rijk/ministeriele-regeling/kostenregeling-wet-toezicht-beleggingsinstellingen/BWBR0007779
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Kostenregeling Wet toezicht beleggingsinstellingen BWBR0007779 ministeriele-regeling geldend 1995-12-29 https://wetten.overheid.nl/BWBR0007779 Kostenregeling Wet toezicht beleggingsinstellingen

Kostenregeling Wet toezicht beleggingsinstellingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2

1. De toezichthoudende autoriteiten stellen jaarlijks voor 1 november elk een begroting op van de in het daarop volgende jaar te verwachten kosten en ontvangsten, op een zodanige wijze dat de kosten structureel worden gedekt uit de ontvangsten.

2.

De kosten, bedoeld in het eerste lid, zijn de kosten voor de toezichthoudende autoriteiten verbonden aan de uitvoering van de wet. Deze worden onderverdeeld in:

a. a. personeelskosten; b. b. huisvestingskosten; c. c. algemene beheerskosten; d. d. overige indirecte kosten; en e. e. het ingevolge artikel 13 berekende bedrag.

3. De ontvangsten, bedoeld in het eerste lid, worden begroot op grond van de bedragen zoals die na het overleg, bedoeld in artikel 8, naar verwachting van de toezichthoudende autoriteiten, door de minister zullen worden vastgesteld. Deze worden onderverdeeld in ontvangsten van vergunningaanvragers, beleggingsinstellingen die de in artikel 17, eerste lid, van de wet bedoelde mededeling doen, vergunninghouders alsmede beleggingsinstellingen die ingevolge artikel 17, vierde lid, van de wet zijn toegelaten.

4. De toezichthoudende autoriteiten geven ieder aan een accountant opdracht om voor de datum van publicatie als bedoeld in artikel 11, eerste lid, de begroting te toetsen aan deze regeling. De toezichthoudende autoriteiten zenden een afschrift van het rapport van de accountant aan de minister.

Artikel 3

Met inachtneming van de bepalingen van deze regeling brengen de toezichthoudende autoriteiten, ieder voor zover zij op grond van het Overdrachtsbesluit Wet toezicht beleggingsinstellingen zijn belast met de uitvoering van het bij of krachtens de wet bepaalde, hun kosten in rekening bij de in artikel 2, derde lid genoemde beleggingsinstellingen.

Artikel 4

De Stichting Autoriteit Financiële Markten brengt iedere aanvrager als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de wet op het moment van de aanvraag eenmalig een vast bedrag in rekening. De Stichting Autoriteit Financiële Markten neemt een aanvraag niet in behandeling voordat bedoeld bedrag door de Stichting Autoriteit Financiële Markten is ontvangen.

Artikel 5

1. De Stichting Autoriteit Financiële Markten brengt iedere beleggingsinstelling die de in artikel 17, eerste lid, van de wet bedoelde mededeling doet, op het moment van die mededeling eenmalig een vast bedrag in rekening.

2. Het in het eerste lid bedoelde bedrag bedraagt ten hoogste twintig procent van het bedrag bedoeld in artikel 4.

Artikel 6

Aan beleggingsinstellingen die op 31 december van het aan het begrotingsjaar voorafgaande jaar in het register, bedoeld in artikel 18 van de wet, zijn ingeschreven, wordt, met inachtneming van de artikelen 7 en 9, voor 1 juli van het lopende begrotingsjaar jaarlijks een bedrag in rekening gebracht door de toezichthoudende autoriteiten, elk voor zover zij op grond van het Overdrachtsbesluit Wet toezicht beleggingsinstellingen zijn belast met de uitvoering van het bij of krachtens de wet bepaalde.

Artikel 7

1.

Voor vergunninghouders bestaat het in artikel 6 bedoelde bedrag uit:

a. a. een vast bedrag dat voor al deze beleggingsinstellingen gelijk is; b. b. een bedrag in euro's per 450 000 euro's balanstotaal van de beleggingsinstelling, waarbij het balanstotaal voor de toepassing van deze bepaling buiten beschouwing wordt gelaten voor zover het balanstotaal van de beleggings-instelling meer dan € 907 560 432,18 bedraagt.

2. Aan beleggingsinstellingen die ingevolge artikel 17, vierde lid, van de wet zijn toegelaten, wordt een vast bedrag in rekening gebracht, dat voor al deze beleggingsinstellingen gelijk is en ten hoogste gelijk is aan het in het eerste lid, onderdeel a, bedoelde bedrag.

3. In afwijking van het eerste lid wordt aan vergunninghouders waarvan de zetel of, indien het een beleggingsfonds betreft, die van de beheerder, buiten Nederland gelegen is en die aldaar onder een door de toezichthoudende autoriteiten adequaat geacht toezicht staan, een vast bedrag in rekening gebracht dat voor al deze beleggingsinstellingen gelijk is en tenminste het in het eerste lid, onderdeel a, bedoelde bedrag bedraagt. De toezichthoudende autoriteiten maken gezamenlijk een lijst bekend met staten waar zij het toezicht adequaat achten.

Artikel 8

1.. Het vaste bedrag bedoeld in artikel 4, eerste lid, wordt jaarlijks, na overleg met de Stichting Autoriteit Financiële Markten en De Nederlandsche Bank N.V., op basis van de begroting vastgesteld door de Minister.

2.. Het vaste bedrag bedoeld in artikel 5, eerste lid, wordt jaarlijks, na overleg met de Stichting Autoriteit Financiële Markten, op basis van de begroting vastgesteld door de Minister.

3.. De vaste bedragen bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, en tweede en derde lid, en het in artikel 7, eerste lid, onderdeel b, bedoelde bedrag worden jaarlijks, na overleg met de toezichthoudende autoriteiten, elk voor zover zij op grond van het Overdrachtsbesluit Wet toezicht beleggingsinstellingen zijn belast met de uitvoering van het bij of krachtens de wet bepaalde, op basis van de begroting vastgesteld door de Minister.

Artikel 9

De toezichthoudende autoriteiten delen het door een beleggingsinstelling te betalen bedrag, bedoeld in artikel 6, aan de beleggingsinstelling mee, onder vermelding van het in aanmerking genomen balanstotaal, van het bedrag, bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel b, en van de wijze waarop en het tijdstip waarvoor de betaling moet geschieden.

Artikel 10

Aan een beleggingsinstelling waaraan na 1 januari van het lopende begrotingsjaar een vergunning is verleend of die na deze datum ingevolge artikel 17, vierde lid, van de wet is toegelaten, worden de bedragen, bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, en tweede en derde lid, naar evenredigheid van het aantal maanden van het jaar dat de beleggingsinstelling de vergunning respectievelijk de toelating heeft, in rekening gebracht.

Artikel 11

1. Van de begrotingen worden door de toezichthoudende autoriteiten mededeling gedaan in de Staatscourant voor 1 december voorafgaand aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Zij worden gelijktijdig met de publicatie door de toezichthoudende autoriteiten ter kennisneming aan de minister gezonden.

2. Van de bedragen, bedoeld in de artikelen 4, 5, eerste lid, en 7, eerste lid, onderdeel a, en tweede en derde lid, wordt voor 1 januari van het jaar waarop zij betrekking hebben door de minister mededeling gedaan in de Staatscourant.

3. Van het bedrag, bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel b, wordt voor 1 juni van het lopende begrotingsjaar door de minister mededeling gedaan in de Staatscourant.

Artikel 12

Aan een beleggingsinstelling waarvan de inschrijving ingevolge artikel 18, tweede lid, van de wet wordt doorgehaald, wordt het bedrag, bedoeld in artikel 6, terugbetaald naar evenredigheid van het aantal maanden van het begrotingsjaar dat de beleggingsinstelling niet meer staat ingeschreven.

Artikel 13

Het verschil tussen de in een jaar gemaakte kosten en de ontvangsten voortvloeiende uit de in rekening gebrachte bedragen over dat jaar, wordt verrekend met het bedrag van de kosten, dat tot grondslag van de in het jaar daarop in rekening te brengen bedragen moet strekken.

Artikel 14

1. De toezichthoudende autoriteiten publiceren jaarlijks voor 1 mei een staten van de werkelijke kosten en de ingevolge deze regeling aan beleggingsinstellingen in rekening gebrachte bedragen over het afgelopen jaar.

2. De in het eerste lid bedoelde staten worden gecontroleerd door een accountant.

3. De toezichthoudende autoriteiten zenden de in het eerste lid bedoelde staten en de verklaringen van de in het tweede lid bedoelde accountant gelijktijdig met het ingevolge artikel 29, zesde lid, van de wet bedoelde verslag aan de minister.

Artikel 15

Vervallen

Artikel 16

Bedragen, in rekening gebracht ingevolge de regeling van de Minister van Financiën van 9 oktober 1990, houdende vaststelling van de in artikel 28 van de Wet toezicht beleggingsinstellingen (Stb. 1990, 380) bedoelde regels inzake de aan beleggingsinstellingen in rekening te brengen kosten ter zake van de uitvoering van de wet (Stcrt. 198) blijven verschuldigd overeenkomstig die regeling.

Artikel 17

De regeling van de Minister van Financiën van 9 oktober 1990, houdende vaststelling van de in artikel 28 van de Wet toezicht beleggingsinstellingen (Stb. 1990, 380) bedoelde regels inzake de aan beleggingsinstellingen in rekening te brengen kosten ter zake van de uitvoering van de wet (Stcrt 198) wordt ingetrokken.

Artikel 18

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 19

Deze regeling wordt aangehaald als: Kostenregeling Wet toezicht beleggingsinstellingen.