40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Instellingsbesluit Expertgroep inzake politieke steun aan interstatelijk geweld en inzake humanitaire interventie | BWBR0042178 | ministeriele-regeling | geldend | 2019-06-01 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0042178 | Instellingsbesluit Expertgroep inzake politieke steun aan interstatelijk geweld en inzake humanitaire interventie |
Instellingsbesluit Expertgroep inzake politieke steun aan interstatelijk geweld en inzake humanitaire interventie
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. a.
*minister:* Minister van Buitenlandse Zaken;
b. b.
*groep:* Expertgroep bedoeld in artikel 2.
Artikel 2
1. Er is een Expertgroep inzake politieke steun aan interstatelijk geweld en inzake humanitaire interventie.
2.
De groep heeft tot taak zijn opinie(s) te geven over:
a. a. het geven van politieke steun door het Nederlandse kabinet aan interstatelijk geweldgebruik door andere staten zonder grondslag in het internationaal recht; en b. b. of het Nederlandse kabinet zich moet inzetten voor internationale acceptatie van humanitaire interventie als mogelijk nieuwe rechtsgrond voor interstatelijk geweldgebruik.
Artikel 3
1. De groep bestaat uit een voorzitter en ten minste zeven en ten hoogste negen andere leden.
2. De voorzitter en de andere leden hebben zitting op persoonlijke titel en oefenen hun functie uit zonder last of ruggespraak.
3. De voorzitter en de andere leden worden door de minister benoemd.
4. De benoeming geschiedt voor de duur van de groep.
5. De voorzitter en overige leden kunnen (op eigen verzoek of wegens ongeschiktheid, onbekwaamheid of op andere zwaarwegende gronden) worden geschorst en ontslagen door de minister.
Artikel 4
Voor de duur van de groep worden tot lid van de groep benoemd:
a. a. de heer em. prof. dr. Cyrille Fijnaut, hoogleraar criminologie & strafrecht; Erasmus Universiteit Rotterdam, Katholieke Universiteit Leuven en Universiteit Tilburg; tevens voorzitter; b. b. de heer Kristian Fischer, MSc, MA, directeur Danish Institute for International Studies; c. c. de heer prof. dr. Terry Gill, hoogleraar militair recht, Universiteit van Amsterdam & Nederlandse Defensieacademie; d. d. mevrouw prof. dr. Larissa van den Herik, hoogleraar internationaal publiekrecht, Universiteit Leiden; e. e. de heer prof. dr. Martii Koskeniemmi, hoogleraar internationaal recht, Universiteit Helsinki; f. f. de heer prof. dr. Claus Kreß, hoogleraar internationaal recht, Universiteit Keulen; g. g. de heer drs. Robert Serry, voormalig ambassadeur; voormalig VN-gezant; h. h. mevrouw drs. Monika Sie Dhian Ho, directeur Instituut Clingendael; i. i. mevrouw prof. Elizabeth Wilmshurst, distinguished fellow, International Law Programme, Chatham House; j. j. de heer prof. dr. Rob de Wijk, hoogleraar internationale betrekkingen & veiligheid, Universiteit Leiden; directeur The Hague Centre for Strategic Studies.
Artikel 5
1. De groep wordt ingesteld met ingang van 1 juni 2019.
2. De groep wordt opgeheven per 31 januari 2020 dan wel uiterlijk vier weken nadat het eindrapport is uitgebracht.
Artikel 6
1. De minister benoemt en vergoedt de niet-ambtelijke secretaris van de groep en stelt de voorzitter in de gelegenheid om een voordracht voor de benoeming van de secretaris te doen.
2. De minister benoemt en vergoedt de niet-ambtelijke adjunct-secretaris van de groep en stelt de voorzitter in de gelegenheid om een voordracht voor de benoeming van de adjunct-secretaris te doen.
Artikel 7
1. De voorzitter stelt de werkwijze van de groep vast.
2. De voorzitter verantwoordt de werkwijze van de groep in het eindrapport.
Artikel 8
1. Aan de voorzitter wordt een vaste vergoeding per maand toegekend, waarbij de salarisschaal wordt vastgesteld op schaal 18, trede 10, van bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 en de arbeidsduurfactor op 16/36.
2. Aan de andere leden wordt een vaste vergoeding per maand toegekend, waarbij de salarisschaal wordt vastgesteld op schaal 18, trede 10, van bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 en de arbeidsduurfactor op 3/36.
3. Aan de secretaris wordt een vaste vergoeding per maand toegekend, waarbij de salarisschaal wordt vastgesteld op schaal 13, trede 10, van bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 en de arbeidsduurfactor op 16/36.
4. Aan de adjunct-secretaris wordt een vaste vergoeding per maand toegekend, waarbij de salarisschaal wordt vastgesteld op schaal 12, trede 10, van bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 en de arbeidsduurfactor op 16/36.
5. Geen vergoeding is verschuldigd over de maanden waarin geen werkzaamheden in het kader van dit besluit zijn verricht.
Artikel 9
1.
De kosten van de groep komen – voor zover op basis van een goedgekeurde raming – voor rekening van de minister. Onder kosten worden in ieder geval verstaan:
a. a. de vergoedingen voor de voorzitter, de leden en de (adjunct-) secretaris; b. b. de onkosten voor de voorzitter, de leden en de (adjunct-) secretaris; c. c. kosten verbonden aan een driedaagse bijeenkomst van de groep in Nederland; d. d. de kosten verbonden aan werkzaamheden van en overleg tussen de voorzitter en de (adjunct-) secretaris; e. e. de kosten voor oplevering van het eindrapport.
2. Verplichtingen ten behoeve van het functioneren van het panel worden aangegaan door het Ministerie van Buitenlandse Zaken. De voorzitter of de (adjunct-) secretaris kunnen aangeven welke verplichtingen moeten worden aangegaan. Bij beoogde verplichtingen dienen de voorzitter en/of (adjunct-) secretaris steeds uit te gaan van de goedgekeurde raming. Bestedingen buiten het bestek van de goedgekeurde raming zijn voorwerp van overleg tussen de voorzitter en/of (adjunct-) secretaris en het Ministerie van Buitenlandse Zaken.
Artikel 10
1. Bijeenkomsten van de voltallige groep vinden plaats op een locatie buiten het Ministerie van Buitenlandse Zaken.
2. Buiten voltallige groepsbijeenkomsten verrichten de voorzitter en de (adjunct-) secretaris hun werkzaamheden, inclusief overleg, op (een) locatie(s) buiten het Ministerie van Buitenlandse Zaken.
3. Voor werkzaamheden en overleg van de voorzitter en de (adjunct-) secretaris kan tijdelijke huisvesting worden gehuurd naar rato van de te verrichten werkzaamheden en binnen de kaders van de goedgekeurde raming.
Artikel 11
1. De voorzitter brengt uiterlijk 15 december 2019 een eindrapport uit aan de minister.
2. De voorzitter kan tot 1 december 2019 aan de minister om uitstel verzoeken voor wat betreft het uitbrengen van het eindrapport.
3. Een verzoek tot uitstel van het eindrapport is met redenen omkleed en vermeldt een nieuwe einddatum die redelijk is ten opzichte van de in lid 1 genoemde datum.
Artikel 12
1. Rapporten, notities, verslagen, adviezen en andere producten die door of namens de groep worden vervaardigd of vergaard, worden niet door de groep openbaar gemaakt, maar uitsluitend aan de minister uitgebracht of overgedragen.
2. De voorzitter, de leden en de (adjunct-) secretaris voeren hun taken uit in vertrouwelijkheid en zullen tot aan de publicatie van het eindrapport niet communiceren met media over hun taken dan wel enige andere vorm van publiciteit of openbaarheid zoeken over hun taken.
Artikel 13
De (adjunct-) secretaris draagt binnen vier weken na het uitbrengen van het eindrapport – of zoveel eerder als de omstandigheden daartoe aanleiding geven – alle bescheiden betreffende de werkzaamheden van de groep over aan de Directie Veiligheidsbeleid van het Ministerie van Buitenlandse Zaken.
Artikel 14
1. Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 juni 2019.
2. Dit besluit vervalt met ingang van 31 januari 2020 dan wel indien toepassing is gegeven aan artikel 11, tweede lid en derde lid, uiterlijk vier weken nadat het eindrapport van de groep is uitgebracht.
Artikel 15
1. Dit besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit Expertgroep inzake politieke steun aan interstatelijk geweld en inzake humanitaire interventie.
2. Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst en in afschrift worden gezonden aan betrokkenen.