rijk/ministeriele-regeling/mandaatbesluit-college-van-procureurs-generaal-beheer-om-2016/BWBR0038382
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Mandaatbesluit College van procureurs-generaal, beheer OM 2016 BWBR0038382 ministeriele-regeling geldend 2016-07-30 https://wetten.overheid.nl/BWBR0038382 Mandaatbesluit College van procureurs-generaal, beheer OM 2016

Mandaatbesluit College van procureurs-generaal, beheer OM 2016

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

    *het mandaat:* het ingevolge artikel 1 van de Mandaatregeling beheer openbaar ministerie 2012 aan het College van procureurs-generaal verleende ondermandaat.

Artikel 2

    1. Elke procureur-generaal is afzonderlijk gemachtigd invulling te geven aan het mandaat.
    1. Van het mandaat wordt ten aanzien van de beheeraangelegenheden die hun parket of dienstonderdeel betreffen, ondermandaat verleend aan:

      a.
      de directeur van het parket-generaal;
      
      
      b.
      de hoofden van de arrondissementsparketten;
      
      
      c.
      het hoofd van het landelijk parket;
      
      
      d.
      het hoofd van het functioneel parket;
      
      
      e.
      het hoofd van het ressortsparket;
      
      
      f.
      het hoofd van het parket centrale verwerking openbaar ministerie (CVOM);
      
      
      g.
      de directeur van de dienstverleningsorganisatie openbaar ministerie (DVOM);
      

a. a. de directeur van het parket-generaal; b. b. de hoofden van de arrondissementsparketten; c. c. het hoofd van het landelijk parket; d. d. het hoofd van het functioneel parket; e. e. het hoofd van het ressortsparket; f. f. het hoofd van het parket centrale verwerking openbaar ministerie (CVOM); g. g. de directeur van de dienstverleningsorganisatie openbaar ministerie (DVOM);

Artikel 3

Als hoofd van dienst respectievelijk als bevoegd gezag in de zin van het ARAR worden aangewezen de ambtenaren, genoemd in kolom 1 van bijlage 1 bij dit besluit, voor zover het betreft de uitoefening van de bevoegdheden, vermeld in kolom 2 van die bijlage.

Artikel 5

Aan het College van procureurs-generaal blijft voorbehouden:

a. a. de bevoegdheid tot het nemen van besluiten die worden genomen op grond van artikel 69 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement, en artikel 46 van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren voor zover de schadeloosstelling betrekking heeft op materiële schade boven een bedrag van € 5000; b. b. de bevoegdheid tot het vaststellen van de organisatie en formatie van salarisschaal 14 en hoger van de Bijlage B van het Bezoldigingsbesluit burgerlijke rijksambtenaren 1984 en van salariscategorie 9 en hoger van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren; c. c. de bevoegdheid tot het nemen van besluiten met rechtspositionele gevolgen, waaronder aanstelling, bevordering en ontslag van alsmede het treffen van disciplinaire maatregelen jegens functionarissen op functies van schaal 14 en hoger van de Bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 en hoger; d. d. de bevoegdheid tot het nemen van besluiten met rechtspositionele gevolgen op grond van artikel 6 van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren, ten aanzien van rechterlijke ambtenaren ingedeeld in de categorieën 3 tot en met 9 als bedoeld in artikel 7 van die wet; e. e. de bevoegdheid tot het nemen van besluiten ten aanzien van rechterlijke ambtenaren inzake benoeming, plaatsing, schorsing en het treffen van disciplinaire maatregelen, voor zover die bevoegdheid niet is toegekend aan de functionele autoriteit in de zin van artikel 1, lid 2 aanhef onder e tot en met h van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren; f. f. de bevoegdheid tot het nemen van besluiten op grond van artikel 99 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement en artikel 36b van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren.

Artikel 6

Aan de directeuren bedrijfsvoering wordt ondermandaat, volmacht en machtiging verleend om besluiten te nemen, stukken af te doen en brieven te ondertekenen voor zover deze de bestedingen en de uitputting van de budgetten betreffen van het parket of dienstonderdeel waaraan de directeur bedrijfsvoering verbonden is. Daaronder wordt tevens verstaan het afsluiten van een dienstverleningsovereenkomst met DVOM en de bevoegdheid tot inhuur van interim-management, organisatie- en formatieadvies, communicatieadvies en beleidsadvies.

Artikel 7

De Mandaatregeling College van procureurs-generaal, beheer OM 2013, nr. PaG /16669, wordt ingetrokken.

Artikel 8

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2015. Artikel 4 treedt op een nader te bepalen tijdstip bij separaat besluit in werking.

Artikel 9

Dit besluit wordt aangehaald als: Mandaatbesluit College van procureurs-generaal, beheer OM 2016.

Bijlage 1

Ligt ter inzage bij het Openbaar Ministerie.