40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Meerjarige regeling verstrekking specifieke uitkeringen aardbevingsgebied Groningen | BWBR0045908 | ministeriele-regeling | geldend | 2021-11-27 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0045908 | Meerjarige regeling verstrekking specifieke uitkeringen aardbevingsgebied Groningen |
Meerjarige regeling verstrekking specifieke uitkeringen aardbevingsgebied Groningen
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
- batch 1.588: door de Nationaal Coördinator Groningen benoemde batch van 1.588 woningen in de gemeenten waarvoor versterkingsadviezen zijn opgesteld;
-
- bestuurlijke afspraken:* bestuurlijke afspraken van 6 november 2020 die zijn gemaakt tussen de minister, de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en zeven gemeenten in het aardbevingsgebied en de provincie Groningen (Kamerstukken II 2020/21, 33529, nr. 830);
-
- Convenant Batch 1.588: * convenant van 11 maart 2019 dat is gesloten tussen de minister, de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de gemeenten Delfzijl, Appingedam, Midden-Groningen en Groningen (Stcrt. 2019, 18984);
-
- gemeente:* één van de gemeenten, genoemd in artikel 2, eerste lid;
-
- minister:* Minister van Economische Zaken en Klimaat;
- Nationaal Programma Groningen: Nationaal Programma Groningen als bedoeld in de Bestuursovereenkomst Nationaal Programma Groningen (Kamerstukken II, 2018/19, 33 529, nr. 587, bijlage 1).
Artikel 2
1.
De minister kan een specifieke uitkering verstrekken aan:
a. a. de gemeenten Eemsdelta, Groningen, Het Hogeland, Midden-Groningen, Oldambt, Westerkwartier en de provincie Groningen voor de uitvoering van projecten en werkzaamheden ten behoeve van het Nationaal Programma Groningen; b. b. de gemeenten Eemsdelta, Groningen, Het Hogeland, Midden-Groningen en Oldambt en de provincie Groningen, ten behoeve van activiteiten die gericht zijn op de verbetering van de sociale cohesie, door middel van het maken en uitvoeren van afspraken die voor dat doel zijn gemaakt; c. c. de gemeenten Eemsdelta, Groningen, Het Hogeland, Midden-Groningen en Oldambt en de provincie Groningen ten behoeve van activiteiten die zijn gericht op de uitvoering van de versterkingsopgave en op activiteiten die daaraan ondersteunend zijn; d. d. de gemeenten Eemsdelta, Groningen, Het Hogeland, Midden-Groningen en Oldambt en de provincie Groningen ten behoeve van activiteiten in de openbare ruimte die noodzakelijk zijn in verband met de versterkingsopgave; e. e. de gemeenten Eemsdelta, Groningen, Het Hogeland, Midden-Groningen en Oldambt ten behoeve van activiteiten die gericht zijn op het bieden van sociale en emotionele ondersteuning aan inwoners; en f. f. de gemeenten Eemsdelta, Groningen en Midden-Groningen ten behoeve van het versterken van gebouwen in batch 1.588.
2. De specifieke uitkering wordt niet verstrekt voor BTW die verschuldigd is over kosten voor de uitvoering van projecten en werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid, voor zover het bedrag van de BTW in aanmerking komt voor compensatie op grond van de Wet op het BTW-compensatiefonds of voor zover de kosten in aanmerking komen voor aftrek op grond van de Wet op de omzetbelasting 1968.
Artikel 3
1. De gemeente of provincie besteedt de specifieke uitkering uitsluitend aan de uitvoering van de activiteiten waarvoor deze is verstrekt.
2. Aan de verstrekking van een specifieke uitkering kunnen nadere verplichtingen worden verbonden.
Artikel 4
1. Het uitkeringsplafond bedraagt € 2.266.000.000.
2. De minister verspreidt de uitkering over meerdere kalenderjaren. Uiterlijk op 1 oktober van het desbetreffende kalenderjaar dienen de gemeenten en de provincie gezamenlijk per op grond van artikel 2, eerste lid, onderdelen a tot en met f, te verstrekken uitkering een voorstel voor de verdeling van die uitkering over de gemeenten en provincie en over de activiteiten voor het desbetreffende kalenderjaar in bij de minister. De minister neemt de hoogte en de verdeling van de uitkering per kalenderjaar op in de bijlage bij dit artikel.
3. De verstrekking van de uitkering voor het desbetreffende kalenderjaar vindt uiterlijk op 1 december van dat kalenderjaar plaats. De bedragen worden binnen twee weken na het verzenden van de verstrekking uitbetaald.
Artikel 5
1. Het college van burgemeester en wethouders of het college van gedeputeerde staten informeert de minister op verzoek over de voortgang van de activiteiten waarvoor de specifieke uitkering is toegekend.
2. Het college van burgemeester en wethouders of het college van gedeputeerde staten verleent op verzoek van de minister medewerking en verstrekt informatie ten behoeve van de evaluatie van de doelmatigheid en doeltreffendheid van deze regeling.
Artikel 6
1. De gemeente of provincie waaraan op grond van artikel 2 een specifieke uitkering is verstrekt legt jaarlijks verantwoording af over de besteding daarvan op de wijze, bepaald in artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet.
2. Als uit de verantwoordingsinformatie blijkt dat de uitkering niet volledig is besteed aan de activiteiten waarvoor deze is verstrekt, of onrechtmatig is besteed, of dat niet is voldaan aan de verplichtingen gesteld op grond van artikel 3, tweede lid, kan de uitkering ter hoogte van het niet of onrechtmatig bestede deel door de minister worden teruggevorderd. De minister doet binnen een jaar na ontvangst van de verantwoordingsinformatie mededeling van de terugvordering aan de ontvanger van de specifieke uitkering.
3. De specifieke uitkering wordt vastgesteld uiterlijk op 31 december in het jaar dat de eindverantwoordingsinformatie is ingediend.
Artikel 7
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Artikel 8
Deze regeling wordt aangehaald als: Meerjarige regeling verstrekking specifieke uitkeringen aardbevingsgebied Groningen.
Bijlage . bij
Tranche 2021:
Tranche 2022:
Tranche 2023, deel 1:
Tranche 2023, deel 2: