rijk/ministeriele-regeling/regeling-administratieve-uitvoeringsvoorschriften-bbz-2004/BWBR0008100
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Regeling administratieve uitvoeringsvoorschriften Bbz 2004 BWBR0008100 ministeriele-regeling geldend 1996-03-23 https://wetten.overheid.nl/BWBR0008100 Regeling administratieve uitvoeringsvoorschriften Bbz 2004

Regeling administratieve uitvoeringsvoorschriften Bbz 2004

Paragraaf 1. Definities

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. a. de minister: de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid; b. b. Abw: de Algemene bijstandswet; c. c. heronderzoek: het onderzoek, bedoeld in artikel 66, derde lid, van de Abw; d. d. beëindigingsonderzoek: het onderzoek, bedoeld in artikel 66, vijfde lid, van de Abw; e. e. debiteurenonderzoek: het onderzoek bedoeld in artikel 66, zesde lid, van de Abw; f. f. opschortingsperiode: de periode van opschorting van de bijstand, bedoeld in artikel 69, eerste lid, van de Abw.

Paragraaf 2. Onderzoeken ter zake van uitkeringen en vorderingen

Artikel 2

1.

Burgemeester en wethouders verrichten het heronderzoek, uitmondend in een besluit of in een aantekening als bedoeld onder d, binnen acht maanden:

a. a. na de ingangsdatum van de uitkering; of indien de uitkering met terugwerkende kracht is toegekend, b. b. na de aanvraagdatum van de uitkering; c. c. na de datum waarop het besluit naar aanleiding van het laatst verrichte heronderzoek werd genomen; of indien tot een zodanig besluit geen aanleiding bestond, d. d. na de datum waarop blijkens een daartoe strekkende aantekening in het dossier van belanghebbende het laatst verrichte heronderzoek werd afgesloten.

2.

Burgemeester en wethouders kunnen aan de hand van door hen vast te stellen criteria voor categorieën van uitkeringsgerechtigden en voor te onderzoeken gegevens en omstandigheden termijnen vaststellen die afwijken van de in het eerste lid genoemde termijn, mits:

a. a. zij een daartoe strekkend onderzoeksplan hebben opgesteld; b. b. de termijn niet meer bedraagt dan 18 maanden.

3.

Het in het tweede lid bedoelde onderzoeksplan omvat tenminste:

a. a. de criteria op grond waarvan een differentiatie zal plaatsvinden naar de categorieën van uitkeringsgerechtigden, de te onderzoeken gegevens en omstandigheden en de onderzoekstermijnen; b. b. de onderscheiden termijnen die gehanteerd worden; c. c. de globale groepskenmerken van de categorieën uitkeringsgerechtigden waarop de onderscheiden termijnen betrekking hebben; d. d. de wijze waarop, gezien de in het onderzoeksplan aangebrachte onderscheidingen, uitvoering wordt gegeven aan het heronderzoek.

4. Afwijkende termijnen worden niet met terugwerkende kracht vastgesteld.

Artikel 3

Burgemeester en wethouders nemen op basis van het beëindigingsonderzoek uiterlijk zes maanden na de laatste maand waarin betaling van de uitkering heeft plaatsgevonden een besluit, met betrekking tot de wederzijds tussen de gemeente en de belanghebbende resterende verplichtingen en de afwikkeling daarvan.

Artikel 4

1.

Burgemeester en wethouders verrichten het debiteurenonderzoek, uitmondend in een besluit of in een aantekening als bedoeld onder c, binnen twaalf maanden:

a. a. na de datum waarop de vordering is ontstaan; b. b. na de datum waarop het besluit naar aanleiding van het laatst verrichte debiteurenonderzoek werd genomen; of indien tot een zodanig besluit geen aanleiding bestond, c. c. na de datum waarop blijkens een daartoe strekkende aantekening in het dossier van belanghebbende het laatst verrichte debiteurenonderzoek werd afgesloten.

2. Burgemeester en wethouders kunnen aan de hand van door hen vast te stellen criteria voor categorieën van vorderingen en van personen, termijnen vaststellen die afwijken van de in het eerste lid genoemde termijn, indien zij voor de in het eerste lid bedoelde onderzoeken een debiteurenonderzoeksplan hebben opgesteld.

3.

Het in het tweede lid bedoelde debiteurenonderzoeksplan omvat ten minste:

a. a. de criteria op grond waarvan een differentiatie zal plaatsvinden naar de categorieën van vorderingen en van personen; b. b. de onderscheiden termijnen die gehanteerd worden; c. c. de globale groepskenmerken van de categorieën van vorderingen en van personen; d. d. de wijze waarop, gezien de in het debiteurenonderzoeksplan aangebrachte onderscheidingen, uitvoering wordt gegeven aan het debiteurenonderzoek.

4. Afwijkende termijnen worden niet met terugwerkende kracht vastgesteld.

5. Ten aanzien van vorderingen waarvan de betalings- en aflossingstermijnen een periode van vijf jaar, te rekenen vanaf de eerste dag van de maand waarin de eerste aflossingstermijn voldaan moet zijn, niet overschrijden, kunnen burgemeester en wethouders toepassing van het eerste lid achterwege laten zolang de belanghebbende zijn verplichtingen nakomt.

Artikel 5

Burgemeester en wethouders stellen de opschortingsperiode op ten hoogste acht weken.

Paragraaf 3. De administratie

Artikel 6

Vervallen

Paragraaf 4

Artikel 7

Vervallen

Paragraaf 5

Artikel 8

Vervallen

Paragraaf 6. Slotbepalingen

Artikel 9

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 1996.

Artikel 10

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling administratieve uitvoeringsvoorschriften Bbz 2004.

Bijlage

Vervallen.