rijk/ministeriele-regeling/organisatie-mandaat-en-volmachtbesluit-rua-2009/BWBR0025068
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit RUA 2009 BWBR0025068 ministeriele-regeling geldend 2009-01-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0025068 Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit RUA 2009

Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit RUA 2009

Paragraaf 1. Algemeen

Artikel 1

In deze regeling en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

a. a.

    *RUA:* de directie Relatiebeheer, Uitvoeringsontwikkeling en Aansturing van het ministerie Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

b. b.

    *SUWI-organisaties:* het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, de Sociale verzekeringsbank, genoemd in hoofdstuk 6 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, en het Inlichtingenbureau, genoemd in artikel 63 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, de landelijke cliëntenraad, genoemd in hoofdstuk 2 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen en de Raad voor werk en inkomen, genoemd in hoofdstuk 3 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;

c. c.

    *SUWI-keten:* het proces van samenwerking tussen de SUWI-organisaties en de gemeenten, gericht op de toeleiding naar werk en het verstrekken van uitkeringen, met inbegrip van de gegevensinfrastructuur en het daartoe ondersteunende gegevensverkeer.

Paragraaf 2. Organisatie en taken afdelingen

Artikel 2

De directie RUA bestaat uit de volgende afdelingen:

a. a. de afdeling Relatiebeheer; c. c. de afdeling Aansturing; d. d. de afdeling Uitvoeringsontwikkeling; e. e. de projectafdeling SZW in de regio; f. f. het Directiesecretariaat.

Artikel 3

Elk van de hoofden van de afdelingen, genoemd in artikel 2, is belast met het leidinggeven aan de medewerkers van de eigen afdeling.

Artikel 4

Het hoofd van de afdeling Relatiebeheer is verantwoordelijk voor de volgende algemene taken:

a. a. het entameren van afstemming met en tussen de SUWI-organisaties en gemeenten en het (laten) maken van resultaatgerichte afspraken met en tussen deze organisaties; b. b. het opzetten en beheren van afsprakenmanagement; c. c. het signaleren van relevante ontwikkelingen voor de SUWI-organisaties en het doorgeven van deze signalen binnen het ministerie; d. d. het vergroten van de aansluiting tussen het beleid van het ministerie en de uitvoering door de SUWI-organisaties door een proactieve inbreng van kennis van de uitvoering in de beleidsontwikkeling; e. e. de ontwikkeling van best practices en benchmarking op het terrein van de SUWI-organisaties of op het terrein van de SUWI-keten.

Artikel 5

Het hoofd van de afdeling Aansturing is verantwoordelijk voor de volgende algemene taken:

a. a. het adviseren van de bewindspersonen over de met de SUWI-organisaties te maken afspraken; b. b. de coördinatie van de financiële gegevens inzake de uitvoeringskosten van de SUWI-organisaties, in verband met de uitvoerbaarheid of de uitvoering van beleidsvoornemens, inclusief de daarbij behorende financiële kaders, richting beleidsdirecties en de directie Financieel-economische Zaken van het ministerie, alsmede richting het Ministerie van Financiën; c. c. inzicht in kostensystematieken van de SUWI-organisaties; d. d. het beoordelen van de verantwoording van de SUWI-organisaties over de met de SUWI-organisaties gemaakte afspraken; e. e. het adviseren van de bewindspersonen inzake de vast te stellen budgetten van de SUWI-organisaties; f. f. de ontwikkeling en het beheer van prestatie-indicatoren op het terrein van de SUWI-organisaties of op het terrein van de SUWI-keten; g. g. de coördinatie van de beoordeling van rapporten van de Inspectie Werk en Inkomen en van de Algemene Rekenkamer over de toeleiding naar werk en het verstrekken van uitkeringen door de SUWI-keten of de SUWI-organisaties; h. h. het adviseren van de bewindspersonen over de benoeming van bestuurders van de SUWI-organisaties.

Artikel 6

Het hoofd van de afdeling Uitvoeringsontwikkeling is verantwoordelijk voor de volgende algemene taken:

a. a. het adviseren over innovatie van het uitvoeringsstelsel: hoe kan het uitvoeringsstelsel efficiënt en effectief functioneren mede met oog voor besturing, ketenbrede ICT-inzet, ontkokering en burger; b. b. het formuleren van het toekomstperspectief van de SUWI-keten, van de SUWI organisaties en van specifieke aandachtsgebieden in de SUWI-keten; c. c. de (door)ontwikkeling van de sturingsfilosofie van de SUWI-keten en van de afzonderlijke delen van deze keten; d. d. het beleidsmatige beheer van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen; e. e. het periodiek evalueren van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen; f. f. het intra- en interdepartementaal en t.b.v. de uitvoeringsorganisaties coördineren van de inzet van SZW bij overheidsbrede ontwikkeling van ICT-voorzieningen (niet zijnde departementale ICT-voorzieningen); g. g. het intra- en interdepartementaal coördineren van de regeldrukprogramma's voor bedrijven, burgers, professionals en medeoverheden.

Artikel 7

Het hoofd van de projectafdeling SZW in de regio is verantwoordelijk voor de volgende taken:

a. a. bevorderen van en waar mogelijk versnellen van de totstandkoming van regionaal arbeidsmarktbeleid in de regio; b. b. zichtbaar maken van de resultaten van regionaal arbeidsmarktbeleid; c. c. het bevorderen van eenduidig opereren in de regio ten aanzien van regionaal arbeidsmarktbeleid door in ieder geval het ministerie, het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, het Ministerie van Economische Zaken en de ondersteunende teams van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), de Vereniging van directeuren van overheidsorganen voor sociale arbeid (Divosa), het Algemeen Keten Overleg (AKO), de Vereniging kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven (Colo) en het Werkbedrijf van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.

Artikel 8

Het hoofd van het Directiesecretariaat is verantwoordelijk voor de volgende algemene taken:

a. a. alle interne bedrijfsvoeringsaangelegenheden van RUA met betrekking tot personeel, informatie(voorziening), organisatie, financiën, automatisering, communicatie en huisvesting, de zogenoemde PIOFACH-taken; b. b. het aanleveren van managementinformatie ten behoeve van het management van RUA, de voorbereiding en bewaking van managementafspraken, het beheer van bedrijfsvoeringsprocessen die bij RUA gevoerd worden en de zorg voor een goede afstemming met de bedrijfsvoering die centraal voor het gehele ministerie gevoerd wordt; c. c. het bijdragen aan verbeteringen in cultuur en werkwijze van RUA en het bewaken van de kwaliteit van de directie in brede zin; d. d. het coördineren van directiebrede inhoudelijke beheersmatige activiteiten; e. e. het adviseren over het verlenen en vaststellen van subsidies met betrekking tot de toeleiding naar werk en de uitvoering van het verstrekken van uitkeringen.

Paragraaf 3. Bevoegdheden

Artikel 9

Aan de hoofden van de afdelingen wordt mandaat en machtiging verleend met betrekking tot het nemen van besluiten over en het vaststellen en ondertekenen van stukken die betrekking hebben op de personeelsaangelegenheden van de eigen afdeling, voor zover het betreft:

a. a. het opmaken, niet zijnde vaststellen, van een beoordeling van medewerkers; b. b. het houden van manager-medewerker gesprekken; c. c. verlof van medewerkers d. d. kleine beloningen, niet zijnde gratificaties, onder gelijktijdige mededeling daarvan aan de directeur.

Artikel 10

Aan de hoofden van de afdelingen wordt mandaat en machtiging verleend met betrekking tot het:

a. a. het afdoen van informatieve brieven die betrekking hebben op taken van de eigen organisatorische eenheid; b. b. het paraferen van stukken die betrekking hebben op de taken van de eigen afdeling.

Artikel 11

De directiesecretaris is gevolmachtigd tot het aangaan van overeenkomsten met betrekking tot de levering van goederen en diensten op basis van een door de directie Bedrijfsvoering afgesloten raamovereenkomst alsmede het afsluiten van koop-, huur- en lease-overeenkomsten met een waarde van ten hoogste € 20.000, per overeenkomst.

Artikel 12

De hoofden van de afdelingen kunnen na voorafgaande schriftelijke toestemming van de directeur RUA bevoegdheden doorverlenen aan onder hen ressorterende functionarissen.

Artikel 13

Bij afwezigheid of verhindering van de directeur RUA worden, voor de duur van de afwezigheid of verhindering, diens taken en bevoegdheden waargenomen doorhet afdelingshoofd dat is aangewezen als de plaatsvervangend directeur.

Paragraaf 4. Slotbepalingen

Artikel 14

1. Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2009.

2. Deze regeling wordt aangehaald als: Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit RUA 2009.