig verkeer te voorkomen.
1°. 1°. de kandidaat instructie heeft gevolgd op dezelfde klasse vliegtuig, hetzelfde type helikopter respectievelijk dezelfde klasse gyrokopter als waarop het examen wordt afgelegd, wat betreft RPL(A), RPL(H) en RPL(GC) in overeenstemming met de eisen gesteld aan opleidingsluchtvaartuigen in bijlage 2 bij de Regeling opleidingsinstellingen voor luchtvarenden 2001, 2°. 2°. extra vlieginstructie kan worden geëist nadat de kandidaat is afgewezen en wordt geëist indien de kandidaat niet in twee pogingen alle secties heeft behaald, 3°. 3°. de kandidaat een onbeperkt aantal examenpogingen mag doen, 4°. 4°. het praktijkexamen geheel, respectievelijk gedeeltelijk wat betreft de niet voltooide secties, opnieuw kan worden afgelegd indien het examen wordt afgebroken door de examinator, 5°. 5°. iedere manoeuvre of procedure van het examen door de kandidaat mag worden herhaald, 6°. 6°. de examinator het examen kan afbreken indien de vaardigheid, waarvan de kandidaat blijk geeft, een volledig nieuw examen vereist, en 7°. 7°. de examinator niet betrokken is bij de bediening van het luchtvaartuig tenzij diens tussenkomst noodzakelijk is in het belang van de veiligheid of teneinde vertraging van overig verkeer te voorkomen.
Artikel 21
Vervallen
Artikel 22
De uitslag van een praktijkexamen voor RPL wordt door de examinator namens de minister vastgesteld en vastgelegd op het examenformulier aan de hand van de gegevens die door de examinator op het vaardigheidstestschema zijn aangetekend.
Artikel 23
1. Met betrekking tot de vaststelling van de uitslag van een proeve van bekwaamheid is artikel 22 van overeenkomstige toepassing.
2. Indien de examinator een proeve van bekwaamheid positief beoordeelt, tekent hij dit aan op het examenformulier en tekent hij namens de minister de verlenging dan wel de hernieuwde afgifte aan op het document waarop bewijzen van bevoegdheid en bevoegdverklaringen zijn weergegeven.
3. Indien de examinator een proeve van bekwaamheid negatief beoordeelt, tekent hij dit aan op het examenformulier.
Artikel 24
Vervallen
Artikel 25
Vervallen
Paragraaf 4. Nationaal Expert Team
Artikel 26
1. Om de minister desgevraagd van advies te dienen en bij te staan wat betreft het standaardiseren en bewaken van de kwaliteit van de praktijkexamens kan de minister een Nationaal Expert Team-Praktijk instellen.
2. Het Nationaal Expert Team-Praktijk kan subcommissies, met de benaming standaardisatiecommissies instellen.
Artikel 27
1. Een Nationaal Expert Team-Praktijk bestaat uit een door de minister vast te stellen aantal leden, die door de minister worden benoemd voor een periode van ten hoogste 3 jaar. De leden kunnen telkens voor ten hoogste 3 jaar worden herbenoemd.
2. Leden van het Nationaal Expert Team-Praktijk kunnen worden benoemd uit de kring van examinatoren en senior-examinatoren, als bedoeld in de Regeling examinatoren voor luchtvarenden 2004.
3.
De minister verleent tussentijds ontslag aan een lid van het Nationale Expert Team-Praktijk:
a. a. op eigen verzoek, of b. b. wegens ongeschiktheid voor de functie.
4. Elk Nationaal Expert Team-Praktijk stelt een reglement vast ter nadere regeling van haar werkzaamheden. Het reglement behoeft de goedkeuring van de minister.
Artikel 28
1. Een lid van een Nationaal Expert Team-Praktijk kan voor op verzoek van de minister uit te voeren taken een vergoeding declareren bij de minister.
2.
De vergoeding, bedoeld in het eerste lid, bestaat uit:
a. a. een honorarium per dag ter hoogte van het honorarium genoemd in artikel 14, tweede lid, onderdeel a, van de Regeling examinatoren voor luchtvarenden 2004, en b. b. de ten behoeve van het uitvoeren van de taken gemaakte reis- en verblijfkosten in het binnenland volgens hetgeen daarover overeengekomen is in de laatste afgesloten collectieve arbeidsovereenkomst voor ambtenaren die krachtens een arbeidsovereenkomst met de Staat werkzaam zijn worden vergoed.
3. Functionarissen in dienst van het Rijk, van een ander publiekrechtelijk lichaam dan het Rijk of van een door het Rijk in het leven geroepen instelling, dan wel van een instelling welker personeelskosten door het Rijk worden vergoed, ontvangen geen vergoeding als bedoeld in het eerste lid, indien hun benoeming haar oorzaak vindt in de functie die zij vervullen.
Artikel 28a
Vervallen
Paragraaf 5. Slotbepalingen
Artikel 29
Het Examenreglement voor luchtvarenden 2001 wordt ingetrokken.
Artikel 30
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 oktober 2004. Indien de Staatscourant, waarin deze regeling wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 29 september 2004, treedt zij in werking met ingang van de tweede dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt zij terug tot en met 1 oktober 2004.
Artikel 31
Deze regeling wordt aangehaald als: Examenreglement voor luchtvarenden 2004.