40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Organisatieregeling Cƒi | BWBR0007833 | ministeriele-regeling | geldend | 1996-01-01 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0007833 | Organisatieregeling Cƒi |
Organisatieregeling Cƒi
Paragraaf 1. Algemeen
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
- de minister: de minister van onderwijs, cultuur en wetenschappen;
- de Bestuursraad: de Bestuursraad van het departement;
- directie: een directie van het bestuursdepartement;
- secretaris-generaal: de secretaris-generaal van het bestuursdepartement;
- instelling: een instelling waarop wet- en regelgeving op het terrein van de minister van toepassing is.
Paragraaf 2. Instelling Cƒi
Artikel 2
1. Er is een agentschap Centrale financiën instellingen, hierna te noemen: Cƒi.
2. Cƒi voert taken uit onder de verantwoordelijkheid van de minister.
Artikel 3
1. Het management van Cƒi is belegd bij het hoofddirectieteam, bestaande uit een aantal leden, onder wie als voorzitter de Hoofddirecteur Cƒi.
2. Het hoofddirectieteam draagt zorg voor de vervulling van taken en werkzaamheden.
3. De hoofddirecteur is verantwoordelijk voor de juiste vervulling van de taken en werkzaamheden van Cƒi en voor de interne organisatie.
Paragraaf 3. Taken
Artikel 4
1. Cƒi is belast met de rechtmatige en doelmatige distributie van financiële middelen aan afzonderlijke door de minister van onderwijs, cultuur en wetenschappen bekostigde instellingen voor onderwijs, onderzoek, en verzorging, op basis van wet- en regelgeving.
2. Cƒi verzamelt, beheert en distribueert instellingsgerelateerde gegevens ten behoeve van de ontwikkeling, uitvoering en evaluatie van beleid.
3. Cƒi is daarnaast belast met uitvoeringstaken, anders dan in lid 1 en 2 genoemd, die zijn opgedragen door de Bestuursraad of, met goedkeuring van de Bestuursraad, door de directies.
Artikel 5
1.
Ter uitvoering van de in artikel 4 genoemde taken onderhoudt Cƒi de relatie tussen het bestuursdepartement en de instellingen door middel van: a.b. c. d. e.
a. a. het verzamelen en beheren van gegevens die nodig zijn voor het nemen van bekostigingsbeslissingen, alsmede gegevens die nodig zijn voor ramingen, het onderbouwen van beleidsontwikkeling en beleidsevaluatie; b. b. het nemen van bekostigingsbeslissingen en andere beslissingen; c. c. het uitvoeren van betalingen; d. d. het verzorgen van de communicatie met de instellingen over de wet- en regelgeving in het algemeen en de toepassing van bekostigingsvoorwaarden in het bijzonder; e. e. het behandelen van bezwaar- en beroepschriften die bij de minister zijn ingediend alsmede het voeren van verweer in beroepszaken en het instellen van hoger beroep;
2.
De uitvoering van taken voor het bestuursdepartement wordt ondersteund door middel van:
a. a. het voeren van de administratie over de begrotingsuitputting voor programma-uitgaven; b. b. het verstrekken van informatie aan het bestuursdepartement over de verwachte begrotingsuitpu.tting voor programma-uitgaven; c. c. het verstrekken van informatie aan het Bestuursdepartement op basis van de communicatie met de instellingen over de toepassingen van de wet- en regelgeving. d. d. het adviseren aan het bestuursdepartement over de uitvoerbaarheid door de instellingen, van regelgeving met betrekking tot de inrichting van het onderwijsbestel.
Artikel 6
Indien de continuïteit van de uitvoering van taken onder druk komt te staan, zal Cƒi de Bestuursraad daarvan onverwijld op de hoogte stellen.
Artikel 7
1. Cƒi kan werkzaamheden verrichten voor derden.
2.
De in het eerste lid bedoelde werkzaamheden worden verricht onder de voorwaarde dat:
a. a. deze werkzaamheden het publieke domein betreffen en aansluiten op de kennis en vaardigheden die binnen de Cƒi-organisatie aanwezig zijn op grond van de taken zoals bedoeld in artikel 4, b. b. het tarief is opgebouwd uit de integrale kostprijs, gecorrigeerd voor fiscale en andere voordelen uit hoofde van de publieke taak, waaronder een voor de branche gemiddelde winstopslag, en c. c. de Bestuursraad vooraf goedkeuring voor die werkzaamheden heeft verleend.
3. Cƒi bepaalt de wijze van uitvoering van de werkzaamheden bedoeld in het eerste lid.
Artikel 8
Cƒi mag, onverminderd het bepaalde in artikel 7 lid 2a en b, op eigen initiatief en als nevenprodukt van door de minister opgedragen werkzaamheden op basis van kostendekkendheid informatie leveren aan derden. Nadere afspraken over welke informatieprodukten vrijelijk door Cƒi mogen worden verkocht, worden opgenomen in het managementcontract.
Artikel 9
Cƒi brengt, op verzoek van de Bestuursraad, directies, of op eigen initiatief in een vroegtijdig stadium van de beleidsontwikkeling een gestructureerde inbreng van "uitvoeringsexpertise", waardoor een grotere doeltreffendheid, doelmatigheid en kwaliteit van beleid en uitvoering bereikt kan worden. Cƒi maakt hierbij mede gebruik van de in het onderwijsveld geïnstitutionaliseerde panels en gebruikersoverleggen.
Artikel 10
Indien het voor een adequate uitvoering van het vastgestelde beleid dienstig wordt geacht over te gaan tot aanvulling of wijziging van wet- en regelgeving die tot de verantwoordelijkheid van een directie wordt gerekend, doet Cƒi terzake voorstellen.
Paragraaf 4. Besturing
Artikel 11
Cƒi wordt namens de minister bestuurd door de Bestuursraad. De besturing vindt plaats op hoofdlijnen waar het gaat om strategische doelen, alsmede op resultaat waar het gaat om volume, kwaliteit en kosten van de te leveren produkten en diensten. Hiertoe wordt adequaat overleg ingericht.
Artikel 12
De basis van de besturingsrelatie tussen de Bestuursraad en Cƒi wordt gevormd door onder andere het volgende produktassortiment:
a. a. op het gebied van de uitvoering van regelingen:
1.
reguliere bekostiging, zoals bedoeld in artikel 4, eerste lid;
2.
aanvullende bekostiging, zoals bedoeld in artikel 4, eerste lid;
3.
niet bekostigingsbeslissingen, zoals bedoeld in artikel 4, eerste lid;
-
-
reguliere bekostiging, zoals bedoeld in artikel 4, eerste lid;
-
-
-
aanvullende bekostiging, zoals bedoeld in artikel 4, eerste lid;
-
-
-
niet bekostigingsbeslissingen, zoals bedoeld in artikel 4, eerste lid;
-
b. b. op het gebied van de informatievoorziening:
1.
informatie aan het veld, voor zover deze geen deel uitmaakt van bekostigingsprodukten, zoals bedoeld in artikel 4, tweede lid;
2.
informatie aan eenheden binnen het bestuursdepartement, voor zover deze niet direct samenhangen met de verantwoording over de uitgevoerde bekostigingstaak, zoals bedoeld in artikel 4, tweede lid;
3.
informatie aan derden, zoals bedoeld in artikel 8;
-
-
informatie aan het veld, voor zover deze geen deel uitmaakt van bekostigingsprodukten, zoals bedoeld in artikel 4, tweede lid;
-
-
-
informatie aan eenheden binnen het bestuursdepartement, voor zover deze niet direct samenhangen met de verantwoording over de uitgevoerde bekostigingstaak, zoals bedoeld in artikel 4, tweede lid;
-
-
-
informatie aan derden, zoals bedoeld in artikel 8;
-
c. c. op overige gebieden .
1.
uitvoering van regelingen voor derden, zoals bedoeld in artikel 7;
2.
begrotingsverantwoordelijkheid voor uitgaven ten behoeve van de huisvesting van instellingen in het primair en voortgezet onderwijs (tot 1997) en beroepsonderwijs en de volwasseneneducatie (tot 1996), zoals bedoeld in artikel 4, derde lid;
3.
comptabele functie voor de apparaatsuitgaven van OCenW, zoals bedoeld in artikel 4, derde lid
-
-
uitvoering van regelingen voor derden, zoals bedoeld in artikel 7;
-
-
-
begrotingsverantwoordelijkheid voor uitgaven ten behoeve van de huisvesting van instellingen in het primair en voortgezet onderwijs (tot 1997) en beroepsonderwijs en de volwasseneneducatie (tot 1996), zoals bedoeld in artikel 4, derde lid;
-
-
-
comptabele functie voor de apparaatsuitgaven van OCenW, zoals bedoeld in artikel 4, derde lid
-
Artikel 13
1. De Bestuursraad en Cƒi sluiten jaarlijks vóór 15 december een managementcontract af.
2.
Het managementcontract heeft o.a. de volgende inhoud: a. b. c. d. e. f. g.h.; i. .
a. a. algemene ontwikkelingen die voor de strategie van Cƒi van belang zijn; b. b. de doelstellingen voor Cƒi die voor het komende jaar zijn afgesproken alsmede de doelstellingen die Cƒi zich voor de komende jaren heeft voorgenomen; c. c. een overzicht van de volumina per produkt uit het produktassortiment; d. d. een opsomming van de relevante prestatie-indicatoren voor de kwaliteit van door Cƒi te vervaardigen produkten; e. e. een raming van de baten voor door Cƒi te leveren produkten; f. f. een bestedingsplan waarin wordt onderbouwd op welke wijze en in welk tempo de uit baten verkregen middelen worden besteed; g. g. een investerings- en financieringsplan; h h nadere afspraken over informatieuitwisseling tussen Cƒi en het bestuursdepartement voor wat betreft de uitvoering van het managementcontract; i. i. consequenties van het wel/niet behalen van gemaakte afspraken
3. Met de vaststelling van het managementcontract krijgt Cƒi het mandaat voor het nemen van de noodzakelijke beslissingen en voor het doen van de noodzakelijke bestedingen ten behoeve van de uitvoering van opgedragen taken, zoals bedoeld in artikel 4 en voor zover deze niet in strijd zijn met de overige bepalingen in deze regeling en de organisatie- en mandaatregeling van OCenW.
Artikel 14
In protocollen wordt de functionele communicatie tussen de directies en Cƒi geregeld. Met deze directies worden jaarlijks protocollen afgesloten, waarin voor zover van toepassing afspraken worden vastgelegd met betrekking tot:
- afspraken en procedures inzake bekostiging, huisvesting en voorzieningenplanning;
- informatie-uitwisseling;
- geschillen met het onderwijsveld;
- uitvoeringstoets;
- toegang en beheerssystemen;
- overlegstructuur.
Artikel 15
1. In het document dat als resultaat van een gepleegde uitvoeringstoets wordt vervaardigd geeft Cƒi een oordeel over het desbetreffende beleidsvoorstel waarbij dit is getoetst op operationaliseerbaarheid, consequenties voor de doelgroepen en Cƒi als uitvoeringsorganisatie, de incidentele en structurele kosten van uitvoering en eventuele mogelijkheden om de doeltreffendheid, doelmatigheid en kwaliteit van de beleidsvoornemens te verhogen.
2. Cƒi neemt bij uitvoeringstoetsen op nieuw of bestaand beleid voor zover mogelijk de aan de huidige regeling bestede uitvoeringscapaciteit als vertrekpunt en doet zo mogelijk suggesties voor uitvoeringsmodaliteiten die ten aanzien van de uitvoeringskosten van de huidige regeling geen extra kosten veroorzaken.
Paragraaf 5. Verdeling verantwoordelijkheden met betrekking tot programma-uitgaven
Artikel 16
1. Voor alle financiële transacties die betrekking hebben op de uitvoering van het programmabudget zijn de bepalingen van de Comptabiliteitswet en het Reglement departementale begrotingsadministratie onverkort van toepassing. Verder gelden de interne richtlijnen van de directie FEZ zoals beschreven in het Handboek AO, deel 0 en 1. Wijzigingen van de interne richtlijnen, voor zover relevant voor Cƒi, worden na overleg tussen FEZ en Cƒi, door FEZ vastgesteld. Cƒi richt de administratie zodanig in dat aan de in deze richtlijnen opgenomen eisen wordt voldaan. Bij de beoordeling van Cƒi op de naleving van richtlijnen wordt rekening gehouden met de noodzakelijke tijd die een zorgvuldige implementatie vraagt.
2. De verantwoordelijkheid voor de programmabegroting en de doelmatigheid van het beleid berust bij het bestuursdepartement.
Artikel 17
Cƒi brengt maandelijks verslag uit aan de Bestuursraad van de uitvoering van de departementaal vastgestelde begroting voor programmakosten en van eventueel voorgenomen wijzigingen in de begroting. Dit verslag wordt voorzien van een verplichtingen/kas-prognose conform de structuur van de begrotingswet.
Artikel 18
Cƒi bepaalt de condities voor de controle op de rechtmatigheid van de bestedingen van alle instellingen. Hiertoe ontwerpt Cƒi binnen de vigerende wettelijke kaders de richtlijnen voor de controle. Daarbij wordt uitgegaan van de noodzaak om de rechtmatigheid van de bestedingen van de beschikbaar gestelde bekostiging te kunnen toetsen in het licht van het geheel van inkomsten en uitgaven van de instellingen.
Artikel 19
1. De accountantsdienst van het bestuursdepartement zal optreden als accountant voor de controle van de rekening en verantwoording van de programmabudgetten van Cƒi.
2. Het Besluit "Taak departementale accountantsdienst", en het daarop gebaseerde ministeriële besluit inzake behandeling van accountantsrapporten gelden onverkort ten aanzien van de programmabudgetten. De departementale accountantsdienst zal bij haar oordeel de naleving door Cƒi van de wet- en regelgeving expliciet betrekken. Een en ander wordt vastgelegd in een tussen de departementale accountantsdienst en Cƒi overeen te komen controleplan.
Artikel 20
De Commissie van Toezicht Registratieregelingen van het bestuursdepartement zal, voor die privacygevoelige registraties die een directe relatie hebben met de uitvoering van de programmabudgetten, toezicht uitoefenen op de naleving van de desbetreffende regelgeving.
Paragraaf 6. Apparaatskosten aangelegenheden
Artikel 21
1. Ten behoeve van de begrotingsvoorbereiding levert Cƒi jaarlijks en overeenkomstig het door de directie FEZ gestelde tijdschema een begroting op. Deze begroting is gebaseerd op de autonome raming, rekening houdend met de doorwerking van mutaties uit voorgaande planperiode en vastgestelde resultaten van uitvoeringstoetsen.
2. De autonome raming van Cƒi wordt onderbouwd door voorcalculatorische kostprijzen en volumina voor elk produkt van Cƒi. Jaarlijks worden de kostprijzen nagecalculeerd. Uitkomsten hiervan worden gebruikt voor de volgende begroting.
3. De Minister stelt jaarlijks voor 1 juli, na overleg met Cƒi, het bedrag vast dat voor het daaropvolgende kalenderjaar aan Cƒi ter beschikking zal worden gesteld en neemt dit bedrag op in het voorstel van wet tot vaststelling van de begroting.
4. Indien uit een uitvoeringstoets of analyse blijkt dat Cƒi meer of minder werk uitvoert, kan de Bestuursraad besluiten tot het verhogen dan wel verlagen van de apparaatskostenbegroting van Cƒi.
5. Indien de vastgestelde rijksbegroting van de uitgaven en ontvangsten van OCenW voor een begrotingsjaar afwijkt van het desbetreffende voorstel van wet op de apparaatskosten, kan na overleg met het bestuursdepartement het voor Cƒi beschikbare bedrag worden aangepast.
Artikel 22
Ten behoeve van het beheer van de apparaatskostenbudgetten wordt een boekhouding gevoerd die voldoet aan de principes van het baten/lasten-stelsel, binnen de bepalingen van het HAFIR en interne richtlijnen van het bestuursdepartement.
Artikel 23
Cƒi hanteert een kostprijsmodel, waarmee de kostentoerekening aan produkten transparant wordt gemaakt in vaste en variabele kosten.
Paragraaf 7. Bevoegdheden met betrekking tot Apparaatsaangelegenheden
Artikel 24
1. Cƒi is integraal verantwoordelijk voor de doelmatigheid en de doeltreffendheid van de eigen bedrijfsvoering, daarbij inbegrepen het gebruik en het beheer van de daarvoor noodzakelijke bedrijfsmiddelen, personeel en organisatie en de voorlichting.
2. Daartoe vindt overdracht plaats van alle daarbij behorende financiële middelen naar Cƒi. Gestreefd wordt naar een optimale interne bewegingsvrijheid binnen de budgettaire kaders.
3. In het managementcontract wordt de ontvlechting van budgetten en de wijze van verrekening nader geregeld.
4. De bevoegdheid in het eerste lid is beperkt door kaders en randvoorwaarden, die rechtstreeks voortvloeien uit kabinetsbeleid of uit wet- en regelgeving, alsmede uit departementaal beleid zoals vastgesteld in de BC, c.q. de DOR/DOR. Door het bestuursdepartement wordt overleg met BC/DOR gevoerd over aangelegenheden van algemeen belang voor de bijzondere rechtstoestand van alle ambtenaren van OCenW. De naar aanleiding hiervan te nemen maatregelen gelden ook voor Cƒi, tenzij na overleg met BC/DOR anders wordt bepaald. Over de specifieke maatregelen van algemeen belang voor de ambtenaren van Cƒi wordt overleg gevoerd met de BC/DOR van OCenW. Voorstellen die de Secretaris-Generaal terzake van het personeelsbeleid voor OCenW als geheel voorlegt aan de BC en de DOR, worden tevoren afgestemd met de hoofddirecteur Cƒi. Voor zover in dit lid of in de hieronder volgende leden geen beperkingen in de bevoegdheden van Cƒi zijn aangebracht, zijn bevoegdheden zonder beperking aan Cƒi gemandateerd.
5. Cƒi onderhoudt een zakelijke relatie met het bestuursdepartement. Tussen het bestuursdepartement en Cƒi kunnen afspraken met betrekking tot de verschillende onderdelen genoemd onder lid 1 worden vastgelegd in een service level agreement.
6. De in artikel 40 van deze organisatieregeling opgenomen evaluatie zal in ieder geval betrekking hebben op de afspraken over de in deze paragraaf genoemde onderwerpen.
Artikel 25
1.
Op het gebied van personeel en organisatie heeft de hoofddirecteur van Cƒi de bevoegdheid tot het voeren van een eigen personeels- en organisatiebeleid, inclusief de toepassing van de ARAR-artikelen 14, 34d, 43 t/m 45, 66, en 69 lid 1. De hoofddirecteur Cƒi kan artikel 98 toepassen voor functionarissen tot en met schaal 14. De hoofddirecteur Cƒi beslist, gehoord het advies van directeur P&O. Over nieuwe voor uitkering van wachtgeld in aanmerking komende gevallen van ontslag, consulteert de hoofddirecteur Cƒi de Secretaris-Generaal. De volgende onderdelen vallen onder de bevoegdheid van de bestuursraad:
- benoemingen van functionarissen op schaal 15 en hoger;
- vaststelling van (de schaalniveaus van) functies van schaal 15 en hoger (hoofddirecteur en plv-directeuren);
- de Cƒi topstructuur (de hoofddirectie- en directieleiding);
- de toepassing van de ARAR- en BBRA-artikelen jegens de hoofddirecteur Cƒi.
2.
De bestuursraad heeft verder jegens Cƒi de volgende bevoegdheden:
- het vaststellen van de departementaal geldende functiewaarderingsnormen- en stramienen;
- het vaststellen van het sociaal beleid van OCenW;
- het vaststellen van de organisatie- en mandaatregeling; met dien verstande dat de hoofddirecteur Cƒi de bevoegdheden voor het verlenen van mandaten binnen Cƒi heeft;
3. Op het terrein van personeel en organisatie worden in het managementcontract prestatie-indicatoren en prestatie-eisen opgenomen.
4. Cƒi treft een voorziening voor de wachtgeldrisico's, als gevolg van de in lid 1 genomen beslissingen tot ontslag, die zal worden opgenomen op de balans van Cƒi. Nadere uitwerking over de hoogte en duur van de voorziening, en de dotaties die hebben plaatsgevonden voor de vulling van de voorziening, zal plaatsvinden in het managementcontract tussen het bestuursdepartement en Cƒi.
5. De hoofddirecteur Cƒi is bestuurder in de zin van de Wet op de ondernemingsraden en voert het overleg over Cƒi-aangelegenheden met de betreffende medezeggenschapsorganen.
6. Cƒi sluit zelfstandig een contract af met een arbo-dienst.
7. Het bestuursdepartement voert mede namens de Cƒi interdepartementaal overleg over kaders- en randvoorwaarden die rechtstreeks voortvloeien uit het kabinetsbeleid.
8. Cƒi maakt integraal gebruik van de departementale (geautomatiseerde) systemen op het gebied van personeel en organisatie.
9. Cƒi is bevoegd tot het voeren van het functioneel zelfbeheer over de database van de Cƒi-omgeving.
10. In het managementcontract worden door en voor Cƒi nadere afspraken gemaakt over de inhoud en frequentie van de informatielevering en de aard van de dienstverlening van de departementale personeelsinformatiesystemen.
Artikel 26
1. Ten aanzien van (geautomatiseerde) systemen op het gebied van personeel en organisatie zal Cƒi gebruik maken van de departementale systemen. In het managementcontract worden hierover nadere afspraken gemaakt.
2. In de zakelijke relatie tussen Cƒi en het bestuursdepartement, treedt laatstgenoemde op als opdrachtnemer en Cƒi als opdrachtgever voor de netwerkdiensten (fysieke laag en transportlaag). Cƒi heeft daarin een taak en de bevoegdheid om eisen te stellen aan de transportdiensten van het bestuursdepartement. Zie voor de gemaakte afspraken over de verhouding tussen het bestuursdepartement en Cƒi een aan deze organisatieregeling toegevoegde bijlage. De bijlage heeft de rechtskracht als was het een artikel in de organisatieregeling.
3. Het bestuursdepartement blijft resultaatverantwoordelijk voor de transportdiensten.
4. Wanneer verschil van inzicht bestaat bij de afstemming tussen vraag en aanbod dan treedt de escalatieregeling in werking.
5. Cƒi is bevoegd tot het vaststellen van een automatiserings- en informatiseringsplan. Terzake van de bedrijfsvoering op het gebied van automatisering en informatievoorziening stemmen Cƒi en facilitair bedrijf onderling af, en verzekeren zij de onderlinge communiceerbaarheid van de desbetreffende systemen.
Artikel 27
1.
Cƒi is zelf verantwoordelijk voor en heeft eigen bevoegdheden betreffende de algemene (materiële) zaken. Hieronder wordt verstaan:
- de aanschaf van meubilair, kantoorbenodigdheden, copieerapparatuur, faxmachines,
- het verzorgen van (extern) drukwerk en copieën,
- het verzorgen van post (ontvangst, interne post en verzending),
- (interne)verhuizingen en verbouwingen,
- telefoon- en faxverkeer.
2. Cƒi kan de uit lid 1 voortvloeiende werkzaamheden uitbesteden aan cq. via het bestuursdepartement.
3. Cƒi maakt gebruik van de faciliteiten van Eurest binnen de kaders van het contract met OCenW.
4. Cƒi maakt om niet gebruik van de gebouw voorzieningen, vergaderzalen, kunst, beveiliging/toegang, beheer en onderhoud van het gebouw.
Artikel 28
Waar betrekking hebbend op de onderdelen bedoeld in art. 26 en art. 27 budgetten aan Cƒi worden overgedragen gelden de volgende bepalingen:
a. a. Gedwongen winkelnering vanuit deze budgetten bij facilitair bedrijf; b. b. De interne spelregels, zoals die voor OCenW zijn gedefinieerd, zijn ook van toepassing op de relatie Cƒi en facilitair bedrijf; c. c. een beperkt aantal schotten (2 of 3) worden aangebracht in de over te hevelen middelen. d. d. Cƒi heeft een eigen postregistratie-systeem en workflow-instrumenten, alsook eigen afspraken met betrekking tot de produktiepost. e. e. Cƒi en facilitair bedrijf zetten de samenwerking voort rond de inkoop van diensten, faciliteiten en produkten op het gebied van informatisering en automatisering (I/A), waar dat nuttig is voor het departement als geheel.
Artikel 29
1. Ten aanzien van voorlichtingsactiviteiten, documentaire voorzieningen (aanschaffen van boeken en abonnementen, etc.) en (buitenlandse) dienstreizen beweegt Cƒi zich binnen de voor OCenW geldende kaders.
2. Cƒi kan werkzaamheden voortvloeiende uit het onder lid 1 genoemde uitbesteden aan cq. via het bestuursdepartement.
Artikel 30
Het financieel beheer van Cƒi is afgezonderd van het beheer van programma- en apparaatskostenbudgetten van het bestuursdepartement.
Artikel 31
Risico's van onvoldoende dekking of betaling van direct of indirect door Cƒi gemaakte kosten die verband houden met werkzaamheden voor derden zullen niet hoger zijn dan het eigen vermogen van Cƒi aankan.
Artikel 32
Er kunnen geen voorzieningen op de balans van Cƒi worden opgenomen dan nadat:
- door Cƒi is aangegeven dat zij een voorziening wenst op te nemen. Daarbij dient te worden aangegeven de maximale hoogte van de voorziening, binnen welke periode deze hoogte moet worden bereikt en de noodzaak voor het opnemen van de voorziening.
- de accountantsdienst van OCenW de onderbouwing van de voorziening heeft getoetst.
- de bestuursraad positief heeft beslist.
Artikel 33
1. De reserves onder de post rente- en aflossingvrij bestaan uit een bestemmingsreserve en een vrije reserve.
2.
Bij de voeding van de post rente en aflossingsvrij vermogen is de volgende winstverdeling van toepassing:
- 25% vloeit terug naar het bestuursdepartement;
- 75% wordt toegevoegd aan de post rente- en aflossingsvrij vermogen van Cƒi.
3. Door Cƒi wordt aan het bestuursdepartement een voorstel gedaan voor de bestemming van het positieve resultaat.
4. Het is Cƒi toegestaan een vrije reserve van maximaal fl. 2 miljoen op de balans te hebben. Het meerdere boven dit bedrag vloeit terug naar het bestuursdepartement.
5. Een negatief resultaat wordt geheel verrekend met de post rente- en aflossingsvrij vermogen.
Artikel 34
Cƒi zal de operationele leasekosten beperken tot 10% van het totale informatiseringsbudget. Operationele lease zal alleen worden toegepast om redenen van aantoonbare doelmatige bedrijfsvoering.
Artikel 35
Het bestuursdepartement dient zorg te dragen voor een tijdige betaling van de termijnbetalingen die worden afgeleid van het apparaatskosten budget. De betaling geschiedt ten gunste van de rekening-courant van Cƒi bij de Rijkshoofdboekhouding, overeenkomstig de behoefte van Cƒi. Een en ander wordt uitgewerkt in het managementcontract.
Artikel 36
Cƒi verstrekt maandelijks aan het Ministerie van Financiën een prognose van de verwachte ontwikkelingen met betrekking tot het saldo in rekening-courant in de komende 4 maanden. Voor de nadere voorschriften wordt verwezen naar de Richtlijnen kasbegroting.
Paragraaf 8. Verantwoording en informatieverschaffing met betrekking tot apparaatskosten
Artikel 37
Cƒi rapporteert periodiek aan de Bestuursraad over de geleverde prestaties. Daarbij wordt aangesloten bij de prestatie-indicatoren en andere prestatieverantwoordingsvariabelen uit het managementcontract. In het managementcontract zijn ook de frequentie en inhoud opgenomen.
Artikel 38
Binnen drie maanden na afloop van het begrotingsjaar legt de hoofddirecteur verantwoording af aan de Bestuursraad over de uitvoering van de werkzaamheden en het gevoerde beheer en beleid van Cƒi zoals deze zijn vastgelegd in het managementcontract en de organisatieregeling Cƒi. De richtlijnen voor deze verantwoording worden opgenomen in het managementcontract. Bij deze verantwoording is een accountantsrapport met daarin een accountantsverklaring van de departementale accountantsdienst gevoegd.
Paragraaf 9. Wijziging Organisatie- en mandaatregeling OCenW
Artikel 39
Wijzigt de Organisatie- en Mandaatregeling Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen 1992.
Paragraaf 9. Slotbepalingen
Artikel 40
Een evaluatie van deze regeling vindt plaats door Cƒi en de minister. Om inzicht te krijgen in de bedrijfsvoering van Cƒi, in de geleverde produkten en de beschikbaargestelde middelen zullen periodiek doelmatigheids- en doeltreffendheidstoetsen worden uitgevoerd door het bestuursdepartement in samenwerking met Cƒi. Voor het eerst zal dit geschieden in 1998 over de jaren 1996 en 1997. Deze evaluatie zal eens in de twee jaar plaatsvinden.
Artikel 41
Op de gevolgen van decentralisatie van de huisvesting en de zogenoemde herijking, ook in personeel opzicht, blijven de daarover gemaakte afspraken in tact.
Artikel 42
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 1996.
Artikel 43
Deze regeling wordt aangehaald als: Organisatieregeling Cƒi.
Bijlage . bij artikel 26; Uitgangspunten samenwerking Cƒi en facilitair bedrijf per 1-1-96
In het volgende staan afspraken die zijn gemaakt tussen Cƒi en facilitair bedrijf over de wijze waarop beide organisaties samenwerken aangaande de transportdiensten voor Cƒi