rijk/ministeriele-regeling/instellingsbesluit-tijdelijke-commissie-innovatie-en-toekomst-pers/BWBR0025229
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Instellingsbesluit Tijdelijke Commissie Innovatie en Toekomst Pers BWBR0025229 ministeriele-regeling geldend 2009-01-28 https://wetten.overheid.nl/BWBR0025229 Instellingsbesluit Tijdelijke Commissie Innovatie en Toekomst Pers

Instellingsbesluit Tijdelijke Commissie Innovatie en Toekomst Pers

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

a. a.

    *minister:* de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

b. b.

    *commissie:* de commissie, bedoeld in artikel 2.

Artikel 2

1. Er is een Tijdelijke Commissie Innovatie en Toekomst Pers.

2.

De commissie heeft tot taak:

a. a. advies uitbrengen over innovatiemogelijkheden binnen de pers, alsmede over de wijze waarop innovatie gestimuleerd en gefinancierd kan worden. Dit advies zal binnen drie maanden na instelling van de commissie worden uitgebracht. b. b. advies uitbrengen over de toekomst van de nieuws- en opinievoorziening in Nederland, toegespitst op de rol van de pers. Dit advies zal binnen zes maanden na instelling van de commissie worden uitgebracht.

Artikel 3

De commissie wordt ingesteld voor de duur van zes maanden, te rekenen vanaf de datum van inwerkingtreding van dit besluit.

Artikel 4

De commissie verstrekt aan de minister desgevraagd de door hem gewenste inlichtingen.

Artikel 5

1.

Tot leden van de commissie worden benoemd:

a. a. mr. drs. L.C. Brinkman, tevens voorzitter, b. b. mevr. mr. I. Brakman, c. c. B.J. Brouwers d. d. P.P.W. Molenaar e. e. R. Mulder f. f. drs. P.J.R. Schrurs g. g. mevr. Y. Zonderop

2. De commissie wordt bijgestaan door een secretariaat. Dit vormt geen onderdeel van de commissie.

3. De benoeming geschiedt voor de duur van de commissie.

4. Bij tussentijds vertrek van een lid kan de minister een ander lid benoemen.

Artikel 6

1. De commissie stelt haar eigen werkwijze vast.

2. De commissie kan zich door andere personen laten bijstaan voor zover dat voor de vervulling van haar taak nodig is, waaronder, op persoonlijke titel, ambtelijke deskundigen.

Artikel 7

De leden en de voorzitter van de commissie ontvangen voor het bijwonen van vergaderingen en overige bijeenkomsten in het kader van hun werkzaamheden vacatiegelden overeenkomstig het Vacatiegeldenbesluit 1988.

Artikel 8

1.

De kosten van de commissie komen, voor zover goedgekeurd, voor rekening van de minister. Onder kosten worden in ieder geval verstaan:

a. a. de kosten voor vergaderingen en voor secretariële ondersteuning, b. b. de kosten voor het inschakelen van externe deskundigheid en het laten verrichten van onderzoek, en c. c. de kosten voor het vervaardigen van de gevraagde adviezen.

2. De commissie biedt zo spoedig mogelijk na haar instelling een begroting en een planning aan de minister aan.

Artikel 9

Een ieder die betrokken is geweest bij de werkzaamheden van de commissie en daarbij de beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het vertrouwelijk karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden en voor wie niet reeds uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift ter zake van die gegevens een geheimhoudingsplicht geldt, is verplicht tot geheimhouding daarvan, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hem tot bekendmaking verplicht of uit zijn taak bij deze werkzaamheden de noodzaak tot bekendmaking voortvloeit.

Artikel 10

Rapporten, notities, verslagen en andere producten welke door of namens de commissie worden vervaardigd, worden niet door de commissie openbaar gemaakt, maar uitsluitend aan de minister uitgebracht.

Artikel 11

De commissie draagt zo spoedig mogelijk na beëindiging van haar werkzaamheden of, zo de omstandigheden daartoe aanleiding geven, zoveel eerder, de bescheiden betreffende de werkzaamheden over aan het archief van de directie Media, Letteren en Bibliotheken van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Artikel 12

1. Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant, waarin het wordt geplaatst.

2. Dit besluit vervalt met ingang van 1 augustus 2009.

Artikel 13

Dit besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit Tijdelijke Commissie Innovatie en Toekomst Pers.