40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Mandaatbesluit Rijksgebouwendienst 2013 | BWBR0034269 | ministeriele-regeling | geldend | 2013-12-04 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0034269 | Mandaatbesluit Rijksgebouwendienst 2013 |
Mandaatbesluit Rijksgebouwendienst 2013
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. a.
*functionaris:* natuurlijk persoon bij de Rijksgebouwendienst tewerkgesteld;
b. b.
*afdelingshoofd:* rechtstreeks onder een directeur ressorterende leidinggevende;
c. c.
*clusterhoofd:* rechtstreeks onder een afdelingshoofd ressorterende leidinggevende;
d. d.
*projectbevoegde:* functionaris die bij een besluit overeenkomstig bijlage 4 t/m 6 van dit besluit door de algemeen directeur of een directeur is benoemd als verantwoordelijke voor de uitvoering van een project bij de Rijksgebouwendienst;
e. e.
*werkterrein:* het werkterrein van het desbetreffende organisatieonderdeel zoals opgenomen in bijlage 2
- en het werkterrein zoals schriftelijk is vastgelegd in projectopdrachten.
Artikel 2
1.
Geen mandaat wordt verleend met betrekking tot de bevoegdheid tot:
a. a. het verlenen van ondermandaat; b. b. het benoemen van een projectbevoegde die wordt voorzien van bijzondere bevoegdheden; c. c. het vaststellen van vaststellingsovereenkomsten; d. d. het beslissen omtrent het verlenen van subsidie; e. e. het beslissen over het aangaan van (juridische) verplichtingen ten aanzien van functionarissen die erop gericht zijn de medewerker aanspraak te verlenen op enige financiële tegemoetkoming, schadeloosstelling, schadevergoeding vanaf € 2.500 of overigens enige geldelijke bijdrage te verlenen anders dan waar personeelsleden volgens vast gebruik aanspraak op kunnen maken; f. f. het beslissen over het aanhangig maken van juridische procedures; g. g. het beslissen omtrent het vertegenwoordigen van de minister of de Staat in juridische procedures waarbij het dienstonderdeel is betrokken; de desbetreffende functionaris wordt benoemd bij een besluit overeenkomstig bijlage 8 van dit besluit; h. h. het beslissen omtrent deelname aan buitenlandse dienstreizen door functionarissen van de Rijksgebouwendienst; i. i. het inhuren van externen op het terrein van interim-management, organisatie- en formatieadvies, communicatieadvies en beleidsadvies.
2. Mandaat met betrekking tot het inschakelen van de Landsadvocaat wordt uitsluitend verleend aan de directeur Bedrijfs- en Bestuurszaken en het hoofd Juridische Advisering.
Artikel 3
Aan een directeur wordt op grond van artikel 5.5 van het Mandaatbesluit BZK 2012 mandaat verleend ten aanzien van aangelegenheden die behoren tot het werkterrein van de directeur en die redelijkerwijs niet behoren te worden voorgelegd aan een hoger bevoegd gezag. Hoofdstuk 6 van het Mandaatbesluit BZK is van toepassing.
Artikel 4
In afwijking van artikel 6.10 van het Mandaatbesluit BZK 2012 wordt aan de rechtstreeks onder de directeur ressorterende leidinggevenden mandaat verleend ten aanzien van aangelegenheden die behoren tot het werkterrein van de bedoelde functionaris en die redelijkerwijs niet behoren te worden voorgelegd aan een hoger bevoegd gezag.
Artikel 5
Aan een rechtstreeks onder het afdelingshoofd ressorterende leidinggevende, die bij een besluit overeenkomstig bijlage 3 van dit besluit door de desbetreffende directeur in overeenstemming met de algemeen directeur is benoemd, wordt mandaat verleend ten aanzien van aangelegenheden die behoren tot het werkterrein van de bedoelde functionaris en die redelijkerwijs niet behoren te worden voorgelegd aan een hoger bevoegd gezag.
Artikel 6
Aan een projectbevoegde, die met een besluit overeenkomstig bijlage 4 t/m 6 van dit besluit door de algemeen directeur of de desbetreffende directeur is benoemd, wordt mandaat verleend ten aanzien van aangelegenheden die behoren tot het werkterrein van de bedoelde functionaris en die redelijkerwijs niet behoren te worden voorgelegd aan een hoger bevoegd gezag.
Artikel 7
1. Op de bevoegdheden van de in artikel 4 t/m 6 genoemde functionarissen is een per functie vastgestelde begrenzing in financieel belang als genoemd in bijlage 1 van toepassing.
2. De in artikel 4 t/m 6 genoemde functionarissen zijn niet bevoegd tot het inhuren van externen.
3. De in artikel 4 t/m 6 genoemde functionarissen zijn niet bevoegd bestuursrechtelijke, waaronder personele, besluiten te nemen.
4. Een gemandateerde is niet bevoegd een besluit te nemen of een (rechts)handeling te verrichten met betrekking tot zichzelf. Tot het uitoefenen van de in de vorige volzin bedoelde bevoegdheden is uitsluitend een in hiërarchie hoger geplaatste functionaris bevoegd.
Artikel 8
Deaanwijzing van een plaatsvervangend directeur of een plaatsvervangend afdelingshoofd geschiedt door de directeur, in overeenstemming met de algemeen directeur en bij een besluit overeenkomstig bijlage 7 van dit besluit.
Artikel 9
1.
Een document waarmee een besluit inzake de rijkshuisvesting door een daartoe op grond van dit besluit bevoegde functionaris wordt vastgelegd vermeldt aan het slot:
De minister voor Wonen en Rijksdienst,
namens deze,
(handtekening, naam en functieaanduiding van de betrokken functionaris)
2.
Een document waarmee een besluit, anders dan bedoeld in het eerste lid, wordt vastgelegd door een daartoe op grond van dit besluit bevoegde functionaris vermeldt aan het slot:
De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
namens deze,
(handtekening, naam en functieaanduiding van de betrokken functionaris)
3.
De ondertekening van een document waarmee een privaatrechtelijke rechtshandeling inzake de rijkshuisvesting wordt vastgelegd wordt voorafgegaan door:
Namens de Staat der Nederlanden,
de minister voor Wonen en Rijksdienst,
namens deze,
(handtekening, naam en functieaanduiding van de betrokken functionaris)
4.
De ondertekening van een document waarmee een privaatrechtelijke rechtshandeling, anders dan bedoeld in het derde lid, wordt vastgelegd wordt voorafgegaan door:
Namens de Staat der Nederlanden,
de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
namens deze,
(handtekening, naam en functieaanduiding van de betrokken functionaris)
5.
De ondertekening van een document waarin geen besluit of privaatrechtelijke rechtshandeling wordt vastgelegd wordt voorafgegaan door:
Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
(handtekening, naam en functieaanduiding van de betrokken functionaris)
6. Bij ondertekening van documenten door een plaatsvervanger wordt de handtekening voorafgegaan door: b/a.
Artikel 10
Het Mandaatbesluit Rijksgebouwendienst 2013 is tevens van toepassing op functionarissen die bevoegd zijn krachtens een benoeming waartoe vóór de inwerkingtreding van dit besluit is besloten.
Artikel 11
1. De besluiten tot benoeming van clusterhoofden en projectbevoegden, tot vertegenwoordiging in juridische procedure alsmede de aanwijzingen van functionarissen als plaatsvervanger liggen ter inzage in het centrale competentieregister van de Rijksgebouwendienst.
2. De besluiten tot intrekking van de benoeming van de clusterhoofden en projectbevoegden alsmede de intrekking van de aanwijzingen van functionarissen als plaatsvervanger – bij een besluit overeenkomstig bijlage 9 bij dit besluit – liggen eveneens ter inzage in het centrale competentieregister van de Rijksgebouwendienst.
3. Het centrale competentieregister van de Rijksgebouwendienst is openbaar en ligt ter inzage bij de afdeling Concerncontrol.
4. Op verzoek wordt door de controller onder wiens controlebereik een functionaris valt, aan derden een schriftelijke verklaring omtrent de bevoegdheid van die functionaris verstrekt.
Artikel 12
1. Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 26 juli 2012.
2.
Ingetrokken worden:
• • het Besluit mandaat, volmacht en machtiging Rijksgebouwendienst 2009; • • het Besluit doorverlenen mandaat, volmacht en machtiging in geval van afwezigheid van de directeur-generaal Rijksgebouwendienst van 14 juli 2010; • • het Besluit mandaat, volmacht en machtiging voormalige FO-taken van 2 november 2011; • • het Besluit doorverlenen mandaat, volmacht en machtiging in geval van afwezigheid van de algemeen directeur Rijksgebouwendienst van 10 april 2012; • • alle individuele besluiten ter verlening van mandaat, volmacht en machtiging die door de directeur-generaal Rijksgebouwendienst zijn genomen naar aanleiding van de reorganisatie van de Rijksgebouwendienst in 2011.
Artikel 13
Dit besluit wordt aangehaald als: Mandaatbesluit Rijksgebouwendienst 2013.