40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Planningsbesluit orgaantransplantatie | BWBR0009977 | ministeriele-regeling | geldend | 1999-04-01 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0009977 | Planningsbesluit orgaantransplantatie |
Planningsbesluit orgaantransplantatie
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder orgaantransplantatie:
a. a. transplantatie van de volgende organen:
hart;
long;
lever;
nier;
pancreas;
dunne-darm;
strottenhoofd;
- hart;
- long;
- lever;
- nier;
- pancreas;
- dunne-darm;
- strottenhoofd; b. b. implantatie van kunstorganen voor zover betrekking hebbende op bovengenoemde organen en bedoeld als permanente vervanging van het oorspronkelijke orgaan; c. c. xenotransplantatie voor zover betrekking hebbende op bovengenoemde organen.
Artikel 2
Artikel 3 heeft betrekking op orgaantransplantatie die is aangewezen op grond van artikel 2 van de Wet op bijzondere medische verrichtingen.
Artikel 3
De omvang van de behoefte aan verrichtingen strekkende tot orgaantransplantatie en de wijze waarop in die behoefte kan worden voorzien zijn neergelegd in bijlage 1 bij deze regeling.
Artikel 4
Vervallen
Artikel 5
De Regeling Harttransplantatie, de Regeling Longtransplantatie, de Regeling Levertransplantatie en het Planningsbesluit Niertransplantatie worden ingetrokken.
Artikel 6
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 april 1999.
Artikel 7
Deze regeling wordt aangehaald als: Planningsbesluit orgaantransplantatie.
Bijlage 1. bij
Er zijn thans 7 academische ziekenhuizen waar orgaantransplantaties plaatsvinden. Met het huidige aantal centra wordt op dit moment voorzien in de behoefte aan orgaantransplantatie.
De verwachting is dat de behoefte aan orgaantransplantatie de komende jaren zal toenemen. Ontwikkelingen die hierop wijzen zijn onder meer indicatieverruiming bij bestaande vormen van transplantatie, de ontwikkeling van nieuwe vormen van transplantatie en het van kracht worden van de Wet op de orgaandonatie waardoor een toename van het aantal beschikbare donororganen wordt voorzien. Hoe groot deze toename zal zijn is echter niet op voorhand exact aan te geven, en daarmee ook niet de toename in behoefte aan orgaantransplantatie. Om de mogelijke consequenties van een toename in het aanbod van donororganen beter in kaart te brengen is in het kader van de invoering van de Wet op de orgaandonatie door de Ziekenfondsraad, in samenwerking met het College voor Ziekenhuisvoorzieningen en het Nationaal Ziekenhuisinstituut, een scenariostudie uitgevoerd. Deze scenariostudie is voor dit planningsbesluit een belangrijk referentiekader voor de bepaling van de behoefte aan voorzieningen voor orgaantransplantatie.
Bij de aanwijzing van transplantatiecentra in het kader van dit planningsbesluit is aansluiting gezocht bij de op dit moment aanwezige transplantatiecentra en de huidige verdeling van de verschillende vormen van orgaantransplantatie over deze centra. Op deze manier kan optimaal worden voortgebouwd op de bestaande expertise en infrastructuur op het gebied van orgaantransplantatie. Op basis hiervan kan op de volgende wijze in de behoefte aan orgaantransplantatie worden voorzien:
Als centrum voor multi-orgaantransplantatieprogramma’s worden aangewezen:
In deze vier centra kunnen in principe alle huidige, onder de werkingssfeer van artikel 2 WBMV vallende, vormen van orgaantransplantatie worden aangeboden. Daarnaast dienen ook nieuwe vormen van orgaantransplantatie die onder artikel 2 WBMV worden gebracht binnen genoemde centra tot ontwikkeling te worden gebracht.
Aangezien het vanuit het oogpunt van doelmatigheid en kwaliteit ‐ mede gelet op de huidige aantallen transplantaties en de geleidelijke groei die hierin verwacht wordt ‐ niet zinvol is dat alle centra ook daadwerkelijk alle vormen van orgaantransplantatie gaan uitvoeren is het nodig dat de centra onderling een verdeling van de aandachtsvelden per ziekenhuis afspreken. Daarnaast dienen zij afspraken te maken omtrent indicatiestelling, wachtlijstbeheer en behandeling. Hierop zal worden toegezien door een bij de Ziekenfondsraad op te richten Begeleidingscommissie orgaantransplantatie die de transplantatieprogramma’s zal begeleiden. Aan de vergunning zal het voorschrift worden verbonden dat de centra hun medewerking aan de werkzaamheden van de Begeleidingscommissie verlenen. Tevens zullen de centra op grond van artikel 6, lid 3, van de WBMV worden verplicht periodiek gegevens aan de Begeleidingscommissie orgaantransplantatie te overleggen die voor de werkzaamheden van de Begeleidingscommissie relevant zijn.
Als transplantatiecentrum alleen voor nieren worden daarnaast aangewezen;
Ook voor deze centra zullen bovengenoemde voorschriften gelden.
De hiervoor aangegeven centra kunnen in de huidige behoefte aan orgaantransplantatie voorzien. Daarnaast hebben de aangegeven centra voldoende capaciteit om een mogelijke toename van de behoefte aan orgaantransplantatie voorlopig op te vangen. Hierbij is het van belang dat een eventuele toename van de behoefte aan een bepaalde vorm van orgaantransplantatie in eerste instantie wordt opgevangen in de centra waar deze vorm van orgaantransplantatie reeds wordt uitgeoefend.
Uitbreiding van de infrastructurele voorzieningen ten behoeve van orgaantransplantatie binnen de aangewezen centra zal pas worden overwogen wanneer kan worden vastgesteld dat:
Vooralsnog wordt de bestaande situatie gehandhaafd. Dat wil zeggen dat lever- en longtransplantatie bij kinderen voorlopig alleen in het Academisch Ziekenhuis Groningen kan plaatsvinden, harttransplantatie in de academische ziekenhuizen van Rotterdam en Utrecht en niertransplantatie in de academische ziekenhuizen van Utrecht, Rotterdam en Nijmegen en in het Academisch Medisch Centrum te Amsterdam.
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
E. Borst-Eilers.
Bijlage 2
Vervallen