rijk/ministeriele-regeling/instellingsbesluit-commissie-onderwijstijd/BWBR0024476
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Instellingsbesluit commissie Onderwijstijd BWBR0024476 ministeriele-regeling geldend 2008-09-13 https://wetten.overheid.nl/BWBR0024476 Instellingsbesluit commissie Onderwijstijd

Instellingsbesluit commissie Onderwijstijd

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

a. a. Minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap; b. b. commissie: commissie, bedoeld in artikel 2.

Artikel 2

1. Er is een commissie Onderwijstijd.

2. De commissie is onafhankelijk en kan zonder last en ruggespraak onderzoek en analyses uitvoeren, conclusies trekken en aanbevelingen doen.

3.

De commissie heeft tot taak:

a. a. het onderzoeken van de feitelijke naleving van de huidige wettelijke kaders inzake onderwijstijd; b. b. het onderzoeken van de feitelijke en ervaren belemmerende en bevorderende factoren voor normnaleving als bedoeld in onderdeel a; c. c. het op basis van een analyse op grond van de onderdelen a en b trekken van conclusies over de uitvoerbaarheid van de huidige wettelijke kaders inzake onderwijstijd; d. d. het op basis van de onderdelen a, b en c doen van aanbevelingen voor maatregelen op de korte en op de langere termijn op het niveau van de overheid, op het niveau van werknemers en werkgevers en op lokaal en schoolniveau; e. e. het inzetten op breed draagvlak voor de in onderdeel d genoemde aanbevelingen.

4.

Voor de aanbevelingen als bedoeld in artikel 2, derde lid, onderdeel d, gelden de volgende richtinggevende uitgangspunten:

a. a. inhoud en kwaliteit van het onderwijsprogramma staan niet ter discussie, b. b. de financiële ruimte is het thans geldende budget, en c. c. een wettelijke norm voor voldoende onderwijstijd als zodanig is nodig.

Artikel 3

De commissie wordt opgeheven per 1 maart 2009, of zoveel eerder als mogelijk.

Artikel 4

De commissie verstrekt aan de Minister desgevraagd en ongevraagd informatie.

Artikel 5

1.

Tot leden van de commissie worden benoemd:

a. a. de heer C.G.A. Cornielje, tevens voorzitter, b. b. mevrouw drs. G.T.C. Bonhof, c. c. de heer drs. H. Borstlap, d. d. de heer dr. K. Veling, e. e. de heer prof. dr. M.J.M. Vermeulen.

2. De commissie wordt bijgestaan door een secretariaat. Het secretariaat maakt geen deel uit van de commissie.

3. De benoeming geschiedt voor de duur van de commissie.

Artikel 6

1. De commissie stelt haar eigen werkwijze vast.

2. De commissie kan zich door andere personen doen bijstaan voor zover dat voor de invulling van haar taak nodig is, onder wie, op persoonlijke titel, ambtelijke deskundigen. De Minister kan hiertoe een ambtenaar van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap aanwijzen.

Artikel 7

De commissie brengt in december 2008 haar eindrapport uit aan de Minister.

Artikel 8

De voorzitter en de andere leden van de commissie, voor zover geen ambtenaar, ontvangen een vaste beloning op basis van artikel 3 van het Vacatiegeldenbesluit 1988 en de daarop gebaseerde voor het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap geldende bepalingen. De beloning wordt bij Koninklijk Besluit nader geregeld.

Artikel 9

1.

De kosten van de commissie komen, voor zover goedgekeurd, voor rekening van de Minister. Onder kosten worden in ieder geval verstaan:

a. a. de kosten voor vergaderingen en voor secretariële ondersteuning, b. b. de kosten voor het inschakelen van externe deskundigen en het laten verrichten van onderzoek, en c. c. de kosten voor publicatie van rapportages.

2. De commissie biedt zo spoedig mogelijk na haar instelling een begroting en een planning aan de Minister aan.

Artikel 10

De commissie biedt na oplevering van het eindrapport de Minister een verslag aan waarin verantwoording wordt gedaan over haar activiteiten.

Artikel 11

Een ieder die betrokken is geweest bij de werkzaamheden van de commissie en daarbij de beschikking krijgt over de gegevens waarvan hij het vertrouwelijke karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden en voor wie niet reeds uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift ter zake van die gegevens een geheimhoudingsplicht geldt, is verplicht tot geheimhouding daarvan, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hem tot bekendmaking verplicht of uit zijn taak op grond van dit besluit, de noodzaak tot bekendmaking voortvloeit.

Artikel 12

Rapporten, notities, verslagen en andere producten welke door of namens de commissie worden vervaardigd, worden niet dan na akkoord van de Minister door de commissie openbaar gemaakt.

Artikel 13

De commissie draagt zo spoedig mogelijk na beëindiging van haar werkzaamheden of, zo de omstandigheden daartoe aanleiding geven, zoveel eerder, de bescheiden betreffende die werkzaamheden over aan het archief van de directie Voortgezet Onderwijs van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Artikel 14

1. Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 23 mei 2008.

2. Dit besluit vervalt met ingang van 1 maart 2009.

Artikel 15

Dit besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit commissie Onderwijstijd.