rijk/ministeriele-regeling/mandaatregeling-ministerie-van-justitie-2005/BWBR0018330
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Mandaatregeling Ministerie van Justitie 2005 BWBR0018330 ministeriele-regeling geldend 2005-05-26 https://wetten.overheid.nl/BWBR0018330 Mandaatregeling Ministerie van Justitie 2005

Mandaatregeling Ministerie van Justitie 2005

Artikel 1

In deze regeling en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

a. a. bewindspersoon: de Minister van Justitie of de Staatssecretaris van Justitie; b. b. mandaat: de bevoegdheid om in naam van de bewindspersoon besluiten te nemen; c. c. ministerie: de dienstonderdelen, genoemd in de Organisatieregeling Ministerie van Justitie 2007.

Artikel 2

Aan de secretaris-generaal wordt mandaat verleend ten aanzien van de tot de verantwoordelijkheid van de bewindspersoon behorende aangelegenheden, met uitzondering van de bevoegdheid tot het nemen van besluiten die zijn neergelegd in een document, gericht tot:

a. a. de Koningin; b. b. de raad van ministers van het Koninkrijk, de ministerraad of een daaruit gevormde onderraad of commissie; c. c. de voorzitter van de Eerste of Tweede Kamer der Staten-Generaal of van een uit die Kamer gevormde commissie; d. d. de vice-president van de Raad van State van het Koninkrijk of de vice-president van de Raad van State; e. e. de president van de Algemene Rekenkamer; of f. f. de Nationale ombudsman, indien de strekking daarvan is dat aan een aanbeveling van de Nationale ombudsman geen gevolg wordt gegeven.

Artikel 3

1.

De secretaris-generaal wordt toegestaan ondermandaat te verlenen aan:

a. a. een directeur-generaal; b. b. de plaatsvervangend secretaris-generaal; c. c. de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding; d. d. andere bij het ministerie werkzame ambtenaren, voorzover zij niet ressorteren onder een directeur-generaal.

2. Verleend ondermandaat kan steeds één hiërarchisch niveau verder worden doorgegeven.

Artikel 4

De secretaris-generaal wordt aangewezen als hoofd van dienst in de zin van artikel 4, eerste lid, onderdeel b, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement ten aanzien van:

a. a. de directeuren-generaal; b. b. de plaatsvervangend secretaris-generaal; c. c. de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding; d. d. de hoofden en directeuren van de in artikel 2, onderdeel a, van de Organisatieregeling Ministerie van Justitie 2007 genoemde dienstonderdelen die rechtstreeks ressorteren onder de secretaris-generaal, met uitzondering van de directeuren, bedoeld in artikel 2 van het Taak- en bevoegdheidsbesluit pSG Justitie.

Artikel 5

Bij verhindering van de secretaris-generaal is de plaatsvervangend secretaris-generaal bevoegd. Indien ook deze verhinderd is, is een van de directeuren-generaal bevoegd, in volgorde van de datum van benoeming.

Artikel 6

1. De directeuren-generaal en de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding dragen zorg voor het bijhouden van openbare registers betreffende mandaten die zijn verleend aan ambtenaren, werkzaam bij de onder hen ressorterende dienstonderdelen.

2. De directeur Personeel en Organisatie draagt zorg voor een openbaar register betreffende mandaten die zijn verleend aan ambtenaren, werkzaam bij de rechtstreeks onder de secretaris-generaal ressorterende dienstonderdelen.

3. In de registers worden de functies vermeld van de desbetreffende ambtenaren.

Artikel 7

1.

Voor de toepassing van deze regeling en de daarop berustende bepalingen worden met mandaat gelijkgesteld de verlening van:

a. a. volmacht om in naam van de bewindspersoon privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten; b. b. machtiging om in naam van de bewindspersoon handelingen te verrichten die noch een besluit, noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn.

2. Voor de toepassing van artikel 3 geldt dat het doorgeven van een volmacht om privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten slechts is toegestaan voor zover het regelmatig voorkomende rechtshandelingen betreft.

Artikel 8

Vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling genomen besluiten waarin mandaat, ondermandaat, volmacht of machtiging is verleend of doorgegeven aan functionarissen werkzaam bij onder een directoraat-generaal ressorterende directies en diensten waarin op het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling niet is voorzien, blijven van kracht voorzover zij niet strijdig zijn met het bepaalde bij of krachtens deze regeling, totdat op grond van deze regeling is voorzien in ondermandaat dan wel doorgifte van volmacht of machtiging of het betrokken besluit wordt ingetrokken.

Artikel 9

De Mandaatregeling Ministerie van Justitie 2002 en de Algemene machtigingsregeling IND 2002 worden ingetrokken.

Artikel 10

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 11

Deze regeling wordt aangehaald als: Mandaatregeling Ministerie van Justitie 2005.