40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Mandaatbesluit Raad voor de Kinderbescherming 2022 | BWBR0046969 | ministeriele-regeling | geldend | 2022-07-27 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0046969 | Mandaatbesluit Raad voor de Kinderbescherming 2022 |
Mandaatbesluit Raad voor de Kinderbescherming 2022
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder
a. a.
*mandaat:* het verlenen van (onder)mandaat, (onder)volmacht en (onder)machtiging;
b. b.
*minister:* de verantwoordelijke bewindspersoon, ofwel de Minister van Justitie en Veiligheid, de Minister voor Rechtsbescherming of de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, afhankelijk van wie het aangaat;
c. c.
*directieleden:* de directeuren werkzaam voor de Raad voor de Kinderbescherming, anders dan de algemeen directeur;
d. d.
*vestigingsmanager:* de werknemer van de Raad voor de Kinderbescherming die de functie van vestigingsmanager vervult;
e. e.
*manager administratieve ondersteuning (AO):* de werknemer van de Raad voor de Kinderbescherming die de functie van manager AO vervult;
f. f.
*manager coördinatoren taakstraffen (CT):* de werknemer van de Raad voor de Kinderbescherming die de functie van manager CT vervult;
g. g.
*raadsmedewerker:* een voor de Raad voor de Kinderbescherming werkzame medewerker in de functie van a. kernfunctionaris, b. gedragsdeskundige of c. juridisch deskundige, deel uitmakend van, of werkzaam voor één of meer van de teams van de Raad voor de Kinderbescherming;
h. h.
*kernfunctionaris:* de werknemer van de Raad voor de Kinderbescherming die de functie van kernfunctionaris vervult;
i. i.
*juridisch adviseur:* jurist werkzaam bij team juridische zaken van de landelijke staforganisatie;
j. j.
*coördinator taakstraffen:* de werknemer van de Raad voor de Kinderbescherming die de functie van coördinator taakstraffen vervult.
Artikel 2
1. Van het ingevolge artikel 1 van het Mandaatbesluit hoofden taakorganisaties Ministerie van Justitie en Veiligheid aan de algemeen directeur van de Raad voor de Kinderbescherming verleende mandaat wordt ten aanzien van de aangelegenheden die hun portefeuille of programma betreffen, mandaat en de bevoegdheid tot het doorgeven daarvan verleend aan de directieleden, met uitzondering van de in lid 2 genoemde voorbehouden bevoegdheden.
2.
Aan de algemeen directeur van de Raad voor de Kinderbescherming blijft voorbehouden:
a. a. de bevoegdheid tot het vaststellen van de kwalitatieve formatie; b. b. de bevoegdheid tot het nemen van niet-individuele personeelsbeslissingen; c. c. de bevoegdheid tot inhuur van interim-management, organisatie- en formatieadvies, communicatieadvies en beleidsadvies; d. d. de bevoegdheid tot het nemen van besluiten inzake buitenlandse dienstreizen; e. e. de bevoegdheid tot het toekennen van een schadevergoeding op basis van artikel 7:611 jo. artikel 7:658 van het Burgerlijk Wetboek voor zover de vergoeding betrekking heeft op materiële schade; f. f. de bevoegdheid tot het aangaan van verplichtingen voor het huren van panden; g. g. de bevoegdheid tot het nemen van besluiten over de toekenning van een persoonsgebonden dienstauto; h. h. de bevoegdheid tot het toekennen of afwijzen van schadevergoeding op grond van een actie uit onrechtmatige daad ex artikel 6:162 van het Burgerlijk Wetboek en, voor zover het gaat om de toekenning van een schadevergoeding, vanaf een bedrag van € 2.500,– tot een bedrag van € 50.000,–; i. i. de bevoegdheid tot het nemen van beslissingen op bezwaar; j. j. de bevoegdheid tot het nemen van beslissingen in het kader van klachten die zijn ingediend tegen directieleden.
Artikel 3
1. Bij afwezigheid wordt de algemeen directeur vervangen door één van de directeuren.
2. De algemeen directeur vervangt de overige directeuren bij afwezigheid van één of meer van hen, tenzij de algemeen directeur op andere wijze in vervanging voorziet.
Artikel 4
1. De functionarissen genoemd in kolom 1 van bijlage 1 bij dit besluit, zijn gemandateerd/ge(vol)machtigd tot het optreden als leidinggevende in de zin van paragraaf 1.3 van de CAO Rijk ten aanzien van de onder hen ressorterende functionarissen en voor zover het betreft de uitoefening van de bevoegdheden, vermeld in kolom 2 van die bijlage.
2. Als bevoegd om te beschikken over bedragen voor het aangaan van verplichtingen en voor het doen van uitgaven, worden aangewezen de functionarissen, genoemd in kolom 1 van bijlage 2 bij deze regeling voor zover het betreft de bedragen, genoemd in kolom 2 van die bijlage.
Artikel 5
1. De raadsmedewerkers zijn ten behoeve van de uitvoering van de aan de Raad voor de Kinderbescherming toevertrouwde (wettelijke) taken, in het kader van de uitoefening van hun functie bevoegd tot het voorbereiden en uitvoeren van onderzoek, het nemen van beslissingen aangaande te verrichten onderzoekshandelingen en de voorbereiding van daarop te baseren rapportages, beslissingen, adviezen en verzoeken.
2. De kernfunctionaris is bevoegd tot het namens de Raad voor de Kinderbescherming opstellen en ondertekenen van raadsrapportages en adviezen.
3. De bevoegdheid tot indiening van verzoeken aan rechterlijke autoriteiten wordt uitgeoefend door directieleden.
4. De coördinator taakstraffen is bevoegd om beslissingen te nemen in het kader van de begeleiding, de uitvoering, het coördineren en het rapporteren van taakstraffen.
Artikel 6
1. Directieleden zijn bevoegd om de Raad voor de Kinderbescherming c.q. de minister te vertegenwoordigen in bestuursrechtelijke procedures. Zij zijn bevoegd (te beslissen) tot het instellen van hoger beroep in de desbetreffende procedures en de daartoe benodigde handelingen te verrichten.
2. Juridisch deskundigen en juridisch adviseurs werkzaam bij de Raad voor de Kinderbescherming zijn gemachtigd tot het opstellen en namens de minister indienen van verweerschriften en (hoger) beroepschriften in bestuursrechtelijke procedures en de Raad voor de Kinderbescherming c.q. de minister in bestuursrechtelijke procedures te vertegenwoordigen.
3. Directieleden zijn bevoegd om ook andere, één hiërarchisch niveau onder hen ressorterende, medewerkers schriftelijk te machtigen om de in het eerste lid van dit artikel bedoelde bevoegdheden uit te oefenen.
4. Kernfunctionarissen, juridisch deskundigen en juridisch adviseurs zijn gemachtigd om de Raad voor de Kinderbescherming te vertegenwoordigen op zittingen in civiele procedures en strafprocedures. De gemachtigde is bevoegd om zich te laten vergezellen door andere raadsmedewerkers indien dat naar het oordeel van de gemachtigde wenselijk is met het oog op een goede voorlichting over het standpunt van de Raad voor de Kinderbescherming. Bij gebruik van de machtiging verzoekt de gemachtigde om schorsing of aanhouding van de zitting met het oog op overleg met (andere) raadsmedewerker(s) in gevallen waarin de gemachtigde dat nodig oordeelt naar aanleiding van het verloop van de zitting en/of het daar verhandelde.
5. De bevoegdheid om te beslissen tot het instellen van hoger beroep, respectievelijk beroep in cassatie in de in het vierde lid, bedoelde civiele procedures wordt uitgeoefend door directieleden.
Artikel 7
1. De uitoefening van de gemandateerde bevoegdheden geschiedt met inachtneming van het meest recente Kwaliteitskader van de Raad voor de Kinderbescherming en de van dit mandaatbesluit deel uitmakende mandaatinstructie.
2. De houders van een mandaat stellen het directielid, respectievelijk de algemeen directeur in kennis van krachtens mandaat te nemen of reeds genomen beslissingen, respectievelijk te verrichten of verrichte handelingen waarvan moet worden aangenomen dat kennisneming door het directielid, of de algemeen directeur gewenst is. Hier is in ieder geval sprake van als de houder van het mandaat het noodzakelijk acht af te wijken van de vastgestelde richtlijnen, beleidsregels en dergelijke.
3. Het niet voldoen aan de in het tweede lid omschreven terugkoppelingsplicht doet niet af aan de rechtsgeldigheid van de krachtens mandaat genomen beslissing of verrichte handeling.
Artikel 8
Raadsmedewerkers en de functionarissen die raadsmedewerkers administratief ondersteunen, waaronder de ‘medewerker administratie’ zijn bevoegd tot het namens de algemeen directeur opvragen van afschriften als bedoeld in artikel 42 lid 4 onder c van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens en gegevens uit de basisregistratie personen, op de grondslag van het daartoe afgegeven autorisatiebesluit van de Minister van Justitie en Veiligheid (te weten het besluit van 22 januari 2014, met kenmerk: 2014-0000035702 en de besluiten dit het laatstgenoemde besluit vervangen).
Artikel 9
1. Directieleden zijn krachtens mandaat bevoegd tot het voorbereiden en nemen van primaire besluiten namens de minister in aangelegenheden die aan de Raad voor de Kinderbescherming zijn toevertrouwd.
2. Het mandaat behelst niet de bevoegdheid tot beslissen op bezwaarschriften, welke bevoegdheid door de algemeen directeur wordt uitgeoefend.
3. Directieleden, onderscheidenlijk de algemeen directeur kunnen zich bij de voorbereiding van door hen te nemen bestuursrechtelijke besluiten laten bijstaan door bij de Raad voor de Kinderbescherming werkzame functionarissen.
Artikel 10
1. Directieleden zijn bevoegd tot het afdoen van klachten die betrekking hebben op onder hun verantwoordelijkheid werkzame personen, met inachtneming van de meest recente Klachtenregeling Raad voor de Kinderbescherming en het Besluit klachtadviescommissie Raad voor de Kinderbescherming.
2. Directieleden kunnen zich bij de uitoefening van de in het eerste lid bedoelde bevoegdheid laten bijstaan door bij de Raad voor de Kinderbescherming werkzame functionarissen met inachtneming van de meest recente Klachtenregeling Raad voor de Kinderbescherming.
Artikel 11
De Mandaatregeling Raad voor de Kinderbescherming 2021 wordt ingetrokken.
Artikel 12
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 juli 2022.
Artikel 13
Dit besluit wordt aangehaald als: Mandaatbesluit Raad voor de Kinderbescherming 2022.
Bijlage 1. Mandaatbesluit Raad voor de Kinderbescherming 2022
Behorend bij en deel uitmakend van artikel 4, eerste lid van het Mandaatbesluit Raad voor de Kinderbescherming 2022.
De functionarissen bij wie in de kolom 2 de letter A is geplaatst, zijn, onverminderd artikel 4 van dit besluit bevoegd tot uitoefening van alle bevoegdheden die in of krachtens het Burgerlijk Wetboek (BW) en de CAO Rijk aan de werkgever zijn toegekend.
De ambtenaren bij wie in kolom 2 de letter B is geplaatst, zijn, onverminderd artikel 4 van dit besluit bevoegd tot uitoefening van alle bevoegdheden die in of krachtens het BW en de CAO Rijk aan de werkgever zijn toegekend, met uitzondering van:
De vestigingsmanager, manager administratieve ondersteuning, manager coördinatoren taakstraffen en andere door de algemeen directeur daartoe aan te wijzen functionarissen (= bevoegd gezag B) zijn bevoegd tot het nemen van besluiten over ouderschapsverlof, buitengewoon verlof, adoptie- en pleegzorgverlof, zwangerschaps- en bevallingsverlof, PAS en wijzigingen arbeidsduur/werktijd, overige kostendeclaraties en IKB.
Bijlage 2. Mandaatbesluit Raad voor de Kinderbescherming 2022
Behorend bij en deel uitmakend van artikel 4, tweede lid van het Mandaatbesluit Raad voor de Kinderbescherming 2022.
De functionarissen genoemd in kolom 1 zijn bevoegd in overeenstemming met artikel 3.3 van de Comptabiliteitswet 2016, tot het aangaan van verplichtingen en het doen van uitgaven.
Indien in kolom 2 een bedrag is opgenomen betreft dit het maximumbedrag waarvoor de functionaris telkens een verplichting of uitgave mag doen. Indien in kolom 2 geen bedrag is opgenomen, geldt geen maximumbedrag.
Bijlage . Mandaatinstructie Raad voor de Kinderbescherming 2022
Deze mandaatinstructie geeft aanwijzingen hoe de aan de gemandateerde medewerkers van de Raad voor de Kinderbescherming doorgegeven bevoegdheden moeten worden uitgeoefend. Deze instructie is niet uitputtend. De mandaatgever kan, in aanvulling op deze schriftelijke instructie, aan de gemandateerde medewerkers in het algemeen of per geval nadere instructies geven.