40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Instellingsregeling Commissie aanvullende schadevergoeding werkelijke schade | BWBR0045235 | ministeriele-regeling | geldend | 2023-10-04 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0045235 | Instellingsregeling Commissie aanvullende schadevergoeding werkelijke schade |
Instellingsregeling Commissie aanvullende schadevergoeding werkelijke schade
Artikel 1
Deze regeling berust op artikel 5.2 van de Wet hersteloperatie toeslagen.
Artikel 2
In deze regeling wordt verstaan onder:
-
- commissie: * commissie, genoemd in artikel 3, eerste lid;
-
- minister: * Minister van Financiën;
-
- ministerie: * Ministerie van Financiën;
- secretariaat: het secretariaat, bedoeld in artikel 6, eerste lid;
-
- wet: * Wet hersteloperatie toeslagen.
Artikel 3
1. Er is een Commissie aanvullende schadevergoeding werkelijke schade.
2.
De commissie is een adviseur als bedoeld in artikel 3.5 van de Algemene wet bestuursrecht en heeft tot taak:
a. a. het onafhankelijk adviseren van de Dienst Toeslagen over aanvragen tot toekenning van aanvullende compensatie voor de werkelijke schade als bedoeld in artikel 2.1, derde lid, van de wet; b. b. het onafhankelijk adviseren van de Dienst Toeslagen over aanvragen tot toekenning van een aanvullende O/GS-tegemoetkoming voor de werkelijke schade als bedoeld in artikel 2.6, derde lid, van de wet; c. c. het onafhankelijk adviseren van de Dienst Toeslagen over aanvragen tot toekenning van aanvullende compensatie voor de werkelijke schade of een aanvullende O/GS-tegemoetkoming voor de werkelijke schade als bedoeld in artikel 2.9a, tweede lid, van de wet; d. d. het onafhankelijk adviseren van de Dienst Toeslagen over aanvragen tot toekenning van aanvullende compensatie voor de werkelijke schade of een aanvullende O/GS-tegemoetkoming voor de werkelijke schade als bedoeld in artikel 2.9b, tweede lid, van de wet; e. e. het opstellen en aanpassen van een schadebeoordelingskader ten behoeve van de uitoefening van de adviestaak van de commissie; f. f. het inrichten van een efficiënte en duidelijke adviesprocedure, waarbij ruimte is voor de aanvrager van een kinderopvangtoeslag, de partner van de overleden aanvrager of het kind van de overleden aanvrager om een visie op het voorgenomen advies kenbaar te maken.
3. De minister kan de commissie verzoeken om het schadebeoordelingskader, bedoeld in het tweede lid, onderdeel e, aan te passen.
4. De commissie is bevoegd gedurende het onderzoek aanvullende vragen te formuleren en deze te onderzoeken en beantwoorden, indien zij dat dienstig acht aan haar opdracht.
Artikel 3a
1. De Dienst Toeslagen stelt per verzoek het dossier en de relevante informatie ter beschikking aan de commissie die nodig is voor een goede vervulling van de taken van de commissie, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdelen a tot en met d.
2. De commissie verstrekt aan de Dienst Toeslagen en aan de aanvrager van een kinderopvangtoeslag, de partner van de overleden aanvrager of het kind van de overleden aanvrager bij de uitoefening van haar taken alle stukken die haar ter beschikking hebben gestaan en die een rol hebben gespeeld bij het opstellen van het advies, tenzij deze stukken betrekking hebben op het interne beraad van de commissie.
3. De commissie verstrekt desgevraagd aan de minister de voor de uitoefening van zijn taak benodigde inlichtingen.
4. Een commissielid of een medewerker van het secretariaat kan zich voor het inwinnen van inlichtingen en overleg wenden tot daartoe door de minister aangewezen ambtenaren.
Artikel 4
De commissie wordt met terugwerkende kracht ingesteld tot en met 7 juli 2020 en wordt opgeheven bij het intrekken of vervallen van deze regeling.
Artikel 5
1. De commissie bestaat uit ten minste een voorzitter en twee andere leden.
2. De leden brengen op persoonlijke titel hun kennis en ervaring in en treden niet op als vertegenwoordiger of belangenbehartiger van een belangengroep, specifieke individuen of van organisaties.
3. De leden worden door de minister benoemd. Binnen de commissie is voldoende kennis en expertise om schade vast te stellen en te beoordelen, zoals kennis van het herstelrecht.
4. De benoeming geschiedt voor de duur van ten hoogste twee jaren, welke termijn eenmaal verlengd kan worden met ten hoogste twee jaren. Benoeming geschiedt op grond van relevante expertise waarbij gestreefd wordt naar evenredige deelneming van vrouwen en personen behorende tot etnische of culturele minderheidsgroepen in de commissie.
5. De leden kunnen op eigen verzoek of wegens ongeschiktheid, onbekwaamheid of op andere zwaarwegende gronden worden geschorst en ontslagen door de minister.
6. Bij tussentijds vertrek, schorsing of ontslag van de voorzitter of een ander lid kan de minister een andere voorzitter, onderscheidenlijk een ander lid, benoemen.
7. De leden maken geen deel uit van het ministerie, zijn niet werkzaam onder verantwoordelijkheid van de minister, zijn geen lid van de commissie, genoemd in artikel 3, eerste lid, van de Instellingsregeling Commissie van onafhankelijke deskundigen hersteloperatie toeslagen, of de commissie, genoemd in artikel 3, eerste lid, van de Instellingsregeling Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen, en zijn geen lid geweest van deze commissies. Evenmin zijn zij gelijktijdig werkzaam in een andere rol voor het ministerie noch voor een daaronder ressorterende instelling, dienst, uitvoeringsorganisatie of bedrijf. Leden zijn niet tevens medewerker van het secretariaat of adviseur van de commissie.
8. Het door een lid niet voldoen aan het tweede of het zevende lid vormt een zwaarwegende grond als bedoeld in het vijfde lid.
Artikel 5a
1.
De voorzitter is eindverantwoordelijk voor:
a. a. de uitvoering van de taken van de commissie, bedoeld in artikel 3, tweede lid; b. b. de totstandkoming van de eigen werkwijze van de commissie, bedoeld in artikel 7, eerste lid; c. c. de verantwoording aan de minister en het evaluatieverslag, bedoeld in artikel 8; d. d. het waarborgen van de noodzakelijke expertise en samenhang binnen de commissie, met inachtneming van artikel 5, vierde lid; e. e. het periodiek evalueren van het schadebeoordelingskader, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel e.
2.
De voorzitter wordt bijgestaan door een operationeel directeur die:
a. a. de dagelijkse leiding heeft over het secretariaat en daar zelf onderdeel van uitmaakt; b. b. verantwoordelijk is voor de implementatie van de eigen werkwijze, bedoeld in artikel 7, eerste lid, in nauw overleg met de voorzitter; c. c. verantwoordelijk is voor de interne bedrijfsvoering; d. d. rapporteert aan de voorzitter.
3.
De voorzitter heeft de dagelijkse leiding over de advieswerkzaamheden van de commissie. Met dit doel stelt hij met de overige leden van de commissie een adviesprocedure op als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel f, die wordt opgenomen in de eigen werkwijze, bedoeld in artikel 7, eerste lid. Deze adviesprocedure kent in ieder geval de volgende onderdelen:
a. a. de betrokkenheid van de leden bij de totstandkoming van een advies; b. b. de betrokkenheid van medewerkers die adviezen en berekeningen voorbereiden; c. c. waarborgen voor een eenduidige advisering ter bevordering van de rechtseenheid; d. d. de wijze waarop aanvragers van een kinderopvangtoeslag, partners van een overleden aanvrager en kinderen van een overleden aanvrager hun visie kenbaar kunnen maken op het voorgenomen advies van de commissie.
Artikel 6
1. De minister voorziet in het secretariaat van de commissie.
2. Het secretariaat is voor de uitvoering van zijn taak uitsluitend verantwoording schuldig aan de voorzitter.
3. Aan het secretariaat kunnen medewerkers worden toegevoegd.
4. Indien personen, in dienst van het ministerie, tot secretaris of medewerker van het secretariaat worden benoemd, zijn zij tegenover anderen dan de commissie verplicht tot geheimhouding van hetgeen hen in het verband van de werkzaamheden van de commissie bekend is geworden.
Artikel 7
1. De commissie stelt haar eigen werkwijze vast, met inachtneming van de bepalingen van deze regeling.
2. In geval van een belangenverstrengeling in een voorkomend geval informeert het desbetreffende lid van de commissie onmiddellijk de voorzitter en zo nodig de andere leden en trekt zich uit eigen beweging terug uit de beoordeling van het desbetreffende dossier.
3. De leden laten zich bij de voorbereiding van haar adviezen inhoudelijk bijstaan door ervaren en ter zake geschoolde medewerkers.
4. Indien het de commissie of de medewerkers van het secretariaat aan specifieke schadeberekeningsexpertise ontbreekt, kan zij zich tijdelijk laten bijstaan door een externe deskundige.
5. De commissie beraadslaagt en besluit in vergadering over de vast te stellen adviezen zoals deze door de medewerkers van het secretariaat worden opgesteld. Over de vast te stellen adviezen wordt niet besloten dan in aanwezigheid van ten minste de helft van de leden.
6. De adviezen van de commissie worden vastgesteld overeenkomstig het gevoelen van de meerderheid van de ter vergadering aanwezige leden, inclusief de stem van de voorzitter, waarbij elk lid één stem heeft.
7. Indien het nodig is over het besluit tot vaststelling van het advies bij wijze van stemming te beslissen, wordt dat besluit bij meerderheid van stemmen opgemaakt, inclusief de stem van de voorzitter.
8. Indien de stemmen staken, wordt de besluitvorming aangehouden tot de volgende vergadering, tenzij de advisering niet uitgesteld kan worden of de vergadering voltallig is. In deze gevallen beslist de stem van de voorzitter.
Artikel 8
1. De commissie legt over het vervullen van haar taken verantwoording af aan de minister. De commissie verstrekt daartoe gevraagd en ongevraagd informatie aan de door de minister aangewezen ambtenaren.
2. De commissie brengt jaarlijks voor 1 april een evaluatieverslag uit aan de minister omtrent haar werkzaamheden en taakvervulling in het voorafgaande kalenderjaar.
Artikel 9
1. De commissie draagt na haar opheffing de bescheiden betreffende haar werkzaamheden over aan het archief van het ministerie.
2. De commissie kan de bescheiden, bedoeld in het eerste lid, eerder aan het archief van het ministerie overdragen, als omstandigheden daartoe aanleiding geven.
Artikel 10
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst, en werkt terug tot en met 7 juli 2020.
Artikel 11
Deze regeling wordt aangehaald als: Instellingsregeling Commissie aanvullende schadevergoeding werkelijke schade.