40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Mandaatbesluit directeur Gemeentevervoerbedrijf Amsterdam | BWBR0010298 | ministeriele-regeling | geldend | 2007-10-25 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0010298 | Mandaatbesluit directeur Gemeentevervoerbedrijf Amsterdam |
Mandaatbesluit directeur Gemeentevervoerbedrijf Amsterdam
Artikel 1
De directeur van GVB, hierna te noemen de directeur van GVB, kan namens ondergetekende besluiten op een aanvraag voor een vergunning voor het op, in, boven of onder een spoorweg aanbrengen, te doen aanbrengen of te hebben van leidingen, werken en andere inrichtingen of beplantingen, dan wel het daarmee verband houdende uitvoeren of te doen uitvoeren van werkzaamheden als bedoeld in artikel 15 Metroreglement, voor zover door het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam het onderhoud van die spoorweg is opgedragen aan de directeur van GVB.
Artikel 1a
De directeur van GVB kan namens ondergetekende besluiten op een aanvraag tot het verlenen van een ontheffing als bedoeld in artikel 14, derde lid, van het Tramwegreglement.
Artikel 2
De directeur van GVB kan namens ondergetekende besluiten op een aanvraag tot het verlenen van een ontheffing als bedoeld in artikel 39 j( 36, 37 en 38 van de Spoorwegwet 1875 voor een uitgraving binnen de afstand van zes meter van een spoorweg waar het zonder nadeel voor de openbare veiligheid en voor die spoorweg kan geschieden, voor zover door het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam het onderhoud van die spoorweg is opgedragen aan de directeur van GVB.
Artikel 3
1. De directeur van GVB oefent het mandaat uit met inachtneming van de algemene instructies, opgenomen in de bij dit besluit behorende bijlage.
2. De directeur van GVB oefent het mandaat uit met inachtneming van de door de Minister van Verkeer en Waterstaat gegeven aanwijzingen.
Artikel 4
1. De directeur van GVB kan zijn mandaat bij afwezigheid laten uitoefenen door een door hem schriftelijk als zodanig aangewezen plaatsvervanger.
2. Van een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid wordt schriftelijk kennis gegeven aan de Minister van Verkeer en Waterstaat.
Artikel 5
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag waarop het besluit bekend is gemaakt aan de directeur van het GVB/A.