rijk/ministeriele-regeling/rechtspositieregeling-lid-raad-van-bestuur-uwv/BWBR0013257
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Rechtspositieregeling lid Raad van bestuur UWV BWBR0013257 ministeriele-regeling geldend 2015-06-17 https://wetten.overheid.nl/BWBR0013257 Rechtspositieregeling lid Raad van bestuur UWV

Rechtspositieregeling lid Raad van bestuur UWV

Artikel 1

In deze regeling en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Artikel 2

1. De beloning wordt bij beschikking vastgesteld, waarbij de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector in acht wordt genomen.

2. Het bedrag van de beloning is inclusief een vakantie- en een eindejaarsuitkering overeenkomstig de bepalingen van de voor het UWV geldende CAO.

3.

De beloning, bedoeld in het eerste lid, wordt, met uitzondering van vakantie- en eindejaarsuitkering, uitbetaald in gelijke maandelijkse termijnen.

De vakantie- en eindejaarsuitkering worden eens per jaar uitbetaald, in de maanden mei respectievelijk december van ieder jaar.

4. Het bedrag van de beloning wordt aangepast aan de ontwikkeling van het bezoldigingsmaximum, bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, van de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector.

Artikel 3

1. Een lid heeft recht op een vergoeding van reis- en verblijfkosten overeenkomstig de regeling van het UWV voor het vergoeden van reis- en verblijfkosten.

2. Een lid ontvangt een representatievergoeding overeenkomstig het Algemeen Rijksambtenarenreglement.

Artikel 4

Een lid heeft aanspraak op de verloffaciliteiten die gelden voor de personen in dienst van het UWV.

Artikel 5

In geval van ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte of gebreken, zwangerschap of bevalling zijn de bepalingen ten aanzien van doorbetaling van de bezoldiging van het Algemeen Rijksambtenarenreglement van overeenkomstige toepassing.

Artikel 6

1. In geval van niet-herbenoeming dan wel tussentijds ontslag, anders dan op eigen verzoek en anders dan ten gevolge van eigen schuld of toedoen, heeft een lid in aanvulling op de reguliere aanspraak op een uitkering krachtens de Werkloosheidswet aanspraak op een bovenwettelijke uitkering.

2.

De hoogte en duur van deze uitkering worden vastgesteld overeenkomstig de bepalingen van het Besluit bovenwettelijke uitkering bij werkloosheid voor de sector Rijk, met dien verstande dat als diensttijd voor de vaststelling van hoogte en duur van genoemde uitkering tevens geldt:

a. a. de tijd dat een lid is benoemd in de Raad van bestuur van het UWV; b. b. de tijd dat een lid direct voorafgaand aan zijn benoeming in de Raad van bestuur op basis van een arbeidsovereenkomst werkzaam is geweest bij het UWV of één van de rechtsvoorgangers van het UWV.

3. Als berekeningsbasis voor de hoogte van de uitkering, bedoeld in het eerste lid, geldt het salarisbedrag dat geldt voor leden van de topmanagementgroep, bedoeld in bijlage A van het Bezoldigingsbesluit burgerlijke rijksambtenaren 1984, exclusief bijzondere toeslagen.

Artikel 7

1. Een lid onthoudt zich van het openbaren van gedachten of gevoelens, indien daardoor de goede vervulling van zijn functie of het goede functioneren van de openbare dienst, voorzover deze in verband staat met zijn functievervulling, niet in redelijkheid zouden zijn verzekerd.

2. Het is een lid verboden nevenbetrekkingen te vervullen die ongewenst zijn met het oog op een goede vervulling van zijn functie of de handhaving van zijn onafhankelijkheid of van het vertrouwen daarin.

3. Het is een lid in zijn ambt verboden vergoedingen, beloningen, giften of beloften van derden te vorderen, te verzoeken of aan te nemen.

Artikel 8

1. De kosten die voortvloeien uit deze regeling komen ten laste van het UWV.

2. Het UWV is belast met de uitvoering van deze regeling.

3. Voor zover niet anders is vermeld zijn de bepalingen van de voor het UWV geldende CAO van overeenkomstige toepassing.

Artikel 8a

Op de beloning van een lid wiens benoeming heeft plaatsgevonden voor 1 juli 2015, blijft artikel 2 van deze regeling van toepassing, zoals dit luidde op 30 juni 2015, tot de datum met ingang waarvan dit lid wordt herbenoemd.

Artikel 9

Deze regeling wordt aangehaald als: Rechtspositieregeling lid Raad van bestuur UWV.

Artikel 10

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2002.