40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Instelling Overleggroep toetsing zorgvuldig medisch handelen rond het levenseinde bij pasgeborenen | BWBR0008356 | ministeriele-regeling | geldend | 1997-02-01 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0008356 | Instelling Overleggroep toetsing zorgvuldig medisch handelen rond het levenseinde bij pasgeborenen |
Instelling Overleggroep toetsing zorgvuldig medisch handelen rond het levenseinde bij pasgeborenen
Artikel 1
Er is een Overleggroep toetsing zorgvuldig medisch handelen rond het levenseinde bij pasgeborenen.
Artikel 2
De overleggroep heeft tot taak op grond van zorgvuldigheidseisen voor medisch handelen ten aanzien van pasgeborenen met ernstige aandoeningen voorstellen te doen voor een procedure voor melding en toetsing van gevallen waarin dat handelen heeft geleid tot opzettelijke levensbeëindiging.
Artikel 3
In de overleggroep worden benoemd:
-
Tot voorzitter, tevens lid:
prof. dr. H.A.M. Manschot, hoogleraar ethiek aan de Universiteit voor Humanistiek te Utrecht, -
prof. dr. H.A.M. Manschot, hoogleraar ethiek aan de Universiteit voor Humanistiek te Utrecht,
-
tot leden:
mr. drs. K.M. Brouwer de Koning-Breuker, advocaat te Den Haag, dr. R.J.M. Dillmann, secretaris van het Hoofdbestuur van de Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst te Utrecht, dr. L.A.A. Kollée, kinderarts-neonatoloog, verbonden aan het Academisch Ziekenhuis St. Radboud te Nijmegen, mw. mr. A.G. Korvinus, advocaat-generaal bij het gerechtshof te Amsterdam, dr. R. de Leeuw, kinderarts-neonatoloog, verbonden aan het Academisch Medisch Centrum te Amsterdam, prof. mr. J. Legemaate, hoogleraar gezondheidsrecht aan de Erasmus Universiteit te Rotterdam, dr. H. Wierenga, kinderarts, verbonden aan het Wilhelmina Ziekenhuis Assen, prof. dr. T. van Willigenburg, hoogleraar medische-ethiek aan de Faculteit Geneeskunde van de Universiteit van Amsterdam, mw. mr. M.L. Groothuyse, beleidsmedewerker bij de Directie Beleid, sector Strafrechterlijk Beleid van het Ministerie van Justitie, mw. mr. M.C.E. van Heurck, senior beleidsmedewerker bij de Directie Curatieve Somatische Zorg, Afdeling Medische Ethiek van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport tot secretaris: mr. J.J.F. Visser, senior beleidsmedewerker bij de Directie Curatieve Somatische Zorg, Afdeling Medische Ethiek van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport -
mr. drs. K.M. Brouwer de Koning-Breuker, advocaat te Den Haag,
-
dr. R.J.M. Dillmann, secretaris van het Hoofdbestuur van de Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst te Utrecht,
-
dr. L.A.A. Kollée, kinderarts-neonatoloog, verbonden aan het Academisch Ziekenhuis St. Radboud te Nijmegen,
-
mw. mr. A.G. Korvinus, advocaat-generaal bij het gerechtshof te Amsterdam,
-
dr. R. de Leeuw, kinderarts-neonatoloog, verbonden aan het Academisch Medisch Centrum te Amsterdam,
-
prof. mr. J. Legemaate, hoogleraar gezondheidsrecht aan de Erasmus Universiteit te Rotterdam,
-
dr. H. Wierenga, kinderarts, verbonden aan het Wilhelmina Ziekenhuis Assen,
-
prof. dr. T. van Willigenburg, hoogleraar medische-ethiek aan de Faculteit Geneeskunde van de Universiteit van Amsterdam,
-
mw. mr. M.L. Groothuyse, beleidsmedewerker bij de Directie Beleid, sector Strafrechterlijk Beleid van het Ministerie van Justitie,
-
mw. mr. M.C.E. van Heurck, senior beleidsmedewerker bij de Directie Curatieve Somatische Zorg, Afdeling Medische Ethiek van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
-
mr. J.J.F. Visser, senior beleidsmedewerker bij de Directie Curatieve Somatische Zorg, Afdeling Medische Ethiek van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Artikel 4
De overleggroep kan in het belang van haar werkzaamheden externe deskundigen raadplegen.
Artikel 5
De overleggroep vangt haar werkzaamheden aan in juni 1996.
Artikel 6
De overleggroep brengt voor 1 maart 1997 aan de ondergetekenden verslag uit van haar werkzaamheden. Zij kan daarbij opmerkingen maken ten aanzien van die punten betreffende de voorstellen die haars inziens speciale aandacht behoeven.
Artikel 7
1. De niet-ambtelijke leden van de overleggroep ontvangen vacatiegeld alsmede een vergoeding voor de reis- en verblijfkosten volgens de bestaande rijksregelen, voor zover niet uit anderen hoofde een vergoeding voor deze kosten wordt verleend uit ’s Rijks kas.
2. De overige uit de uitvoering van dit besluit voortvloeiende kosten worden vergoed op basis van een vooraf ingediende en door de Ministers van Welzijn, Volksgezondheid en Sport en van Justitie goedgekeurde begroting.
Artikel 8
1. Dit besluit wordt bekend gemaakt in de Staatscourant.
2. Afschrift van dit besluit wordt gezonden aan de Algemene Rekenkamer.