rijk/ministeriele-regeling/instellingsbesluit-begeleidingscommissie-leerlingen-en-studentenramingen/BWBR0047356
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Instellingsbesluit Begeleidingscommissie Leerlingen- en Studentenramingen BWBR0047356 ministeriele-regeling geldend 2022-10-25 https://wetten.overheid.nl/BWBR0047356 Instellingsbesluit Begeleidingscommissie Leerlingen- en Studentenramingen

Instellingsbesluit Begeleidingscommissie Leerlingen- en Studentenramingen

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

a. a.

    *minister:* Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;

b. b.

    *begeleidingscommissie:* Begeleidingscommissie Leerlingen- en Studentenramingen, bedoeld in artikel 2.

Artikel 2

1. Er is een Begeleidingscommissie Leerlingen- en Studentenramingen.

2.

De begeleidingscommissie heeft tot taak:

a. a. het adviseren over de gehanteerde ramingsmethodiek van de leerlingen- en studentenramingen van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en gewenste ontwikkeling van deze methodiek, b. b. bevorderen van de afstemming van de leerlingen- en studentenramingen met andere daarmee samenhangende ramingen, en c. c. het adviseren over de wijze waarop informatie over de leerlingen- en studentenramingen van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap wordt verstrekt.

Artikel 3

1. De begeleidingscommissie kent maximaal 15 stemgerechtigde leden en adviserende leden.

2.

De stemgerechtigde leden van de begeleidingscommissie zijn:

a. a. een onafhankelijk voorzitter, welke wordt benoemd door de Minister; b. b. deskundigen op het gebied van ramingsmethoden en -technieken, met dien verstande dat in ieder geval lid van de begeleidingscommissie zijn één medewerker vanuit het CBS, één medewerker vanuit het CPB, één medewerker vanuit het SCP en één medewerker vanuit het PBL; en c. c. vertegenwoordigers van de sectorraden van het onderwijs, met dien verstande dat in ieder geval lid zijn één medewerker vanuit de PO-Raad, één medewerker vanuit de VO-raad, één medewerker vanuit de MBO Raad, één medewerker vanuit de Vereniging Hogescholen en één medewerker vanuit UNL.

3. De Minister van Financiën heeft één vertegenwoordiger in de begeleidingscommissie als adviserend lid.

4. De Minister benoemd voorts drie vertegenwoordigers in de begeleidingscommissie, dit zijn eveneens adviserende leden. Ten minste één van deze vertegenwoordigers is werkzaam bij de Dienst Uitvoering Onderwijs.

5. De benoeming van de voorzitter geschiedt voor de duur van vier jaar.

6. Bij tussentijds vertrek van de voorzitter kan de Minister een andere voorzitter benoemen.

7. De voorzitter wordt geschorst en ontslagen door de Minister.

8. Het bepaalde in het zesde en zevende lid is van overeenkomstige toepassing op de adviserende leden van de begeleidingscommissie, bedoeld in het vierde lid, en is voorts van overeenkomstige toepassing op alle overige leden van de begeleidingscommissie, waarbij voor de Minister de betreffende vertegenwoordigde organisatie moet worden gelezen.

Artikel 4

Te rekenen vanaf 14 september 2022 wordt tot voorzitter van de begeleidingscommissie benoemd: mw. prof. dr. W. Smits te Kanne (B).

Artikel 5

1. De begeleidingscommissie wordt ondersteund door een secretariaat.

2. Het secretariaat is voor de inhoudelijke uitvoering van zijn taak uitsluitend verantwoording schuldig aan de voorzitter van de begeleidingscommissie.

3. In het secretariaat wordt voorzien door de Minister.

Artikel 6

1. De begeleidingscommissie stelt haar eigen werkwijze vast.

2. De begeleidingscommissie kan zich, na toestemming van de Minister, door andere personen doen bijstaan voor zover dat voor de vervulling van haar taak nodig is.

Artikel 7

De begeleidingscommissie verstrekt aan de Minister desgevraagd de door hem gewenste inlichtingen. De Minister kan inzage vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden, voor zover dat voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig is.

Artikel 8

De begeleidingscommissie brengt jaarlijks vóór Prinsjesdag haar rapport uit aan de Minister.

Artikel 9

De voorzitter ontvangt per vergadering een vergoeding, voor zover hij niet valt onder de uitzondering van artikel 2, derde lid, van de Wet vergoedingen adviescolleges en commissies en hiermee niet het in artikel 6, eerste lid, van het Besluit vergoedingen adviescolleges en commissies bedoelde maximumbedrag overschrijdt. De vergoeding per vergadering bedraagt 130% van 3% van het maximum van salarisschaal 18 zoals deze laatstelijk is overeengekomen in de CAO Rijk.

Artikel 10

1.

De kosten van de begeleidingscommissie komen, voor zover goedgekeurd, voor rekening van de Minister. Onder kosten worden in ieder geval verstaan:

a. a. de kosten voor de faciliteiten van vergaderingen en voor secretariële ondersteuning, b. b. de kosten voor het inschakelen van externe deskundigheid en het laten verrichten van onderzoek, en c. c. de kosten voor publicatie van rapportages.

2. De begeleidingscommissie biedt zo spoedig mogelijk na haar instelling een begroting en een planning aan de Minister aan.

Artikel 11

De begeleidingscommissie biedt de Minister jaarlijks tezamen met haar rapport een verslag aan waarin verslag wordt gedaan over de activiteiten van de periode waarin de begeleidingscommissie werkzaam is geweest.

Artikel 12

Rapporten, notities, verslagen, adviezen en andere producten die door of namens de begeleidingscommissie worden vervaardigd of vergaard, worden niet door de begeleidingscommissie openbaar gemaakt, maar uitsluitend aan de Minister uitgebracht of overgedragen.

Artikel 13

De begeleidingscommissie draagt zo spoedig mogelijk na beëindiging van haar werkzaamheden of, zo de omstandigheden daartoe aanleiding geven, zoveel eerder, de bescheiden betreffende die werkzaamheden over aan het archief van de directie Organisatie en Beheer van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Artikel 14

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant, waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 september 2022.

Artikel 15

De Instellingsbeschikking Adviesgroep Leerlingen- en Studentenramingen wordt ingetrokken.

Artikel 16

Dit besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit Begeleidingscommissie Leerlingen- en Studentenramingen.