rijk/ministeriele-regeling/rd-regeling-technologiedomeinen-einstein-telescope/BWBR0048766
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
R&D-regeling technologiedomeinen Einstein Telescope BWBR0048766 ministeriele-regeling geldend 2024-10-16 https://wetten.overheid.nl/BWBR0048766 R&D-regeling technologiedomeinen Einstein Telescope

R&D-regeling technologiedomeinen Einstein Telescope

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • aanvrager: organisatie die, al dan niet namens een consortium, optreedt als aanvrager van de subsidie;
  • AGVV: Verordening (EU) nr. 651/2014 van de Europese Commissie van 17 juni 2014, waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU 2014, L 187/1);
  • arms length-voorwaarde: voorwaarde tussen verschillende rechtspersonen die zijn aangegaan volgens het zakelijkheidsbeginsel zoals bedoeld in artikel 2, onderdeel 39bis, van de AGVV;
  • consortium: samenwerkingsverband tussen ten minste twee niet aan elkaar gelieerde partijen;
  • consortiumovereenkomst: schriftelijke ondertekende overeenkomst waarin de afspraken van het consortium met betrekking tot het project zijn vastgelegd;
  • Einstein Telescope: nog te bouwen geavanceerd observatorium voor zwaartekrachtsgolven;
  • experimentele ontwikkeling: activiteiten als bedoeld in artikel 2, onderdeel 86, van de AGVV;
  • fundamenteel onderzoek: activiteiten als bedoeld in artikel 2, onderdeel 84, van de AGVV;
  • industrieel onderzoek: activiteiten als bedoeld in artikel 2, onderdeel 85, van de AGVV;
  • Kaderregeling: Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS;
  • minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
  • onderneming: onderneming als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de Verordening (EU) nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun (PbEU 2013, L 352/9);
  • project: geheel van onderzoeks- en ontwikkelingsactiviteiten dat aansluit bij het doel van deze regeling, bedoeld in artikel 3 en waarvoor subsidie wordt gevraagd op grond van deze regeling;
  • technologiedomein: kennisgebied waarbinnen in het kader van de mogelijke bouw van de Einstein Telescope ontwikkeling en toepassing van innovaties nodig zijn.

Artikel 2

Deze regeling geldt in aanvulling op de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS.

Artikel 3

De regeling heeft als doel eraan bij te dragen dat de voor de Einstein Telescope relevante technologiedomeinen worden (door)ontwikkeld, om daarmee het hightech bedrijfsleven de mogelijkheid te bieden zich te positioneren op potentiële directe en indirecte valorisatie-effecten en om bij te dragen aan een optimaal innovatief ecosysteem voor de Einstein Telescope, mede om daarmee de kans te maximaliseren dat de Einstein Telescope in de Euregio Maas-Rijn kan worden gerealiseerd. Daartoe worden op grond van deze regeling subsidies verstrekt aan kwalificerende aanvragers voor het uitvoeren van onderzoeks- en ontwikkelingsactiviteiten, voor technologiedomeinen die relevant zijn voor de Einstein Telescope.

Artikel 4

De minister kan subsidie verstrekken voor de volgende activiteiten binnen een project:

a. a. het uitvoeren van fundamenteel onderzoek; b. b. het uitvoeren van industrieel onderzoek of; c. c. het uitvoeren van experimentele ontwikkeling.

Artikel 5

1.

De volgende kosten zijn overeenkomstig artikel 25, derde lid, van de AGVV, subsidiabel:

a. a. personeelskosten: voor onderzoekers, technici en ander ondersteunend personeel, voor zover het desbetreffende personeel zich met het onderzoeksproject bezighoudt; b. b. kosten van apparatuur en uitrusting voor zover zij worden gebruikt voor het project. c. c. kosten van gebouwen en gronden voor zover zij worden gebruikt voor het project, waarbij:

        1°.
        de kosten voor gebouwen zijn beperkt tot de afschrijvingskosten overeenstemmend met de looptijd van het project, berekend volgens algemeen erkende boekhoudkundige beginselen; en
      
      
        2°.
        de kosten voor gronden worden berekend aan de hand van de kosten voor commerciële overdracht of de daadwerkelijk gemaakte kapitaalskosten.

1°. 1°. de kosten voor gebouwen zijn beperkt tot de afschrijvingskosten overeenstemmend met de looptijd van het project, berekend volgens algemeen erkende boekhoudkundige beginselen; en 2°. 2°. de kosten voor gronden worden berekend aan de hand van de kosten voor commerciële overdracht of de daadwerkelijk gemaakte kapitaalskosten. d. d. kosten van contractonderzoek, kennis en octrooien die op arm's length-voorwaarden zijn overeengekomen voor zover deze zijn gekocht bij of waarvoor een licentie wordt verleend door externe bronnen, alsmede kosten voor consultancy en gelijkwaardige diensten die uitsluitend voor het project worden gebruikt; e. e. bijkomende algemene kosten en andere operationele uitgaven, waaronder die voor materiaal, leveranties en dergelijke producten, die rechtstreeks uit het project voortvloeien.

2. Kosten zijn subsidiabele na afloop van de openstellingsperiode van het technologiedomein als bedoeld in artikel 8, eerste lid.

3. Kosten zijn uitsluitend subsidiabel als deze aantoonbaar en direct zijn gerelateerd aan de subsidiabele activiteiten en de doelstelling van deze regeling en noodzakelijk voor de uitvoering van het project.

4. Wanneer de kosten zoals genoemd in het eerste lid niet tijdens hun volledige levensduur voor het project worden gebruikt, worden alleen de afschrijvingskosten overeenstemmend met de looptijd van het project, berekend volgens algemeen erkende boekhoudkundige beginselen, als subsidiabele kosten beschouwd.

Artikel 6

1. De subsidie bedraagt per aanvraag ten minste € 125.000,00.

2.

De subsidie bedraagt ten hoogste:

a. a. 100% van de subsidiabele kosten voor zover deze betrekking hebben op uitsluitend fundamenteel onderzoek; b. b. 50% van de subsidiabele kosten voor zover deze betrekking hebben op industrieel onderzoek; c. c. 25% van de subsidiabele kosten voor zover deze betrekking hebben op experimentele ontwikkeling.

3.

De minister verhoogt de in het tweede lid onder b en c genoemde percentages als voldaan is aan de in artikel 25, vijfde tot en met zevende lid, van de AGVV bedoelde voorwaarden, met:

a. a. 10 procentpunten, indien de aanvrager een middelgrote onderneming zoals bedoeld in de AGVV is en de subsidiabele kosten worden gemaakt en betaald door deze middelgrote onderneming; b. b. 20 procentpunten, indien de aanvrager een kleine onderneming zoals bedoeld in de AGVV is en de subsidiabele kosten worden gemaakt en betaald door deze kleine onderneming. c. c. 15 procentpunten, indien voldaan wordt aan ten minste één van de voorwaarden, bedoeld in artikel 25, zesde lid AGVV.

Artikel 7

1. De subsidie wordt verleend aan en verantwoord door de aanvrager.

2. Op de aanvrager rusten alle aan de subsidie verbonden verplichtingen, ongeacht welke partij feitelijk is belast met de uitvoering van de daarop betrekking hebbende werkzaamheden.

Artikel 8

1. De aanvrager kan subsidie aanvragen gedurende de openstellingsperiode voor een technologiedomein.

2. Een aanvraag voor subsidie kan uitsluitend worden ingediend gedurende een door de minister opengestelde aanvraagperiode zoals aangekondigd in bijlage 2, 4, 5, 6 en 7. Aanvragen die worden ingediend na afloop van een openstellingsperiode worden afgewezen.

3. De subsidieaanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van het aanvraagformulier dat door de minister beschikbaar is gesteld.

4.

Het aanvraagformulier gaat in ieder geval vergezeld van:

a. a. een activiteitenplan; b. b. een begroting.

5.

Indien een aanvraag wordt ingediend namens een consortium, wordt bij de aanvraag tevens een consortiumovereenkomst ingediend, die ten minste voldoet aan de volgende criteria:

a. a. de samenwerkende partijen binden zich op basis van een gezamenlijk plan een bijdrage willen leveren en aan de doelstelling van deze regeling; b. b. in de consortiumovereenkomst wordt de beoogde start- en einddatum van het project benoemd; c. c. de samenwerkende partijen leggen de gemaakte inhoudelijke en financiële afspraken voor de samenwerking in het project schriftelijk vast; d. d. de samenwerkende partijen leggen de gemaakte afspraken voor wat betreft intellectuele-eigendomsrechten vast binnen de kaders zoals aangegeven in bijlage 3; e. e. de samenwerkende partijen machtigen de aanvrager om de subsidie namens hen aan te vragen en (tussentijds) te verantwoorden; f. f. de samenwerkende partijen verbinden zich te voldoen aan het gevraagde subsidiebesluit en bijbehorende rapportage- en verantwoordingsverplichtingen en andere uit de subsidierelatie voortvloeiende subsidieverplichtingen en verantwoordelijkheden.

Artikel 9

1.

De minister besluit over een subsidieaanvraag, bedoeld in artikel 8 aan de hand van de volgende criteria:

a. a. aansluiting bij het technologiedomein van de openstelling; b. b. economisch perspectief: c. c. kwaliteit van de aanvrager of het consortium; en d. d. kwaliteit van het activiteitenplan en de begroting.

2. De beoordelingscriteria zijn uitgewerkt in het beoordelingskader, dat als bijlage 1 bij deze regeling is gevoegd.

3. Subsidie wordt slechts verleend indien alle criteria tenminste als voldoende worden beoordeeld.

Artikel 10

1. De aanvragen worden gerangschikt volgens de systematiek zoals bedoeld in Bijlage 1 bij deze regeling.

2. Indien door toekenning van alle daarvoor in aanmerking komende aanvragen met betrekking tot een bepaald technologiedomein het toepasselijke subsidieplafond zou worden overschreden, kent de minister subsidie toe, op basis van de in het eerste lid bedoelde rangschikking in volgorde van de hoogst gerangschikte aanvragen.

Artikel 11

1.

Voor subsidieverstrekking op grond van deze regeling is in totaal een bedrag van € 12.085.000,00 beschikbaar. Van dit bedrag is voor het technologiedomein:

a. a. Trillingsvrij koelen een bedrag van € 2.585.000,00 beschikbaar; b. b. Vacuümtechnologie een bedrag van € 2.000.000,00 beschikbaar; c. c. Trillingsdemping een bedrag van € 2.750.000,00 beschikbaar, waarvan € 1.375.000,00 voor Thema A als bedoeld in bijlage 4 en € 1.375.000,00 voor Thema B als bedoeld in bijlage 4; d. d. Optica een bedrag van € 2.500.000,00 beschikbaar; en e. e. Thermische deformaties een bedrag van € 2.250.000,00 beschikbaar.

2. De minister stelt per openstellingsperiode een subsidieplafond vast en werkt de technologiedomeinen per openstelling uit als bijlage 2, 4, 5, 6 en 7 bij deze regeling die door wijziging van deze regeling aan deze regeling zal worden gevoegd.

Artikel 12

Onverminderd artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht kan de subsidieverstrekking worden geweigerd, indien:

a. a. ten aanzien van de aanvrager of één of meer van de deelnemers aan het desbetreffende consortium een bevel tot terugvordering uitstaat als bedoeld in artikel 1, vierde lid, onder a, van de AGVV; b. b. de aanvrager of één of meer van de deelnemers aan het desbetreffende consortium doelen nastreeft of activiteiten ontplooit die in strijd zijn met de wet of de openbare orde; c. c. gegronde reden bestaat om aan te nemen dat de te verlenen subsidie niet of in onvoldoende mate zal worden besteed of bijdragen aan het doel waarvoor de subsidie is bedoeld; d. d. een aanvraag inhoudelijk overwegend overlapt met een hoger gerangschikte aanvraag na rangschikking op grond van artikel 10.

Artikel 13

Aan de aanvrager worden de volgende verplichtingen opgelegd:

a. a. de aanvrager start uiterlijk binnen zes maanden na verlening van de subsidie met de projectactiviteiten; b. b. de aanvrager voert de activiteiten waarvoor subsidie wordt verstrekt uit binnen drie kalenderjaren, gerekend vanaf het moment van subsidieverlening; c. c. de aanvrager rapporteert na zes maanden na verlening van de subsidie en vervolgens in ieder geval jaarlijks over de start en de voortgang van het project; d. d. de aanvrager verspreidt de resultaten van de subsidiabele activiteiten waar geen intellectuele-eigendomsrechten op rusten ruim, via conferenties, publicaties, open access-repositories of gratis of opensource-software; e. e. de aanvrager verplicht zich desgevraagd mee te werken aan publicaties en publiciteitsactiviteiten in het kader van deze regeling; f. f. uiterlijk tot vijf jaar na de het moment van subsidievaststelling is de aanvrager verplicht desgevraagd mee te werken aan rapportages en onderzoeksdoeleinden, monitoring en evaluaties; g. g. de aanvrager is verplicht om in het geval van een publicatie over het project de tekst mede ondersteund door de R&D-regeling technologiedomeinen Einstein Telescope te vermelden.

Artikel 14

1. Een aanvraag om subsidievaststelling wordt ingediend met gebruikmaking van een modelformulier dat daartoe door de minister beschikbaar wordt gesteld.

2. De aanvrager legt, overeenkomstig artikel 1.5, onderdeel d, en 7.8 van de Kaderregeling, rekening en verantwoording af aan de hand van een activiteitenverslag en een financieel verslag, inclusief een controleverklaring opgesteld door een accountant.

3. Indien de aanvrager een bekostigde onderwijsinstelling is, wordt de financiële verantwoording over de verleende subsidie, in afwijking van het eerste en tweede lid, gedaan in de jaarverslaggeving overeenkomstig de Regeling jaarverslaggeving onderwijs met model G, onderdeel 2. De verantwoording gaat tevens vergezeld van een activiteitenverslag.

4. De subsidie wordt uitsluitend besteed aan de activiteiten waarvoor deze wordt verleend. Niet-bestede middelen worden teruggevorderd.

Artikel 15

1. Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

2. Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2028, met dien verstande dat de regeling van toepassing blijft op subsidies die zijn verleend op grond van deze regeling.

Artikel 16

Deze regeling wordt aangehaald als: R&D-regeling technologiedomeinen Einstein Telescope.

Bijlage 1. Beoordeling aanvragen

Deze bijlage hoort bij de artikel 9 en 10 van de R&D-regeling technologiedomeinen Einstein Telescope.

In de R&D-regeling technologiedomeinen Einstein Telescope is opgenomen dat de aanvragers per technologiedomein en binnen een vast te stellen periode aanvragen kunnen indienen. De minister beoordeelt de aanvragen op grond van een aantal beoordelingscriteria zoals in de regeling zijn opgenomen. In deze bijlage is uitgewerkt hoe de aanvragen beoordeeld worden en worden de beoordelingscriteria nader uitgelegd. Iedere subsidieaanvraag wordt beoordeeld op basis van het aanvraagformulier (plus bijlagen) aan de hand van de beoordelingscriteria die in dit artikel zijn opgenomen.

Om de besluitvorming zorgvuldig voor te bereiden heeft de minister een groep van deskundige partijen samengesteld om de aanvragen te toetsen aan de beoordelingscriteria die in deze regeling zijn vastgesteld. In deze bijlage wordt de groep aangeduid als de begeleidingsgroep. De leden van deze groep zijn onafhankelijk en de namen van de begeleidingsgroep staan gepubliceerd op de website waar de regeling is aangekondigd.

Bij de beoordeling gaat LIOF uit van de onderstaande scores.

De minister kent totaalscores toe aan de verschillende beoordelingscriteria. Hieronder staat een beschrijving van de beoordelingscriteria:

Voor elk beoordelingscriterium zoals hierboven genoemd kent elk lid van de eerdergenoemde begeleidingsgroep punten toe op een schaal van 0 tot en met 4. De minister berekent het ongewogen gemiddelde van alle vier beoordelingscriteria. Als het project op één van de beoordelingscriteria lager scoort dan een ongewogen gemiddelde van 2 (waarbij wordt afgerond op 1 decimaal), komt het project niet voor subsidie in aanmerking.

De minister berekent vervolgens de totaalscore door de (afgeronde, ongewogen) gemiddelde score voor elk beoordelingscriterium bij elkaar op te tellen. De projecten met de hoogste totaalscores ontvangen de subsidie. Als meerdere subsidieaanvragen dezelfde gemiddelde beoordeling hebben, dan bepaalt de minister op basis van loting welke partij voor subsidie in aanmerking komt.

Het Limburgs Instituut voor Ontwikkeling en Financiering (LIOF) is belast met de uitvoering van de regeling en is gemandateerd te besluiten op de aanvragen en is verantwoordelijk voor de organisatie van de beoordeling.

Bijlage 2. Technologiedomein

Deze bijlage hoort bij de artikelen 8 en 11 van de R&D regeling technologiedomeinen Einstein Telescope

Bijlage 3. Kaders intellectueel eigendom in de consortiumovereenkomst

Deze bijlage hoort bij artikel 8, vijfde lid, onderdeel d, van de R&D-regeling technologiedomeinen Einstein Telescope

De samenwerkende partijen leggen afspraken vast met betrekking tot intellectuele-eigendomsrechten, en daarmee verband houdende toegangsrechten. De toekenning van de rechten is een passende afspiegeling van de werkpakketten, bijdragen en respectieve belangen van de samenwerkende participanten.

Er wordt vastgelegd welke partij de rol van IP coördinator op zich neemt.

Tevens worden afspraken gemaakt over i) het eigenaarschap van en toegang tot achtergrondkennis, zijgrondkennis en voorgrondkennis; ii) de kostenverdeling met betrekking tot het creëren en onderhouden van de portfolio van intellectuele-eigendomsrechten; iii) de keuzes die gemaakt zullen worden met betrekking tot de geheimhouding en beveiliging van informatie, alsmede de besluitvorming met betrekking tot het publiceren dan wel patenteren van nieuwe resultaten; iv) beëindiging en overdraagbaarheid van eigenaarschap van intellectuele-eigendomsrechten binnen het consortium; v) het toetreden van nieuwe partijen tot het consortium; vi) geschilbeslechtingsregelingen.

Tenslotte worden er afspraken vastgelegd over het gebruik en exploitatie van voorgrondkennis. Hierbij valt o.a. te denken aan het gebruik voor onderzoeksdoeleinden door (andere) participanten, commercieel gebruik van voorgrondkennis door participanten, en gebruik van voorgrondkennis voor commercieel gebruik door derden.

Bijlage 4. Openstelling trillingsdemping

Deze bijlage hoort bij de artikelen 8 en 11 van de R&D regeling technologiedomeinen Einstein Telescope

De openstellingstermijn, zoals bedoeld in artikel 8, eerste lid van de R&D-regeling technologiedomeinen Einstein Telescope voor het technologiedomein Trillingsdemping loopt vanaf [22 april 2024] tot en met 31 mei 2024 23:59 uur. Het subsidieplafond, zoals bedoeld in artikel 11, tweede lid van de R&D-regeling technologiedomeinen Einstein Telescope bedraagt € 2.750.000,00.

Bijlage 5. Openstelling Optica

Deze bijlage hoort bij de artikelen 8 en 11 van de R&D-regeling technologiedomeinen Einstein Telescope

De openstellingstermijn, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de R&D-regeling technologiedomeinen Einstein Telescope voor het technologiedomein Optica loopt vanaf 7 juli 2024 tot en met 12 september 2024 om 23:59 uur. Het subsidieplafond, bedoeld in artikel 11, tweede lid, van de R&D-regeling technologiedomeinen Einstein Telescope bedraagt € 2.500.000,00.

Bijlage 6. Openstelling Thermische deformaties

Deze bijlage hoort bij de artikelen 8 en 11 van de R&D-regeling technologiedomeinen Einstein Telescope

Openstelling Thermische deformaties

De openstellingstermijn, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de R&D-regeling technologiedomeinen Einstein Telescope voor het technologiedomein Thermische Deformaties loopt vanaf 2 september 2024 tot en met 17 oktober 2024 om 23:59 uur. Het subsidieplafond, bedoeld in artikel 11, tweede lid, van de R&D-regeling technologiedomeinen Einstein Telescope bedraagt € 2.250.000,00. De uiterste einddatum voor afronding van projecten binnen dit domein is 30 juni 2027.

Bijlage 7. Openstelling Vacuümtechnologie

*Deze bijlage hoort bij de artikelen 8 en 11 van de R&D-regeling technologiedomeinen Einstein Telescope *

De openstellingstermijn, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de R&D-regeling technologiedomeinen Einstein Telescope voor het technologiedomein Vacuümtechnologie loopt vanaf 25 oktober 2024 tot en met 28 november 2024 om 23:59 uur. Het subsidieplafond, bedoeld in artikel 11, tweede lid, van de R&D-regeling technologiedomeinen Einstein Telescope bedraagt € 2.000.000,00. De uiterste einddatum voor afronding van projecten binnen dit domein is 30 juni 2027.

Voor de Einstein Telescope (hierna: ET) is ongeveer 120 kilometer vacuümbuis nodig met een binnendiameter van 1 meter om laserstralen ongestoord tussen spiegels te laten kaatsen.

De huidige detectoren gebruiken roestvrij staal (AISI 304L) voor hun 3 tot 4 kilometer lange buizen, met een diameter van 0,7 tot 0,9 meter en een wanddikte van 3 tot 4 millimeter. Deze werken bij een totale vacuümdruk van 10-8 millibar (hierna: mbar).

Als deze technologie wordt opgeschaald naar de ET zal dat resulteren in een duur arm-vacuümsysteem. Daarnaast heeft ET strengere ultrahoogvacuüm (hierna: UHV) eisen.

Binnen dit domein staat de zoektocht naar alternatieven voor dit vacuümsysteem centraal. Parallel wordt er bij andere instituten waaronder CERN nader onderzoek gedaan.

De hoofdvraag luidt: Hoe bouwen we de 120 kilometer UHV vacuümbuizen voor de armen van de ET, die aan alle eisen voldoen?

Specifiek gaat het om de industrialisatie en proof-of-concept van een kostenefficiënte productie- en ondergrondse installatiestrategie, voor de vacuümsystemen van de ET op basis van een corrugated buisontwerp. Bij een corrugated buisconcept wordt uit plaatmateriaal een gegolfde vorm gemaakt om de buis te verstevigen en waardoor de wanddikte dunner kan zijn.

Hierbij moet rekening worden gehouden met het reduceren van de kosten ten opzichte van een conventioneel AISI 304L buissysteem, de doorlooptijden, de reductie met betrekking tot lifecycle-analyse uitkomsten en risicos. Hierop zijn, onder andere maar niet uitsluitend, het uitstookproces voor het reduceren van restgassen, de reinheidseisen van oppervlakken en de betrouwbaarheid van eventuele lassen van grote invloed. Een algehele systeemintegratie is cruciaal, niet alleen met het oog op de kosten, maar ook met het oog op de vereiste lange levensduur van minstens 50 jaar met idealiter weinig onderhoud.

De Einstein Telescope Organisatie heeft een contract met CERN voor de ontwikkeling van de UHV-buizen. In dit contract is afgesproken dat CERN het Technisch Design Rapport schrijft, een prototype bouwt en test, workshops organiseert en contact onderhoudt met de collegas die werken aan de Cosmic Explorer (toekomstige gravitatiegolfdetector in de US). Binnen dit project wordt door CERN nog volop gewerkt aan verschillende werkpakketten. Resultaten vanuit de werkpakketten zullen na goedkeuring worden gedeeld.

CERN is echter een wetenschappelijke onderzoeksfaciliteit. CERN heeft veel ervaring met grote projecten, maar voor de fabricage en installatie van 120 kilometer vacuümbuis is kennis vanuit de industrie nodig. Die kennis is belangrijk om de maakbaarheid en industrialisatie van de vacuümbuis verder te ontwikkelen.

De vacuümbuizen moeten voldoen aan de eisen die zijn opgesteld in het document: Einstein Telescope beampipe requirements (ET-0385A-24, 2024; te downloaden via www.einsteintelescopeforbusiness.nl). In dit document staan bijvoorbeeld de eisen over de maximale restgasdrukken in de buis en eisen over het afvangen van lichtvervuiling door schotten, veroorzaakt door het weerkaatsen van de laser tegen restgassen, deeltjes en andere vervuiling.

Andere onderwerpen zijn de diameter van de buis, de werkcondities onder de grond en de uitlijning van de buis. Voortvloeiend uit dit pakket van eisen volgen impliciete eisen op bijvoorbeeld maakbaarheid en betrouwbaarheid.

Binnen dit domein zijn er een aantal specifieke uitdagingen waarbij de inbreng van het bedrijfsleven is gewenst. Deze uitdagingen zijn:

Een ontwerp van de corrugated buis is beschikbaar, maar dit ontwerp kan aangepast worden als dat een verbetering voor de productie en/of installatie oplevert. Ferritisch roestvrij staal AISI 441 / X2CrTiNb18 wordt op dit moment als voorkeursmateriaal beschouwd, omdat verwacht wordt dat dit een substantiële kostenbesparing kan opleveren (Carlo Scarcia, Study of selected mild steels for application in vacuum systems of future gravitational wave detectors, *Journal of Vacuum Science and Technology, *5 augustus 2024). Roestvrij staal AISI 304L wordt beschouwd als alternatief en back-up materiaal.

Er zijn in overleg mogelijkheden tot samenwerking met en testen bij CERN.

Naast de reeds genoemde documentatie, zijn er diverse rapporten waarin meer informatie is te vinden:

In een aantal gerelateerde projecten is vooronderzoek gedaan naar de uitdagingen: