rijk/ministeriele-regeling/planningsbesluit-radiotherapie-2000/BWBR0011656
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Planningsbesluit radiotherapie 2000 BWBR0011656 ministeriele-regeling geldend 2000-09-28 https://wetten.overheid.nl/BWBR0011656 Planningsbesluit radiotherapie 2000

Planningsbesluit radiotherapie 2000

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder radiotherapie: de behandeling van patiënten door middel van:

  • teletherapie
  • brachytherapie.

Artikel 2

De behoefte aan het aantal centra waar radiotherapie plaatsvindt, de spreiding van deze centra over Nederland en de manier waarop eventuele uitbreiding van bestralingapparatuur bij de bestaande centra gerealiseerd moet worden, zijn neergelegd in de bijlage bij deze regeling.

Artikel 3

Het bedrag van de investeringskosten voor apparatuur, bedoeld in artikel 1, onder b ,van het Besluit aanwijzing bijzondere medische verrichtingen, tot welk bedrag een vergunning niet vereist is, wordt vastgesteld op 30 mln. per afzonderlijk apparaat.

Artikel 4

Het Planningsbesluit radiotherapie (Stcrt. 1987, 148) wordt ingetrokken.

Artikel 5

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 6

Deze regeling wordt aangehaald als: Planningsbesluit radiotherapie 2000.

Bijlage . bij

In deze bijlage is het aantal centra waar radiotherapie plaats mag vinden, aangegeven, alsmede de spreiding van deze centra over Nederland en de manier waarop eventuele uitbreiding van bestralingapparatuur bij de bestaande centra gerealiseerd moet worden.

Er zijn thans één en twintig centra waar radiotherapie plaatsvindt. Dit aantal en de spreiding van deze centra over Nederland worden als voldoende beoordeeld. Dit aantal centra zal daarom de komende jaren moeten voorzien in de behoefte aan radiotherapie. De 21 centra waar het om gaat zijn de volgende:

Elk van deze centra is in het bezit van een vergunning voor de medische verrichting radiotherapie als bedoeld in artikel 2 van de Wet op bijzondere medische verrichtingen.

De verwachting is dat de behoefte aan radiotherapie de komende jaren zal toenemen. Met het oog op kwaliteit en doelmatigheid acht ik uitbreiding van het aantal der centra niet aangewezen om deze groei op te vangen. Wel zal in 2005 op basis van een evaluatie door het College voor zorgverzekeringen worden bezien of uitbreiding van het aantal centra tegen die tijd wel noodzakelijk wordt.

De toenemende behoefte aan radiotherapie zal naar mijn oordeel in de bestaande centra kunnen worden opgevangen. Aandacht verdient daarbij de wijze waarop de uitbreiding van tele- en brachytherapieapparatuur en van de steeds daarmee gepaard gaande menskracht (radiotherapeuten, klinisch fysici en laboranten) binnen de bestaande centra wordt opgevangen en welke bouwkundige maatregelen hiervoor benodigd zijn. Uitbreiding van bestralingsapparatuur in een bestaand centrum komt dan ook aan de orde indien:

Deze vier algemene uitgangspunten voor de beoordeling van initiatieven voor de uitbreiding van bestralingapparatuur zijn bedoeld voor het lokaal overleg ter zake.

Bij de afspraken die jaarlijks tussen ziekenhuizen, verzekeraars en de Minister worden gemaakt over de verdeling van de volumegroeiruimte ten behoeve van de ziekenhuiszorg en in het bijzonder over het zogenoemde WBMV-kader, dient rekening te worden gehouden met de behoefte aan uitbreiding van bestralingsapparatuur en de daarvoor noodzakelijke bouwinvesteringen.

Hieraan ten grondslag zal een inventarisatie moeten liggen van de zijde van de betrokken veldpartijen over de benodigde investeringen en exploitatiegevolgen ervan, de spreiding over het land, de afgesproken specialisaties in de centra en de prioriteit der initiatieven.