rijk/ministeriele-regeling/regeling-aanvraag-en-vergelijkende-toets-vergunningen-kavels-a7-en-a8-in-de-fm-b/BWBR0029915
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Regeling aanvraag en vergelijkende toets vergunningen kavels A7 en A8 in de FM-band en aanvraag vergunningen voor frequentieruimte in band III BWBR0029915 ministeriele-regeling geldend 2011-04-30 https://wetten.overheid.nl/BWBR0029915 Regeling aanvraag en vergelijkende toets vergunningen kavels A7 en A8 in de FM-band en aanvraag vergunningen voor frequentieruimte in band III

Regeling aanvraag en vergelijkende toets vergunningen kavels A7 en A8 in de FM-band en aanvraag vergunningen voor frequentieruimte in band III

Paragraaf 1. Algemeen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. a.

    *minister:* Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;

b. b.

    *commerciële radio-omroep:* radio-omroep als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Mediawet 2008 die wordt verzorgd door een commerciële media-instelling als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van die wet;

c. c.

    *ongeclausuleerde landelijke commerciële radio-omroep:* landelijke commerciële radio-omroep waarvoor geen gebruiksvoorschriften op grond van de Regeling aanwijzing en gebruik frequentieruimte commerciële radio-omroep 2003 gelden;

d. d.

    *geclausuleerde landelijke commerciële radio-omroep:* landelijke commerciële radio-omroep waarvoor gebruiksvoorschriften op grond van de artikelen 2 tot en met 6 van de Regeling aanwijzing en gebruik frequentieruimte commerciële radio-omroep 2003 gelden;

e. e.

    *kavel:* frequentie of samenstel van frequenties voor het gebruik waarvan een vergunning kan worden verleend;

f. f.

    *kavel A7:* kavel A7 als bedoeld in het besluit van de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie van 26 april 2011, nr. AT-EL&I/ 6614918, houdende de vaststelling van twee vergunningen voor landelijke commerciële radio-omroep (kavels A7 en A8) alsmede twee vergunningen voor digitale radio-omroep (Stcrt. 2011, 7602);

g. g.

    *kavel A8:* kavel A8 als bedoeld in het besluit van de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie van 26 april 2011, nr. AT-EL&I/ 6614918, houdende de vaststelling van twee vergunningen voor landelijke commerciële radio-omroep (kavels A7 en A8) alsmede twee vergunningen voor digitale radio-omroep (Stcrt. 2011, 7602);

h. h.

    *financieel bod:* bedrag dat de aanvrager als onderdeel van zijn aanvraag op een kavel uitbrengt;

i. i.

    *radioprogramma:* radioprogramma als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Mediawet 2008;

j. j.

    *vergunning voor digitale radio-omroep:* vergunning als bedoeld in het besluit van de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie van 26 april 2011, nr. AT-EL&I/ 6614918, houdende de vaststelling van twee vergunningen voor landelijke commerciële radio-omroep (kavels A7 en A8) alsmede twee vergunningen voor digitale radio-omroep (Stcrt. 2011, 7602).

Paragraaf 2. Vergunningen voor frequentieruimte in de FM-band

Artikel 2

1. De beschikbare frequentieruimte in de FM-band voor ongeclausuleerde landelijke commerciële radio-omroep waarvoor een vergunningaanvraag kan worden ingediend, bestaat uit kavel A7.

2. De beschikbare frequentieruimte in de FM-band voor geclausuleerde landelijke commerciële radio-omroep waarvoor een vergunningaanvraag kan worden ingediend, bestaat uit kavel A8.

Artikel 3

1. Een aanvraag wordt ingediend bij de minister.

2. Een aanvraag wordt uiterlijk op 10 juni 2011 om 14.00 uur per post ontvangen op dan wel door middel van persoonlijke overhandiging ingediend op het volgende adres: Agentschap Telecom, Emmasingel 1, 9726 AH Groningen.

3. Bij persoonlijke overhandiging van de aanvraag wordt een bewijs van ontvangst afgegeven dat is voorzien van datum en tijdstip van ontvangst en ondertekening.

4. Een aanvrager dient slechts één aanvraag in, ook indien die betrekking heeft op beide vergunningen als bedoeld in artikel 2. Met elkaar verbonden instellingen als bedoeld in artikel 6.24, tweede lid, van de Mediawet 2008 dienen eveneens slechts één aanvraag in.

5. Een aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van het in bijlage 1 opgenomen model en gaat vergezeld van de gegevens en bescheiden, bedoeld in de bij deze regeling behorende bijlagen.

6. Een aanvraag is in de Nederlandse taal gesteld.

7. Met de gegevens en bescheiden, bedoeld in het vijfde lid, worden gelijkgesteld zodanige gegevens en bescheiden krachtens het recht van een van de andere lidstaten van de Europese Unie of een van de andere staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte.

8. De gegevens en bescheiden, bedoeld in het vijfde lid, mogen in afwijking van het zesde lid, in een van de officiële talen van de Europese Unie of de Europese Economische Ruimte worden gesteld. In dat geval worden die gegevens en bescheiden vergezeld van een Nederlandse vertaling van die gegevens en bescheiden.

9. Teneinde te kunnen voldoen aan het Nationaal Frequentieplan 2005, doet de aanvrager zijn aanvraag vergezeld gaan van een aanvraag voor een vergunning voor digitale radio-omroep of, in het geval de eerstgenoemde aanvraag betrekking heeft op kavel A7 en kavel A8, een aanvraag voor twee vergunningen voor digitale radio-omroep als bedoeld in artikel 20.

Artikel 4

Een aanvrager brengt op elke kavel waarop zijn aanvraag betrekking heeft een onvoorwaardelijk en onherroepelijk financieel bod uit.

Artikel 5

1. Een aanvrager verstrekt ten behoeve van de betaling van het financieel bod een waarborgsom of een bankgarantie ter grootte van zijn financieel bod of, in het geval de aanvraag betrekking heeft op kavel A7 en kavel A8, ter grootte van de som van zijn financiële biedingen.

2. Uiterlijk op 10 juni 2011 om 14.00 uur moet een waarborgsom zijn ontvangen op bankrekeningnummer 56.99.94.039, ten name van Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie; Agentschap Telecom, onder vermelding van kavel A7/A8 of een bankgarantie volgens het model, bedoeld in bijlage 2, zijn verstrekt.

Artikel 6

1. De aanvrager die een eenmalig bedrag verschuldigd is op grond van artikel 2, eerste of tweede lid, van de Regeling vaststelling eenmalig bedrag uitgifte kavel A7 2011, verstrekt een waarborgsom of een bankgarantie ter grootte van een zesde deel van het verschuldigde bedrag.

2. Artikel 5, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.

3. De aanvrager kan voor de verstrekking van de in het eerste lid en de in artikel 5, eerste lid, bedoelde zekerheden volstaan met de verstrekking van één waarborgsom of bankgarantie.

Artikel 7

Indien niet is voldaan aan artikel 3, tweede of negende lid, weigert de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie de vergunning.

Artikel 8

1. Indien een aanvrager niet heeft voldaan aan de in artikel 3, eerste en vierde tot en met achtste lid, of artikelen 4 tot en met 6 gestelde eisen, deelt de minister dit de aanvrager mee en stelt de minister de aanvrager overeenkomstig artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht in de gelegenheid het verzuim te herstellen.

2. Een aanvrager heeft gedurende vijf werkdagen te rekenen vanaf de dag na dagtekening van de mededeling, bedoeld in het eerste lid, de gelegenheid het verzuim te herstellen.

3. De gegevens of bescheiden ten behoeve van het verzuimherstel worden per post ontvangen op dan wel door middel van persoonlijke overhandiging ingediend op het adres, genoemd in artikel 3, tweede lid, binnen de in het tweede lid bedoelde termijn, met dien verstande dat de ontvangst geschiedt vóór 17.00 uur. Verzuimherstel aangaande de waarborgsom geschiedt binnen dezelfde termijn en voor de overige aspecten overeenkomstig artikel 5, tweede lid.

4. Indien het verzuim niet binnen de termijn, bedoeld in het tweede en derde lid en op de wijze vermeld in het derde lid, is hersteld of de aanvrager na herstel niet heeft voldaan aan de in artikel 3, eerste en vierde tot en met achtste lid, of artikelen 4 tot en met 6 gestelde eisen, kan de aanvraag overeenkomstig artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht buiten behandeling worden gelaten.

Artikel 9

1. Een aanvrager is een privaatrechtelijke rechtspersoon naar Nederlands recht of het equivalent daarvan naar het recht van een van de overige lidstaten van de Europese Unie of een van de overige staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, en heeft zijn statutaire zetel, zijn hoofdbestuur of zijn hoofdvestiging binnen de Europese Economische Ruimte.

2.

Een aanvrager voldoet voorts aan de volgende eisen:

a. a. de aanvrager verkeert niet in staat van faillissement of liquidatie, b. b. de aanvrager is geen surseance van betaling verleend, noch is door de aanvrager surseance van betaling aangevraagd, en c. c. er is geen beslag gelegd op het vermogen dan wel op een of meer bedrijfsmiddelen van de aanvrager die een aanmerkelijk deel van het vermogen van de aanvrager vormen.

3. Met de eisen, bedoeld in het tweede lid, onderdelen a, b en c, worden gelijkgesteld zodanige eisen volgens het recht van een van de andere lidstaten van de Europese Unie of een van de andere staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte.

Artikel 10

Een aanvrager beschikt over de vereiste toestemming van het Commissariaat voor de Media, bedoeld in artikel 3.1 van de Mediawet 2008.

Artikel 11

Een aanvrager heeft zich blijkens een door hem ondertekende verklaring overeenkomstig bijlage 3 bij deze regeling ertoe verplicht dat een krachtens deze regeling aan hem verleende vergunning zal worden gebruikt voor het uitzenden van een radioprogramma van een commerciële omroepinstelling:

a. a. dat, voor zover het gepresenteerde programmaonderdelen tussen 07.00 uur en 19.00 uur betreft, voor ten minste 50 procent in de Nederlandse of Friese taal wordt gepresenteerd, en b. b. waarin tussen 07.00 uur en 23.00 uur, voor zover in deze uren wordt uitgezonden, ten minste één maal per uur op het hele uur een programmaonderdeel geheel bestaande uit nieuws is opgenomen.

Artikel 12

Indien niet is voldaan aan de artikelen 9 tot en met 11, weigert de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie de vergunning.

Artikel 13

Indien na toepassing van de artikelen 2 tot en met 12 slechts één aanvrager in aanmerking komt voor een vergunning voor een kavel, vinden de artikelen 14, 15, 17 en 18 geen toepassing en wordt door de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie aan de desbetreffende aanvrager een vergunning voor die kavel verleend.

Artikel 14

1.

Per aanvraag wordt getoetst in hoeverre de aanvrager zich in verhouding tot andere aanvragers van een vergunning voor eenzelfde kavel, op basis van de door hem verstrekte gegevens en bescheiden een bestendige vergunninghouder toont, tot uiting komend in een op korte en lange termijn zichtbare:

sterke financiële positie, solide inrichting van de organisatie waaruit blijkt dat hij in staat is op een professionele manier radioprogrammas te maken.

2.

De toetsing, bedoeld in het eerste lid, geschiedt aan de hand van elk van de volgende elementen:

a) a) solvabiliteitsratio, b) b) voldoening financieringsbehoefte, c) c) rendement, d) d) kennis en ervaring aangaande productie en exploitatie van een radioprogramma, e) e) technische middelen voor productie en exploitatie van een radioprogramma, f) f) rechtsvorm en g) g) principes van goed bestuur.

3. De toetsing, bedoeld in het eerste lid, geschiedt in elk geval op basis van een bedrijfsplan, dat deel uitmaakt van de aanvraag, en dat is opgesteld overeenkomstig bijlage 4 van deze regeling. Bij de toetsing aan de hand van de elementen, bedoeld in het tweede lid, wordt tevens de samenhang en het realiteitsgehalte betrokken.

4. Per aanvraag die betrekking heeft op kavel A8 wordt naast de toetsing, bedoeld in het eerste lid, getoetst in hoeverre de aanvrager in verhouding tot andere aanvragers op basis van zijn programmatische voornemens significant meer biedt dan hetgeen voor die kavel is voorgeschreven op grond van artikel 4 van de Regeling aanwijzing en gebruik frequentieruimte commerciële radio-omroep 2003.

Artikel 15

1. Bij de toetsing, bedoeld in artikel 14, eerste lid, wordt de bestendigheid van de aanvrager op basis van zijn bedrijfsplan gewaardeerd met een nul (0) of een plus (+).

2. De waardering van een nul (0) of een plus (+) is gebaseerd op een beoordeling van de elementen van toetsing, bedoeld in artikel 14, tweede lid, waarin de samenhang en het realiteitsgehalte worden betrokken en waarbij de gezamenlijke elementen a, b en c beduidend zwaarder wegen dan de gezamenlijke elementen d, e, f en g.

3. Indien een van de elementensolvabiliteitsratio, voldoening financieringsbehoefte of rendement naar het oordeel van de Minister als onvoldoende wordt beoordeeld, kan een plus (+) als bedoeld in het eerste lid niet of niet mede gebaseerd zijn op die elementen.

4. Bij de toetsing, bedoeld in artikel 14, vierde lid, worden de programmatische voornemens gewaardeerd met een nul (0) of een plus (+).

5.

Per kavel worden de aanvragers per kavel als volgt in een rangorde gezet:

a. a. een aanvrager die het hoogste aantal plussen (+) scoort, is hoger in rangorde dan een aanvrager die een lager aantal plussen of een nul (0) scoort, b. b. indien er meerdere aanvragers met eenzelfde hoogste aantal plussen (+) zijn, bepaalt het financieel bod de rangorde tussen deze aanvragers waarbij de aanvrager met het hoogste financieel bod het hoogste in rangorde is, en c. c. indien er meerdere aanvragers met eenzelfde hoogste aantal plussen (+) zijn en het door hen uitgebrachte financieel bod gelijk is, bepaalt de minister via loting wie van deze aanvragers het hoogste in rangorde is.

6. Indien er voor een kavel uitsluitend aanvragers met een nul (0) zijn, is voor het bepalen van de rangorde het vijfde lid, onderdelen b en c, van overeenkomstige toepassing.

Artikel 16

Een aanvrager die een vergunning verkrijgt voor een kavel, betaalt het door hem voor die kavel uitgebrachte bod, tenzij hij als enige het hoogste aantal plussen heeft verkregen op grond van artikel 15 of hem een vergunning wordt verleend op grond van artikel 13.

Artikel 17

Een kavel wordt, onverminderd artikel 3.6 van de Telecommunicatiewet, toegewezen aan de aanvrager die daarvoor de hoogste in rangorde is.

Artikel 18

1. De minister draagt de aanvragers aan wie de kavels zijn toegewezen voor het verlenen van een vergunning voor aan de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie.

2. De Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie beslist op de aanvragen waarop de vergelijkende toets is toegepast, binnen vier weken na de voordracht, bedoeld in het eerste lid.

Artikel 19

1.

Indien een vergunning voor kavel A7 of kavel A8 wordt verleend waarvoor op grond van artikel 16 een financieel bod moet worden betaald:

a. a. wordt de waarborgsom, bedoeld in artikel 5, eerste lid, aangewend voor betaling van het door hem op grond van artikel 16 verschuldigde bedrag; b. b. betaalt de aanvrager aan wie een vergunning wordt verleend en die een bankgarantie als bedoeld in artikel 5, eerste lid, had gesteld, binnen twee weken na de vergunningverlening het op grond van artikel 16 verschuldigde bedrag door overmaking van dat bedrag op het bankrekeningnummer, genoemd in artikel 5, tweede lid, onder vermelding van Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, kavels A7/A8.

2. Indien een vergunninghouder niet binnen de termijn, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, het door hem verschuldigde bedrag heeft betaald of niet volledig heeft betaald, wordt de door hem overgelegde bankgarantie voor betaling aangewend.

3. De Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie stort de waarborgsom van de aanvrager aan wie geen vergunning wordt verleend, terug.

4. Indien de waarborgsom van een aanvrager meer bedraagt dan het door hem op grond van artikel 16 verschuldigde bedrag, wordt het deel van de waarborgsom dat resteert, teruggestort.

5.

De Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie vergoedt de rente over de gestorte waarborgsom vanaf de dag waarop hij de waarborgsom heeft ontvangen op het bankrekeningnummer, genoemd in artikel 5, tweede lid, met dien verstande dat de rente wordt vergoed tot en met de dag:

a. a. voorafgaand aan de dag waarop de waarborgsom door de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie wordt teruggestort: voor de aanvrager aan wie geen vergunningen worden verleend, of b. b. waarop de vergunning voor kavel A7 of kavel A8 wordt verleend.

6. De Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie vergoedt voorts aan een aanvrager van wie de waarborgsom meer bedraagt dan het verschuldigde bedrag, rente over het restant over de periode vanaf de dag na de dag dat de vergunning is verleend tot en met de dag voorafgaand aan de dag waarop het restant van de waarborgsom door de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie wordt teruggestort, met dien verstande dat alleen rente wordt betaald over dat restant.

7. De rente wordt berekend volgens actual/360 op basis van de door de Europese Centrale Bank vastgestelde Euro Overnight Index Average, minus 4 basispunten.

Paragraaf 3. Vergunningen voor frequentieruimte in band III

Artikel 20

1. Een aanvraag voor een vergunning voor digitale radio-omroep wordt ingediend bij de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie.

2. De artikelen 3, tweede tot en met negende lid, en 6 tot en met 10 en 12 zijn van overeenkomstige toepassing.

Artikel 21

Indien een vergunning wordt verleend voor kavel A7 of kavel A8, verleent de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie gelijktijdig een vergunning voor digitale radio-omroep.

Paragraaf 4. Wijziging

Artikel 22

Wijzigt de Regeling aanwijzing en gebruik frequentieruimte commerciële radio-omroep 2003.

Paragraaf 5. Slotbepalingen

Artikel 23

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 24

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling aanvraag en vergelijkende toets vergunningen kavels A7 en A8 in de FM-band en aanvraag vergunningen voor frequentieruimte in band III.

Bijlage 1. : Model vergunningaanvraag als bedoeld in

De aanvrager voor een vergunning voor kavel A7 of A8, alsmede een vergunning voor digitale radio-omroep, volgt het format en de schemas van deze bijlage.

Bijlage 2. : Modelbankgarantie als bedoeld in

Bijlage 3. : Modelverklaring als bedoeld in

Ondergetekende verklaart dat:

Naam aanvrager:

Handtekening:

Bijlage 4. als bedoeld in