40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Instellingsbesluit Begeleidingscommissie Onderwijs Bewijs | BWBR0026081 | ministeriele-regeling | geldend | 2009-07-12 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0026081 | Instellingsbesluit Begeleidingscommissie Onderwijs Bewijs |
Instellingsbesluit Begeleidingscommissie Onderwijs Bewijs
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. a.
*ministers:* de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie en de Minister van Financiën;
b. b.
*actieprogramma Onderwijs Bewijs:* een Europese aanbesteding in de vorm van een prijsvraag, wat voor de winnaars leidt tot een opdracht tot het uitvoeren van het ingediende onderzoeksvoorstel.
c. c.
*commissie:* de begeleidingscommissie Onderwijs Bewijs, bedoeld in artikel 2;
d. d.
*stuurgroep:* een stuurgroep, bestaande uit de vertegenwoordigers van de ministers;
e. e.
*consortia:* indieners van binnen het actieprogramma gehonoreerde voorstellen.
Artikel 2
1. Er is een begeleidingscommissie Onderwijs Bewijs.
2.
De commissie heeft tot taak:
a. a. erop toe te zien dat de gehonoreerde onderzoeken conform voorstel worden uitgevoerd; b. b. de consortia te adviseren over de adequate wetenschappelijke uitvoering van het ingediende voorstel; c. c. daar waar consortia wensen af te wijken van hun oorspronkelijk voorstel, te bepalen of deze wijziging geoorloofd is; d. d. de jaarlijkse voortgangsrapportages en de eindrapportage te beoordelen en de stuurgroep op de hoogte te brengen van haar bevindingen; e. e. bij ernstige tekortkomingen in de uitvoering van een onderzoek, de stuurgroep te adviseren over eventuele voortijdige beëindiging van de toekenning van financiële middelen voor het betreffende onderzoek.
Artikel 3
1.
De commissie bestaat uit:
a. a. een voorzitter, tevens lid, b. b. vier leden met een staat van dienst in wetenschappelijk onderzoek.
2. De leden worden benoemd en ontslagen door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap in overeenstemming met de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie en Minister van Financiën.
Artikel 4
1. De commissie wordt ingesteld met ingang van 1 april 2009 en wordt opgeheven per 31 december 2016.
2. De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap kan besluiten de periode, bedoeld in het eerste lid, te verlengen.
Artikel 5
1.
Tot leden van de commissie worden benoemd:
a. a. de heer H. D. Webbink, tevens voorzitter, b. b. mevrouw I. F. de Wolf, c. c. de heer B. van der Klaauw, d. d. de heer G.J.M.G. van der Heijden, e. e. de heer J.W. Luyten.
2. De benoeming geschiedt voor de duur van de commissie.
3. Indien een tussentijdse vacature ontstaat, vindt een benoeming voor die vacature plaats voor de resterende duur van de zittingsperiode.
Artikel 6
De commissie stelt haar eigen werkwijze vast.
Artikel 7
Een lid van de commissie neemt niet deel aan de voorbereiding en vaststelling van een advies indien hij een persoonlijk belang heeft bij het advies.
Artikel 8
De ministers kunnen gezamenlijk een deskundige aanwijzen, die het recht heeft de vergaderingen van de commissie bij te wonen.
Artikel 9
De commissie verstrekt aan elk van de ministers desgevraagd alle gewenste inlichtingen.
Artikel 10
1. De commissie stelt jaarlijks uiterlijk in december een verslag op van haar werkzaamheden in het afgelopen jaar. Dit verslag bevat een omschrijving van de werkzaamheden alsmede de conclusies die de commissie trekt op basis van de jaarrapportages van de consortia.
2. Op verzoek van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap stelt de commissie tevens een evaluatieverslag op, waarin zij aandacht besteedt aan de doelmatigheid en doeltreffendheid van haar taakvervulling.
3. Het jaarverslag en, indien gevraagd door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, het evaluatieverslag worden niet door de commissie openbaar gemaakt, maar uitsluitend aan de ministers uitgebracht.
Artikel 11
1.
De voorzitter en de andere leden van de commissie ontvangen een vaste vergoeding per jaar.
a. a. De toepasselijke salarisschaal voor het in artikel 5.1 onder a genoemde lid is schaal 15, nr. 10, van bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984. De arbeidsduurfactor voor dit lid is 128 werkuren per jaar; b. b. De toepasselijke salarisschaal voor het in artikel 5.1 onder b genoemde lid is schaal 14, nr. 10, van bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984. De arbeidsduurfactor voor dit lid is 96 werkuren per jaar; c. c. De toepasselijke salarisschaal voor het in artikel 5.1 onder c genoemde lid is schaal 16, nr. 10, van bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984. De arbeidsduurfactor voor dit lid is 144 werkuren per jaar; d. d. De toepasselijke salarisschaal voor het in artikel 5.1 onder d genoemde lid is schaal 15, nr. 10, van bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984. De arbeidsduurfactor voor dit lid is 144 werkuren per jaar; e. e. De toepasselijke salarisschaal voor het in artikel 5.1 onder e genoemde lid is schaal 13, nr. 10, van bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984. De arbeidsduurfactor voor dit lid is 144 werkuren per jaar;
2. De voorzitter en de andere leden van de commissie ontvangen een vergoeding van reis- en verblijfkosten op de voet van het Reisbesluit binnenland en het Reisbesluit buitenland.
Artikel 12
De commissie draagt zo spoedig mogelijk na beëindiging van haar werkzaamheden of, zo de omstandigheden daartoe aanleiding geven, zoveel eerder, de bescheiden betreffende die werkzaamheden over aan het archief van de directie Concernondersteuning van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
Artikel 13
Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 april 2009.
Artikel 14
Dit besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit Begeleidingscommissie Onderwijs Bewijs.