rijk/ministeriele-regeling/mandaatbesluit-dgrr-ministerie-van-justitie-en-veiligheid-2024/BWBR0050069
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Mandaatbesluit DGRR Ministerie van Justitie en Veiligheid 2024 BWBR0050069 ministeriele-regeling geldend 2024-07-27 https://wetten.overheid.nl/BWBR0050069 Mandaatbesluit DGRR Ministerie van Justitie en Veiligheid 2024

Mandaatbesluit DGRR Ministerie van Justitie en Veiligheid 2024

Artikel 1

1.

Van het ingevolge artikel 1 van het Mandaatbesluit hoofden clusters van Ministerie van Justitie en Veiligheid aan de directeur-generaal Rechtspleging en Rechtshandhaving verleende ondermandaat wordt ten aanzien van de aangelegenheden die hun dienstonderdeel of programma betreffen ondermandaat verleend aan:

a. a. de directeur Rechtshandhaving en Criminaliteitsbestrijding; b. b. de directeur Rechtsbestel; c. c. de directeur Advisering en Ondersteuning; d. d. de directeur Juridische en Operationele Aangelegenheden; e. e. de directeur Veiligheid en Bestuur; f. f. de directeur Strafrechtketen.

2. Van het ingevolge artikel 1 van het Mandaatbesluit hoofden clusters van Ministerie van Justitie en Veiligheid aan de directeur-generaal Rechtspleging en Rechtshandhaving verleende ondermandaat wordt ten aanzien van de aangelegenheden bedoeld in artikel 5, tweede lid, onderdeel a, van het Organisatiebesluit Ministerie van Justitie en Veiligheid, ondermandaat verleend aan de directeur Wetgeving en Juridische Zaken.

Artikel 2

Als leidinggevende in de zin van paragraaf 1.3 van de CAO Rijk, ten aanzien van de onder hen ressorterende ambtenaren, worden aangewezen de functionarissen, genoemd in kolom 1 van bijlage 1 bij dit besluit, voor zover het betreft de uitoefening van de bevoegdheden, vermeld in kolom 2 van die bijlage.

Artikel 3

Als bevoegd om te beschikken over bedragen voor het aangaan van verplichtingen en voor het verrichten van uitgaven, worden aangewezen de functionarissen, genoemd in kolom 1 van bijlage 2 bij dit besluit voor zover het betreft de bedragen, genoemd in kolom 2 van die bijlage.

Artikel 4

Aan de directeur-generaal blijft voorbehouden:

a. a. de bevoegdheid om beslissingen te nemen inzake aanstelling, bevordering en ontslag van alsmede treffen van disciplinaire maatregelen jegens functionarissen op managementfuncties van schaal 14 en hoger direct onder het niveau van het hoofd van de directie of dienst; b. b. voor zover het de verlening van ondermandaat aan de in artikel 1, eerste lid, onder a tot en met f, genoemde functionarissen betreft, de bevoegdheid tot inhuur van interim-management, organisatie- en formatieadvies, communicatieadvies en beleidsadvies.

Artikel 5

De in artikel 1, eerste lid, onder a tot en met f, genoemde functionarissen wordt toegestaan elkaar volledig te vervangen. Zij treden daarbij in elkaars, in artikel 1, eerste lid, genoemde bevoegdheden.

Artikel 6

Het Mandaatbesluit DGRR Ministerie van Justitie en Veiligheid 2019 wordt ingetrokken.

Artikel 7

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 9 mei 2024.

Artikel 8

Dit besluit wordt aangehaald als: Mandaatbesluit DGRR Ministerie van Justitie en Veiligheid 2024.

Bijlage 1. behorend bij

De functionarissen bij wie in kolom 2 de letter A is geplaatst, zijn, onverminderd artikel 4 van dit besluit, bevoegd tot uitoefening van alle bevoegdheden die in of krachtens de CAO Rijk aan de leidinggevende zijn toegekend.

De functionarissen bij wie in kolom 2 de letter B is geplaatst zijn, onverminderd artikel 4 van dit besluit, bevoegd tot uitoefening van alle bevoegdheden die in of krachtens de CAO Rijk aan de leidinggevende zijn toegekend, met uitzondering van de bevoegdheden tot het aangaan van een arbeidsovereenkomst, bevorderen naar een hogere salarisschaal, het opleggen van disciplinaire straffen en ordemaatregelen en het beëindigen van een arbeidsovereenkomst, alsmede het nemen van beslissingen over de toekenning van een persoonsgebonden dienstauto.

Bijlage 2. behorend bij

De functionarissen genoemd in kolom 1 zijn bevoegd, in overeenstemming met artikel 3.3 van de Comptabiliteitswet 2016, tot het aangaan van verplichtingen en het doen van uitgaven.

Indien in kolom 2 een bedrag is opgenomen betreft dit het maximumbedrag waarvoor de functionaris telkens een verplichting mag aangaan of een uitgave mag doen. Indien in kolom 2 geen bedrag is opgenomen, geldt geen maximumbedrag.