40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Instelling Voorselectiecommissie Topmanagementgroep ABD | BWBR0012136 | ministeriele-regeling | geldend | 2001-02-07 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0012136 | Instelling Voorselectiecommissie Topmanagementgroep ABD |
Instelling Voorselectiecommissie Topmanagementgroep ABD
Artikel 1
Er is een `Voorselectiecommissie Topmanagementgroep ABD', hierna te noemen de commissie.
Artikel 2
De commissie heeft tot taak de directeur-generaal voor de Algemene Bestuursdienst, ressorterend onder de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, te adviseren over de voorselectie van benoembare kandidaten voor een van de functies als bedoeld in artikel 7, vierde lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement.
Artikel 3
1. De commissie bestaat uit een voorzitter en twee vaste leden. Aan de commissie kan een extra lid worden toegevoegd.
2. De voorzitter van de commissie, tevens lid, is niet werkzaam bij een van de ministeries en wordt voor een periode van drie jaar benoemd door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Herbenoeming is eenmaal aansluitend mogelijk.
3. De twee vaste leden van de commissie worden op voordracht van het Beraad van secretarissen-generaal uit hun midden benoemd door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voor een periode van in beginsel drie jaar. Herbenoeming is mogelijk.
4. Als extra lid kan aan de commissie worden toegevoegd de secretaris-generaal van het ministerie waar de vacante functie zich voordoet. Betreft het de vacature van secretaris-generaal, dan kan door de betrokken minister een directeur-generaal van het vacaturehoudende departement als extra lid worden aangewezen.
5. In het geval een vacature zich voordoet, niet zijnde de vacature van secretaris-generaal, bij een ministerie waarbij een van de twee vaste leden werkzaam is, wordt geen extra lid aan de commissie toegevoegd.
Artikel 4
De commissie heeft een secretaris, beschikbaar vanuit het Bureau Algemene Bestuursdienst.
Artikel 5
1. De commissie wordt door de directeur-generaal voor de Algemene Bestuursdienst in vergadering bijeengeroepen.
2. De commissie neemt voorafgaand aan een vergadering kennis van de vacante functie, het functieprofiel en van alle overige bescheiden die betrekking hebben op de functie, alsmede van de door de directeur-generaal voor de Algemene Bestuursdienst aangedragen kandidaten. Voor zover bescheiden nog niet zijn overgelegd kunnen zij door de commissie worden opgevraagd.
3. De commissie kan een kandidaat uitnodigen om een nadere toelichting te geven in verband met het kandidaatschap.
4. Binnen een week na haar vergadering brengt de commissie haar schriftelijk advies uit aan de directeur-generaal voor de Algemene Bestuursdienst.
5. Het advies houdt in welke twee, drie of vier kandidaten naar het oordeel van de commissie de meest gerede zijn om de vacante functie te gaan vervullen, alsmede een onderbouwing van dat advies. Het advies heeft geen bindend karakter.
6. In afwijking van het eerste tot en met het vijfde lid kan de directeur-generaal voor de Algemene Bestuursdienst in samenspraak met de commissie besluiten om een schriftelijke procedure te volgen.
Artikel 6
Aan de voorzitter wordt een vacatiegeld toegekend op grond van het Vacatiegeldenbesluit 1988.
Artikel 7
1.
Als voorzitter van de commissie wordt benoemd:
de heer drs. L.M.L.H.A. Hermans.
2.
Met de inwerkingtreding van dit besluit worden als leden van de commissie benoemd:
de heer drs. A.H.C. Annink, secretaris-generaal van het Ministerie van Defensie;
der heer drs. W.J. Kuijken, secretaris-generaal van het Ministerie van Algemene Zaken.
Artikel 8
Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 juli 2000.