rijk/ministeriele-regeling/organisatie-mandaat-en-volmachtbesluit-directie-arbeidsmarktfraude-2012/BWBR0031925
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit directie Arbeidsmarktfraude 2012 BWBR0031925 ministeriele-regeling geldend 2012-08-29 https://wetten.overheid.nl/BWBR0031925 Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit directie Arbeidsmarktfraude 2012

Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit directie Arbeidsmarktfraude 2012

Paragraaf 1. Begripsbepaling

Artikel 1

In deze regeling en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

a. a.

    *de directie:* de directie Arbeidsmarktfraude van de inspectie;

b. b.

    *de directeur:* de directeur van de directie Arbeidsmarktfraude.

Paragraaf 2. De organisatie en taken van de afdelingen

Artikel 2

1.

De directie bestaat uit de volgende afdelingen:

a. a. de afdeling Inspectie A; b. b. de afdeling Inspectie B.

2. Aan het hoofd van iedere afdeling staat een afdelingshoofd.

3. De afdelingshoofden worden beiden bijgestaan door onder hen ressorterende teamleiders.

Paragraaf 3. Verantwoordelijkheden

Artikel 3

De afdelingshoofden zijn verantwoordelijk voor de volgende algemene taken:

a. a. het leiding geven aan de eigen afdeling, waaronder begrepen de HRM-taken ten aanzien van de medewerkers, de coaching van de medewerkers en het bevorderen van de sociale cohesie van de eigen afdeling; b. b. het afleggen van verantwoording en het rapporteren aan de directeur over bijdragen van de eigen afdeling aan de uitvoering van het jaarplan van de inspectie; c. c. het doen van voorstellen aan het IG-team met betrekking tot het aantrekken en ontslaan van personeel; d. d. het bijdragen aan de totstandkoming van inspectiebrede producten als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdelen a, e, f, h en j, en artikel 8, onderdeel d, van het Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit inspecteur-generaal SZW 2012, binnen de daarvoor geldende departementale kaders dan wel volgens door de inspecteur-generaal dan wel de directeur gegeven richtlijnen.

Artikel 4

De inspectieafdelingen A en B zijn verantwoordelijk voor:

a. a. het toezicht op de naleving door werkgevers van wet- en regelgeving op het gebied van de arbeidsmarkt en arbeidsverhoudingen, met name ten aanzien van illegale tewerkstelling van vreemdelingen, allocatie van arbeidskrachten door intermediairs, gelijke behandeling en beloning van mannen en vrouwen en de betaling van het minimumloon en de minimumvakantiebijslag, alsmede het in verband daarmee opsporen van strafbare feiten; b. b. het behandelen van klachten over het niet naleven van wetgeving betreffende haar werkterrein; c. c. het ontwikkelen, overdragen en verankeren van kennis op het terrein van arbeidsmarktfraude binnen de directie; d. d. het verzorgen van de operationele leiding van de interventieteams; e. e. het aansturen van de landelijk projectleiders en landelijk projectsecretarissen in de uitvoeringsfase van plannen van aanpak en interventieprojecten.

Paragraaf 4. Bevoegdheden

Artikel 5

De afdelingshoofden en de onder hen ressorterende teamleiders zijn bevoegd om namens een bewindspersoon besluiten te nemen en handelingen te verrichten die noch een besluit, noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn, voor zover zij verband houden met het werkterrein van hun organisatieonderdeel en voor zover zij niet zijn voorbehouden aan een bewindspersoon, de secretaris-generaal, de plaatsvervangend secretaris-generaal, de inspecteur-generaal of de directeur.

Artikel 6

1.

Aan de afdelingshoofden en de teamleiders van de directie wordt mandaat en machtiging verleend met betrekking tot het nemen van besluiten over en het vaststellen en ondertekenen van stukken die betrekking hebben op de personeelsaangelegenheden ten behoeve van medewerkers van de eigen organisatorische eenheid, voor zover het betreft:

a. a. het opmaken, niet zijnde vaststellen, van een beoordeling van medewerkers; b. b. het houden van manager-medewerker gesprekken; c. c. het beslissen over verlof van medewerkers; d. d. het toekennen van kleine beloningen, niet zijnde gratificaties, ten bedrage van minder dan € 250, per medewerker, onder gelijktijdige mededeling daarvan aan de directeur.

2. In aanvulling op het eerste lid wordt in het geval een teamleider de beoordeling van een medewerker opmaakt, aan het afdelingshoofd dat boven de teamleider ressorteert ook mandaat en machtiging verleend met betrekking tot het vaststellen van deze beoordeling.

Artikel 7

De afdelingshoofden zijn gevolmachtigd tot het aangaan van overeenkomsten ter waarde van ten hoogste € 15.000, per overeenkomst betreffende:

a. a. het opleiden van medewerkers van de eigen afdeling binnen de kaders van het opleidingsplan van de directie; b. b. activiteiten ten behoeve van sociale en functionele cohesie, representatieve aangelegenheden, vergaderingen en recepties voor de eigen afdeling binnen de daarvoor geldende departementale, dan wel door de inspecteur-generaal vastgestelde financiële kaders.

Artikel 8

De teamleiders zijn gevolmachtigd tot het aangaan van overeenkomsten ter waarde van ten hoogste € 3.000, per overeenkomst betreffende activiteiten ten behoeve van sociale en functionele cohesie, representatieve aangelegenheden, vergaderingen en recepties voor het eigen team binnen de daarvoor geldende departementale, dan wel door de inspecteur-generaal vastgestelde financiële kaders.

Artikel 8a

De onder de directeur ressorterende ambtenaren, belast met toezicht, zijn gemachtigd om een beschikking tot stillegging van werkzaamheden in verband met recidive te effectueren door het treffen van de nodige maatregelen, het geven van de nodige aanwijzingen en het inroepen van de hulp van de sterke arm.

Artikel 8b

De onder de directeur ressorterende ambtenaren, belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs, de Wet arbeid vreemdelingen en de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, zijn bevoegd om namens een bewindspersoon te besluiten tot openbaarmaking van het feit dat na een afgerond onderzoek geen overtreding is geconstateerd.

Artikel 9

1. Bij afwezigheid of verhindering van de directeur worden, voor de duur van de afwezigheid of verhindering, zijn taken en bevoegdheden geheel of gedeeltelijk waargenomen door een daartoe aan te wijzen plaatsvervanger.

2. Bij afwezigheid of verhindering van een afdelingshoofd worden, voor de duur van de afwezigheid of verhindering, zijn taken en bevoegdheden geheel of gedeeltelijk waargenomen door een daartoe aan te wijzen plaatsvervanger.

Paragraaf 5. Slotbepalingen

Artikel 10

Het Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit directie AI Arbeidsmarktfraude 2009 wordt ingetrokken.

Artikel 11

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst, en werkt terug tot en met 1 januari 2012.

Artikel 12

Deze regeling wordt aangehaald als: Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit directie Arbeidsmarktfraude 2012.