rijk/ministeriele-regeling/organisatie-en-mandaatbesluit-directoraat-generaal-belastingdienst/BWBR0036571
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Organisatie- en mandaatbesluit directoraat-generaal Belastingdienst BWBR0036571 ministeriele-regeling geldend 2015-03-16 https://wetten.overheid.nl/BWBR0036571 Organisatie- en mandaatbesluit directoraat-generaal Belastingdienst

Organisatie- en mandaatbesluit directoraat-generaal Belastingdienst

Artikel 1

De directeur-generaal Belastingdienst vormt samen met de aspectverantwoordelijke leden van het managementteam Belastingdienst (MTBD) als bedoeld in artikel 2 van dit besluit en de directeur DGBel de algemene leiding van het directoraat-generaal Belastingdienst (DGBel).

Artikel 2

1. De organisatie en taken van de onder de algemene leiding ressorterende clusters worden vastgesteld zoals weergegeven in de bij dit besluit behorende bijlage 1.

2.

De aspectverantwoordelijke MT-leden zijn verantwoordelijk voor de beleidsterreinen financiën, personeel, juridische zaken en communicatie, informatievoorziening en fiscaliteit en worden als gevolgd geduid:

MT-lid, tevens Chief Financial Officer Belastingdienst (CFO), MT-lid, tevens Chief Human Resource Officer Belastingdienst/Chief Communication Officer (CHRO/CCO), MT-lid, tevens Chief Information Officer Belastingdienst (CIO), MT-lid, tevens Chief Fiscal Affairs Officer Belastingdienst (CFAO).

De directeur DGBel is verantwoordelijk voor de coördinatie, afbakening en samenhang van deze beleidsterreinen en voor de bijbehorende bedrijfsvoering op DGBel. Daarnaast vervult de directeur DGBel de rol van bestuurder in de zin van artikel 1 lid 1 onder e van de Wet op de ondernemingsraden in het overleg met de OR DG Belastingdienst.

3. De directeur-generaal kan besluiten om leden van het MTBD als bedoeld in artikel 2A van dit besluit aan te wijzen als zijn vervanger in (inter-) nationale overleggen waarin zij de Belastingdienst vertegenwoordigen.

Artikel 2a

1. Het Managementteam van de Belastingdienst (MTBD) wordt gevormd door 12 MT-leden. Dat wil zeggen de algemene leiding van DGBel, de algemeen directeur Belastingen, de algemeen directeur Douane, de directeur FIOD, de directeur Toeslagen, de directeur Belastingdienst Centrale Administratie (B/CA) en de directeur Belastingtelefoon (BelTel).

2. De directeuren B/CKC en B/CFD worden vertegenwoordigd door respectievelijk de CHRO/CCO en de CFO. De directeuren B/CAO en B/CIE worden vertegenwoordigd door de CIO. Indien dit wenselijk is, kan een vertegenwoordigde directeur ook aan de MT-vergadering deelnemen.

Artikel 3

In bijlage 2 zijn de budgethouders aangewezen alsmede de budgetten waarvoor zij bevoegd zijn. De budgethouders zijn bevoegd verplichtingen met financiële consequenties aan te gaan en uitgaven goed te keuren binnen hun budgetten en passend binnen hun taken.

Artikel 4

1. De aspectverantwoordelijke leden van het DB Belastingdienst (zoals genoemd in artikel 2) hebben binnen het kader van het jaarplan en binnen eventueel door de bewindspersoon of namens de bewindspersoon door de secretaris-generaal of de directeur-generaal Belastingdienst gegeven richtlijnen mandaat tot het nemen van besluiten en afdoen van stukken betreffende alle in bijlage 1 genoemde beleidsaangelegenheden.

2. De in het eerste lid toegekende mandaten kunnen binnen het kader van hun taken ook worden uitgeoefend door functionarissen die daartoe worden gemandateerd in bijlage 2.

3. Over vraagstukken die van politiek gevoelige of anderszins zwaarwegende aard zijn, treden de in het tweede lid bedoelde mandaathouders in overleg met een lid van het DB Belastingdienst en/of de bewindspersoon die het aangaat.

4.

De ondertekening van uitgaande stukken zal luiden als volgt:

De Minister van Financiën, resp. De Staatssecretaris van Financiën,

namens deze,

(handtekening)

gevolgd door naam en functie van de (onder)gemandateerde functionaris.

Artikel 5

1. De directeur-generaal en de aspectverantwoordelijke leden van het MTBD, alsmede de directeur DGBel en de adjunct-directeuren, hebben binnen het kader van het jaarplan en binnen de door de minister of namens de minister door de secretaris-generaal of directeur-generaal Belastingdienst gegeven richtlijnen en behoudens de bepalingen in het Organisatie- en Mandaatbesluit ministerie van Financiën mandaat tot het nemen van besluiten en afdoen van stukken betreffende alle bedrijfsvoeringaangelegenheden die behoren tot het werkterrein van het directoraat-generaal Belastingdienst.

2.

Aan de directeur-generaal Belastingdienst is voorbehouden het nemen, afdoen en ondertekenen van besluiten aangaande:

a. a. alle beslissingen betreffende plaatsing, ontslag en bezoldiging van functionarissen vanaf schaal 15, behoudens het bepaalde in artikel 20 van het Organisatie- en mandaatbesluit ministerie van Financiën; b. b. vaststellen van de formatie; c. c. bijzondere aanstelling in tijdelijke dienst (artikel 6a ARAR); d. d. (tijdelijke) plaatsing in het buitenland; e. e. bezoldigingsbeslissingen op basis van artikel 7, tweede en derde lid BBRA, artikel 8 BBRA en artikel 22a BBRA met uitzondering van de toekenning van incidentele beloningen voor bijzondere prestaties; f. f. disciplinaire maatregelen (hoofdstuk 8 ARAR); g. g. schadeloosstelling (artikel 69 ARAR); h. h. reorganisatieontslag (artikel 96 ARAR); i. i. vertrekregelingen; j. j. ontslag op andere gronden (artikel 99 ARAR).

3. Onverminderd het eerste lid is de bevoegdheid tot het afdoen en ondertekenen van besluiten namens de in het eerste lid gemandateerde functionarissen toegekend aan het hoofd en het plaatsvervangend hoofd van de eenheid Organisatie & Personeel van de directie Bedrijfsvoering van het ministerie van Financiën.

4.

Aan de in het eerste lid gemandateerde functionarissen, alsmede de adjunct directeuren, is voorbehouden het afdoen en ondertekenen van besluiten aangaande:

a. a. vaststelling feitelijk opgedragen functie; b. b. (verlengde) aanstellingsbesluiten; c. c. ver- en herplaatsing; d. d. aanstelling in vaste dienst; e. e. tijdelijk opdragen van andere werkzaamheden; f. f. wijziging van salarisschaal; g. g. incidentele beloning voor bijzondere prestaties; h. h. korting bezoldiging bij arbeidsongeschiktheid; i. i. toekenning gratificatie bij ambtsjubileum; j. j. ontslag.

5.

De ondertekening van stukken betrekking hebbend op de in lid 1 bedoelde aangelegenheden zal luiden als volgt:

De Minister van Financiën,

namens deze,

(handtekening)

gevolgd door naam en functie van de gemandateerde functionaris.

6.

De ondertekening van stukken door de leden van het managementteam Personele en Financiële diensten zal luiden als volgt:

De Minister van Financiën,

namens deze,

de (functie DB lid) Belastingdienst,

voor deze,

(handtekening)

gevolgd door de naam en functie van het hoofd dan wel het plaatsvervangend hoofd van de eenheid Organisatie & Personeel.

Artikel 6

Onderdeel van deze regeling vormt een mandaatregister dat is opgenomen in bijlage 2. Het mandaatregister bevat handtekeningen en parafen van de in de artikelen 3, 4 en 5 gemandateerde functionarissen.

Artikel 7

Van de in dit besluit verleende mandaten is uitgesloten de bevoegdheid om te beslissen op een bezwaarschrift of op een verzoek als bedoeld in artikel 7:1a Awb.

Artikel 8

De in artikel 3 en artikel 4 tweede lid bedoelde functionarissen zijn verantwoordelijk voor een adequate uitvoering van het toegekende mandaat.

Artikel 9

Het organisatie- en mandaatbesluit directoraat-generaal Belastingdienst, met kenmerk DGB 2006- 5031M, wordt ingetrokken.

Artikel 10

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 18 januari 2011.

Artikel 11

Deze regeling wordt aangehaald als: Organisatie- en mandaatbesluit directoraat-generaal Belastingdienst.

Bijlage 1

DGBel is de concernstaf voor de dg, voor de rest van het Dagelijks Bestuur en voor de andere leden van het MT Belastingdienst. DGBel is daarmee ondersteunend aan de besturing van het concern Belastingdienst en verzorgt de verbinding tussen de politiek en de uitvoering en vice versa. Dat gebeurt in nauwe samenwerking met de uitvoeringsverantwoordelijken in de Belastingdienst, waarvan DGBel een integraal onderdeel uitmaakt.

De kern van het takenpakket van DGBel ligt in het uitzetten van de strategie van de Belastingdienst en het ontwikkelen van beleid. Dit krijgt vorm in advisering aan de politieke en ambtelijke top. Bij DGBel worden beslissingen die de Belastingdienst raken naar de uitvoering vertaald en worden ervaringen uit de Belastingdienst omgezet in adviezen ten behoeve van toekomstig beleid. Ook draagt DGBel zorg voor een adequate en snelle behandeling en begeleiding van vragen en opdrachten die vanuit de politiek op de Belastingdienst afkomen. Daarbij is DGBel de schakel die de Belastingdienst verbindt met het directoraat-generaal voor Fiscale Zaken.

DGBel ontleent zijn toegevoegde waarde vooral aan het vermogen aan de voorkant te werken: adviseren over handhaafbaarheid en uitvoerbaarheid van wet- en regelgeving, uitzetten van strategische beleidslijnen en daarmee afgestemde meerjarige financiële, personele en bestuurlijke kaders, (systeem)control daarop en snel adequate informatie leveren aan de bewindspersoon.

Kracht en effectiviteit van een dergelijk apparaat zijn afhankelijk van de vraag in hoeverre adviezen tijdig (ook pro actief) worden opgesteld met aandacht voor alle relevante aspecten, qua reikwijdte aansluitend bij het onderwerp in kwestie en toegankelijk voor bestuurders, bewindslieden en andere betrokkenen. Om dat te bewerkstelligen zijn passende condities nodig op het vlak van informatievoorziening, organisatie, deskundigheid en competenties van medewerkers en leidinggevenden.

Typerend voor DGBel is de schakelfunctie tussen beleid en uitvoering. Daartoe moet de dg (en de medewerkers van DGBel op zijn gezag) zowel het gesprek kunnen voeren over beleid en (voorgenomen) wetgeving als over de uitvoering daarvan. Over beleidszaken wordt gesproken met de beleidsmakers van het ministerie van Financiën en van de andere departementen. Over uitvoeringszaken wordt gesproken met de eigen uitvoeringsorganisatie en met andere uitvoeringsorganisaties. Die gesprekken zijn verschillend van aard: taal en doel zijn anders naar gelang met beleidsmakers of met uitvoerders wordt gesproken. En terwijl de oriëntatie van de gesprekspartners meestal eendimensionaal is (ófwel beleid, ófwel uitvoering) is de oriëntatie van DGBel tweedimensionaal (én beleid, én uitvoering). Om die gesprekken goed te kunnen voeren is het belangrijk te investeren in vertrouwen, het begrijpen van het standpunt van de gesprekspartner en het meenemen van de gesprekspartner in de situatie van de Belastingdienst.

Relevant voor het functioneren is dat DGBel actief de verbinding zoekt met het primaire proces en optimaal gebruik maakt van de daar aanwezige kennis en kunde. Op die manier moet DGBel invulling geven aan zijn strategische en beleidsvormende taken. Het adagium is: Medewerkers in de dienst gaan helpen op dossiers en DGBel regisseert op het niveau van koers en strategie.

Tegen de achtergrond van dat adagium kiezen we voor een scherpe interne en externe taakafbakening en een bijpassend klein DGBel, dat uit vier clusters bestaat: Uitvoeringsbeleid, Fiscaliteit, Bedrijf en IV-Beleid.

Elk cluster is werkzaam op het specifieke aandachts- en verantwoordelijkheidsgebied van één van de leden van het Dagelijks Bestuur Belastingdienst. Samen ondersteunen de clusters de directeurgeneraal bij de uitvoering van zijn taken en het nakomen van zijn verantwoordelijkheden.

Bijlage 2

Niet opgenomen.