rijk/ministeriele-regeling/instelling-commissie-schorsing-en-vrijhedenbeleid/BWBR0005404
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Instelling Commissie schorsing en vrijhedenbeleid BWBR0005404 ministeriele-regeling geldend 1992-01-31 https://wetten.overheid.nl/BWBR0005404 Instelling Commissie schorsing en vrijhedenbeleid

Instelling Commissie schorsing en vrijhedenbeleid

Artikel 1

Er is een Commissie schorsing en vrijhedenbeleid, verder te noemen de commissie.

Artikel 2

De commissie heeft tot taak het vorenbedoelde onderzoek in te stellen en de analyse uit te voeren en de minister van Justitie voor 1 juni 1992 te adviseren over de wenselijkheid van:

a. a. wijziging van artikel 80 Wetboek van Strafvordering met het oog op de mogelijkheid van beperkende maatregelen; b. b. precisering van het beleid ten aanzien van strafonderbreking en verbeteringen in de rol van de verschillende adviserende instanties hierbij; c. c. betere criteria voor het verlenen van verlof en effectievere benutting van de in aanmerking komende adviserende instanties hierbij.

Artikel 3

De commissie kan andere dan de in artikel 2 genoemde vragen onderzoeken die haars inziens hiervoor in aanmerking komen en aan de minister van Justitie terzake advies uitbrengen.

Artikel 4

In de commissie hebben zitting:

a. a. als voorzitter:

      prof. mr. Th. W. van Veen, emeritus-hoogleraar strafrecht en strafprocesrecht aan de Rijksuniversiteit te Groningen;
  • prof. mr. Th. W. van Veen, emeritus-hoogleraar strafrecht en strafprocesrecht aan de Rijksuniversiteit te Groningen; b. b. als leden:

        mr. J. P. Balkema, raadsheer bij het Gerechtshof te Arnhem:
    
    
        mr. M. F. L. M. van der Grinten, vice-president van de arrondissementsrechtbank te Rotterdam;
    
    
        mr. R. P. J. A. Vermeulen, hoofd van de afdeling Selectie en Bejegening van het Minister van Justitie;
    
    
        mr. W. J. B. Zeyl, hoofdofficier van justitie te Roermond;
    
  • mr. J. P. Balkema, raadsheer bij het Gerechtshof te Arnhem:

  • mr. M. F. L. M. van der Grinten, vice-president van de arrondissementsrechtbank te Rotterdam;

  • mr. R. P. J. A. Vermeulen, hoofd van de afdeling Selectie en Bejegening van het Minister van Justitie;

  • mr. W. J. B. Zeyl, hoofdofficier van justitie te Roermond; c. c. als adviserend lid:

        mr. F. D. van Asbeck, raadadviseur bij de Stafafdeling Wetgeving Publiekrecht.
    
  • mr. F. D. van Asbeck, raadadviseur bij de Stafafdeling Wetgeving Publiekrecht. d. d. als secretaris:

        mr. J. N. Reinders, juridisch medewerker bij de Directie Staats- en Strafrecht van het Ministerie van Justitie.
    
  • mr. J. N. Reinders, juridisch medewerker bij de Directie Staats- en Strafrecht van het Ministerie van Justitie.

Artikel 5

De commissie is bevoegd deskundigen uit te nodigen om aan de beraadslagingen in de commissie deel te nemen.

Artikel 6

De commissie kan zich wenden tot de onder de verantwoordelijkheid van de minister van Justitie ressorterende diensten en instellingen voor het verkrijgen van de inlichtingen die zij behoeft.

Artikel 7

Dit besluit, dat zal worden geplaatst in de Staatscourant en waarvan afschrift wordt gezonden aan de Algemene Rekenkamer, treedt in werking met ingang van de dag na die van dagtekening.